Eleanor Larathiel - inderdaad niet slim, nee. Ik heb het gesprek met Hagrid een klein beetje veranderd. Hij was inderdaad iets te kwaadaardig. Bedankt voor de tip.
Earwen - Ramona is familie van Harry. Haar moeder was de zus van Harry's moeder. Zo, is dat ook weer duidelijk...
--------------------- ---------------------- --------------------
HOOFDSTUK 13
Wantrouwen
--------------------- ---------------------- ---------------------
Hagrid had wat eten klaar gemaakt, maar Harry had echt niet overdreven wat Hagrids kookkunsten betreft. Het was gewoon niet te eten. Veel te sterk gekruide gebakken eieren en het brood was zo hard als een kei. Ik wilde niet ondankbaar lijken, dus begon ik braaf te eten.
"Ik ben effe kijken hoe het met mijn pompoenen gaat. 'k Heb Harry net geuild en hij komt er zo aan. 'k Heb alleen niet gezegd dat jij er ook ben. Leek me verstandiger, omdat Omber alle post nakijkt en nogal op Harry let." Zei Hagrid en ging naar buiten.
Ik knikte. Toen hij de deur dicht deed gooide ik snel al het eten in de afvalbak en bakte snel een ei voor mezelf met alleen wat zout. Door het eten was ik een beetje slaperig geworden en ik legde mijn hoofd op mijn armen op tafel.
'Ik hoop dat Harry snel komt.' Dacht ik nog voordat ik in slaap viel van vermoeidheid.
------------------------ ------------------------------ ---------------------------
Harry ontving plots een brief aan het ontbijt. Verbaasd maakt hij het los bij Hedwig en gaf haar wat pompoensap voor de brief gretig open te maken.
"Van wie is het, Harry?" Vroeg Hermlien.
"Het is van Hagrid. Hij wil ons spreken." Antwoordde Harry nadat hij de brief snel had doorgelezen en hem aan Hermelien gaf.
"Hagrid wil jullie spreken, hoor ik dat goed?" Klonk een piepstem achter hem en hij draaide zich langzaam om naar Omber.
"Ja, dat hoort u goed." Antwoordde hij koel.
Hij kreeg een wantrouwende blik van Omber en Hermelien zag dat.
"Hij wil ons spreken over de Terzielers." Zei ze snel.
"Nou, dan zullen we maar gaan, niet?" Zei Ron en snel vertrokken ze, nagestaard door een achterdochtige Omber.
"Wil hij ons spreken over de Terzielers?" Vroeg Ron toen ze uit de Grote Zaal waren.
"Nee, maar ik moest toch een reden vinden om naar Hagrid te gaan?" Zei Hermelien. "Zag je niet hoe Omber keek. Die denkt zeker dat we wat van plan zijn."
"Maar sinds wanneer zijn wij een verklaring aan haar schuldig?" Zei Harry nors.
"Ik weet niet of jullie het in de gaten hebben, maar Omber begint steeds meer macht te krijgen hier op Zweinstein." Legde Hermelien uit. "Ik weet bijna zeker dat ze bezig is met het verdrijven van Perkamentus."
"Hee, kijk uit waar je loopt!" Riep Ron opeens en Harry en Hermelien draaide zich om, om hem om de grond te zien liggen. Blijkbaar overhoop gerend door een blond meisje van ongeveer hun leeftijd.
"O, het spijt me zo!" Zei het meisje geschrokken en hielp Ron overeind. "Heb ik je pijn gedaan?"
"Nee, nee, het is al goed." Gromde Ron en zag toen het embleem op haar gewaad. "Hee, jij bent van Zwadderich."
"Ja, nou en?" Vroeg het meisje verdedigend.
"Euh… niets hoor. Ik kan me alleen niets herinneren van een blond meisje in Zwadderich." Zei Ron verontschuldigend.
"Nou, dat vind ik heel erg stom, Ron Wemel, vooral omdat we vaak bij elkaar in de klas zitten." Zei het meisje kwaad.
