Disclaimer-time! The wonderful world of Harry Potter isn't mine, hoe graag ik dat ook zou willen. Alleen Samantha, Evelien en Jasper zijn van mij J

Eleanor Larathiel Heej, heb je het tweede hoofdstuk niet goed gelezen? Is niet erg hoor, het werd ook maar heeeeeeeel snel genoemd. Haar krachten? Niemand weet dat, daar zullen we dan maar achter zien te komen. Maar goed, als je niet terug kijkt voor het tekentje, zul je toch snel genoeg weten, Evelien moet het ook weten natuurlijk. Ik vond het idee dat er alleen slechte mensen en dooddoeners in Zwadderich zitten ook absurd, daarom kwam ik op het idee. Bedankt voor het aanbod, maar deel vijf is inderdaad al uit in het Nederlands. Maar misschien kan ik je hulp toch wel gebruiken met mijn andere verhaal. Ik probeer 'Ramona' in het engels te vertalen, maar veel woorden weet ik niet en ik soms weet niet of ik de goede woorden gebruik, dus als je het een keer over zou willen lezen voordat ik het post zou ik je heeeeel erg dankbaar zijn. Alvast bedankt en veel leesplezier.


HOOFDSTUK 6
Professor Dorothea Omber
"Nee, dat is het ook niet," zei ik terwijl ik keek naar de zwart opgemaakte ogen van Evelien.
"Gelukkig, want echt mooi vind ik het ook niet."
Evelien had zich al enkele keren opgemaakt met mijn make-up, maar het was steeds net iets té.
"Ik geloof niet dat ik de goede kleuren heb voor jou. Deze zijn allemaal veel te donker," zei ik en ik graaide door mijn make-up tasje. "Jij hebt lichte kleuren nodig, maar ook weer niet te licht, want dan zie je het niet op die bleke huid van je."
Evelien poetste de oogschaduw van haar gezicht, maar het lukte niet helemaal om het oogpotlood onder haar ogen te verwijderen en een beetje wanhopig keek ze me aan.
"Hé, dat is het!" riep ik uit.
Er was een heel dun lijntje oogpotlood onder haar ogen blijven zitten en dat accentueerde haar lichte ogen erg mooi.
"Wacht, ik weet wat," zei ik en rommelde door mijn make-up.
Ik pakte grijze oogschaduw, wat mascara en toen zag ik iets wat me wel beviel: zilveren glitters. Ik grijnsde Evelien toe die me een beetje achterdochtig aankeek.
"Hah! Dit wordt perfect!"
En ik begon te 'schilderen'. De grijze oogschaduw als een soort eyeliner een beetje vervagen net boven haar wimpers, de glitters op haar oogleden en wat donkere mascara en het was af.
Verbaasd keek Evelien in de spiegel.
"Wauw!" riep zei ze verbluft. "Mooi!"
"Ja hè?" zei ik trots. "Nu komen je mooie lichte ogen goed uit."
"Ja, ik vind het wel wat."
"Nu je haren nog. Volgens mij wordt dat lastig. Het is zo dun," zei ik en voelde aan haar haren. "maar misschien weet ik wel wat."
Ik probeerde een heleboel soorten kapsels uit (voor mijn gevoel dan, want zoveel ken ik er niet) en ze stonden haar allemaal heel erg mooi.
"Deze vind ik het mooiste," zei ze en draaide rond voor de spiegel.
Ik had haar haren op een staart gedaan en met een klip haar haren omhoog gestoken. Om alles een beetje op zijn plaats te houden had ik een klein klemmetje gebruikt.
"Is er eigenlijk dit jaar een soort bal?"
"Jazeker, met kerstmis," antwoordde ze.
"En wanneer is dat?" vroeg ik, ik had nog steeds geen goed tijdsgevoel.
"Nou,25 december natuurlijk," antwoordde ze alsof het vanzelfsprekend was dat ik wist wanneer dat nou was. Ik keek haar een beetje vragend aan.
"Dat is dus over ongeveer drie weken," zei ze. "met kerstmis, in de eerste week van de vakantie."
"Zullen we dit kapsel voor dan bewaren?" vroeg ik.
"Ja, dat is goed. Ik kan nog wel even doorgaan als een grijs muisje," zei ze, nog steeds in de spiegel starend.
"Dan moet ík wel weer een ander kapsel verzinnen," mopperde ik.
Ze lachte en ik liep terug naar de kamer terwijl ze zichzelf nog aan het bewonderen was voor de spiegel.
"Nou, kom op, straks staar je er alle schoonheid vanaf!" zei ik plagend en met een zucht liet ik me in een van de grote leren stoelen ploffen.
"Je hebt wel mooi uitzicht hier," zei Evelien toen ze voor het raam stond. Ik wist daar niets op te zeggen en zei maar niets. Ze kwam langs me zitten en staarde in het vuur.
"Enne… wat voor vakken heb jij? Beetje interessant?" vroeg ik haar.
