De volgende ochtend werd ik al vroeg wakker. De hele slaapzaal was nu vol. Nog voller dan normaal aangezien er nu ook bezoekers van de orde waren. Ik moest meteen denken aan Madame Pleister (…en Harry natuurlijk). Ik besloot naar beneden te gaan en in de leerlingenkamer van Griffoendor te wachten. Na een tijdje in het vuur te hebben gestaard hoorde ik achter me iemand naar beneden komen. 'Hé Ginny. Jij bent ook vroeg' hoorde ik Marcel opgewekt achter me zeggen. 'Marcel? O…sorry , ik mocht Harry niet wakker maken van Anderling en ik zorg er echt voor dat hij zo naar de ziekenz…'

'Rustig maar Ginny. Ik weet het al. Het is toch beter dat hij nu rust krijgt'.

'Dank je Marcel' hij liep naar het portretgat en deed het open. 'Waar ga je heen Marcel het ontbijt is er echt nog niet hoor'. Hij keek me verbaasd aan en toen hij besefte wat ik bedoelde zij hij : 'Ik ga naar Luna , maar goed dat je het vraagt. Ik moet een vraag beantwoorden om in de toren te komen. Weet jij heel toevallig wie de Grijze dame is?'

'Ja , natuurlijk Marcel. Dat is Helena. Helena Ravenklauw'.

'Dank je Ginny. En trouwens Ron is wakker. Misschien moet je Hermelien even wakker maken en hen naar de ziekenzaal laten gaan'. Toen Marcel het portretgat had gesloten ging ik naar Hermelien. Ik maakte haar wakker en moest nogal wat moeite doen om haar eerst haar haar te laten kammen voor ze naar de ziekenzaal (en vooral naar Ron) ging. Ik bleef nog even in de leerlingenkamer en toen Hermelien en Ron naar de ziekenzaal gingen duurde het niet meer lang voor de leerlingenkamer langzaamaan volliep. Toen iedereen eindelijk weg was kleedde ik me snel aan en ging naar Harry. Toen ik de slaapzaal in kwam lag hij nog te slapen. Hij was helemaal bezweet en had waarschijnlijk een nachtmerrie , want hij lag steeds te woelen. Ik probeerde hem wakker te schudden , maar dat lukte niet. 'HARRY!' schreeuwde ik ten einde raad. Met een schok zat hij overeind. Ik bleef staan. Blijkbaar had hij niet in de gaten dat ik erbij stond. Hij zat met zijn ogen dicht en met zijn handen in zijn haren. 'Nachtmerrie?' vroeg ik fluisterend. Hij schrok op en viel bijna van zijn bed.'Sorry' zei ik met mijn handen voor mijn mond. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht en hij vond mijn houding duidelijk grappig. 'Je moet naar de ziekenzaal. Madame Pleister wil je onderzoeken' zei ik voorzichtig. De glimlach die zonet nog op zijn gezicht stond verdween abrupt. 'Nee!' zei hij luid en duidelijk. 'Ik heb nergens last van en ik heb jullie al genoeg problemen bezorgd'.

'Jij hebt nergens last van?' Ik kneep in zijn arm en hij perste z'n lippen op elkaar. 'Oké dan , misschien heb ik wel ergens last van' gaf hij toe. 'Maar dat betekent nog niet dat ik naar de ziekenzaal moet. Ik ben daar trouwens al vaak genoeg geweest'. Ik rolde met mijn ogen en zei uiteindelijk : 'Als je zelf niet gaat sleep ik je er naartoe en desnoods laat ik Madame Pleister hier komen'. Hij kreunde en ik ging naar de leerlingenkamer. Na een paar minuten kwam hij naar beneden gestrompeld. 'Ziet er goed uit. Hoe wou je zo gaan uitleggen dat je niets had? Je kunt niet eens normaal lopen'.

'Rustig maar hoor. Ik ga wel met je mee , maar waar is iedereen?'

'Aan het ontbijten denk ik'. Samen liepen we de leerlingenkamer uit en naar de ziekenzaal toe. Hij zei niets tegen me , maar ik zag aan zijn gezicht dat hij dat wel wou. Toen we de deur van de ziekenzaal open deden hoorden we Ron gillen en kwam Hermelien haastig naar ons toe gerend. 'Harry , denk je dat het nog even kan wachten? Het is niet echt fijn om dit te zien' zei ze met tranen in haar ogen. 'Ik vind het niet zo erg , maar ik denk dat Ginny er niet zo blij mee is' zei Harry en hij rolde met zijn ogen. Voor Hermelien nog iets kon zeggen deed ik de deur weer open en zorgde dat Harry overeind bleef staan. Madame Pleister kwam meteen op ons afgelopen en leidde Harry naar een bed zodat ze hem kon onderzoeken. Toen Ron weer gilde en Harry me wit zag wegtrekken zei hij dat hij zich wel redde en wist ik niet hoe snel ik weg moest komen.

Ik ging naar de grote zaal en iedereen was daar nog. Mijn moeder zat aan de lerarentafel en ik zag Percy naast George zitten aan de tafel van Griffoendor. De tafel van Zwadderich was zo goed als leeg. Ik ging tegenover Percy en George zitten. Dit was de eerste keer dat ik George moeite zag doen om te lachen , maar ik zei er niets over. Het was niet heel gezellig ondanks dat iedereen wist dat iedereen die het niet had overleefd nu ook gelukkig moest zijn en we allemaal verder moesten , maar toch was het moeilijk.