"O ja?" Vroeg Harry toen verbaasd.
"Je wilt toch niet zeggen dat jij me ook al niet kent?" Vroeg het meisje nu nog kwader en Harry nam een stap achteruit.
"Ik ken je wel hoor." Zei Hermelien toen met een glimlach. "Jij bent toch Evelien?"
Het meisje glimlachte terug.
"Eindelijk iemand die me kent." Zei ze opgelucht en toen droevig: "Zelfs de mensen uit mijn eigen afdeling weten mijn naam niet."
Harry wist daar niets op te zeggen en hield zich stil. Hermelien en Ron wisselde even blikken.
"Zeg," Begon Evelien plots. "Jullie kennen dat nieuwe meisje toch wel, hè? Samantha Sanders?"
"Euh… ja hoor." Zei Ron, die nog dichtbij stond en zich aangesproken voelde.
"Wat is er met haar?" Vroeg Hermelien.
"Nou eh… Ik kan haar niet vinden. Hebben jullie haar ergens gezien?"
"Euh… Nee, niet gezien." Mompelden Harry en Ron schudde zijn hoofd.
"Nee, sorry, niet gezien." Zei Hermelien opgewekt.
"Nou ja, maakt niet uit. In ieder geval bedankt." Zei Evelien vrolijk. "Dan zoek ik wel even verder. Prettig weekend."
"Ja, prettig weekend." Herhaalde Hermelien en draaide naar Harry en Ron die het blonde meisje met open mond nastaarde.
"Ron, sluit je mond, het is heel ongemanierd om iemand met open mond na te staren." Zei Hermelien bits en ging de jongens voor naar buiten.
"Hoe kan ik zo'n meisje niet eerder hebben gezien?" Vroeg Ron verbluft. "En ze zit bij ons in de klas."
"Correctie, ze zit in Zwadderich." Zei Hermelien bedenkelijk. "Ze was wel erg vriendelijk voor een Zwadderaar."
"Ja, wie had dat ooit gedacht, een vriendelijke Zwadderaar." Zei Harry.
------------------------------ --------------------------- ----------------------------------
Ik schrok op van een deur die open werd gemaakt en ik ging snel rechtop zitten. Verdwaasd keek ik om me heen. 'Waar ben ik?'
Toen zag ik Harry Potter in de deuropening. Harry Potter! Hij zag mij ook en kwam langzaam binnen gelopen.
"Hè, loop eens door, Harry." Hoor ik een meisje zeggen.
'Dat moet Hermelien zijn." Dacht ik en dat wordt bevestigd door het beeld van een meisje met een grote bos krullen.
'Waarom voel ik me nu opeens zo zenuwachtig?' Vroeg ik mezelf. 'Waarschijnlijk omdat ik nu Harry Potter en zijn vrienden in het echt zie!'
Ik ging langzaam staan en glimlachte.
"Ha Harry, Hermelien." Zei ik en zag toen Ron ook binnen komen en voegde toe: "En Ron."
Ze keken me allemaal verbaasd aan.
"Oké, dat je Harry kent is begrijpelijk, beroemd enzo, maar dat je Hermelien en mij kent…" Zei Ron verbluft.
Ik grijnsde schaapachtig. "Ach, lang verhaal. Misschien vertel ik het nog wel een keer."
"We kregen een briefje van Hagrid, dat hij ons wilde spreken. Waar is hij?" Vroeg Harry en keek de hut rond.
"Euh… Dat weet ik niet. Is hij niet buiten?" Vroeg ik verbaasd. "Hij zei dat hij naar zijn pompoenen ging kijken."
"Nee, hij is niet buiten." Zei Hermelien. "Maar wat doe jij eigenlijk hier?"
"Nou, ik ben eigenlijk degene die jullie wil spreken." Zei ik langzaam en kreeg verbaasde blikken van Harry en Ron. "Ik heb namelijk een gerucht gehoord en wilde kijken of dat waar is."
