- Hoofdstuk tien -

Ingesponnen in een web

Nadat ze haar pompoen-ijs ophad, één van haar lievelingstoetjes, haastte Hermelien zich weg uit de Grote Hal. Toen ze de deuren die de Hal afsluiten was gepasseerd, ging ze niet naar de toren van Griffoendor. Nee, ze vervolgde haar weg door donkerdere gangen, die leidden naar de gemeenschappelijke ruimte van Zwadderich. Net voor ze daar aankwam, nam ze een afslag naar links, een amper verlichte hal in. Een glimlach verscheen op haar gezicht toen ze een glimp blond haar in een donkere hoek zag. Terwijl ze naar Draco boog om hem te kussen, deed het geluid van voetstappen haar bevriezen.

"Hermelien?" zei een erg bekende stem.

"Ron?", vroeg Hermelien terug, terwijl de kleur uit haar gezicht verdween, "wat doe jij hier?"

"Ik wilde je je boek geven, je had het op tafel laten liggen… Maar toen ging je hierheen. Waarom zou je in godsnaam hierheen gaan?" vroeg Ron, duidelijk in de war.

"Ik… Ik moest nog…" begon Hermelien. Ze voelde Draco bewegen, proberen om weg te komen uit de hoek naast haar.

"Wie is daar?" vroeg Ron, terwijl hij keek naar de hoek waar hij net het geritsel van een mantel had gehoord. Toen, net zoals Hermelien dat net had gezien, zag Ron een flits bond haar, zo blond, dat het van niemand anders kon zijn dan van…

"Draco!" zei Ron. Malfidus had geen keus dan uit de donkere beschutting te komen. De stap die hij naar voren deed maakte dat zijn lichaam werd beschenen door zwak kaarslicht.

"Ja," zei hij, met een stem die naarder was de Hermelien in een lange tijd van hem gehoord had, "wat een ongenoegen dat ik mensen die zo arm zijn als jij nu ook al zo dicht bij mijn gemeenschappelijke ruimte moet ontmoeten".

Beledigen leek hem even makkelijk af te gaan als ademen.

"Alsof… alsof het jouw gemeenschappelijke ruimte is," stotterde Ron, alleen om maar iets te zeggen te hebben. Zijn oren werden rood. Maar hij herpakte zich, rechtte zijn rug. Hij had door hoe makkelijk Malfidus hem van zijn stuk had gebracht.

"En wat doe jij hier eigenlijk, een beetje staan wachten op Hermelien?" zei hij, blij dat zijn stem had besloten weer normaal te doen.

Hermeliens hard leek heen en weer te stuiteren van haar maag naar haar hoofd, terwijl ze probeerde een uitweg te vinden, een smoes… Ze was hier zelf heengegaan, waarom zou ze hierheen zijn gegaan als Draco en alle Zwadderaars haar vijanden waren… Wilde leugens over chantage en dat soort dingen schoten door haar hoofd… Maar Draco kon nu elk moment wat zeggen, als hij zijn hoofd er maar bijhield en het probleem niet verergerde…

"Kom je je Modderbloed vriendinnetje redden, Wezel?", zei Draco met een schamper lachje, "nou, onze zaken zijn jouw zaken niet/"

Hermelien kon het niet helpen dat ze zich er een beetje ongemakkelijk bij voelde dat Draco nog steeds zo gemeen kon doen als vroeger, dat hij haar nog steeds met zoveel gemak een Modderbloedje kon noemen… Maar het was alleen maar een manier om Ron te misleiden, stelde ze zichzelf gerust. En ze moest iets bedenken, iets bedenken! Waarom was zou ze hier in godsnaam met Draco kunnen zijn???

"Hermelien, wat is hier aan de hand?" vroeg Ron terwijl hij zich naar haar toe draaide. Hij zag er zowel boos als verward uit. Toen vielen al het gestuiter en de rondschietende gedachten plotseling samen in een klik:

"Dat zal ik je vertellen, Malfidus heeft mijn Verweer tegen de Zwarte Kunsten opstel over Tegen Bezweringen gestolen!" zei ze, terwijl ze probeerde om boos te klinken en niet al te triomfantelijk te kijken om haar ingeving. Draco keek haar een moment verbaasd aan, maar zette daarna snel weer zijn gemene, kille blik op, en probeerde mee te doen met het plan van Hermelien, het spel te spelen wat ze zoveel jaren met elkaar hadden gespeeld.

