Hallo allemaal bedankt dat jullie allemaal bij zijn gebleven tot nu toe :) Ik moet alleen even zeggen dat ik deze week niet veel tijd heb om de updaten, dus ik zeg het ff voordat jullie gaan klagen. Wees niet bang, als ik ook maar een beetje tijd heb zal ik aan jullie denken.
Disclaimer als vorige hoofdstuk...
Earwen - Ja, dat zei genoeg. :)
Angel246 - Heej! Welkom, nieuwe lezer! Fijn dat je mijn verhaal zo goed vind :) En nog fijner dat je reviewt om het mij te zeggen. Bedankt!
Eleanor Larathiel - Fijn dat je er nog bent :). Lastig hè? Dat huiswerk? Ik weet niet of Sneep zou gaan schreeuwen. Hij heeft zich wel in moeten houden, maar hij weet goed dat Samantha nog maar kort in de tovenaarswereld is. Jup, bij een anagram kun je van de letters een ander woord vormen, of in dit geval, een andere naam. Weet je hem al ;)? Ik vond het moeilijk om de lessen te schrijven, want ik wilde niet te langzaam gaan, maar ook niet te snel. Nu heb ik eigenlijk iets te snel gedaan, maar dat los ik wel weer op.
Ik heb dit hoofdstuk een beetje aangepast door Eleanors opmerking over Hagrid. Ze had gelijk. Hij deed iets te kwaadaardig. Bedankt!
--------------------------- ------------------------ ------------------
HOOFDSTUK 12
Hagrid
---------------------------- ----------------------- ------------------
"Hoe wordt een drank voor het genezen van zweren gemaakt?" Vroeg professor Sneep meteen toen ik zijn lokaal in stapte.
'O nee, helemaal vergeten!' Dacht ik geschrokken. 'Ik ben het huiswerk voor Toverdranken vergeten!'
Ik keek hem wanhopig aan.
"Je weet het niet." Constateerde hij met een ijzige stem. "Zeg me, wat heb je voor vandaan voorbereid, juffrouw Sanders?" Hij kruiste zijn armen.
"Ik eh…" Begon ik.
"Vertel me niet… dat je het vergeten bent." Zei hij langzaam.
"Helaas moet ik u dat wel zeggen." Zei ik met een schuldige glimlach. 'Professor Sneep maakt me niet bang, hij is immers gewoon een leraar.'
Hij keek me vernietigend aan.
"En ik heb daar geen goed excuus voor."
"Een excuus is nooit goed, juffrouw Sanders." Zei hij.
Hij draaide zijn rug naar me toe en liep naar het bureau in de hoek van het klaslokaal en begon allerlei dingen daar uit te stallen. Ik keek een beetje ongemakkelijk rond. Het lokaal leek veel op zijn kantoor, alleen stonden hier tafels en stoelen voor de leerlingen. Overal stonden potten en glazen flessen met vreemde inhoud. Professor Sneep was klaar en gebaarde me naderbij te komen. Op het bureau lagen allerlei takjes en blaadjes van alle soorten en maten.
"Dit," Begon professor Sneep en pakte een klein takje met donkere blaadjes, "is Tijm."
Ik pakte vlug een stuk perkament en een veer en begon te schrijven terwijl hij alle kleine blaadjes en takjes benoemde en hun eigenschappen opsomde. Hij liet me ze ook ruiken en voelen en zo ging het door totdat hij er één pakte en ik moest zeggen wat het was en waarvoor het gebruikt werd. Toen ik aan het eind van de avond zijn lokaal uit stapte zwom mijn hoofd van de vreemde namen en de kenmerken. Professor Sneep was een strenge leraar, maar je leerde ten minste wel wat. Ik moest voor de volgende week alle ingrediënten die ik vandaag had gehad netjes uitschrijven met hun eigenschappen en het volgende week inleveren. Met een zucht van vermoeidheid viel ik neer op mijn bed en ik moest moeite doen om me eerst nog om te kleden voor ik ging slapen. Morgen was het zaterdag. Weekend. Eindelijk.
