Ik wil iedereen bedanken voor de leuke reviews!
En dank je Vliertjevampiertje dat je het voor me op nam ;)
Oh... de enters doet hij trouwens vanzelf. Het spijt me, maar ik het is teveel werk om ze allemaal weer weg te halen...
HOOFDSTUK 2
Verrassing
Ik schoot rechtovereind, kletsnat van het zweet.
Mijn God, dit was de koning van alle nachtmerries!
Ik trok mijn knieën op en sloeg mijn armen eromheen. Rillend dacht ik na over wat ik had gedroomd. Het begon snel weer te vervagen, maar het beeld wat me wel voor mijn ogen bleef, was angstaanjagend genoeg. Ik wiegde zacht heen en weer, denkend aan de groene ogen van mijn vader, wijd opengesperd van angst.
Ik moet hier weg.
Ik sloeg de dekens opzij en ging met mijn blote voeten op de koude, witte tegels staan. Ik was nog zo van streek dat ik niet merkte hoe de kou vanuit mijn voeten mijn hele lichaam doortrok. Ik begon te lopen. De ziekenzaal uit. Rechtsaf. Ik wist niet waarheen, maar ik wilde iets doen.
Ik liep door het donkere kasteel, willekeurig alle richtingen op, niet kijkend waar ik liep. Het enige wat ik zag waren die mooie groene ogen van papa. Tranen rolden over mijn wangen. Ik liep en ik liep, totdat ik niet meer verder kon lopen van vermoeidheid en in een hoekje ging zitten, knieën opgetrokken, geluidloos huilend. Ik wilde oplossen in de duisternis. Eén worden met de schaduwen. Nergens meer aan denken. Ik huilde totdat ik geen tranen meer had en alleen maar voor me uit kon staren. Het werd langzaam lichter en ik sloot mijn ogen. Van uitputting viel ik in slaap.
"Helemaal onderkoeld……alleen in de kerkers……. beter moeten opletten."
Ik hoorde in de verte een boze stem.
"Niet in de gaten…….. dat ze sliep………toen ze er niet was, ben ik meteen op zoek gegaan." De stem van Poppy drong tot me door en ik keek door mijn wimpers naar de rug van de in zwart gehulde leraar toverdranken.
"Nou," zei Sneep met een ijzige stem, "het is maar goed dat ik haar gevonden had. Ik was meteen in staat haar wat op te warmen met een Warmte Drank. Als ze wakker is, geef je haar nog een."
Poppy had plots alleen oog voor het bed en zag me door mijn wimpers heen loeren.
"O, ze is al wakker, professor," zei ze haastig en met venijn in haar stem vervolgde ze: "Het is maar goed dat u er bent, ik zou het drankje nog in haar verkeerde keelgat kunnen stoppen."
Ze gaf hem nog een ijzige blik en draaide zich om, Sneep bij me achterlatend. Hij had zich met een ruk omgedraaid en keek me met toegeknepen ogen aan.
"Wat deed je in die gang?" vroeg hij ijzig.
Het klonk niet echt vriendelijk, tegenstrijdig met wat ik hem had horen zeggen tegen Poppy. Toen klonk hij tenminste nog een beetje bezorgd.
"Ik had een nachtmerrie," antwoordde ik zachtjes en bleef hem aankijken.
"Nachtmerrie of niet, zoiets doe je niet nogmaals," zei hij en mijn blik dwaalde af naar een punt ergens in de verte, plotseling beschaamd omdat ik me realiseerde dat hij me gezien had in een staat die weinig flatterend was. Enkel gekleed in het ziekenhuisnachtjapon, wat weinig voor de fantasie overliet, en hoewel ik niet lelijk ben, niemand verdient het om mij in mijn nachtkledij te zien.
"Goed, ik zie dat je begrepen hebt dat zoiets niet getolereerd wordt," zei hij, mijn beschaamde blik verkeert begrijpend. "Hier, drink dit op."
Hij gaf mij weer een flesje.
"Zoals je misschien al gehoord had, een Warmte drankje."