"Ja, waarom er moeite in stoppen als een Modderbloedje dat van haar rond laat slingeren!"

"Rond laten slingeren?! Rond laten slingeren in mijn schooltas terwijl een spreuk aan het oefenen was tijdens de les!"

"Wat verschrikkelijk sneu. Je zult een nieuwe moeten schrijven!"

"Echt niet! Geef het terug, of ik zeg het tegen –"

"Tegen wie? Net alsof Sneep je zal geloven als ik zeg dat het niet waar is!" Draco lachte. "En hij gaat erover, want het is zijn vak en opstel!"

Een gelukkig gevoel sprong op in haar maag, Draco had precies geraden waar ze heen wilde met haar beschuldiging. Ze voelde zich een toneelspeelster op het podium, ter plekke improviserend, met een groot publiek wat alles zag wat ze deed en met spanning afwachtte welke richting ze de scène nu zou sturen. Maar dat laatste hoefde ze niet te doen, want het publiek was nu zelf uit zijn stoelen opgestaan en het podium opgeklommen:

"Geef het haar terug, Malfidus!" zei Ron, roder dan ooit en trillend van woede.

"Want anders?" zei Draco, kijkend naar Ron met vermaak glinsterend in zijn ogen.

"Nou, wij zijn met zijn tweeën, en jij bent maar in je eentje!" zei Ron, en Hermelien bloosde, maar gelukkig keek Ron alleen naar Draco, die nu stond te lachen.

"Ga je weer slakken eten om me bang te maken?"

Ron voelde de herinnering slijmerig door zijn keel glijden en hief zijn toverstok.

"Ron, nee!" zei Hermelien. De situatie stond op het punt uit de hand te lopen, ernstig uit de hand te lopen.

"Maak je geen zorgen, hij zal niets doen! Aranea!" riep Draco uit terwijl hij zijn toverstok uit zijn gewaad haalde en hem op Ron richtte. Een glinsterende, grijze blob kwam uit de toverstaf en haastte zich naar Ron, zich onderweg vertakkend tot een web zo groot als Hagrid. Maar Ron had zijn toverstok al klaar en riep een spreuk die hij in zijn vijfde jaar had geoefend bij Strijders van Perkamentus.

"Reverto!". Het web leek af te kaatsen op een onzichtbare bol rond Ron. Het baande zijn weg terug naar Malfidus, die duidelijk geen serieuze tegenstand van Ron verwacht had en zich liet overvallen. De plakkerige, grijze draden omsloten zijn lichaam en hoofd en werden steeds strakker, zodat hij eruit zag als een grote rollade. "Inflammo," bracht hij uit met de laatste adem die hij nog over had, waardoor het web ging gloeien en wegbrandde, waarbij pijnlijk rode lijnen op zijn huid achterbleven. Hermelien stond als bevroren, geschokt door de door de beblaarde brandwonden. Ron, daarentegen, gebruikte het moment om met een nieuwe spreuk te komen, die hem eerder had geholpen in de strijd.

"Wingardium Leviosa!" riep hij terwijl hij met zijn toverstok door de lucht veegde. Malfidus vloog omhoog en stootte zijn hoofd hard tegen het stenen plafond. Draco schreeuwde van de pijn, maar liet het woord wat hij daarvoor als laatst gezegd had daarop volgen: "Inflammo!". Een brandende flits schoot naar Ron en zette zijn rode haar in brand. Draco viel op de vloer nu de spreuk onderbroken was. Omhoog krabbelend sprak hij nogmaals, maar dit maal klonk hij alsof hij veel pijn had.

"Past mooi bij je haar, vind je ook niet," zei hij, beledigend als altijd, maar hij hapte om de paar woorden naar adem.

Hermelien kwam uit haar bevroren staat en pakte hij eigen toverstok: "Aqua fluo!" zei ze, en water uit haar toverstok doofde het vuur op Ron zijn hoofd. Meteen hierna riep ze "Expelliarmus!", en de twee toverstokken van de jongens vlogen uit hun handen. Dit was veel te ver gegaan, ze hadden allebei ernstige brandwonden. Hermelien dacht dat het klaar was, maar Ron en Draco leken het niet met elkaar eens te zijn en sprongen op elkaar af en vochten met hun nu lege handen.