--------------------------- ------------------------------ ------------------------------------
Ik schrok wakker en kijk op mijn klok. Kwart over vier. Ik val weer achterover in mijn bed.
"Laat me nou slapen." Kreunde ik, maar er gleden tranen over mijn wangen.
Ik had weer gedroomd over de aanval. Ik draai op mijn buik en duw mijn gezicht in mijn kussen. Ik had ze weer allemaal gezien. Mijn vrienden, mijn familie. Ik stond op en liep naar mijn raam. Het zag er prachtig uit buiten. De bomen waren zwaar van de sneeuw en de grote maan maakte het alsof het buiten licht was. Ik kleedde me aan en liep zachtjes de leerlingenkamer uit. Ik zie niet hoe een paar blauwe ogen me bedachtzaam volgen tot ik de kamer uit ben.
-------------------------- ------------------------------- -------------------------------------
De koude lucht voelde heerlijk op mijn wangen en ik liep richting het bos. Ik schrok van een geluid boven me en tuur naar de donkere hemel. Een kleine, donkere gedaante vloog van het kasteel af en ik glimlachte. Het was maar een uil. Ik ging aan de rand van het bos zitten kijken naar het grote kasteel en dacht na.
'Ik ben hier pas een week.' Dacht ik. 'Nee, correctie. Ik ben hier pas een week, bewust. Ik heb immer vier maanden in de ziekenzaal gelegen. Vier maanden.'
Ik legde mijn kin op mijn opgetrokken knieën.
'Waar zijn mijn vrienden en familie nou eigenlijk.'
Ik keek naar de met sterren bezaaide lucht. Het was behoorlijk helder.
'Waar zijn ze begraven?'
Er gleed weer een traan over mijn wang.
'Ik kan ze niet eens bezoeken.'
Ik nam een besluit en stond op. Ik liep een stukje het bos in en pakte twee ongelijke takken. Met een schoenveter maakte ik er een kruis van en plantte hem in de grond achter een boom, zodat hij niet te zien was vanaf het kasteel.
'Bloemen zijn hier nou niet, maar ik zal morgen terug komen en er een mooie plaats van maken.' Beloofde ik het kruis.
Dit zou mijn plaats worden om te rouwen om mijn vrienden en familie. Ik ging zitten en huilde terwijl ik nadacht over de goede tijden die ik had gehad met hen.
---------------------------- -------------------------------- -----------------------------
Ik liep door een lange gang met aan het eind een deur. Ik wist dat de deur niet open zou zijn. 'Wat doe ik hier?' Dacht ik verbaasd.
'Ben ik in slaap gevallen?'
Heel diep in mij voelde ik dat dit niet mijn droom was. En toch liep ik hier. In die grijze gang en de persoon die dit droomt wil zo graag door die deur aan het eind, maar hij is niet open.
--------------------------- ---------------------------------- -----------------------------
Ik word wakker door een stekend gevoel achter mijn oor. Het teken gloeit als een gek en ik pak wat sneeuw om het af te koelen. Ik ril. Het is nu toch wel koud. Ik kijk naar het kruis.
"Morgen kom ik terug." Fluister ik en sta op.
Vogels begonnen te fluiten. Het zou snel weer licht zijn en terwijl ik me naar het kasteel haast veeg ik de tranen weg die waren bevroren op mijn huid.
"Samantha?" Klinkt er plots een diepe stem achter me en met een ruk draai ik me om.
Niet zo slim, want ik duizel op mijn benen.
"Ho, rustig maar, 'k ben ut maar."
Ik glimlach.
"Hallo Hagrid."
Ik zag dat hij weer vol blauwe plekken zat.
"Wa doe je nu al buiten, Samantha?" Vroeg Hagrid bezorgd.
