YEAH! Weer een nieuw hoofdstuk! Ik hoop dat jullie het iets vinden…

Eleanor Larathiel Thanks! Keep me motivated! Ik heb nu tijd, dus ben ik als een gek aan het schrijven. Misschien als ik het weer druk krijg dat het wat minder wordt, maar als je blijft reviewen zal dat niet gebeuren.


HOOFDSTUK 5
Starende blikken
Samen met Evelien liep ik de leerlingenkamer door. Hoofden draaiden zich allemaal in mijn richting en gesprekken verstomden. Evelien merkte het ook en keek me even aan. Schaapachtig glimlachte ik naar haar en haalde mijn schouders op. Toen we door de muur waren zuchtte ik even diep en leunde tegen de muur. Ik was blij dat we daar weg waren, ik kon er nooit zo tegen als mensen naar me keken.
"Jeetje, het is net alsof ze nog nooit een meisje hebben gezien," zei ik lacherig tegen Evelien.
Ze glimlachte even zwakjes en liep door.
"Tja, iedereen is een beetje geschrokken van wat er was gebeurd," antwoordde ze toen ik langs haar ging lopen.
"Hoezo?" vroeg ik nieuwsgierig. "Wat is er gebeurd?"
"Nou, toen je die aanval kreeg kon iedereen je horen gillen."
"Heb ik zo hard gegild dat ze het in de leerlingenkamer hoorde?" vroeg ik verbluft en dacht aan de lange trap die de leerlingenkamer van haar slaapkamer scheidde.
"Nou, niet hard geschreeuwd op die manier," zei Evelien twijfelend en ze bleef staan. Serieus keek ze me aan.
"Iedereen hoorde je in zijn hoofd. Het deed verschrikkelijk veel pijn."
Ik keek haar met grote ogen aan en begon te lachen. "Hè? Dat meen je niet!"
"Jawel, dat meen ik wel en het is niet echt om te lachen." Ze bleef me serieus aankijken en ik hield mijn lach in. "Waarschijnlijk heeft de hele school je gehoord."
Ze liep weer aan en ik moest me haasten om haar weer in te halen.
"Maar… Hoe?" vroeg ik geheel sprakeloos.
Evelien haalde haar schouders op en in stilte liepen we naar de Grote Zaal. Ik wreef even over het kleine tekentje achten mijn oren.
'Misschien heeft het iets te maken met mijn nieuwe krachten. Misschien is het een kracht van een feniks.' Dacht ik nog steeds verbaasd.
Een beetje onwennig zat ik aan de lange eettafel van Zwadderich met tegenover me Evelien die me druk aan het bestuderen was. Dat maakte me een beetje zenuwachtig en ik richtte mijn aandacht ergens anders op.
Alles zag er precies zo uit als ik me had voorgesteld toen ik het boek had gelezen. Het plafond van de Grote Zaal was prachtig. Echt net alsof je onder de blote hemel zit. Duizenden kaarsen in gouden kandelaars zweefden boven de tafels en de kleden op de tafels waren prachtig versierd met de huiskleuren en tekens. Het enige wat iets anders was als dat ik had verwacht, was de grootte van de zaal. Het was enorm. Zo groot kun je je iets niet voorstellen, het was een klein beetje intimiderend.
Leerlingen van alle huizen kwamen langzaam binnendruppelen. Ik voelde blikken branden en verlegen bleef ik naar het kleed staren. Gedachteloos streek ik over een van de geborduurde groen en zilveren slangen. Evelien zag dat ik me een beetje verloren voelde en zocht naar woorden om een gesprek te beginnen.
"Ehm… Dus, hoe oud ben je eigenlijk? Volgens mij wat ouder dan mij, niet?"
"Eh… ja, ik ben achttien. Geworden afgelopen juni," zei ik zonder mijn blik van het tafelkleed te halen.
"Achttien?" vroeg ze verbaasd. "En nu pas op Zweinstein? Ben je nog naar een andere school geweest? Voor Magie, bedoel ik dan?"
"Nee, ik heb mijn krachten pas gekregen toen ik achttien werd." Met een sombere glimlach keek ik haar aan.
