Disclaimer als vorige hoofdstuk

Earwen Wie weet. Misschien ooit. Maar je kent Sneep... Bedankt voor reviewen!


HOOFDSTUK 8
Het Zwarte Boek
We liepen door een besneeuwde Wegisweg. Het was al vroeg in het jaar begonnenmet sneeuwen en overal lag er een dik pak. Het was koud, maar daardoor ook rustig en dus kon ik alle winkeltjes rustig bekijken. Bij Madam Mallekin's Gewaden voor Alle Gelegenheden lieten we wat gewaden op mijn maat maken. Ik dacht aan het bal.
"Ehm, professor?" vroeg ik terwijl de meetlat de lengte van mijn armen aan het meten was.
Ik kon hem niet aankijken, want hij stond ergens achter mij tegen de muur aan geleund.
"Wat is er?"
"Eh… Met kerstmis wordt er een bal gegeven op Zweinstein, niet?" vroeg ik en ik hoorde hoe hij zich verplaatste.
"En wat is daarmee?" Hoorde ik hem achterdochtig vragen.
"Nou, eh… Ikke…"
"Je wilde er heen?" Hielp hij.
"Eh… ja, maar ikke…"
"Je hebt nog geen jurk," zuchtte hij.
"Eh, ja." Ik voelde me zo stom dat ik zoiets aan hem moest vragen. "Maar ik wil er zo graag heen."
Het bleef even stil. Ik zag dat de verkoopster met grote aandacht luisterde hoe dit gesprek zou doorgaan.
"Het is voor mij dé mogelijkheid om kennis te maken met andere leerlingen." Probeerde ik weer.
Toen er weer niets kwam keek ik hulpeloos naar de verkoopster en die keek met een kwaaie blik naar Sneep.
Ik hoorde hem zacht grommen.
"Oké, maar doe er niet te lang over en maak hem niet te duur. Ik ga vast je andere benodigdheden kopen. Ik ben over een half uur terug," zei hij waarschuwend en liep de winkel uit.
Ik kon wel springen van plezier.
"Rustig blijven staan, meid. Je wilt toch niet dat ik in je buik steek?"vroeg de verkoopster.
"Maar ik ben zo blij! Ik mag naar het kerstbal!" riep ik vrolijk.
De verkoopster was snel klaar met het uniform en we gingen een mooie kleur uitzoeken.
"Ik denk dat ik iets roods wil," zei ik terwijl ik naar de rollen glanzende stof keek. "Of toch iets groens?"
Ik streek verlangend over de donkergroene stof.
"Ik weet het niet. Wat denkt u?" Ik keek de verkoopster aan.
"Je hoeft me geen u te noemen, meisje," zei ze met een glimlach. "Ik denk dat beide kleuren je erg mooi zullen staan. Het ligt eraan of je erg wilt opvallen of niet. Rood trekt meer aandacht dan groen."
"Ik hou niet zo van aandacht, maar doe toch maar de rode," zei ik.
Tien minuten later stond ik in een prachtige donkerrode jurk die strak aansloot rond mijn middel en wijd uitliep vanaf mijn heupen. De lange mouwen liepen vanaf mijn open v-hals naar mijn handen waar ze vastzaten aan mijn middelvinger.
"Prachtig!"riep ik uitbundig.
"Ja, hij staat je goed," zei madam Mallekin tevreden.
"Hij is toch niet te duur hè?" vroeg ik toen angstig. "Ik heb namelijk geen geld van mezelf, maar moet het lenen."
"Ach meiske toch, helemaal geen geld?" vroeg ze met medelijden. "En je ouders dan?"
"Eh..." Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik keek naar de grond en slikte. "Ik heb geen ouders meer."
Ze keek me nog eens goed aan, maar ik ontweek haar blik.
"Weet je wat?" zei ze standvastig. "Voor jou wordt hij wat goedkoper. Nu rond de kerst heb ik genoeg klanten die dat goed kunnen maken."
"Ach nee, dat kan ik niet aannemen," zei ik verbluft.
"Jawel, dat kun je zeker wel," zei ze resoluut. "Je krijgt er ook nog schoenen bij, want ik weet zeker dat je die dan ook nog niet hebt. Je kunt zeggen dat ze bij de jurk horen. Wat is je maat?"
"Eh… achtendertig," zei ik nog steeds verbluft.
Ze liep achter in de winkel een deur door en kwam terug met een paar eenvoudige muiltjes die precies dezelfde kleur hadden als de jurk. Overdonderd trok ik ze aan.