Dankbaar nam ik het aan en dronk het op. De kou en vermoeidheid verdwenen nu helemaal uit mijn lichaam. Hij nam het lege flesje weer aan en zei: "Het is misschien het beste als je je nu wat opfrist en aankleed, dan brengt Poppy je zo wel naar de lerarenkamer zodat je kan worden gesorteerd."
Ik knikte en hij vertrok. Er was echter nog één ding dat ik wilde weten.
"Professor?" vroeg ik snel en hij draaide zich om in de deuropening. "Welke dag is het vandaag?"
"Zondag," antwoordde hij en vervolgde na de lege blik van mij te zien. "Het is zondag dertig november."
Snel deed ik wat rekenwerk en gebaarde dat hij even moest wachten.
"Gisteren werd ik wakker. Dat was dus op zaterdag, negenentwintig november," dacht ik hardop. "Ik lag vier maanden hier. Dat is juli. U zei dat ik mijn verjaardag en eindexamen vierde?"
Hij knikte bevestigend.
"Maar," zei ik bedachtzaam, "ik ben in juni jarig. En de uitslag krijgen we ook altijd in juni. Waarom hield ik mijn feest zo laat?"
Ik dacht even na. Ik snapte er niets van. Sneep was blijven staan en dacht zo te zien ook na, waarschijnlijk had hij in de gaten dat dit voor mij belangrijk was. Ik moest weten waarom het zo laat was. Het was op de een of andere manier belangrijk.
"Misschien was je ziek, of kon niet iedereen op de datum die jij wilde," hielp Sneep.
"Ziek," herhaalde ik en dacht diep na. "Dat is het. Ik voelde me niet lekker en was een paar weken ziek. Niets bijzonders."
En toch is het wél bijzonder. Op de een of andere manier, dacht ik, maar dat hield ik voor mezelf. Hij hoeft het niet te weten.
Sneep zag ook dat het wel bijzonder was, maar ging er niet op in en vertrok. Poppy kwam terug en zei met opgeluchte stem: "Hèhè, is hij eindelijk weg?"
Ik glimlachte.
Blijkbaar heeft professor Severus Sneep inderdaad de reputatie die ik dacht dat hij zou hebben.
Poppy bracht me naar een badkamer waar ik mezelf verfriste een aankleedde. Terwijl ik dat deed dacht ik na.
Hoe komt het toch dat ik van die tegenstrijdige gevoelens heb. Aan de ene kant heb ik het gevoel dat ik hier alles van af weet en aan de andere kant weet ik dat ik hier niet thuis hoor?
En toen wist ik het. Ik hield op met het kammen van mijn haren en keek mezelf aan in de spiegel.
"Boeken," zei ik afwezig tegen de bruine ogen die me pijnlijk herinnerden aan die van mijn moeder. "Ik weet dit alles uit boeken."
"Ja natuurlijk weet je alles uit boeken. Je bent hier toch om te leren. Je leert alles toch uit boeken."
Ik schrok van de stem van de spiegel, maar ik antwoordde als in reflex: "Nee, niet op die manier."
Het is stom om te praten tegen een spiegel. Vooral over deze dingen. Wie gelooft er nou dat er boeken geschreven worden over Harry Potter en dat alles waar blijkt te zijn? Maar misschien is dit niet de werkelijkheid. Het is gewoon te ongelooflijk. Misschien is dit gewoon een hersenspinsel van mij. Misschien is dit een soort droom. Ja, misschien ben ik gewoon aan het dromen. Ook al is het dan misschien een droom, het is een leuke droom en ik ga er het beste van maken, bedacht ik met een glimlach en speelde met de nieuwe herinneringen die ik net had gekregen.
Vier boeken. Harry zat in de vierde klas in het laatste boek. Voldemort kwam terug. Als Harry nu in het vijfde jaar zit, klopt alles precies. Kon ik me nu maar herinneren op welke dag Voldemort terugkwam. Misschien verklaarde dat wel mijn ziekte. En…
Ik was doorgegaan met kammen en staarde nu met grote ogen naar mijn nek die voordien bedekt was geweest met haren, waardoor ik, en misschien iedereen, het vreemde tekentje vlak achter mijn oor niet had gezien.