"Wat deed je voordat je krachten had? Je ging zeker naar een dreuzelschool?"
Herinneringen kwamen weer bij me op en ik keek snel weer naar het kleed. "Ik… Ik wil er eigenlijk niet over praten. Misschien een andere keer, ja?"
"Oh," zei ze. "Oké, als jij dat wilt."
Hoopvol keek ik haar weer aan. "Laten we het over jou hebben."
"Goed, wat wil je weten?"
Maar voordat ik wat kon vragen vroeg Perkamentus om de aandacht van iedereen.
"Mag ik iedereens aandacht even lenen?" Klonk zijn heldere stem door de volle zaal. "Op deze dag mogen we een nieuw gezicht welkom heten. Graag wil ik aan iedereen Samantha Sanders voorstellen die zich bij ons heeft gevoegd na vier maanden in coma gelegen te hebben. Ze zal een iets ander rooster hebben dan ieder van jullie, maar misschien komt ze een dezer dagen in een van jullie klassen kijken. Ik hoop dat jullie zullen proberen om haar hier thuis te laten voelen. Samantha, ga eens staan."
Onwillig ging ik staan en ik wist toen zeker dat iedereen naar me keek. Gelukkig had ik mijn haren los hangen, want mijn oren gloeiden als hete kolen.
"Nu wil ik dat iedereen Samantha even hartelijk welkom heet."
Er dreunde een harde 'Welkom Samantha' door de zaal en toen stond het eten op tafel.
Blij dat ik weer kon zitten plofte ik op de bank neer en grijnsde schaapachtig naar Evelien.
"BLIJ dat dat over is," zuchtte ik opgelucht en schepte snel wat eten op.
"Kan ik me iets van voorstellen," zei een jongen die langs me zat.
Ik draaide me naar hem toe en zag dat het een vrij jonge jongen was met donker haar en blauwe ogen.
"Sorry, Jasper Meeuws, derde jaar." Stelde hij zich voor en ik schudde zijn uitgestoken hand.
"Is het waar wat ze zeggen? Was die verschrikkelijke gil van jou?" vroeg hij opgewonden.
Ik zuchtte. "Ja, die was van mij."
"Wauw, gaaf!" riep hij bewonderend. "Perkamentus zei dat je een ander roosten hebt dan ons, hoe zit dat nou?"
'Nieuwsgierig ventje.' Dacht ik en keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan.
"Nou, Samantha hier is al achttien en gaat voor het eerst naar een school voor magie. Ze heeft dus nog heel wat in te halen en je kunt haar moeilijk bij de eersteklassers plaatsen," antwoordde Evelien voor mij.
Jasper keek haar aan.
"Sorry, Evelien Linden, vijfdejaars," zei ze en stak haar hand uit.
"Ben jij ook nieuw hier?" vroeg hij haar nadat hij haar hand had geschud.
"Nee, mensen hebben de neiging om altijd over me heen te kijken," zuchtte ze. "Ik word daar een beetje ziek van, eerlijk gezegd."
"Laten we daar dan wat aan veranderen, meid!" Zei ik vrolijk.
"Ik zou niet weten hoe."
"Nou, er is al een ding waardoor je nu in ieder geval iets meer opvalt," zei ik mysterieus.
"Wat dan?"
"Nou, je gaat met mij om," grapte ik en gaf haar een knipoog. "Grapje."
"Misschien moet ik wat aan mijn uiterlijk doen," zei ze een beetje wanhopig. "Kun je me helpen?"
Ik keek naar haar lange stroblonde haar wat slap langs haar gezicht viel.
"Doe je wel eens een staart?" vroeg ik haar.
"Alleen als we Toverdranken moeten brouwen doe ik een losse staart."
"Laten we na het eten wat gaan verzinnen op mijn kamer, eerst moet je me vertellen over alle leraren en vakken. Bijvoorbeeld: Wie is dat verschrikkelijke mens langs Perkamentus?"
Ik wees naar een klein vrouwtje met kort, krullerig, peper-en-zoutkleurig haar en een afzichtelijke roze haarband, die dezelfde kleur had als het pluizige roze vest dat ze over haar gewaad droeg.