"Ik eh… Ik kon niet slapen enne… Ik wilde even alleen zijn." Haperde ik en rilde even.
Hagrid knikte begrijpend.
"Je heb 't koud, is 't niet?" Zei hij en ik knikte. "Je mag wel effe binnen komen voor 'n bakkie thee."
Ik glimlachte weer en knikte. "Ja, graag." Zei ik en volgde hem zijn hutje in.
Het was inderdaad niet erg groot, maar wel erg gezellig. Dankbaar ging ik even voor het grote haardvuur staan op te warmen terwijl hij thee zette. Toen de thee klaar was ging ik bij hem aan tafel zitten. Slurpend aan de hete thee dacht ik na over de droom die ik had gehad.
"Hoe vind je 't nou, hier op Zweinstein."
Ik keek hem aan, mijn gedachte verstoord.
"Het is hier eh…" Ik fronste. "Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Het is hier anders."
Hagrid lachte. "Ja, 't zal wel effe wennen zijn hier."
Toen keek hij weer serieus en ik wist waar hij aan dacht. Ik keek naar mijn mok.
"Ja, ik mis ze wel." Zei ik droevig. "Maar op de een of andere manier lijkt dit allemaal maar een droom. Het is hier gewoon zo anders. Zo onwerkelijk."
Het was even stil. Ik probeerde een ander onderwerp te zoeken.
"En eh…" Begon ik. "Hoe is het met Harry?"
"Harry? Waarom vraag je da?" Vroeg hij verbaasd.
"Nou, ik weet dat jullie best goede vrienden zijn en dat hij moest stoppen met Zwerkballen. Dat zal wel moeilijk voor hem zijn geweest."
"Ja, da was zeker wel moeilijk voor hem, maar… Hoe weet jij da we goeie vrinden zijn?"
"Niet gehoord van de andere leraren?" Zei ik onschuldig. "Nee, je was er toen niet bij."
"Waarbij?" Vroeg hij een beetje in de war. "Wat moet 'k hebben gehoord?"
"O nee, jij bent op reis geweest." Zei ik alsof ik hem niet had gehoord en nam nog een slok van mijn thee die nu een aangename temperatuur had.
"Ik op reis?" Vroeg Hagrid verbluft. "Hoe weet jij dat nou? O, nee. Dat had ik niet moeten zeggen."
Ik keek hem grijnzend aan.
"Rustig maar. Ik weet het van Harry." Zei ik geruststellend. "Of eerder van JK Rowling."
"Rowling? Toch niet onze Joanne?" Vroeg Hagrid, nog steeds in de war.
"Ja, Joanne Rowling." Zei ik geamuseerd. "Kijk toen ik vorige week wakker werd, wist ik niets meer. Ik had geheugenverlies."
"Ja, da heb 'k gehoord." Hagrid knikte.
"Nou, de dingen die ik wel plots herinnerde waren dingen die de andere professors hier nogal vreemd vonden. Misschien hebben ze niets tegen je gezegd omdat ze bang zijn voor Omber."
"Vreselijk mens. Omber bedoel ik dan. Was vorige week bij me bij de les over Terzielers." Hagrid keek somber.
Ik keek hem verbaasd aan.
"Wat zijn Terzielers?" Vroeg ik.
Hagrid kreeg plots lichtjes in zijn ogen.
"Terzielers zijn geweldige beessies." Zei hij. "Verschrikkelijk slim en prachtig zwart. Helaas kunnen alleen mensen ze zien die iemand hebben zien sterven."
"Helaas ja." Zei ik sarcastisch. "En Omber was bij die les? Laat me raden, zij kon ze niet zien?"
"Volges mij niet." Zei hij droevig.
Ik kreeg er een naar gevoel van. Als Omber hem maar niet gaat ontslaan. Kan ze dat eigenlijk? Ik wilde Hagrid niet ongerust maken en ging verder met mijn verhaal.