En dat teken daar, maakte ik mijn gedachte af. Ik keek rond om te kijken of er ergens een handspiegeltje lag waardoor ik het teken wat beter kon bekijken. Ik had er al snel één gevonden en keek naar het zwart met rode rondje achter mijn oor. In het rondje was een vogel afgebeeld. Het leek op een soort zwaan, maar de kleuren vertelde iets anders.
Een feniks.
Poppy kwam binnen en haastig legde ik het spiegeltje weg en besloot mijn haren los te laten hangen. Het donkere steile haar bedekte het teken gelukkig voldoende.
"En, zijn de kleren naar wens?" Vroeg Poppy.
"Jazeker," zei ik en keek tevreden naar de zwarte, wijde ribbroek en strak zwart T-shirtje, maar ik herinnerde me iets en keek bedroefd naar de opdruk van het shirt.
"Dit zijn mijn eigen kleren, niet?" vroeg ik en keek Poppy aan.
Ze keek me onderzoekend aan en zuchtte.
"Je herinnert je het zeker?" vroeg ze bedroefd. "Ik dacht, misschien weet ze het niet meer en zijn de kleren niet goed, daarom vroeg ik het. Het waren de kleren die je aanhad toen je hier kwam."
"Het enige wat ik me herinner is iets van dit T-shirt," zei ik en keek weer bedroefd naar de opdruk. Er zat een prop in mijn keel. "Mijn zus heeft het gemaakt. Ze maakte samen met andere een strip, genaamd Local Shop. Zij was er ook, die ene dag. Ik weet het zeker. Zie je die poppetjes achterop? Die ene met de staart recht overeind is Sara."
Een traan gleed over mijn wang en woedend veegde ik hem weg.
"Hij zal ervoor boeten. Mijn zus was alles voor me," zei ik stil.
Poppy kwam achter me staan en hield een hand op mijn schouder.
"Ach, meisje toch," zei ze zacht. "Gebeurd is gebeurd. Je kunt er niets meer aan doen."
"Behalve wraak natuurlijk," zei ze snel toen ze mijn woedende blik vanuit de spiegel opving. "Het belangrijkste is het hier en nu. Wat je verder gaat doen."
Ik knikte en slikte de prop door.
"Wat is er eigenlijk met de rest van mijn kleren gebeurd?" vroeg ik.
Poppy zuchtte nogmaals. "Verbrand, liefje."
Ik keek haar met grote ogen aan, maar eigenlijk kon het me niets meer schelen. Ik kan het zien als een kans om helemaal overnieuw te beginnen met mijn leven. Ik nam me voor om die gedachte aan te houden en knikte Poppy toe. Ze was blijkbaar nog niet klaar met praten, want ze vervolgde: "Net als al je andere spullen. We hebben maar enkele spullen kunnen herstellen. Die hebben we in de kisten gedaan die nu bij je bed staan. Maar je hebt nu geen tijd om te kijken, want je wordt verwacht in de lerarenkamer."
Ik was al begonnen om naar de drie kisten te lopen die ik eerst nog niet had opgemerkt. Ik hunkerde om de inhoud te bekijken, want het leek erop dat ik dingen pas herinnerde wanneer ik iets zag wat er bij hoorde of ermee te maken had, maar Poppy hield me tegen en we liepen de ziekenzaal uit op weg naar de lerarenkamer.
"Ik had nog een vraag, madam Plijster, misschien een hele vreemde, maar toch heel belangrijk voor mij."
Ik keek haar betekenisvol aan.
"Je mag me alles vragen," antwoordde ze.
"Behalve mijn pincode," grapte ik.
Dat kon ik nooit laten, herinnerde ik me. Het was een erg flauw grapje en thuis zou ik blikken hebben gekregen van: 'Nee hè.' En: 'Zo grappig is het nou ook weer niet'. Poppy keek me echter gepuzzeld aan. Natuurlijk wist ze niets over pincodes.
