Van de vertaler: Het derde hoofdstuk: Draco en Hermelien mogen dan misschien gezoend hebben, maar Hermelien is in de war over wat ze gedaan heeft en onzeker over Draco's beweegredenen voor deze kus… Was hij wel serieus? Heeft hun kus een serieuze toekomst? En wíl Hermelien dat eigenlijk wel? Grote twijfel…
- Hoofdstuk 3 -
Chaotische hoop
Hermelien ijsbeerde haar slaapzaal rond die middag, waarbij haar dikke haar elke keer als ze zich weer abrupt omdraaide over haar schouder vloog.
Had ze het de hele tijd al bij het rechte eind gehad? Al die keren dat ze dacht dat ze iets in zijn ogen zag, had ze het toen goed gezien?
'Ik heb met Draco Malfidus gezoend…' dacht Hermelien. 'Draco Malfidus… dit is belachelijk… wat haalde ik me wel niet in mijn hoofd, op Draco afstappen en met hem zoenen?' Haar hart klopte snel, en haar hersens draaiden op volle toeren. 'God, ik hoop dat hij niemand iets vertelt… als dit een van die rottige grapjes van hem is… als hij het aan ook maar iemand vertelt… o, ik vermoord dat stuk vuil… ik hoor ze nu al allemaal lachen, het zal me de rest van mijn leven achtervolgen… of toch tenminste tot ik van school af ben…'
'Hee Hermelien,' hoorde Hermelien Draco in haar verbeelding roepen. 'Dacht je echt dat ik verliefd op je was? Ben je achterlijk ofzo?'
"Nee!" kreunde ze. Ze duwde de palmen van haar handen hard tegen de weerskanten van haar hoofd, alsof wilde voorkomen dat het ontplofte. 'Nee, hij heeft met me gezoend, het is geen grap, dat kan niet, hij zou nooit een 'Modderbloedje' kussen alleen voor een grap…'
Maar zelfs als het dan geen grap was geweest, wat deed het er toe? Het was allemaal toch een vergissing. Wie maakte het ook maar iets uit wat de Zwadderaars zeiden, het probleem lag bij de Griffoendors. Wat zouden haar vrienden zeggen?
Hermelien bleef maar rondvliegen door haar kamer, alle consequenties dat dit alles zou hebben als iemand erachter zou komen analyserend. Uiteindelijk stootte ze een kreet van wanhoop uit en liet ze zichzelf op bed vallen. 'Ik kan dit niet,' dacht ze. 'Het is me deze ene keer overkomen, maar ik laat het niet nog een keer gebeuren… het is gewoon onmogelijk.'
En dat was dat. De conclusie van haar gedachteprocessen was dat het onverstandig zou zijn om deze wijze van handelen voort te zetten. Makkelijk zat.
Hoe ze dan toch de volgende morgen in die gang voor de Kamer van Hoge Nood terechtkwam, dat wist ze niet. Maar daar was ze, zenuwachtig heen en weer lopend. Ze had er niet heen willen gaan, maar haar voeten leken er haar gewoon heen te dragen, voortgeduwd door haar gevoelens, die zo prominent aanwezig waren geweest sinds die kus de dag ervoor. Maar nu ze hier was, begon haar verstand weer op te spelen.
'Waar ben ik in godsnaam mee bezig?' dacht ze. 'En wat verwacht ik nu dat er gaat gebeuren?'
Toen hoorde ze voetstappen van om de hoek komen. Ze kwamen dichter en dichterbij, en Hermelien voelde hoe ze paniekerig werd. 'Blijf staan, nee, ren weg! Nee, rustig nu, gewoon…' De voetstappen kwamen om de hoek, samen met degene die ze maakte. Het was een vierdejaars uit Huffelpuf, die gewoon toevallig langskwam. Hermelien's ogen waren groot van schrik en opluchting.
'Ik kan hier niet de hele dag mezelf staan opzenuwen! Laat allemaal maar zitten…' dacht ze, boos op zichzelf dat ze haar gevoelens zo de overhand had laten nemen. Snel liep ze weg. Ze was bijna de hoek om toen ze haar naam van achter hoorde komen.
"Her… Hermelien!"
Ze herkende de stem meteen als die van Draco, al had ze die nog nooit zo gehoord, zo… onzeker.
Draco was inderdaad erg onzeker. Nog nooit was hij zo onzeker geweest als nu. Hij vocht een gevecht met de gevoelens die hij al zo lang had, die zelfs nog sterker waren geworden, en met zijn verstandelijke zelfbeheersing. Hij had al die jaren zo hard gewerkt om zijn moraal en waarden hoog te houden; deze gevoelens spraken alles waar hij voor stond tegen. Was ze het waard? Nog afgezien van deze morele problemen, wist hij dat als hij deze grens overschreed, er problemen zouden zijn, veel problemen. Hij zou het allemaal geheim moeten houden voor zijn familie en vrienden, kon hij dat wel?
Hermelien draaide zich om. Daar stond Draco, die eruitzag alsof hij probeerde te beslissen of hij wel of niet van een brug af moest springen. 'Hij is er weer,' dacht ze, en haar hartslag nam toe. 'Hij is er.'