"Dus Joanne is boeken gaan schrijven?" Vroeg Hagrid met een grijns. "Fantastisch idee. Echt iets voor Joanne. Betekend dat, da jij alles weet wat er de laatste vier jaren hier op school zich heeft afgespeeld?"
Ik knikte.
"Jep, ik weet alles af van de Steen der Wijzen, de Geheime Kamer, de Gevangene van Azkaban en de Vuurbeker. Dus ook dat Sirius Zwarts onschuldig is en Voldemort is teruggekeerd."
Ik zie Hagrid verbleken bij de naam en ik verontschuldig me.
"Ik weet dus ook dat Perkamentus je weg heeft gestuurd aan het eind van vorig jaar. Wat moest je nou doen?" Vroeg ik nieuwsgierig.
"Da kan ik je beter niet zeggen." Antwoordde hij en hij ontweek mijn blik.
"Heb je daarvan al die blauwe plekken?"
"Luister 'ns. Ik kan je daar niks over vertellen. Da 's strikt geheim." Zei hij een beetje wanhopig.
"Oké, ik vraag al niets meer." Zei ik verontschuldigend.
"Nou, je mag wel vragen, maar niks meer daarover." Zei hij en stond op.
Ik lachte. "Ja, dat snap ik."
Hagrid begon de ketel op te ruimen. Toen viel me wat te binnen.
"Hagrid?" Vroeg ik.
"Hmm?" Bromde hij met zijn hoofd in de kast.
"Ik zou Harry eigenlijk wat willen vragen, maar kan hem nooit vinden."
Dat was waar wat ik zei. Ik kwam nog niet bij hem in de klas en zag hem nooit in de gangen of in de bibliotheek. Ik zag hem alleen in de Grote Zaal en daar was het een beetje te opvallend.
"Ik kan 'm nu wel uilen om te vragen of hij kan komen?"
Hij keek me aan.
"Dat zou geweldig zijn." Zei ik met een grote glimlach.
"Mooi. Dan zie ik hem ook weer een keer." Zei hij nu ook grijnzend. "Hebbie eigenlijk al ontbeten?"
Ik schudde mijn hoofd.
-------------------------- ----------------------- ---------------------
Please review!!!!
Disclaimer als vorige hoofdstuk...
Earwen - Ja, dat zei genoeg. :)
Angel246 - Heej! Welkom, nieuwe lezer! Fijn dat je mijn verhaal zo goed vind :) En nog fijner dat je reviewt om het mij te zeggen. Bedankt!
Eleanor Larathiel - Fijn dat je er nog bent :). Lastig hè? Dat huiswerk? Ik weet niet of Sneep zou gaan schreeuwen. Hij heeft zich wel in moeten houden, maar hij weet goed dat Samantha nog maar kort in de tovenaarswereld is. Jup, bij een anagram kun je van de letters een ander woord vormen, of in dit geval, een andere naam. Weet je hem al ;)? Ik vond het moeilijk om de lessen te schrijven, want ik wilde niet te langzaam gaan, maar ook niet te snel. Nu heb ik eigenlijk iets te snel gedaan, maar dat los ik wel weer op.
Ik heb dit hoofdstuk een beetje aangepast door Eleanors opmerking over Hagrid. Ze had gelijk. Hij deed iets te kwaadaardig. Bedankt!
--------------------------- ------------------------ ------------------
HOOFDSTUK 12
Hagrid
---------------------------- ----------------------- ------------------
"Hoe wordt een drank voor het genezen van zweren gemaakt?" Vroeg professor Sneep meteen toen ik zijn lokaal in stapte.
'O nee, helemaal vergeten!' Dacht ik geschrokken. 'Ik ben het huiswerk voor Toverdranken vergeten!'
Ik keek hem wanhopig aan.
"Je weet het niet." Constateerde hij met een ijzige stem. "Zeg me, wat heb je voor vandaan voorbereid, juffrouw Sanders?" Hij kruiste zijn armen.
"Ik eh…" Begon ik.