"Wauw, prachtig," zei ik terwijl ik ronddraai voor de spiegel. "Ik neem hem zeker wel. Je weet zeker dat hij niet te duur is?" vroeg ik nog een keer.
Ze glimlachte. "Ik weet het zeker. Nou kom, laat ik hem voor je inpakken."
Terwijl ze daarmee bezig was keek ik op de tafel waar een paar tijdschriften lagen. Tijdschriften over mode. Snel bladerde ik er doorheen. Er stonden prachtige dingen in. Spreuken om een bepaald kapsel te krijgen, make-up van kleur te laten veranderen, mode-tips en nog veel meer.
"Als je wilt mag je er wel een lenen," zei de verkoopster toen ze me zo zag. "Je kan er een meenemen en weer terug sturen als je hem uit hebt. Dan kan ik je weer een nieuwe sturen."
"Wil je dat echt doen?" vroeg ik. Die vrouw bleef me verbazen.
"Natuurlijk. Ik doe mensen graag een plezier," zei ze glimlachend. "Kies er maar een uit."
Ik nam gewoon de bovenste en hield hem vast alsof het een schat was.
"Ik heet trouwens Samantha Sanders," zei ik en stak mijn hand uit.
"Ik ben Madam Mallekin, maar noem me maar Milly," zei ze glimlachend en schudde mijn hand krachtig.
Er rinkelde een bel en Sneep kwam binnen, wat sneeuw mee naar binnen lopend.
Ik keek hem vrolijk aan.
"Is het allemaal gelukt?" vroeg ik.
Hij keek duister terug en leek een beslissing te nemen.
"Natuurlijk. Hier ook neem ik aan," zei hij kortaf, rekende af en liep naar buiten. "We hoeven nu enkel nog je toverstaf. Daarvoor gaan we naar Olivander's."
"Dag Milly!" riep ik vrolijk. "Ik zal uilen! Sorry, wat zei je?"
"We gaan naar Olivander's," herhaalde hij.
"O, we gaan een toverstaf halen. Zeg dat dan," zei ik plagend. Ik was in een opperbest humeur en de omgeving hielp mee. Alles was in een kerstsfeer. Sneeuw die gestaag viel, kleine winkeltjes waar warm licht door de ruiten naar buiten scheen. Het maakte me gelukkig.
Sneep was echter niet in zo'n humeur, want hij keek me even geïrriteerd aan, maar ik zag het niet, want een winkel die wepasseerden trok mijn aandacht.
In de etalage stond een prachtige piano. Dwarsfluiten en blokfluiten stonden er naast opgesteld, maar mijn aandacht ging naar de donker houten piano.
Ik zuchtte. Ik zou zo graag weer achter de piano zitten. Herinneringen kwam weer in mijn hoofd en een eenzame traan viel over mijn wangen. Woest veegde ik hem weg en we gingen weer op weg naar Olivander's.
Een eigenaardig klinkende bel klonk er toen we binnen kwamen. Ik keek met grote ogen naar de hoge kasten vol met rechte, smalle doosjes.
'Allemaal stokken.' Dacht ik diep onder de indruk.
Er kwam een kleine oude man aan gelopen die me van top tot teen bekeek met zijn grijze, starende ogen.
"Goedendag, juffrouw…" Zei hij en het klonk als een vraag.
"Sander, meneer, Samantha Sanders," zei ik haastig.
"Goed, juffrouw Sanders," zei hij en kwam dichterbij staan. "Wordt dit uw eerste staf of moet uw oude hersteld worden?"
"Nee, dit wordt mijn eerste staf," antwoordde ik.
"Uw eerste staf," mompelde hij en pakte een meetlint. "Steekt u alstublieft uw stafarm uit?"
Gedwee deed ik mijn rechterhand omhoog en het meetlint begon verwoed alles gehaast te meten. En met alles bedoel ik ook alles. De lengte van mijn neus, mijn taille, de grootte van mijn oren. Zo ging het een tijdje door en ik zag Olivander steeds zorgelijker kijken. Het meten ging maar door.
"Genoeg," zei hij uiteindelijk en het meetlint viel in kluwen op de grond. Met een frons pakte hij het meetlint op en bestudeerde het.
"Ah. De tijd is aangebroken zie ik." Hij keek me aan.
"De tijd?" vroeg ik hem nieuwsgierig.
Hij liep naar achter en kwam terug met een houten kistje en zette het op de toonbank.
