DE DAG (Deel 4)
Ik ging nadenken over mijn broers en zussen. De dierbaarste mensen die ik ken. Zij hadden mij opgevoed toen ik een kleine baby was en hadden voor me gezorgd. Mijn moeder kon ik niet zij had zelfmoord gepleegd omdat mijn vader weg was gevlucht. Mijn broers en zussen waren mijn ouders voor mij en tegelijk ook mijn broers en zussen. Zij hadden mijn moeder nog wel gezien maar toen ik geboren was, was ze er niet meer. Mijn vader leeft als het goed is nog wel maar we hebben nooit meer iets van hem gehoord. Ik ging slapen met tranen in mijn ogen… Elke nacht was een twijfel voor mij, zal ik de volgende dag nog wel opstaan vroeg ik me elke nacht weer af. De man had me zo dood kunnen schieten of kunnen martelen zonder dat ik er zelf iets van had gezien. Maar gelukkig stond ik deze ochtend weer normaal op. Maar de man, die zag ik nergens. Was hij weg? Het tapijt was verplaatst en het luikje daaronder stond nog open. Er lag een mes naast mij. Het mes probeerde ik te pakken. Na een paar pogingen lukte me het en ik sneed de ducktape kapot. Toen ik bezig was om mijn been los te snijden hoorde ik stappen. Maar daarna hield het geluid van de stappen op en ging ik verder om mijn been los te maken. Ik wilde snel gaan staan maar ik bleef nog hangen aan de ducktape die vast zat om mijn rug. Ik sneed het snel los en ging het luikje in. Het was in het daar erg donker en alles waar ik over heen liep kraakte. Opeens hoorde ik de voetstappen weer. Ik bleef stokstijf staan en pakte het mes die ik in mijn jaszak had gedaan. Ik zag een schaduw in het paadje. Waarschijnlijk was het van een vrouw. Ik zag namelijk lange haren in de schaduw. Eindelijk iemand anders dacht ik. Maar dat hield al snel voorbij toen ik de man hoorde aankomen. Ik keek om me heen en zag een kast staan. Ik sprong erin en bedekte me met oude kleding die erin lag. De man liep langs de kast en ging naar het luikje. Na een kwartiertje ging ik uit de kast en ging ik opzoek naar een uitgang. Ik vond een deurtje met daarop ook een tekeningetje: DEAD! Stond erop, maar dit keer met een gezicht van een mens erop. Ik kon niks verzinnen bij het gezicht. Was het misschien iemand die een misdaad heeft gepleegd of iets anders had gedaan?
