Eleanor Larathiel Echt fijn om een vaste lezeres te hebben! Bedankt dat je vind dat ik Omber en Sneep in karakter heb gehouden, ik vind het heel erg moeilijk.
Earwen Yeah! Ik heb een nieuwe lezer! Welkom! Dank je dat je mijn verhalen goed vind. Ik hoop dat je ze blijft volgen en ze net zo goed blijft vinden.
Een kort hoofdstukje
HOOFDSTUK 7
De Lekke Ketel
Ik wachtte even tot ik zeker wist dat ze weg was en draaide me met een ruk naar de deur die ik met geweld dichtsloeg. Mijn geamuseerdheid was omgeslagen in irritatie en woede terwijl Omber bezig was over Harry.
Woedend. Dat ben ik. Wat een achterbaks wijf! Iedereen tegen Harry opzetten!
"Hoe durft ze, na al wat hij heeft meegemaakt!" riep ik uit en ging ziedend op een van de leren stoelen zitten.
Sneep gromde nog een keer.
"Goh wat ben jij spraakzaam," zei ik geïrriteerd. Ik moest mijn woede gewoon even afreageren en het kon me niet schelen dat Sneep daar niet de goede persoon voor was. Misschien zou hij ooit wat terugzeggen en kon ik tenminste echt ruzie maken om stoom af te blazen.
Woedend staarde ik in het vuur. Ik snakte ernaar om er iets in te gooien, maar ik had niets dus sloeg ik mijn armen maar over elkaar.
De groene wolken die in het kantoor hingen verdwenen en ik zag dat Sneep zijn ketel had geleegd met behulp van een spreuk.
"Je drank verpest?" vroeg ik.
"Zo kun je het stellen," antwoordde Sneep en pakte iets van zijn bureau.
Lezend ging hij in de andere stoel zitten. Zwijgend wachtte ik af. Sneep was wel erg geduldig. Dat had ik eigenlijk niet echt verwacht. Wat ik niet had gezien was dat Sneep zich voortdurend stond in te houden.
"We gaan eerst kijken welke vakken je gaat volgen," zei hij kortaf. "Hier heb je een lijst."
Stil las ik het papier.
"Heb je een pen voor mij?" vroeg ik en keek Sneep aan.
Hij keek me donker aan en gaf me een grote veer en een inktpotje.
Onwennig nam ik de veer in mijn rechter hand en ging de lijst af.
Eens zien. Ik neem…
"Hoeveel vakken mag ik kiezen?" vroeg ik.
"Zeven."
Oké, zeven. Dan neem ik… Transfiguratie… Kruidenkunde… Toverdranken… Ik wierp een zijdelingse blik op Sneep. Verweer tegen de Zwarte Kunsten… Spreuken en Bezweringen… eh… Waarzeggerij neem ik niet en Vliegen zal ik ze hier ook niet aan doen… Verzorging van Fabeldieren en eh… Nee, niet Geschiedenis van de Toverkunst, veel te saai. Misschien Astronomie? Hoeveel heb ik er dan? Zeven. Zei Evelien niet dat er ook iets met muziek is?
"Geven ze geen soort van muzieklessen hier?" vroeg ik aan Sneep.
"Dat is voor in je vrije tijd. Op zaterdag," antwoordde die, nog steeds humeurig.
"Dan wil ik dat vak er ook nog bij, maar hij staat niet op de lijst," zei ik en las de lijst nog eens grondig door.
"Dat is, omdat muziek voor in je vrije tijd is. Je wordt er niet voor ingeroosterd. Iedereen kan er heen op zaterdagmiddag om één uur," legde hij ongeduldig uit.
"Ehm… Oké. Dan heb ik ze, denk ik," zei ik en gaf de lijst terug.
Sneep nam de lijst door en ik zag zijn wenkbrauwen samentrekken toen hij zag dat ik Toverdranken ook had gekozen, maar hij zei tot mijn grote verbazing niets, maar vouwde het papiertje op en stopte het weg.
"Ben je er klaar voor om met Brandstof te reizen?" hij keek me onderzoekend aan.
"Brandstof?" vroeg ik verschrikt en keek naar het vuur.
Met Brandstof ga je door de razende, smaragdgroene vlammen van de haard, dacht ik. Nee, dat durf ik niet. Nee, echt niet
"Wat is er? Durf je niet?" vroeg hij treiterend met een gemene blik.
"Jawel hoor," hoorde ik mezelf zeggen en pakte een beetje van het glinsterende poeder uit het zakje dat hij me aanreikte.
Wat doe ik? Ik durf dit helemaal niet, dacht ik bang, maar hield mijn gezicht in de plooi.
Ik ging vlak voor het vuur staan.