"Vertel me niet… dat je het vergeten bent." Zei hij langzaam.
"Helaas moet ik u dat wel zeggen." Zei ik met een schuldige glimlach. 'Professor Sneep maakt me niet bang, hij is immers gewoon een leraar.'
Hij keek me vernietigend aan.
"En ik heb daar geen goed excuus voor."
"Een excuus is nooit goed, juffrouw Sanders." Zei hij.
Hij draaide zijn rug naar me toe en liep naar het bureau in de hoek van het klaslokaal en begon allerlei dingen daar uit te stallen. Ik keek een beetje ongemakkelijk rond. Het lokaal leek veel op zijn kantoor, alleen stonden hier tafels en stoelen voor de leerlingen. Overal stonden potten en glazen flessen met vreemde inhoud. Professor Sneep was klaar en gebaarde me naderbij te komen. Op het bureau lagen allerlei takjes en blaadjes van alle soorten en maten.
"Dit," Begon professor Sneep en pakte een klein takje met donkere blaadjes, "is Tijm."
Ik pakte vlug een stuk perkament en een veer en begon te schrijven terwijl hij alle kleine blaadjes en takjes benoemde en hun eigenschappen opsomde. Hij liet me ze ook ruiken en voelen en zo ging het door totdat hij er één pakte en ik moest zeggen wat het was en waarvoor het gebruikt werd. Toen ik aan het eind van de avond zijn lokaal uit stapte zwom mijn hoofd van de vreemde namen en de kenmerken. Professor Sneep was een strenge leraar, maar je leerde ten minste wel wat. Ik moest voor de volgende week alle ingrediënten die ik vandaag had gehad netjes uitschrijven met hun eigenschappen en het volgende week inleveren. Met een zucht van vermoeidheid viel ik neer op mijn bed en ik moest moeite doen om me eerst nog om te kleden voor ik ging slapen. Morgen was het zaterdag. Weekend. Eindelijk.
--------------------------- ------------------------------ ------------------------------------
Ik schrok wakker en kijk op mijn klok. Kwart over vier. Ik val weer achterover in mijn bed.
"Laat me nou slapen." Kreunde ik, maar er gleden tranen over mijn wangen.
Ik had weer gedroomd over de aanval. Ik draai op mijn buik en duw mijn gezicht in mijn kussen. Ik had ze weer allemaal gezien. Mijn vrienden, mijn familie. Ik stond op en liep naar mijn raam. Het zag er prachtig uit buiten. De bomen waren zwaar van de sneeuw en de grote maan maakte het alsof het buiten licht was. Ik kleedde me aan en liep zachtjes de leerlingenkamer uit. Ik zie niet hoe een paar blauwe ogen me bedachtzaam volgen tot ik de kamer uit ben.
-------------------------- ------------------------------- -------------------------------------
De koude lucht voelde heerlijk op mijn wangen en ik liep richting het bos. Ik schrok van een geluid boven me en tuur naar de donkere hemel. Een kleine, donkere gedaante vloog van het kasteel af en ik glimlachte. Het was maar een uil. Ik ging aan de rand van het bos zitten kijken naar het grote kasteel en dacht na.
'Ik ben hier pas een week.' Dacht ik. 'Nee, correctie. Ik ben hier pas een week, bewust. Ik heb immer vier maanden in de ziekenzaal gelegen. Vier maanden.'
Ik legde mijn kin op mijn opgetrokken knieën.
'Waar zijn mijn vrienden en familie nou eigenlijk.'
Ik keek naar de met sterren bezaaide lucht. Het was behoorlijk helder.
'Waar zijn ze begraven?'
Er gleed weer een traan over mijn wang.
'Ik kan ze niet eens bezoeken.'
Ik nam een besluit en stond op. Ik liep een stukje het bos in en pakte twee ongelijke takken. Met een schoenveter maakte ik er een kruis van en plantte hem in de grond achter een boom, zodat hij niet te zien was vanaf het kasteel.