"Hmm, gaat wel. Ik heb eigenlijk de meest gangbare vakken, vakken die iedereen kiest. Transfiguratie, Kruidenkunde, Toverdranken, Geschiedenis van de Toverkunst, Verweer tegen de Zwarte Kunsten, Spreuken en Bezweringen en Verzorging van Fabeldieren."
"Zijn dat alle vakken die ze hier geven?"
"O nee hoor, je hebt ook nog Waarzeggerij, Vlieg of Zwerkballes, Astronomie, Voorspellend Rekenen, Leer der oude Runen en Dreuzelkunde. Op zaterdag zijn er ook nog Magische Schilderkunst, Handwerken met Magie en Magie in de Muziek voor wie wil. Volgens mij zijn er ook nog Kooklessen en Zelfverdediging voor in de Dreuzelwereld, enkele clubs voor schakers, fluimstenen en om kaarten te ruilen. Soms organiseert de school ook een duelleerclub, maar dat mag nu niet van Omber. Weet je, ik denk dat Omber probeert hier alle touwtje in handen te krijgen, dat ze bezig is om Perkamentus weg te werken," zei Evelien bedenkelijk zonder haar ogen van het vuur af te halen.
Ze gaf zoveel informatie in één keer dat het even duurde voordat ik wist waar ik nou precies op moest reageren. Het schokkendste was natuurlijk de informatie die ik kreeg over Omber en besloot het daar over te hebben.
"Ja, denk je dat?" vroeg ik haar verbaasd. "Hoe weet je dat allemaal?"
"Ach, ik kijk goed rond en luister naar andermans gesprekken. Daar ben ik goed in," zei Evelien en haalde haar schouders op. Toen keek ze me aan. "Ik heb ook iets gehoord waar Omber niet zo blij mee zal zijn als ze het te weten komt."
"Wat dan?" vroeg ik met lichtjes in mijn ogen en leun voorover.
Evelien kwam dichterbij en keek even naar de deur.
"Nou, ik heb gehoord dat Harry een soort van duelclub heeft opgericht en dat ze elkaar regelmatig ontmoeten op een geheime plaats om spreuken te oefenen," zei ze mysterieus.
"Hmmm, misschien een idee om Harry een keer daarop aan te spreken? Ik wil wel meedoen," zei ik bedachtzaam. "Maar ja, dan moet maar blijken dat ik spreuken kan uitvoeren."
"Ach, natuurlijk wel!" zei Evelien bemoedigend.
"Maar nu moeten we naar bed, we moeten morgen vroeg op!" zei ik met een blik op de klok die op elf uur stond. "Ik moet me morgen om acht uur melden bij het kantoor van Sneep."
Ik trok een vies gezicht.


Ik was extra vroeg opgestaan om maar niet te laat te zijn bij Sneep. Hij was wel het type om me meteen na te laten komen op mijn eerste dag, dus om half acht was ik naar het ontbijt gesneld en had even een broodje naar binnen gestouwd om meteen naar de kerkers terug te rennen.Dus stondiktien minuten voor acht, te vroeg, te wachten tot Sneep me zou roepen. Hoewel het me niet zo trok om te gaan shoppen met Sneep, had ik wel zin om de Wegisweg te zien.
Na vijf minuten ging ik met een zucht zitten.
Na tien minuten (het was acht uur!) stond ik maar weer op, want misschien had Sneep het er wel niet zo op als ik hier zou zitten. Hijzou me kunnen straffen voor… weet ik veel, lui zijn? Hijzouvan alles kunnen verzinnen.
Vijf over acht – Is Sneep ooit laat? Ach, voor alles moet een eerste keer zijn.
Tien over acht – Als hij er over vijf minuten nog niet is ga ik gewoon rondkijken in zijn kantoor. Misschien ligt hij nog wel te slapen. Ik giechel bij de gedachte van Sneep in een badjas.
Kwart over acht – Oké, nu ga ik naar binnen.
Een beetje zenuwachtig klopte ik op de deur. Niemand antwoordde dus voorzichtig opende ik hem en gluurde naar binnen. Ik zag niemand en opende de deur helemaal.
"Hallo?" riep ik vanuit de deuropening. "Professor Sneep?"
Weifelend stapte ik naar binnen. Er was inderdaad helemaal niemand en nieuwsgierig keek ik rond. Tegen de muren stond het helemaal vol met rekken vol flessen en potten met dieren op sterk water, behalve op de plaats waar een grote openhaard was. Voor die open haard stonden twee leren stoelen, ongeveer dezelfde als die bij mij in de kamer stonden. Op een verhoging achter in de kamer stond een bureau met allerlei papieren erop. De kasten erachterwaren niet gevuld met glazen potten en flessen, maar met boeken. En wat zou het kantoor van een professor toverdranken zijn zonder een grote ketel waar een of ander drankje in zat te pruttelen? Die was er ook, midden in de kamer. Grote groene wolken kwamen er vanaf en nerveus keek ik om me heen.
Hoort dat wel? Straks ontploft hij en denkt Sneep dat ik het gedaan heb. Nou ja, hier is hij in ieder geval niet, dacht ik en stapte weer naar buiten.