"Eeuwen geleden is dit kistje bij ons in bewaring gegeven door een uniek persoon. Hij was ook iemand die ik geen staf kon verkopen. Hij had er geen nodig en gaf me dit kistje voor de volgende van zijn soort. Het is tijd dat jij hem krijgt."
"Ik?" vroeg ik verbaasd. "Hoezo ik? Wil je zeggen dat ik geen staf nodig heb?"
Hij antwoordde niet, maar gebaarde naar het doosje. Nieuwsgierig bekeek ik het van dichterbij. Het was prachtig bewerkt, zelfs het slotje. Vreemd genoeg was er geen sleutelgat.
Dat slotje… Dacht ik en bekeek het van nog dichterbij. In het slotje was een grote vogel omringt door vlammen gesneden en mijn rechterhand ging richting mijn oor. Het is hetzelfde teken als dat achter mijn oor.
Verbaasd pakte ik het slotje vast en plots begon het te gloeien. Van schrik trok ik mijn hand terug. Het zilver leek nu alsof het in brand stond en het begon te roken. Langzaam verdween het slotje en nu kon ik het kistje open maken, maar Olivander verhinderde me dat door zijn handen erop te leggen.
"Ik denk, dat je dat beter kunt doen op een andere plaats in alle rust," zei hij en glimlachte. "Goedendag, juffrouw Sanders."
Hij verdween weer achter in de winkel.
Verbluft keek ik Sneep aan.
"Ik geloof dat we hier klaar zijn," zei hij zuur.
"Eh… Ja. Ik geloof het ook."
Zwijgend verlieten we de winkel.
Ik staarde naar het kistje. Het stond daar zo onschuldig op mijn bed. Een prachtig houten doosje, maar wat zou er in zitten? Nieuwsgierig maakte ik het open. Hetwas leeg.
Hè? Hoe kan het nou leeg zijn? Dacht ik teleurgesteld en een beetje kwaad.
Ik pakte het kistje op en bekeek het van alle kanten. Ik zag er verder niets vreemd aan.
Misschien heeft iemand er een spreuk over uitgesproken, dacht ik en deed mijn hand in het doosje. Toen ik verwachtte dat mijn hand de bodem zou raken, voelde ik niets en ik kon er bijna heel mijn arm in steken.
Er moet toch iets in zitten? Dacht ik. Iets dat me kan helpen?
Toen stootte ik mijn hand aan iets hards. Een boek. Ik trok het boek uit het doosje en het vergrootte zichzelf in mijn handen. Ik had nu een dik, zwaar boek in mijn handen met een zwarte omslag. Nieuwsgierig maakte ik het open. 'De oude kunsten der magie' door Martin Joan Revel. Nieuwsgierig las ik de eerste paragraaf.
'In de begin der tijden was magie iets waar de gewone mens naar opkeek. Het gaf hen kracht en bescherming. De families in het bezit van magische krachten hield zich strikt gescheiden van de non-magische mensen om de magie zo puur mogelijk te houden. Dat ging echter niet zoals gepland. Ambitieuze families die hongerden naar macht probeerden hun lijn krachtiger te maken door te trouwen met magische wezens en andere families volgden hun hart en trouwden met non-magische mensen.'
Het was een lange en saaie inleiding, maar toch vond ik het interessant en ik las het allemaal. Ik leerde dat de magie door de eeuwen heen veel was veranderd. Door het verzwakken van de magie in mensen, door zich te mengen met magische wezens en mensen zonder magie, hadden ze stokken ontworpen die hun magie kon versterken. Een hoofdstuk daarna ging het over het gebruik van magie zonder staf. Geïnteresseerd las ik het aandachtig door. Kort samengevat stond er dat je je sterk moet concentreren op wat je wilt doen en dat combineren met een bepaalde beweging.
'Je kunt het beste oefenen in een rustgevende omgeving. Als eerste concentreer je je op een voorwerp. Je bedenkt wat je wilt dat het doet en spreekt de bijbehorende spreuk.
Let op! Als beginner kan het beoefenen van stafloze magie zeer uitputtend zijn.'
Concentreren. Dat is nogal abstract. Wanneer weet ik nu wanneer ik goed geconcentreerd ben?
Dacht ik en ik besloot om het gewoon een keer te proberen. Ik sloot het boek en legde het voor me op het bed.
Een spreuk. Misschien de zweefspreuk? Eh… Wingardium Leviosa geloof ik. Harry leerde die in zijn eerste jaar, misschien is die niet zo moeilijk.