Draco keek haar een moment aan, maar sloeg daarna snel zijn ogen neer. Heel langzaam liepen ze naar elkaar toe. Ze stopten toen er nog ongeveer een meter tussen hen was. Hermelien voelde haar gezicht rood worden terwijl ze zocht naar iets om te zeggen, maar Draco sprak het eerste.
"Hermelien…" zei hij zacht, nerveus. "Ik hoopte al dat ik je hier zou vinden…"
De woorden bleven tussen hen in hangen in de korte stilte die volgde en weerklonken in Hermelien's hoofd. 'Hij hoopte al dat hij me hier zou vinden… hij wilde me zien… dat betekent dat hij óf wou zeggen dat het hem spijt wat er gisteren is gebeurd, of dat het hem juist niet spijt… als het hem spijt, dan zou hij me dat toch zeker niet komen vertellen, dan zou hij me vanaf nu gewoon negeren, dat is hoe hij zoiets aan zou pakken. Dus dan spijt het hem niet wat er gisteren gebeurd is… dus dan… vindt hij het niet erg als ik…'
Ze bewoog zich snel naar voren en stopte een paar centimeter voor Draco's gezicht. Ze twijfelde nog een seconde, en toen legde ze zacht haar lippen op de zijne. Ze hoorde een onregelmatigheid in zijn ademhaling. Toen reageerde hij door zijn lippen zacht tegen de hare te bewegen.
En zo snel als het was begonnen, was het al weer voorbij. Draco had zich van haar wegbewogen, een stap achteruit gedaan. Hermelien voelde ogenblikkelijk paniek opkomen. Ze wilde weer wegrennen, maar Draco's handen pakten haar bovenarmen beet en hielden haar waar ze stond.
"Nee, het is goed!" zei hij snel, blijkbaar had hij Hermelien's paniek door. Hij keek op zijn hoede om zich heen om zich er van te verzekeren dat ze alleen waren, keek toen weer naar haar en zei zachtjes: "Alleen, niet hier…"
Zijn handen rusten nog steeds op haar armen terwijl ze naar elkaar keken en probeerden een plek te verzinnen waar ze heen konden. Toen keken ze allebei naar de muur waar ze naast stonden. 'De Kamer van Hoge Nood'.
Ze waren een vrijwel lege kamer binnengegaan. De Kamer had de ongeveer de omvang van een kleine slaapkamer, en alles wat zich er in bevond waren wat posters met blije stelletjes erop, en op een boekenplank een boek met de titel: 'Als heksen en tovenaars verliefd worden: wat te doen en hoe dat het beste aan te pakken.'
Ze negeerden hun omgeving, en gingen meteen verder met waar ze mee bezig waren geweest. Hermelien nam weer het initiatief en kuste Draco vol op zijn lippen. Hij legde zijn armen rond haar onderrug en trok haar wat dichter naar zich toe. Hun monden openden zich een beetje om hun tongen toegang tot elkaar te bieden. Hermelien voelde zich alsof ze in brand stond. De hitte kwam van diep onderin haar maag en kroop omhoog tot in haar oren. Op het moment dat hun tongen elkaar raakten, kreunde Hermelien zachtjes. Dit moedigde Draco alleen maar aan. Zijn handen masseerden Hermelien's rug. Hermelien kreunde weer en bracht haar eigen handen naar Draco's haar. Het voelde zacht en glad, precies zoals ze zich dat zelf een keer had toegestaan zich voor te stellen. Ze bewoog een hand naar zijn wang en voelde de hitte ervan. Draco sabbelde even op haar onderste lip, voordat hij haar weer gepassioneerd zoende.
Niets van de eerdere twijfel van Hermelien kwam die ochtend tijdens hun samenkomst in de Kamer van Hoge Nood nog naar boven, het enige wat ze voelde was hoe het verlangen van jaren eindelijk helemaal door haar heen stroomde. Het leek alsof haar hele leven tot op dat moment hier naar toe had geleefd.
Toen ze elkaar eindelijk loslieten, keken ze naar elkaar, en voor de eerste keer in Hermelien's leven, lachte Draco naar haar. Ze lachte terug, een breekbare maar oprechte glimlach.
'Waar zal dit ons naar toe leiden?' dacht ze, en ze legde haar hoofd op zijn schouder terwijl zijn armen nog steeds om haar heen lagen. Ze ademde zijn geur in, proberend hem voor altijd in haar geheugen op te nemen. Ze waren allebei nog onzeker, en een beetje overweldigd, maar voordat ze zichzelf toestond zich weer over alles zorgen te maken, wilde Hermelien dit moment nog even vasthouden.
Toen ze de Kamer van Hoge Nood verlieten, voelden ze allebei een glimlach hun gezicht op kruipen. Ze wierpen elkaar nog een blik toe en gingen daarna elk hun eigen weg. Hermelien's hoofd voelde mistig, alsof al haar gedachten door elkaar waren geschud en geroerd en nu samen waren gegooid op een grote chaotische hoop. Ze kon er geen enkele gedachte uit losmaken, goed of slecht, maar er was een woord dat duidelijk hoorbaar door haar hoofd bleef vliegen en van de muren afstuiterde: 'Wauw.'