"Pincode?"
"O, iets van dreuzels. Niet belangrijk," zei ik, niet bereid om het concept van pincodes uit te leggen. "Ik wilde vragen in welk jaar Harry Potter zit."
"Harry Potter?" vroeg Poppy verbaasd. "Waarom?"
"Gewoon. Ik zei toch dat het een vreemde vraag was. Maar beantwoord hem alsjeblieft."
"Even denken. Ik geloof dat hij nou in de vijfde klas zit."
Ik zuchtte. Het klopt. Het klopt allemaal. Een datum schoot me te binnen.
Voldemort keerde terug in het vierde boek. Vorig jaar dus. Dat was vierentwintig juni. Nu weet ik het weer. Ik vond het toen zo grappig omdat ik op die dag jarig was. Wacht eens. Ik werd op mijn verjaardag ziek. Zou het iets te maken hebben met…
Mijn gedachten werden ruw verstoord door een lach van Poppy.
"Meisje toch, je gaat toch niet achter hem aan? Volgens mij is hij niet echt jouw type," grinnikte ze.
Ik wist niet hoe ik daar op zou moeten reageren. Ze bedoelde natuurlijk Harry. Als ik zou ontkennen zou ze het toch niet geloven.
Ik speel het spelletje mee.
"Ach, het was toch te proberen. Wie weet," zei ik en speelde een romantische blik waardoor Poppy dubbelklapte van het lachen. We waren bij de lerarenkamer aangekomen en een vrouw waarvan ik dacht dat het professor Minerva Anderling was, stond ons buiten de kamer op te wachten. Ze keek ons geamuseerd aan.
"Gelukkig, zo te zien kun je nog wel lachen," zei ze tegen mij.
Ik gaf haar een stralende glimlach die echter niet lang bleef en mijn gezicht kreeg weer de droevige uitdrukking die ik van mezelf niet zag. Minerva Anderling zag hem echter wel en schudde droevig haar hoofd.
"Een zeer trieste zaak, maar kom. Het is tijd om je te introduceren aan de staf," ze sloeg een arm om mijn schouders en leidde me naar binnen.
"Ik moet weer terug naar mijn patiënten," zei Poppy en ik zwaaide even.
Ik kwam in een ruime kamer wat leek op een gezellige huiskamer. Leraren zaten op banken of stoelen gezellig met elkaar te praten. Er waren enkelen die ik herkende uit de boeken. Kleine Professor Banning en in de hoek zag ik een geest die volgens mij professor Kist was. Het vuur in de haard knapperde en op de een of andere manier vond ik het griezelig. Minerva wilde me ernaar toe leiden, maar ik bleef er het liefst zo ver mogelijk vandaan. Enkelen zagen het en schenen het te begrijpen. Zij zonden me blikken vol medelijden die ik echter niet kon plaatsen.
"Mag ik uw attentie allemaal?" vroeg Minerva en het werd stil. "U herinnert zich zeker wel dat enkele maanden geleden een meisje werd binnengebracht en als u zich het niet meer herinnert, dan herinnert u zich mijn toespraak van gisteravond nog wel. Dit is Samantha Sanders."
Ik hoorde mensen welkom mompelen en ik glimlachte ze vriendelijk toe.
"Ik zal je voorstellen aan de leraren hier in deze kamer…" begon Minerva, maar werd onderbroken door professor Sneep.
"Ik denk, professor, dat de jonge dame al enkele van ons kent," kwam zijn stem uit een verre hoek waar hij tegen de muur aan leunde met zijn armen over elkaar.
Typisch een houding voor Sneep. Schoot het door me heen.
Minerva keek hem onbegrijpend aan en verplaatste haar blik naar mij, toen Sneep zijn schouders ophaalde.
"Is dat zo?" vroeg ze vol verbazing.
Het mompelen begon weer.
"Eh…" begon ik. "Nou,"
Ik wist niet hoe ik het moest zeggen, dus ik keek naar de grond en knikte verslagen. Ik voelde mezelf warm worden.