Ik concentreerde me op het boek en beeldde me in dat het zou zweven. Ik sloot mijn ogen, maar bleef het voor me zien. Plots voelde ik iets gloeien in mijn nek, net achter mijn oor en verschrikt sloeg ik mijn hand ervoor en opende mijn ogen. Ik liep naar mijn kast en keek in de spiegel. Het kleine ronde tekentje net achter mijn oor zag er normaal uit.
"Hoi, wat ben je aan het doen?" hoorde ik iemand vragen.
Ik draaide me om en zag Evelien staan.
"Ha, heb je geen lessen?" vroeg ik verbaasd om haar te zien.
"Het is pauze. Ik zag Sneep rondlopen en dacht dat jij er ook wel zou zijn." Ze kwam mijn kamer binnen en ging op het bed zitten. "Wat is dat achter je oor?"
Ik zuchtte. "Ik weet het niet. Een soort van teken."
"Mag ik eens zien?" Ik ging naast haar zitten. "O wauw. Echt mooi. Een feniks. Sinds wanneer heb je die?"
"Ik weet niet waar die vandaan komt. Ik heb hem daar niet laten zetten ofzo. Het is geen tatoo," zei ik en ze keek me vreemd aan. "Het was er plots toen ik achttien werd."
En daar kwamen de herinneringen weer. Angstvallig duwde ik ze weg en keek naar de grond.
"Wil je me nog niet vertellen wat er is gebeurd?" vroeg ze voorzichtig.
Ik keek haar aan. Evelien was een goede vriendin. Mijn enige vriendin op dat moment. Mijn nieuwe vriendin. En goede vriendinnen vertellen elkaar alles.
"Ik… Er eh…" Ik keek weer naar de grond. "Ik hield een verjaardagsfeest. Tegelijk met mijn examenfeest, voor al mijn vrienden en familie in een grote zaal in de buurt van mijn huis. Iedereen die ik uit had genodigd was gekomen."
Tranen vulden mijn ogen en hart leek plots veelte zwaar. Ik voelde een hand op mijn schouders.
"En toen… Toen." Ik snikte en sloeg mijn handen voor mijn ogen. "Toen kwamen er Dooddoeners."
Evelien sloeg een arm om me heen en probeerde me te troosten.
"Iedereen? Iedereen dood?" Hoorde ik haar geschokt vragen.
Ik snikte en huilde en probeerde tegelijk te knikken. In tegenstelling tot de andere keer was ik snel weer bedaard en rende naar de badkamer om me op te frissen.
Tranen bleven nog steeds komen, maar ik hield ze terug.
"Maar… Waarom?" vroeg ze toen ik weer bij haar zat.
Ik haalde mijn schouders op.
"Ik weet het niet. Echt niet," zei ik. "Maar misschien…"
Ik voelde aan het teken.
"Denk je… denk je dat dat er iets mee te maken heeft?" vroeg ze.
"Ja, ja dat denk ik wel. Weet jij zo nog op welke datum Carlo Kannewasser stierf?"
Evelien keek me geschokt aan.
"Ja… Ja dat weet ik wel. Dat was vierentwintig Juni."
"Op die datum ben ik jarig. Op die datum herrees Voldemort en op die datum kreeg ik dit teken. Jazeker denk ik dat mijn teken er iets mee te maken heeft. Nu alleen nog uitzoeken precies wat."
Ze keek me onderzoekend aan en het was even stil.
"Wat is dit dan voor boek?" vroeg ze en pakte het zwarte boek.
"O ja, dat," zei ik schaapachtig en vertelde haar over wat er was gebeurd bij Olivander's.
"Stafloze magie?" vroeg ze verbluft. "Wow! Heftig. En het staat hier allemaal in?"
"Ja! Niet te geloven hè?"
Evelien opende het boek.
"'De oude kunsten der magie' door Arena Vermin Jolt." Las ze hardop.
"Hè? Door wie?" vroeg ik verbaasd.
"Arena Vermin Jolt. Ja, inderdaad een vreemde naam," zei ze.
"Nee, dat bedoel ik niet. Ik dacht eerst dat het door Martin Joan Revel of zoiets geschreven was," zei ik. "Laat me eens zien."
Het stond er echt.
'De oude kunsten der magie' door Arena Vermin Jolt.
Ik haalde mijn schouders op. Ik zal het me wel verbeeld hebben…