"Oké. Wat dan?" Vroeg Harry.
Wat me opviel was dat ze allemaal bleven staan en een me een beetje nerveus in het oog hielden.
"Wat is er?" Vroeg ik daarom. "Waarom gaan jullie niet zitten?"
Het leek alsof ze daardoor nog voorzichtiger werden en juist niet gingen zitten. Ze keken elkaar even vragend aan.
"Euh… Ja, natuurlijk." Zei Hermelien en pakte een stoel tegenover me. Harry en Ron gingen langs haar zitten, zo ver mogelijk van mij vandaan.
"Ik bijt niet, hoor." Zei ik geamuseerd.
'Dit gaat niet goed.' Dacht ik echter een beetje angstig. 'Als ze mij niet vertrouwen, vertellen ze me niets van wat er aan de hand is.'
"Nou, kijk, je zit in Zwadderich…" Begon Hermelien, maar viel stil en staarde naar de tafel.
"Ja, en wij vertrouwen geen Zwadderaars." Zei Ron verdedigend.
"Dus, wat wilde je vragen? Dan kunnen we weer gaan." Zei Harry snel.
Ik keek hen vol ongeloof aan.
"Dus alleen maar omdat ik in Zwadderich zit, vertrouwen jullie me niet? Jullie kennen me niet eens!" Riep ik verontwaardigd uit. "Ik weet niet of jullie al die vier jaren met een plank voor jullie kop hebben rondgelopen, maar daar ziet het er wel naar uit. Er zitten niet alleen maar toekomstige Dooddoeners in Zwadderich en de tijd dat er alleen maar kinderen van 'zuiver bloed' werden toegelaten is allang voorbij."
Ze keken elkaar ongemakkelijk aan.
"Ginny heeft je zien praten met Omber." Zei Ron uiteindelijk om toch een reden te vinden om me niet te vertrouwen.
"Dat is omdat ik geen vijand van haar wil maken. Het ziet ernaar uit dat zij veel te veel macht naar zich toe aan het trekken is, hier op Zweinstein." Antwoordde ik. "Dat is ook een reden waarom ik jullie wilde spreken.
Ik had allang besloten om niet te beginnen over zijn illegale duelclub. Eerst zou ik zijn vertrouwen moeten winnen. Misschien door het vertellen van mijn verhaal.
"Maar wat ik wilde vertellen is, dat ik je geloof Harry." Zei ik. "Dat Voldemort is teruggekeerd en dat jij hem hebt gezien."
Harry keek opgelucht, maar Ron was nog niet overtuigd.
"Ja, natuurlijk geloof jij dat. Je zit in Zwadderich. Waarschijnlijk ben je door Voldemort zelf gestuurd om als spion hier rond te lopen. Wie gaat er anders pas op zijn achttiende naar Zweinstein. Voor het eerst?" Zei hij achterdochtig.
Ik zuchtte.
"Waarom ik mijn krachten pas kreeg toen ik achttien werd, weet ik niet, maar ik ben geen Dooddoener." Zei ik en keek naar mijn handen. "Maar ik denk dat ik maar beter mijn verhaal kan vertellen."
Plots werd er op de deur geklopt.
"Hagrid? Ben je er?" Hoorde ik een meisje zeggen. De stem kwam me bekend voor dus ik opende de deur om daar Evelien te zien staan.
"Samantha!" Riep ze opgelucht uit. "Eindelijk! Waar was je? Ben je oké?"
Ik glimlachte. "Ja hoor, prima. Ik wilde alleen Harry even spreken, dus ben naar Hagrid gegaan om het niet al te opvallend te maken voor Omber."
"O! Ja, slim." Zei Evelien en liep naar binnen.
"Alweer hallo." Zei ze tegen Harry, Ron en Hermelien.
"Alweer?" Vroeg ik verbaasd.
"Ja, ik kwam ze net tegen toen ik op zoek was naar jou." Legde ze uit en ging op een stoel zitten. "Ik stoor toch niet?"