"Nou, dat wil ik dan wel eens zien," zei een vrouw waarvan ik dacht dat het professor Stronk was vol nieuwsgierigheid.
Ik keek haar aan. Geen twijfel mogelijk. Klein en gedrongen en haar handen zwart van het zand. Dat leek vrij goed op de schrijfsters, Rowlings, beschrijving.
"Eh… U bent professor Stronk, nietwaar? Lerares Kruidenkunde?" zei ik aarzelend en mijn gelijk werd bewezen toen professor Stronk zich blozend richtte tot haar buurvrouw, een imponerende vrouw met kort grijs haar met een fluitje in de vorm van een veer om haar nek. De enige lerares die dat kon zijn was…
"Madam Hooch, toch?" zei ik tegen haar. "Vliegen?"
En ja hoor, ik had weer gelijk. Nu begon iedereen door elkaar te roepen. Vragend of ik hen ook kende. Professor Anderling stond er aan de grond genageld en ik keek maar een beetje naar de neuzen van mijn schoenen. Ik schaamde me kapot. Mijn humeur was aan diggelen.
Bedankt Severus Sneep.
Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar hem. Hij stond rustig te kijken naar alle commotie en ik ving zijn blik. Hij had een lichtje van plezier in zijn ogen en ik gaf hem een ijskoude blik.
Ondertussen was het professor Anderling weer gelukt om stilte te krijgen.
"Hoe weet je dat, meisje?" vroeg ze aan me, vol verbazing.
Puh, meisje. Dacht ik geërgerd. Ik ben al zeventien, hoor. Bijna volwassen.
En dat zei ik ook: "Professor Anderling, het spijt me, maar ik ben al zeventien. Bijna volwassen dus, en ik wordt eigenlijk niet zo graag meer meisje genoemd."
Ik schrok zelf een beetje van mijn brutaliteit, maar Anderling trok enkel even haar wenkbrauwen op en zei: "Je weet mijn naam dus ook. Maar wat wij graag willen weten is, hoe je onze namen kent."
"Ja, nu heb je mij ook heel erg nieuwsgierig gemaakt, juffrouw Sanders," klonk de stem van Perkamentus uit de deuropening. Alle gezichten richtten zich tot het schoolhoofd. Ik zag dat hij inderdaad de ondeugende schittering in zijn ogen had wanneer hij zich amuseerde. Hij kwam voor me staan.
"Je lijdt dan misschien aan geheugenverlies, maar hier weet je toch best wel veel van. Iets teveel eigenlijk."
"Nou eh… het zit zo."
God, waarom voelde ik me nou zo betrapt. Ik kan nauwelijks uit mijn woorden komen.
Een nieuwe herinnering kwam bij me op. Ik zat voor een klas en ik moet mijn spreekbeurt houden. En ik kon het niet. Black-out. Dit lijkt er verschrikkelijk veel op, alleen nu zijn het volwassenen die me aan zitten te staren. Ik keek naar de gezichten van alle leraren en werd helemaal warm. Snel keek ik weer naar de grond.
"Ehm… ikke…" stamelde ik.
"Nou, komt er nog wat van?" kwam de treiterende stem van Sneep en ineens woedend keek ik op.
"Ik herinnerde het me vanmorgen," zei ik hatelijk tegen hem. Ik richtte me op Perkamentus. Die keek me tenminste niet zo alwetend aan.
"Ik herinnerde me dat ik gek was op lezen. En voornamelijk boeken van de schrijfster J.K. Rowling."
"Toch niet Joanne?" vroeg professor Perkamentus.
"U kent haar?" vroeg ik verbaasd.
"Nou, als je het hebt over Joanne Rowling, dan ja. Ze zat hier op school, Ravenklauw," antwoordde hij met een glimlach. Ik hoorde andere leraren bevestigend mompelen. "Dus ze heeft boeken geschreven? Ik dacht altijd al dat ze zoiets zou gaan doen."