'Bloemen zijn hier nou niet, maar ik zal morgen terug komen en er een mooie plaats van maken.' Beloofde ik het kruis.
Dit zou mijn plaats worden om te rouwen om mijn vrienden en familie. Ik ging zitten en huilde terwijl ik nadacht over de goede tijden die ik had gehad met hen.
---------------------------- -------------------------------- -----------------------------
Ik liep door een lange gang met aan het eind een deur. Ik wist dat de deur niet open zou zijn. 'Wat doe ik hier?' Dacht ik verbaasd.
'Ben ik in slaap gevallen?'
Heel diep in mij voelde ik dat dit niet mijn droom was. En toch liep ik hier. In die grijze gang en de persoon die dit droomt wil zo graag door die deur aan het eind, maar hij is niet open.
--------------------------- ---------------------------------- -----------------------------
Ik word wakker door een stekend gevoel achter mijn oor. Het teken gloeit als een gek en ik pak wat sneeuw om het af te koelen. Ik ril. Het is nu toch wel koud. Ik kijk naar het kruis.
"Morgen kom ik terug." Fluister ik en sta op.
Vogels begonnen te fluiten. Het zou snel weer licht zijn en terwijl ik me naar het kasteel haast veeg ik de tranen weg die waren bevroren op mijn huid.
"Samantha?" Klinkt er plots een diepe stem achter me en met een ruk draai ik me om.
Niet zo slim, want ik duizel op mijn benen.
"Ho, rustig maar, 'k ben ut maar."
Ik glimlach.
"Hallo Hagrid."
Ik zag dat hij weer vol blauwe plekken zat.
"Wa doe je nu al buiten, Samantha?" Vroeg Hagrid bezorgd.
"Ik eh… Ik kon niet slapen enne… Ik wilde even alleen zijn." Haperde ik en rilde even.
Hagrid knikte begrijpend.
"Je heb 't koud, is 't niet?" Zei hij en ik knikte. "Je mag wel effe binnen komen voor 'n bakkie thee."
Ik glimlachte weer en knikte. "Ja, graag." Zei ik en volgde hem zijn hutje in.
Het was inderdaad niet erg groot, maar wel erg gezellig. Dankbaar ging ik even voor het grote haardvuur staan op te warmen terwijl hij thee zette. Toen de thee klaar was ging ik bij hem aan tafel zitten. Slurpend aan de hete thee dacht ik na over de droom die ik had gehad.
"Hoe vind je 't nou, hier op Zweinstein."
Ik keek hem aan, mijn gedachte verstoord.
"Het is hier eh…" Ik fronste. "Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Het is hier anders."
Hagrid lachte. "Ja, 't zal wel effe wennen zijn hier."
Toen keek hij weer serieus en ik wist waar hij aan dacht. Ik keek naar mijn mok.
"Ja, ik mis ze wel." Zei ik droevig. "Maar op de een of andere manier lijkt dit allemaal maar een droom. Het is hier gewoon zo anders. Zo onwerkelijk."
Het was even stil. Ik probeerde een ander onderwerp te zoeken.
"En eh…" Begon ik. "Hoe is het met Harry?"
"Harry? Waarom vraag je da?" Vroeg hij verbaasd.
"Nou, ik weet dat jullie best goede vrienden zijn en dat hij moest stoppen met Zwerkballen. Dat zal wel moeilijk voor hem zijn geweest."
"Ja, da was zeker wel moeilijk voor hem, maar… Hoe weet jij da we goeie vrinden zijn?"
"Niet gehoord van de andere leraren?" Zei ik onschuldig. "Nee, je was er toen niet bij."
"Waarbij?" Vroeg hij een beetje in de war. "Wat moet 'k hebben gehoord?"
"O nee, jij bent op reis geweest." Zei ik alsof ik hem niet had gehoord en nam nog een slok van mijn thee die nu een aangename temperatuur had.