"Nee hoor." Zei ik. "Ik wilde hen net uitleggen wat er allemaal is gebeurd."
"O." Zei ze en gaf me een blik waardoor ze liet blijken dat ze me begreep.
"Want blijkbaar zitten er alleen slechte mensen in Zwadderich." Zei ik en ging zitten zonder Harry, Ron en Hermelien aan te kijken. Evelien schudde somber haar hoofd.
"Ook altijd hetzelfde." Zuchtte ze.
"Zoals Perkamentus had gezegd, heb ik vier maanden in coma gelegen, in de Ziekenzaal van Zweinstein." Begon ik plots mijn verhaal en dat trok meteen de aandacht van de drie vrienden die waren begonnen met op fluistertoon met elkaar te overleggen.
Ik keek hen even allemaal aan voor mijn blik weer op de tafel te laten rusten.
"Ik lag in coma, omdat Voldemort en zijn Dooddoeners mijn verjaardag hadden bezocht." Zei ik. Ik hoorde een geschokte Hermelien haar adem in zuigen.
"Hij heeft al mijn vrienden… en familie…" Ik kreeg een brok in mijn keel en stopte even om te slikken. "…vermoord."
"Allemaal?" Fluisterde Hermelien geschokt.
Ik keek haar aan met tranen in mijn ogen.
"Allemaal." Bevestigde ik en keek weer naar de tafel.
Ik voelde hoe Evelien mijn hand greep en er troostend in kneep.
"Maar… jij leeft nog." Zei Harry aarzelend. Het leek meer op een vraag.
"Ja, hoe dat kan, weet ik niet." Zei ik. "Sneep zei dat ik spreuken had afgeweerd."
Het was even helemaal stil. In die stilte raapte ik mezelf weer bij elkaar.
"Dus… wat wilde je aan ons vragen?" Vroeg Harry toen.
"Eigenlijk wil ik je heel erg veel vragen, Harry." Zei ik met een glimlach. "Maar eerst wil ik je nog iets vertellen."
Harry haalde zijn schouders op.
"Harry, je bent beroemd," Ik keek even streng naar Ron, die wilde zeggen dat ze dat nou onderhand wel wisten. "Maar niet alleen Harry, ook jij Ron, en jij Hermelien."
Ron en Hermelien keken me vol verbazing aan.
"Zelfs Malfidus en Marcel." Ging ik geamuseerd door.
"Maar, hoezo?" Vroeg Hermelien nog onder de indruk dat zíj beroemd was.
"Misschien niet zo in de toverwereld, maar wel in de dreuzelwereld." Zei ik. "Er is namelijk iemand, die boeken schrijft over je avonturen die je hier beleefd."
"Weet Perkamentus daarvan af?" Riep Hermelien geschokt uit. "Dat moet gestopt worden! Dat kan onze hele wereld ontmaskeren."
"Wees maar niet bang, Hermelien." Zei is geruststellend. "Niemand geloofd echt wat ze schrijft, iedereen vind het alleen leuk om te lezen. Daarvan ken ik jullie allemaal. Ik ben eigenlijk een Dreuzel."
"Oh…" Zei Ron en bleef me aanstaren.
Het was weer even stil. Ze keken me allemaal nog vol ongeloof aan.
"En je zit toch in Zwadderich?" Vroeg Ron.
"Euh… Ja. Hoe dat kan, weet ik ook niet, maar Sneep was er ook niet zo blij mee, geloof ik."
"Dus je weet wat er allemaal gebeurd is de laatste vier jaren?" Vroeg Harry. "Alles?"
"Ik denk het wel." Zei ik. "In je eerste jaar was er Krinkel, die een grote aanhanger was van Voldemort. Hij wilde de steen der wijzen hebben die hier op school was verborgen."
Ze knikten allemaal vol verbazing.
"In het tweede jaar kwam Voldemort terug, door middel van zijn dagboek en Ginny. Jou zusje, Ron." Vervolgde ik.