"Jazeker heeft ze boeken geschreven. En wat voor boeken. Ze worden over de hele wereld gelezen. Hebben honderden prijzen gekregen en iedereen zit op het puntje van zijn stoel, te wachten totdat deel vijf uitkomt," vertelde ik vurig, mijn verlegenheid vergeten.
"Deel vijf?" vroeg professor Anderling.
"Jazeker," zei ik. "De boeken gaan namelijk over iemand die jullie allemaal kennen. De meeste kunnen wel met hem overweg, maar sommige…" en ik keek naar professor Sneep, bij wie het begon te dagen. Waarschijnlijk herinnerde hij zich wat ik de vorige dag had gezegt.
"Je hebt het toch niet over Harry Potter, hoop ik," zei hij nors.
"U hebt de eerste prijs gewonnen!" riep ik vrolijk, terwijl hij me nog steeds ijzig aankeek. Mijn humeur was weer opperbest en zo te horen had ik anderen aangestoken, want hier en daar hoorde ik gelach. Perkamentus lachte ook en ik zei tegen hem: "Rowling schrijft over Harry Potters avonturen hier op school. Ik had vanmorgen aan madam Plijster gevraagd in welke klas hij zit en het klopt. Hij zit nu in de vijfde en Rowling is het vijfde boek aan het schrijven. Daarvan ken ik jullie allemaal."
Ik stond te glunderen. Er werd overal weer druk gepraat. Ik hoorde hier en daar ook enkele ongeruste stemmen, dus zei ik nog iets om hen gerust proberen te stellen: "Maar iedereen denkt dat het maar fantasie is, niemand gelooft het ook echt. Het is alleen heel erg leuk om te lezen."
"Dat is maar goed ook," zei Perkamentus. "Al weet ik zeker dat als er kinderen zijn die er wel in geloven, er toch niet ver mee komen. We zijn te goed beschermd."
"En dat is maar goed ook," gromde Sneep.
"Juffrouw Sanders, je weet alles wat er de afgelopen vier jaar hier op Zweinstein heeft afgespeeld? Alles wat Harry Potter heeft meegemaakt?" vroeg Perkamentus serieus en ik wist waar hij het over had. Ik knikte.
"Ja, maar toen ik het las vond ik het alleen maar spannend. Nu ben ik doodsbang," zei ik zacht, verwijzend naar de terugkeer van Voldemort. "Arme Kannewasser. Hij is echt gestorven, nietwaar?"
Alle blikken rondom versomberden en ik zag enkelen ook doodsbenauwd kijken.
"Ja, dat was inderdaad een treurige zaak, maar helaas onvermijdelijk," zei Perkamentus treurig. Het was weer helemaal stil totdat er beweging kwam in de hoek waarvan ik had gedacht dat die niet meer zou kunnen bewegen. Sneep kwam op ons afgelopen.
"Ik geloof dat we vergeten waarom we Samantha hier hebben gebracht," zei hij met een kille stem en een ijzige blik.
"Inderdaad. Laten we beginnen," antwoordde Perkamentus. "Minerva?"
Sorteren, dacht ik snel. O nee, ik heb me wel vaak op internet laten sorteren, maar dit is echt. Dit is echt écht. Ik vraag me af in welke afdeling ik zou komen.
Professor Anderling ging door een deur en Perkamentus richtte zich tot mij.
"Je weet wat we gaan doen?" vroeg hij.
"Ja, de sorteerhoed gaat me plaatsen in een van de afdelingen," zei ik met een zucht. "Griffoendor, Huffelpuf, Ravenklauw of Zwadderich."
"Precies," Perkamentus glimlachte. "Je zult eten aan de tafel van je afdeling en slapen in de slaapzaal van je afdeling, sinds je geen leraar bent."
"Ik had alleen nog één vraag."
Professor Anderling kwam de kamer weer binnen met het krukje en de sjofele oude punthoed. Ik bleef gespannen op mijn plek staan en Perkamentus keek me aan.
"Ik wordt ingedeeld, en dan?" vroeg ik een beetje nerveus. "Ik ben zeventien. Ik vind het echt geweldig om hier te zijn, maar ik zit liever niet weer in een klas met twintig overenthousiaste tien-jarigen. Dat heb ik allemaal al gehad."