"Dat? Dat is professor Omber. Aangesteld als leraar Verweer tegen de Zwart Kunsten door het ministerie, omdat Perkamentus geen nieuwe professor kon vinden."
En ze vertelde me, soms onderbroken door Jasper, het hele verhaal over hoe Omber de lessen van andere leraren kwam inspecteren en hoe saai ze het vak Verweer tegen de Zwarte Kunsten had gemaakt.
"We leren nu geen spreuken meer! We moeten ze aan het eind van het jaar zomaar kunnen doen, terwijl we alleen maar over ze lezen!" riep Jaspter verontwaardigd.
"Ja, maar wat wel leuk is, is dat sommige leerlingen haar hele moeilijke vragen gaan stellen zodat ze helemaal over haar toeren raakt. Jammer genoeg heeft Harry ook al een aantal keren zijn geduld verloren omdat niemand hem geloofd dat Voldemort terug is. Weet jij daar iets van?" vroeg Evelien.
"Eh… Ja, als ik dat boek moet geloven is hij werkelijk terug en heeft Harry een verschrikkelijke tijd meegemaakt."
"Welk boek?" vroeg Jasper meteen.
"O, dat boek!" zei Evelien en keek me indringend aan. "Ik heb ze alle vier op je nachtkastje gelegd."
"Je hebt ze gezien?"
"Ja, maar er stond niets in."
Ik schrok. 'Hoezo er staat niets in? Dat kan niet!'
"Daar moeten we het zo dan ook over hebben, maar als ik jullie was, zou ik Harry geloven."
"Misschien stelt hij het op prijs als je hem dat een van deze dagen ook zegt. Hij word eigenlijk verschrikkelijk behandeld door iedereen. Nu we het toch over Harry hebben. Ik weet dat ik zelf ook in Zwadderich zit, maar soms heb ik daar echt een hekel aan. Je kent Malfidus denk ik wel, he?"
"Jazeker. Wat heeft hij gedaan?"
"Hij heeft ervoor gezorgd dat Harry en die twee van Wemel een speelverbod voor zwerkbal hebben gekregen."
"Wat? Harry mag geen zwerkbal meer spelen?" riep ik verontwaardigd.
"Sssst! Niet zo hard!" siste Evelien me toe.
"Ja, dat is waar, wat is daar mis mee?" Hoor ik een lijzige stem achter me zeggen.
Ik hoorde aan de stem al dat het Draco Malfidus moest zijn. Mijn hersens werkten op volle toeren, maar ik kon niets verzinnen om terug te zeggen. Verveeld draaide ik me om en besloot hem alleen maar aan te staren.
Hij keek met opgetrokken wenkbrauwen terug. Ik dankte de hemel dat ik nooit zo rood werd.
"Wat is er, Sanders?" vroeg hij treiterend. "Je tong verloren?"
Nu werd ik kwaad en wist ik eindelijk iets terug te zeggen.
"Nee hoor, ik vroeg me alleen af of je ooit nog eens zonder begeleiding door Zweinstein zou mogen lopen," zei ik zogenaamd luchtig, doelend op Korzel en Kwast die dreigend naast hem stonden met hun armen over elkaar.
Ik kreeg geen antwoord, dus draaide ik me weer terug naar de tafel. Ik hoorde hem nog even grommen van ongenoegen, maar hij liep weg zonder nog iets te zeggen.
Ik wachtte tot hij weg was voordat ik begon te lachen. Ik lachte de zenuwen van me af.
"Kwal," zei Evelien richting Draco die de grote zaal uit liep.
"Zullen we ook maar gaan?" vroeg ik toen ik klaar was met lachen.
Evelien knikte en we namen afscheid van Jasper.
"Volgens mij mag je ook best wat make-up gebruiken," zei ik tegen Evelien terwijl we de zaal uit liepen.
"Mag ik dan wat van jou lenen?" vroeg Evelien. "Ik wilde het al een tijdje uitproberen, maar ik heb niets."
"Natuurlijk meid," zei ik joviaal en grijnsde.