Ron begon te grijnzen.
"Wow. Gaaf dat je dat allemaal weet." Zei hij.
"Blijkbaar weet je echt alles." Zei Harry.
"Ik weer echter niets van wat er dit jaar allemaal is gebeurd. Ik weet ook niet wat er gaat komen, want dat moet natuurlijk allemaal nog gebeuren."
"Het is een heel erg ongeloofwaardig verhaal, maar waarom zouden we je nu wel vertrouwen?" Vroeg Hermelien. "Geef ons een reden om je te vertrouwen."
Ik dacht na. Wat kan ik zeggen waardoor ze me wel zouden vertrouwen. Ik keek Harry aan.
"Hoe is het met Sirius?" Vroeg ik toen. Ik wist meteen dat ik een gevoelige snaar had geraakt want Harry keek me aan met grote ogen. Hij raapte zich echter weer snel bij elkaar en keek me aan met samengeknepen ogen.
"Ik weet niet wat je bedoeld." Zei Harry.
"Kom op Harry. Ik weet dat Sirius Zwarts twaalf jaar gevangen gezeten heeft voor iets wat iemand anders had gedaan. Ik weet dat hij jou peetvader is."
Harry knikte. Evelien keek me echter vol ongeloof aan. Ik keek haar snel even aan en richtte mijn blik weer op Harry. Die keek Hermelien en Ron aan.
"Als ik echt zo slecht zou zijn, was ik allang naar Omber gestapt." Zei ik. "En niet alleen voor dat." Voegde ik mysterieus toe.
Ze keken me weer snel aan.
"Ik weet ook dat jullie een of andere duelclub hebben opgericht." Zei ik en ze keken me allemaal geschokt aan.
"Van wie heb je dat gehoord?" Vroeg Ron kwaad en kreeg een por van Hermelien.
Ik keek Evelien even aan, die knalrood werd toen ze alle blikken op zich kreeg.
"Ik euh… heb iemand uit Ravenklauw iets daarover horen zeggen." Zei ze verlegen en keek naar de tafel.
Ze keken me allemaal weer aan en toen elkaar.
"Geloof me, alsjeblieft.." Zei ik. "Jullie kunnen me vertrouwen."
Ze knikten allemaal langzaam.
"Jullie hoeven me niets te vertellen over waar Sirius is, of andere dingen waarvan jullie denken dat ik niet hoef te weten." Zei ik nog. "Ik wil gewoon de grote lijn weten van wat er is gebeurd nadat Voldemort is teruggekeerd. Heeft hij nog mensen aangevallen? Behalve mij, dan." Voegde ik snel toe.
Ze keken elkaar weer aan en knikten. Harry keek me serieus aan en begon zijn verhaal.
--------------------------- -------------------------------- -------------------------
please review!
Earwen - Ramona is familie van Harry. Haar moeder was de zus van Harry's moeder. Zo, is dat ook weer duidelijk...
--------------------- ---------------------- --------------------
HOOFDSTUK 13
Wantrouwen
--------------------- ---------------------- ---------------------
Hagrid had wat eten klaar gemaakt, maar Harry had echt niet overdreven wat Hagrids kookkunsten betreft. Het was gewoon niet te eten. Veel te sterk gekruide gebakken eieren en het brood was zo hard als een kei. Ik wilde niet ondankbaar lijken, dus begon ik braaf te eten.
"Ik ben effe kijken hoe het met mijn pompoenen gaat. 'k Heb Harry net geuild en hij komt er zo aan. 'k Heb alleen niet gezegd dat jij er ook ben. Leek me verstandiger, omdat Omber alle post nakijkt en nogal op Harry let." Zei Hagrid en ging naar buiten.
Ik knikte. Toen hij de deur dicht deed gooide ik snel al het eten in de afvalbak en bakte snel een ei voor mezelf met alleen wat zout. Door het eten was ik een beetje slaperig geworden en ik legde mijn hoofd op mijn armen op tafel.