Ron sloeg Draco in zijn gezicht en daarna stompte Draco Ron in zijn maag, zodat beiden naast de brandwonden die ze al hadden blauwe plekken kregen. Hermelien probeerde een spreuk te bedenken om de twee uit elkaar te krijgen, maar kon niets bedenken en probeerde tussen de jongens in te komen.

"Stop! Stop! Zo is het wel genoeg geweest!" gilde ze, haar handen aan hun schouders trekkend om ze uit elkaar te krijgen. Uiteindelijk zakten beide jongens neer op de vloer, nog steeds heel boos kijkend, maar ook uitgeput en alsof ze veel pijn hadden. "Genoeg geweest…" zei Hermelien nog een keer, nu zelf ook erg moe, "kom, naar Mevrouw Pleister…". Ze hielp Ron overeind en keek over zijn schouder naar Draco. 'Kan je nu niet helpen,' gebaarde ze geluidloos, wat haar erg betreurde want Draco leek er nog erger aan toe dan Ron.

"We zullen zorgen dat iemand je komt halen," zei ze, dat leek haar wel veilig om te zeggen, dit was alleen maar menselijk. Ron maakte een protesterend geluid maar zei niets en Draco knikte. Toen liep Hermelien naar de Ziekenvleugel, langzaam, met Ron steunend op haar arm.

Onderweg daarnaar toe, kwamen Hermelien en Ron Sneep tegen, die natuurlijk niet aan hen voorbijliep zonder iets te zeggen.

"En wat brengt jullie twee hier, in de gangen die naar de gemeenschappelijke ruimte van Griffoendor leiden, Wezel en Griffel?" vroeg hij wantrouwig. Hij richtte zijn blik nauwkeuriger op Ron. "Wat is er met jou aan de hand, Wezel? Heb je met iemand gevochten? Twintig punten aftrek voor Griffoendor." Normaal was Hermelien boos geweest, maar nu dacht ze alleen aan hoe Draco daar op de grond lag…

"Ja," gaf ze toe, "en iemand anders is ook gewond. Draco ligt in de laatste gang rechts van de gemeenschappelijke ruimte van Zwadderich," zei ze, proberend Sneep in de ogen te kijken. Sneep leek te horen dat er meer in die woorden lag dan Hermelien hem wilde laten horen. Hij keek haar aan, hierover verrast, maar realiseerde zich toen dat zijn favoriete leerling ergens gewond op de grond lag.

"Ik zal dit later nog wel afhandelen," zei hij, met een laatste wantrouwende blik, en haastte zich toen weg, naar Draco.

"Poe," zei Ron, "daar zijn we makkelijk vanaf gekomen."

"Ik denk niet dat we hiermee klaar zijn…" zei Hermelien. Het had geleken alsof Sneep recht haar hoofd had ingekeken toen ze elkaar aankeken. Haar vermoeidheid was op slag weg geweest en een grote ongemakkelijkheid had bezit van haar genomen. Maar voor nu was haar grootste zorg dat Ron en Draco bij Madam Pleister kwamen. Ze hadden allebei voor haar gevochten: klassiek, een duel tussen twee mannen die voor een vrouw streden. Niet dat zij dat door hadden gehad. Maar toch, ze hadden allebei gevochten om hun liefde te verdedigen. Hermelien was blij toen haar overpeinzingen werden onderbroken door hun aankomst bij de ziekenvleugel.

"Wat heeft u nu weer uitgespookt, meneer Wezel," zei Madam Pleister terwijl ze Ron in zich opnam, maar het leek niet alsof ze op een antwoord wachtte, "brandwonden, blauwe plekken, verschroeid haar, onder het bloed… hier, kom", ze begeleidde hem naar een bed, "ga gauw liggen. Zou u zo aardig willen zijn meneer Wemels pyjama op te halen, mevrouw Griffel?"