Ik stond weer op de gang entoen hoorde ik stemmen komen.
"… hoop dat ik u niet teveel op hou," zei een hoge, meisjesachtige stem.
Wat daarop werd geantwoord verstond ik niet, maar dat hoefde niet want de sprekers kwamen de hoek om gelopen en ik zag dat Sneep werd vergezeld van een klein vrouwtje in een knalroze vest – Dorothea Omber.
Geweldig, dacht ik.
"Als u het niet erg vind, ik moet eerst even naar mijn slaapdrank gaan kijken," zei Sneep tegen haar, wierp een blik op mij en gebaarde dat ik hem moest volgen. Omber volgde zonder toestemming.
Terwijl Sneep in zijn drank roerde en er druk mee aan de slag ging – de grote groene wolken waren inderdaad niet goed – werd ik van top tot teen bekeken door Omber.Onverstoord keekik terug.
Hoe kan iemand zo'n slechte smaak hebben qua kleding? Vroeg ik mezelf geamuseerd af terwijl ik haar gifgroene schoenen en roze vest bekeek.
"Dus jij bentzeventien jaar, heb ik dat goed begrepen?" vroeg ze met haar irritante stem.
"Jazeker."
"En je gaat nu pas naar een school voor Magie?"
Ik zuchtte. "Dat is correct."
Ze maakte een of ander vreemd geluidje met haar keel en bekeek me nog eens goed.
"En wat voor indruk maakt Zweinstein bij iemand als jij?"
"Iemand als ik? U bedoelt iemand die altijd al als dreuzel geleefd heeft?" vroeg ik en het lukte me om mijn stem niet beledigd te laten klinken,maar dat was ik wel.
Ze knikte.
"Ik vind het overweldigend. Ik kan nog niet veel zeggen omdat ik hier pas twee dagen rondloop, maar tot nu toe vind ik het hier geweldig, professor," zei ik eerlijk. Ze keek me even vreemd aan en leek een besluit te nemen.
"Ik zal je maar meteen waarschuwen voor een jongen uit Griffoendor, die zich heeft wijsgemaakt dat eh... Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden is teruggekeerd."
Ik deed alsof ik nog nooit van Voldemort had gehoord. En ja hoor: ze begon uit te leggen, wat ik eigenlijk best wel grappig vond.
"Zijn naam spreken we nooit uit. Je-weet-wel is een verschrikkelijke slechte tovenaar die vijftien jaar geleden is verslagen na jaren mensen te hebben vermoord. Hij is op miraculeuze verslagen door een jongen van amper een jaar en diezelfde jongen, Harry Potter genaamd, beweerd nu dat hij terug is gekeerd."
Ik deed alsof ik van niets wist, maar had ondertussen moeite om mijn gezicht in de plooi te houden."Harry Potter? Is dat niet die jongen waar ze het steeds over hebben in de krant? Ik heb gehoord dat hij vreemde aanvallen kreeg tijdens een les. Rare jongen."
"Dat is hem ja.Waarschijnlijk is de jongen helemaal doorgeslagen.Hij probeert nu mensen te laten geloven dat Je-Weet-Wel is teruggekeerd, wat helemaal niet waar is. Hij zaait alleen maar paniek en dat willen we natuurlijk voorkomen. Maar goed,als je daar iets van hoort, laat het mij dan weten, ja?" Ze keek me weer vriendelijk aan en ik probeerde mijn gezicht zo strak mogelijk te houden, want mijn maag kromp ineen van haar achterbaksheid. Ik besloot haar spelletje mee te spelen. Als ik Harry wil helpen, komt het misschien goed van pas om 'vrienden' te sluiten met Omber.
"Ja, dat is goed. Zodra ik wat hoor, kom ik naar u," zei ik en meteen schoot er iets wat Evelien had gezegd door mijn hoofd: 'ik denk dat Omber probeert hier alle touwtje in handen te krijgen, dat ze bezig is om Perkamentus weg te werken.'
Als ik in een goed blaadje bij Omber wil komen te staan, kan ik ook doen alsof ik ook niets moet hebben van Perkamentus,
bedacht ik me toen.
"Ik denk niet dat het veel zin heeft om naar Perkamentus te stappen."
"O nee?" vroeg Omber belangstellend. "En waarom niet?"
"Nou, hij is nogal oud, niet?" probeerde ik.
"Ja, ja dat is hij zeker. Ik wist wel dat je een goeie meid was. Nou, prettig om met je kennis gemaakt te hebben, hoe was je naam ook alweer?"
"Samantha, professor, Samantha Sanders."
"Juist ja, ik zal je naam onthouden. Nou, nogmaals prettig om kennis met je gemaakt te hebben juffrouw Sanders, we spreken elkaar nog wel," zei ze vrolijk en schudde mijn hand. "Ik ben er vandoor, professor Sneep. Wij spreken elkaar ook nog wel."
Er kwam een grom van de man die over zijn ketel stond gebogen en Omber vertrok.