Professor Sneep tilde een wenkbrauw op en Perkamentus lachte even.
"Wees maar niet bang, we zetten je niet in een groep waar je niet thuis hoort."
"Nou, dat is geruststellend, dat kan alle kanten op," zei ik een beetje verontwaardigd. Het was eruit voordat ik er erg in had.
Hoe weet hij nou waar ik thuis hoor?
"Daar heb je gelijk in," zei Perkamentus met iets van waardering in zijn stem. "De lessen die je volgt zullen apart zijn van de andere klassen. Leraren hebben hier en daar altijd wat uren vrij en die zijn dan voor jou. Je educatie zal als gevolg ook sneller zijn. Eventuele punten die je verdient, zullen worden toegevoegd aan de punten die de andere leerlingen verzamelen. Kortom: Je zult gewoon als een leerling hier op school zijn, maar dan privé lessen krijgen."
Ik dacht snel na. Privé lessen, hè? Klinkt niet slecht. Ook al zit ik dan niet in een klas en leer daardoor geen andere leerlingen kennen. Zoals Perkamentus al zei, ik leer zo veel sneller. Als ik iets snap kunnen we verder gaan met de stof, we hoeven geen rekening te houden met anderen.
Er schoot me nog iets te binnen.
"Er is nog een probleem," en dit zei ik zo serieus dat ik ongeruste blikken kreeg toegeworpen. "Ik heb geen geld." Ik keek Perkamentus is zijn ogen. "Ik heb helemaal niets meer. Ik heb niet eens vrienden waarvan ik het geld voor alle benodigdheden kan lenen."
Ik liet mijn schouders hangen en keek naar de vloer. Tranen vocht ik terug. Ik mócht niet gaan huilen, zeker niet voor zo'n hele groep volwassenen. Het was even stil.
Dat was het dan. Alles leek goed en wel, maar hier hadden ze niet op gerekend, dacht ik somber.
"Geld is niet het probleem hier," zei Perkamentus geruststellend. "Je kunt geld lenen van de school."
Hoopvol keek ik weer op. "Ik kan geld lenen van de school?"
"Jazeker. Dat kun je later, als je een baan hebt, weer terugbetalen," zei hij vriendelijk en hij boog zich naar me toe om nog iets te zeggen, iets alleen voor mijn oren bestemd. "Bovendien is het bijna kerstmis, nietwaar?"
Inderdaad. Morgen is het al 1 december. Maar ik heb geen vrienden die me iets zouden kunnen sturen.
Perkamentus zag dat ik nog steeds niet gerustgesteld was. "Ik zal er persoonlijk voor zorgen dat je niet overgeslagen wordt. Door niemand niet."
Ach, hij bedoelt het goed. Ik glimlachte en ging op het krukje zitten. Ik had gelukkig geen tijd meer om na te denken over het sorteren voordat Anderling de Sorteerhoed op mijn hoofd zette, ik zou alleen maar rare dingen gaan denken die me nog zenuwachtiger zouden maken dan dat ik al was. De hoed was ook te groot voor mijn hoofd, net als bij Harry, en het werd donker om me heen.
'Zo zo. Samantha,' kwam de stem van de hoed. 'Ook al is het vrij ongeloofwaardig, ik heb op je zitten wachten.'
'Op mij zitten wachten?' Dacht ik verbaasd.
'O ja, zeker,' zei de hoed mysterieus. 'Nou, waar zal ik je plaatsen?'
Terwijl ik de hoed door mijn hoofd voelde wroeten, kon het me eigenlijk niet heel erg veel schelen waar ik werd geplaatst.
'Ook al zie ik weinig van mijn medeleerlingen, mijn punten beslissen echter wel wie de Afdelingsbeker wint.'
Ik speelde even met de gedachte hoe de andere leerlingen verbaasd keken wanneer ik een keer een hoop punten haalde voor mijn afdeling en ze niet wisten waar ze vandaan kwamen.
'Ah, ik weet het,' zei de hoed uiteindelijk. "ZWADDERICH!"