Ik durf dit niet, ik durf dit niet. Ging het door mijn hoofd, maar ik liet me niet klein krijgen. Jawel, je laat die Sneep eens zien dat jij dat wel durft, zei ik tegen mezelf en gooide het poeder in het vuur.
"Waarheen?"vroeg ik en hoorde dat ik vrij zeker klonk.
"De Lekke Ketel."
De vlammen werden groen en veel te hoog naar mijn mening, maar ik kneep mijn ogen dicht, riep 'De Lekke Ketel!' en stapte de haard binnen.
Mijn ogen gingen onbewust open en ik keek net op het laatste moment toch in het vuur. Allerlei beelden kwamen mijn hoofd weer binnen. Een kamer die in brand stond. Overal lichamen waarvan ik de gezichten niet wilde zien, maar ik kon ze niet buitensluiten.
Terwijl ik tussen de haarden door tolde zag ik de gezichten weer. Alle gezichten van mijn vrienden en mijn familie. Mijn ouders… mijn zus. Tranen liepen over mijn gezicht toen ik ergens hard op een vloer neerkwam. Ik kroop in een hoek van de kamer waar ik neergekomen was en sloeg mijn armen om mijn benen. Ik probeerde alle beelden uit mijn hoofd te bannen, maar diep van binnen zei een stemmetje dat dat niet zou lukken als ik zo bleef zitten. Ik begon mezelf overeind te duwen en mijn tranen weg te vegen. Ik zag hoe Sneep soepel de haard uit stapte en keek om zich heen. Blijkbaar zag hij me niet en daar was ik blij mee. Ik stond nog helemaal te trillen op mijn benen. Ik haalde een keer diep adem en schudde mijn armen om het weke gevoel weg proberen te gooien. Ik wreef nog een keer over mijn gezicht – 'ik hoop dat mijn make-up niet is uitgelopen'- en stapte op Sneep af.
"Hier ben ik," zei ik en produceerde een slap glimlachje en kruiste mijn armen.
Sneep keek me onderzoekend aan.
Ik zou willen dat hij daar mee stopte, dacht ik nerveus en keek ergens anders heen.
"Waar gaan we eerst heen?" vroeg ik om zijn aandacht van mij af proberen te halen.
"Ik denk dat jij eerst even moet gaan zitten en iets te drinken nodig hebt," zei hij nadenkend en bleef me aankijken.
Ik keek hem even aan en zuchtte.
"Is het zo duidelijk?" zuchtte ik en richtte mijn blik op de grond.
"Je staat te trillen op je benen en je ogen zijn rood," zei hij en trok een stoel voor me naar achter. "Ga zitten."
Dankbaar liet ik me in de stoel vallen en ging met mijn gezicht in mijn handen even bij zitten komen. Ik hoorde hoe een paar tellen later iets voor me op de tafel werd gezet en keek naar Sneep die tegenover me ging zitten. Onderzoekend keek ik hem aan. Hij had zijn ogen afgewend.
Sneep is aardig, dacht ik verbaasd en pakte de grote mok en rook eraan.
"Boterbier," zei Sneep en ik nam een slok.
De drank was heerlijk. De warmte verspreidde zich over mijn hele lichaam en het trillen hield op. Ik keek Sneep weer aan.
"Dank je," zei ik oprecht en Sneep keek me met een ruk aan.
"Geen dank," zei hij sarcastisch en nam een grote slok van zijn eigen mok.
"Nee echt, dank je," zei ik. "Voor alles."
Hij keek me recht aan en knikte. Het kan zelfs zijn dat ik heel even een kleine glimlach zag, maar het was zo kort geweest dat ik het me ook verbeeld kon hebben.
Terwijl ik mijn boterbier op dronk bedacht ik me iets. Sneep was dooddoener maar werkte als spion voor Perkamentus.
"Professor? Was jij er ook bij, toen…" Mijn stem stokte en ik staarde naar mijn lege mok.
Ik voelde Sneep naar me kijken. Langzaam zette hij zijn mok op tafel.
"Ik was er ook bij," zei hij langzaam. "Ik kon niets doen. Hij had ons niets verteld van wat wij zouden gaan doen, dus ik kon Perkamentus niet waarschuwen van tevoren."
Het was even helemaal stil, afgezien van het geklets van de andere klanten.
"Het spijt me," hoorde ik hem zacht zeggen en verbaasd keek ik op.
Sneep die zijn verontschuldigingen aanbied?
Ik zag dat hij ook naar het tafelblad zat te staren.
"Ik weet het," zei ik vriendelijk. "Het is niet jou schuld. Het is Voldemort."
Sneep keek me verbaasd aan.
"Zullen we nu maar mijn schoolspullen gaan kopen?"
