Ik weet het… er zit nog niet echt iets in waardoor dit verhaal echt leuk wordt ,maar ik ben alles nog een beetje aan het bedenken en het komt nog wel.

Ik was inmiddels aangekomen bij het portret van de dikke dame. Zij was nog steeds in haar nopjes aangezien er nu niets vreemds meer was in het kasteel. Ze had het wachtwoord dus nog steeds niet veranderd. Ik ging naar binnen en zag Harry staan ruziën met Hermelien. 'Ze heeft het al moeilijk genoeg. Weet je niet hoe ze de afgelopen zes maanden is geweest?' schreeuwde Hermelien bijna huilend tegen Harry. 'Je had het haar juist daarom niet mogen vertellen' schreeuwde Harry terug. Hermelien merkte mij op en staarde me aan. Harry draaide zich abrupt om en rende snel de jongensslaapzaal in. 'Ginny , wacht' zei Hermelien toen ik naar de meisjesslaapzaal wou gaan. 'Hij is niet zichzelf. Hij houdt echt nog van je' zei ze zachtjes. 'Tot hij dat zelf heeft gezegd blijf ik bij hem uit de buurt' antwoordde ik. Hermelien reageerde enigszins geschokt , maar mijn besluit stond vast. 'Is dat nou echt wel zo'n goed idee?' probeerde ze tegen me in te brengen , maar het hielp niets. Ik liep naar de slaapzalen en besloot vandaag vroeg te gaan slapen. Als ik toch niet naar Harry kon dan moest ik iets anders verzinnen. De volgende dag ging ik al vroeg ontbijten. Na een tijdje liepen Harry , Ron en Hermelien de grote zaal in. Harry kwam naast me zitten en ik besloot snel dat ik klaar was en naar de bieb moest. Toen ik opstond leek hij nogal verbaasd. Ik hoopte maar dat Hermelien niets had gezegd. Ik kwam hem ook nog vaak tegen in de gangen ,maar ik zei niets tegen hem. Hij moest het eerst toegeven voordat ik de situatie zou veranderen. Iedere keer als hij bij me in de buurt kwam , liep ik weg. En iedere keer dat ik dat deed werd hij somberder en ik zelf ook. Ik wist niet hoe lang ik dit zou volhouden , maar ik zou het zo lang mogelijk proberen. Iedereen zag blijkbaar duidelijk dat Harry en ik allebei niet goed in ons val zaten en Ron en Hermelien gingen steeds wantrouwiger naar me kijken. 'Heeft Harry je echt niets aangedaan? De laatste keer dat je zo was… nou…dat weet je wel' zei m'n moeder steeds. En steeds zei ik : 'Nee , mam ik hou van hem , echt'. Ik werd zo somber dat ik me op een gegeven moment niet meer mezelf voelde. Ik was niet meer met vriendinnen zoals altijd. Ik sloot mezelf buiten schooltijd op , op de slaapzaal (al was dat soms ook handig om rustig en goed je huiswerk te maken.) en ik kon mijn ogen niet van Harry afhouden en dat wist hij dus werd hij steeds weer iets vrolijker. Ik wist dat het nu niet lang meer zou duren voor hij naar me toe kwam , maar zou hij dat wel doen? Ik wist nog steeds niet zeker of hij van me hield. We moesten op een gegeven moment weer gewoon naar de lessen , maar omdat we zo veel hadden gemist snapte niemand er nog iets van. Ook de leraren zagen dat het geen zin had om door te gaan en dus vroegen ze aan Anderling (nu directrice van de school) of we volgend jaar alles opnieuw konden doen en nu stoppen (en vakantie houden). Onder de saaiste les verweer tegen zwarte kunsten die we hadden gehad werden we naar de grote zaal geroepen. In de grote zaal moesten we allemaal bij onze afdelingstafel gaan staan. Toen iedereen in de grote zaal was en Harry zoals gewoonlijk naast me stond (wat het nog moeilijker voor me makte hem te negeren) zei Anderling : 'Jullie zijn door alles ver achterop geraakt en kunnen dit jaar geen examens doen. Iedereen mag het wel proberen als hij of zij dat wil , maar als je het niet haalt doe je je jaar volgend jaar over. Over twee weken beginnen de 5e jaars studenten en een week later de 6e jaars en weer een week later de 7e jaars'. Iedereen die het wilde proberen moest naar voren komen en de rest had tot het einde van die tijd gewoon les. Ik ging toch naar voren en dat verbaasde iedereen , maar ik had afleiding nodig en schoolwerk of examens werkten daar nogal goed voor. Toen ik weer de grote zaal uit liep zag ik dat de plek waar Harry net nog stond leeg was en Hermelien keek naar de uitgang. Toen ze zag dat ik niet van plan was achter hem aan te gaan ging ze zelf maar. Ik liep toch achter haar aan , want ik was bang dat Harry iets doms zou doen. Dat zou niet de eerste keer zijn geweest. Iedereen keek inmiddels naar me , want ik stond nog steeds midden in het gangpad. Ik ging heel hard rennen. Zo snel mogelijk de grote zaal uit. Bij de deuren twijfelde ik , ik had beloofd : Geen Harry tot hij het zelf zegt. En toen : 'Hoe kon je?