'Ik hoop dat Harry snel komt.' Dacht ik nog voordat ik in slaap viel van vermoeidheid.
------------------------ ------------------------------ ---------------------------
Harry ontving plots een brief aan het ontbijt. Verbaasd maakt hij het los bij Hedwig en gaf haar wat pompoensap voor de brief gretig open te maken.
"Van wie is het, Harry?" Vroeg Hermlien.
"Het is van Hagrid. Hij wil ons spreken." Antwoordde Harry nadat hij de brief snel had doorgelezen en hem aan Hermelien gaf.
"Hagrid wil jullie spreken, hoor ik dat goed?" Klonk een piepstem achter hem en hij draaide zich langzaam om naar Omber.
"Ja, dat hoort u goed." Antwoordde hij koel.
Hij kreeg een wantrouwende blik van Omber en Hermelien zag dat.
"Hij wil ons spreken over de Terzielers." Zei ze snel.
"Nou, dan zullen we maar gaan, niet?" Zei Ron en snel vertrokken ze, nagestaard door een achterdochtige Omber.
"Wil hij ons spreken over de Terzielers?" Vroeg Ron toen ze uit de Grote Zaal waren.
"Nee, maar ik moest toch een reden vinden om naar Hagrid te gaan?" Zei Hermelien. "Zag je niet hoe Omber keek. Die denkt zeker dat we wat van plan zijn."
"Maar sinds wanneer zijn wij een verklaring aan haar schuldig?" Zei Harry nors.
"Ik weet niet of jullie het in de gaten hebben, maar Omber begint steeds meer macht te krijgen hier op Zweinstein." Legde Hermelien uit. "Ik weet bijna zeker dat ze bezig is met het verdrijven van Perkamentus."
"Hee, kijk uit waar je loopt!" Riep Ron opeens en Harry en Hermelien draaide zich om, om hem om de grond te zien liggen. Blijkbaar overhoop gerend door een blond meisje van ongeveer hun leeftijd.
"O, het spijt me zo!" Zei het meisje geschrokken en hielp Ron overeind. "Heb ik je pijn gedaan?"
"Nee, nee, het is al goed." Gromde Ron en zag toen het embleem op haar gewaad. "Hee, jij bent van Zwadderich."
"Ja, nou en?" Vroeg het meisje verdedigend.
"Euh… niets hoor. Ik kan me alleen niets herinneren van een blond meisje in Zwadderich." Zei Ron verontschuldigend.
"Nou, dat vind ik heel erg stom, Ron Wemel, vooral omdat we vaak bij elkaar in de klas zitten." Zei het meisje kwaad.
"O ja?" Vroeg Harry toen verbaasd.
"Je wilt toch niet zeggen dat jij me ook al niet kent?" Vroeg het meisje nu nog kwader en Harry nam een stap achteruit.
"Ik ken je wel hoor." Zei Hermelien toen met een glimlach. "Jij bent toch Evelien?"
Het meisje glimlachte terug.
"Eindelijk iemand die me kent." Zei ze opgelucht en toen droevig: "Zelfs de mensen uit mijn eigen afdeling weten mijn naam niet."
Harry wist daar niets op te zeggen en hield zich stil. Hermelien en Ron wisselde even blikken.
"Zeg," Begon Evelien plots. "Jullie kennen dat nieuwe meisje toch wel, hè? Samantha Sanders?"
"Euh… ja hoor." Zei Ron, die nog dichtbij stond en zich aangesproken voelde.
"Wat is er met haar?" Vroeg Hermelien.
"Nou eh… Ik kan haar niet vinden. Hebben jullie haar ergens gezien?"
"Euh… Nee, niet gezien." Mompelden Harry en Ron schudde zijn hoofd.
"Nee, sorry, niet gezien." Zei Hermelien opgewekt.
"Nou ja, maakt niet uit. In ieder geval bedankt." Zei Evelien vrolijk. "Dan zoek ik wel even verder. Prettig weekend."