"Oh… Ja… Natuurlijk… Ik zie je straks, Ron," zei Hermelien en ze verliet de ruimte. Terwijl ze de gang opliep botste ze bijna tegen Draco en Sneep op. Zij en Draco wisselden een blik uit, maar toen realiseerde Hermelien zich dat Sneep er ook was en dat hij duidelijk die blik had gezien. Sneep verstevigde zijn greep om Draco's schouder, waarop Draco kermde omdat hij daar verbrand was, en hij siste naar Draco.

"Hier hebben we het nog over."

"Nou nou Severus, wees alsjeblieft voorzichtig met mijn patiënten, het is al erg genoeg zoals het is," zei Madam Pleister en ze begeleidde Draco naar een bed. Hermelien gebruikte het moment om uit Sneeps bereik te vluchten.

Een half uur later keerde Hermelien terug met twee pyjama's, ze wist niet hoe lang Ron hier zou moeten blijven, en een paar Chocokikkers die ze nog had liggen: Ron zou wel een beetje opvrolijken kunnen gebruiken. Toen ze binnenkwam in de ziekenvleugel, zag ze Ron in een bed, een lange gestalte met zwart haar dat scherp afstak tegen de witte lakens. Hij zag er al een stuk beter uit, nu Madam Pleister hem een beetje had opgelapt. Het bloed van zijn wonden was weggeveegd en de brandwonden waren overdekt met paarse pasta.

"Hee Ron! Gaat het al wat beter?" vroeg ze hem.

"Ja, wel beter nu. Maar het doet nog steeds erg veel pijn," voegde Ron toe, met een blik erbij die hij waarschijnlijk als heldenachtig beschouwde. Maar het deed waarschijnlijk ook echt veel pijn. Het duel had er erg onaangenaam uitgezien.

"Daar twijfel ik niet aan… Maar met Madam Pleisters zorgen ben je er zo weer bovenop," ze lachte vriendelijk naar hem en Ron deed hetzelfde terug. "Ik heb wat pyjama's voor je meegebracht en hier, een paar Chocokikkers. Of doet je lip teveel pijn?". Hermelien keek naar Ron's opgezwollen lip.

"Niet teveel pijn voor Chocokikkers," lachte Ron. "Hee, Ginny!" zei hij, terwijl hij zijn hoofd naar de ingang van de kamer draaide. Hermelien keek over haar schouder. "Hoi Ginny!"

"Hee daar! O Ron, wat zie je er uit! Ik hoorde Daan dat hij je naar de ziekenzaal had zien gaan! Wat is er gebeurd?" Ginny´s gezicht wasvan blij tot bezorgd veranderd terwijl ze sprak. Hermeliens uitdrukking was ook bezorgd geworden, wat zou Ginny wel niet tegen Ron zeggen als ze hoorde wat er gebeurd was?

"Die jongen daar, dat is wat er gebeurd is," gromde Ron, terwijl hij een knikje naar een andere hoek in ziekenzaal maakte. Hermelien keek ook en zag Draco daar liggen, bedekt onder dezelfde paarse pasta.

"Maar dat is Draco! Hebben jullie gevochten?" vroeg Ginny, met al enig wantrouwen in haar stem, maar Ron had dat niet door.

"Ja. Dat stuk vuil stond te praten met Hermelien, hij had haar opstel gestolen! Ik bedoel, hij is wel dom, maar het is niet alsof hij er niet zelf eentje kan shcrijven," en terwijl Ron dit vertelde, werd hij alweer boos. Hij rechtte zijn rug en spande zijn spieren aan. Hermelien voelde een blosje op haar wangen verschijnen en haar ogen ontmoetten kort die van Ginny. Natuurlijk raadde Ginny wat er gebeurd was.

"En toen begon hij haar en mij weer te beledigen! Toen probeerde hij me te beheksen, maar zijn spreuk kaatste af op mijn tegenbezwering," Ron lachte, "die had hem goed te pakken! Toen beukte ik zijn hoofd tegen het plafond, dat had hij verdiend! Maar hij heeft wel mijn haar in de fik gezet..."

"Ik heb het geblust," zei Hermelien snel, om aan Ginny te laten zien dat ze niet Draco hielp.

"Nou, ik ben in ieder geval blij dat er niets echt ernstigs met je aan de hand is," zei Ginny na een korte stilte.

"Ik ook," zei Hermelien, opgelucht dat Ginny haar niet had verraden. Er was dan toch nog één ding goed gegaan vandaag...