Ik schrok. Zwadderich? Dat had ik niet verwacht. Geschrokken ging ik staan en trok de hoed van mijn hoofd. Ik zag de verraste gezichten van de leraren.
Het kan geen Zwadderich zijn. Ik had zelf aan Griffoendor gedacht, misschien zelfs Ravenklauw, of Huffelpuf. Maar Zwadderich waren de amitieuze, sluwe…….. misschien zelfs slechte mensen. Ron had het zelf tegen Harry gezegd. Uit Zwadderich kwamen de meeste duistere tovenaar. Zo iemand was ik toch niet? Zelfs Voldemort had in Zwadderich gezeten.
Ik keek naar de hoed alsof het een dode kat was. "Maar ik kan niet in Zwadderich horen," fluisterde ik en keek verbouwereerd naar Perkamentus.
Die trok zijn wenkbrauwen op. "En waarom niet?"
"Omdat… omdat," stamelde ik. "Omdat ik eigenlijk een dreuzel ben. Is het niet zo dat kinderen in Zwadderich niets moeten hebben van dreuzels? Ik ben dreuzel in hart en ziel. Ik ben pas een heks geworden toen ik net zeventien was."
Ik herinnerde me wie er hoofd van Zwadderich was en keek geschokt naar professor Sneep, die eruit zag alsof hij een spook had gezien.
Al is het zien van een spook in deze wereld niet zo ongewoon.
Perkamentus schudde zijn hoofd. "De Sorteerhoed heeft gesproken en hij heeft het nog nooit mis gehad." Hij keek me met lichtjes in zijn ogen aan.
"Het spijt me," voegde hij toe, maar ik hoorde het niet terug in zijn stem. Hij richtte zich tot professor Sneep en zei: "Severus, het is nu jouw verantwoordelijkheid dat ze zich hier thuis gaat voelen."
Met gemengde gevoelens keek ik naar Sneep. Ik wist niet wat ik van deze man kon verwachten. Hij keek terug met afgrijzen.
"Ik zal mijn best doen," zei hij sarcastisch. "Dat is, als ze zich er thuis wilt voelen. Ik ben het met haar eens, professor, weet je zeker dat ze in Zwadderich thuis hoort?"
"Ik zeg het nogmaals, mijn beste Severus, de Sorteerhoed heeft gesproken en hij heeft het nog nooit mis gehad," antwoordde Perkamentus en veranderde het onderwerp.
"Severus, zoals je weet, zijn al de slaapzalen van de afdeling Zwadderich vol. Ik zelf had ook niet verwacht dat ze in die afdeling terecht zou komen."
"Dus je geeft toe dat je ook zo je twijfels hebt?" vroeg Sneep kil, maar Perkamentus schonk geen aandacht aan die opmerking en ging door.
"Je zult dus een nieuwe kamer moet inrichten, Severus." Hij glimlachte weer naar mij. "Het ziet ernaar uit dat je toch een eigen kamer krijgt, juffrouw Sanders."
Zwakjes glimlachte ik terug. Ik zuchtte.
Ach, ik zal er het beste van moeten maken, dacht ik. Misschien klopt het wel. Misschien ben ik wel ambitieus. Maar ik ben absoluut niet slecht.
Ik legde me erbij neer dat ik voortaan als vijand van de school gezien zou worden, in ieder geval door alle andere leerlingen die niet in Zwadderich zaten.
Ik krijg nu wel de kans om Draco Malfidus beter te observeren. Kijken of hij echt zo onuitstaanbaar is als Harry Potter beweert. Ik ga bewijzen dat er ook aardige mensen in Zwadderich kunnen zitten, dacht ik vastbesloten.
"Dan zal ik dat nu maar meteen gaan doen," zei Sneep onwillig en liep met grote stappen aan. "Volg me, juffrouw Sanders." Zei hij tegen mij terwijl hij langs me af liep.
Ik keek nog even snel naar de leraren die me blikken vol medelijden toewierpen voordat ik Sneep haastig de deur uit volgde.