"Ja, prettig weekend." Herhaalde Hermelien en draaide naar Harry en Ron die het blonde meisje met open mond nastaarde.
"Ron, sluit je mond, het is heel ongemanierd om iemand met open mond na te staren." Zei Hermelien bits en ging de jongens voor naar buiten.
"Hoe kan ik zo'n meisje niet eerder hebben gezien?" Vroeg Ron verbluft. "En ze zit bij ons in de klas."
"Correctie, ze zit in Zwadderich." Zei Hermelien bedenkelijk. "Ze was wel erg vriendelijk voor een Zwadderaar."
"Ja, wie had dat ooit gedacht, een vriendelijke Zwadderaar." Zei Harry.
------------------------------ --------------------------- ----------------------------------
Ik schrok op van een deur die open werd gemaakt en ik ging snel rechtop zitten. Verdwaasd keek ik om me heen. 'Waar ben ik?'
Toen zag ik Harry Potter in de deuropening. Harry Potter! Hij zag mij ook en kwam langzaam binnen gelopen.
"Hè, loop eens door, Harry." Hoor ik een meisje zeggen.
'Dat moet Hermelien zijn." Dacht ik en dat wordt bevestigd door het beeld van een meisje met een grote bos krullen.
'Waarom voel ik me nu opeens zo zenuwachtig?' Vroeg ik mezelf. 'Waarschijnlijk omdat ik nu Harry Potter en zijn vrienden in het echt zie!'
Ik ging langzaam staan en glimlachte.
"Ha Harry, Hermelien." Zei ik en zag toen Ron ook binnen komen en voegde toe: "En Ron."
Ze keken me allemaal verbaasd aan.
"Oké, dat je Harry kent is begrijpelijk, beroemd enzo, maar dat je Hermelien en mij kent…" Zei Ron verbluft.
Ik grijnsde schaapachtig. "Ach, lang verhaal. Misschien vertel ik het nog wel een keer."
"We kregen een briefje van Hagrid, dat hij ons wilde spreken. Waar is hij?" Vroeg Harry en keek de hut rond.
"Euh… Dat weet ik niet. Is hij niet buiten?" Vroeg ik verbaasd. "Hij zei dat hij naar zijn pompoenen ging kijken."
"Nee, hij is niet buiten." Zei Hermelien. "Maar wat doe jij eigenlijk hier?"
"Nou, ik ben eigenlijk degene die jullie wil spreken." Zei ik langzaam en kreeg verbaasde blikken van Harry en Ron. "Ik heb namelijk een gerucht gehoord en wilde kijken of dat waar is."
"Oké. Wat dan?" Vroeg Harry.
Wat me opviel was dat ze allemaal bleven staan en een me een beetje nerveus in het oog hielden.
"Wat is er?" Vroeg ik daarom. "Waarom gaan jullie niet zitten?"
Het leek alsof ze daardoor nog voorzichtiger werden en juist niet gingen zitten. Ze keken elkaar even vragend aan.
"Euh… Ja, natuurlijk." Zei Hermelien en pakte een stoel tegenover me. Harry en Ron gingen langs haar zitten, zo ver mogelijk van mij vandaan.
"Ik bijt niet, hoor." Zei ik geamuseerd.
'Dit gaat niet goed.' Dacht ik echter een beetje angstig. 'Als ze mij niet vertrouwen, vertellen ze me niets van wat er aan de hand is.'
"Nou, kijk, je zit in Zwadderich…" Begon Hermelien, maar viel stil en staarde naar de tafel.
"Ja, en wij vertrouwen geen Zwadderaars." Zei Ron verdedigend.
"Dus, wat wilde je vragen? Dan kunnen we weer gaan." Zei Harry snel.
Ik keek hen vol ongeloof aan.