"Ik op reis?" Vroeg Hagrid verbluft. "Hoe weet jij dat nou? O, nee. Dat had ik niet moeten zeggen."
Ik keek hem grijnzend aan.
"Rustig maar. Ik weet het van Harry." Zei ik geruststellend. "Of eerder van JK Rowling."
"Rowling? Toch niet onze Joanne?" Vroeg Hagrid, nog steeds in de war.
"Ja, Joanne Rowling." Zei ik geamuseerd. "Kijk toen ik vorige week wakker werd, wist ik niets meer. Ik had geheugenverlies."
"Ja, da heb 'k gehoord." Hagrid knikte.
"Nou, de dingen die ik wel plots herinnerde waren dingen die de andere professors hier nogal vreemd vonden. Misschien hebben ze niets tegen je gezegd omdat ze bang zijn voor Omber."
"Vreselijk mens. Omber bedoel ik dan. Was vorige week bij me bij de les over Terzielers." Hagrid keek somber.
Ik keek hem verbaasd aan.
"Wat zijn Terzielers?" Vroeg ik.
Hagrid kreeg plots lichtjes in zijn ogen.
"Terzielers zijn geweldige beessies." Zei hij. "Verschrikkelijk slim en prachtig zwart. Helaas kunnen alleen mensen ze zien die iemand hebben zien sterven."
"Helaas ja." Zei ik sarcastisch. "En Omber was bij die les? Laat me raden, zij kon ze niet zien?"
"Volges mij niet." Zei hij droevig.
Ik kreeg er een naar gevoel van. Als Omber hem maar niet gaat ontslaan. Kan ze dat eigenlijk? Ik wilde Hagrid niet ongerust maken en ging verder met mijn verhaal.
"Dus Joanne is boeken gaan schrijven?" Vroeg Hagrid met een grijns. "Fantastisch idee. Echt iets voor Joanne. Betekend dat, da jij alles weet wat er de laatste vier jaren hier op school zich heeft afgespeeld?"
Ik knikte.
"Jep, ik weet alles af van de Steen der Wijzen, de Geheime Kamer, de Gevangene van Azkaban en de Vuurbeker. Dus ook dat Sirius Zwarts onschuldig is en Voldemort is teruggekeerd."
Ik zie Hagrid verbleken bij de naam en ik verontschuldig me.
"Ik weet dus ook dat Perkamentus je weg heeft gestuurd aan het eind van vorig jaar. Wat moest je nou doen?" Vroeg ik nieuwsgierig.
"Da kan ik je beter niet zeggen." Antwoordde hij en hij ontweek mijn blik.
"Heb je daarvan al die blauwe plekken?"
"Luister 'ns. Ik kan je daar niks over vertellen. Da 's strikt geheim." Zei hij een beetje wanhopig.
"Oké, ik vraag al niets meer." Zei ik verontschuldigend.
"Nou, je mag wel vragen, maar niks meer daarover." Zei hij en stond op.
Ik lachte. "Ja, dat snap ik."
Hagrid begon de ketel op te ruimen. Toen viel me wat te binnen.
"Hagrid?" Vroeg ik.
"Hmm?" Bromde hij met zijn hoofd in de kast.
"Ik zou Harry eigenlijk wat willen vragen, maar kan hem nooit vinden."
Dat was waar wat ik zei. Ik kwam nog niet bij hem in de klas en zag hem nooit in de gangen of in de bibliotheek. Ik zag hem alleen in de Grote Zaal en daar was het een beetje te opvallend.
"Ik kan 'm nu wel uilen om te vragen of hij kan komen?"
Hij keek me aan.
"Dat zou geweldig zijn." Zei ik met een grote glimlach.
"Mooi. Dan zie ik hem ook weer een keer." Zei hij nu ook grijnzend. "Hebbie eigenlijk al ontbeten?"
Ik schudde mijn hoofd.
-------------------------- ----------------------- ---------------------
Please review!!!!