"Dus alleen maar omdat ik in Zwadderich zit, vertrouwen jullie me niet? Jullie kennen me niet eens!" Riep ik verontwaardigd uit. "Ik weet niet of jullie al die vier jaren met een plank voor jullie kop hebben rondgelopen, maar daar ziet het er wel naar uit. Er zitten niet alleen maar toekomstige Dooddoeners in Zwadderich en de tijd dat er alleen maar kinderen van 'zuiver bloed' werden toegelaten is allang voorbij."
Ze keken elkaar ongemakkelijk aan.
"Ginny heeft je zien praten met Omber." Zei Ron uiteindelijk om toch een reden te vinden om me niet te vertrouwen.
"Dat is omdat ik geen vijand van haar wil maken. Het ziet ernaar uit dat zij veel te veel macht naar zich toe aan het trekken is, hier op Zweinstein." Antwoordde ik. "Dat is ook een reden waarom ik jullie wilde spreken.
Ik had allang besloten om niet te beginnen over zijn illegale duelclub. Eerst zou ik zijn vertrouwen moeten winnen. Misschien door het vertellen van mijn verhaal.
"Maar wat ik wilde vertellen is, dat ik je geloof Harry." Zei ik. "Dat Voldemort is teruggekeerd en dat jij hem hebt gezien."
Harry keek opgelucht, maar Ron was nog niet overtuigd.
"Ja, natuurlijk geloof jij dat. Je zit in Zwadderich. Waarschijnlijk ben je door Voldemort zelf gestuurd om als spion hier rond te lopen. Wie gaat er anders pas op zijn achttiende naar Zweinstein. Voor het eerst?" Zei hij achterdochtig.
Ik zuchtte.
"Waarom ik mijn krachten pas kreeg toen ik achttien werd, weet ik niet, maar ik ben geen Dooddoener." Zei ik en keek naar mijn handen. "Maar ik denk dat ik maar beter mijn verhaal kan vertellen."
Plots werd er op de deur geklopt.
"Hagrid? Ben je er?" Hoorde ik een meisje zeggen. De stem kwam me bekend voor dus ik opende de deur om daar Evelien te zien staan.
"Samantha!" Riep ze opgelucht uit. "Eindelijk! Waar was je? Ben je oké?"
Ik glimlachte. "Ja hoor, prima. Ik wilde alleen Harry even spreken, dus ben naar Hagrid gegaan om het niet al te opvallend te maken voor Omber."
"O! Ja, slim." Zei Evelien en liep naar binnen.
"Alweer hallo." Zei ze tegen Harry, Ron en Hermelien.
"Alweer?" Vroeg ik verbaasd.
"Ja, ik kwam ze net tegen toen ik op zoek was naar jou." Legde ze uit en ging op een stoel zitten. "Ik stoor toch niet?"
"Nee hoor." Zei ik. "Ik wilde hen net uitleggen wat er allemaal is gebeurd."
"O." Zei ze en gaf me een blik waardoor ze liet blijken dat ze me begreep.
"Want blijkbaar zitten er alleen slechte mensen in Zwadderich." Zei ik en ging zitten zonder Harry, Ron en Hermelien aan te kijken. Evelien schudde somber haar hoofd.
"Ook altijd hetzelfde." Zuchtte ze.
"Zoals Perkamentus had gezegd, heb ik vier maanden in coma gelegen, in de Ziekenzaal van Zweinstein." Begon ik plots mijn verhaal en dat trok meteen de aandacht van de drie vrienden die waren begonnen met op fluistertoon met elkaar te overleggen.
Ik keek hen even allemaal aan voor mijn blik weer op de tafel te laten rusten.
"Ik lag in coma, omdat Voldemort en zijn Dooddoeners mijn verjaardag hadden bezocht." Zei ik. Ik hoorde een geschokte Hermelien haar adem in zuigen.
"Hij heeft al mijn vrienden… en familie…" Ik kreeg een brok in mijn keel en stopte even om te slikken. "…vermoord."
"Allemaal?" Fluisterde Hermelien geschokt.
Ik keek haar aan met tranen in mijn ogen.
"Allemaal." Bevestigde ik en keek weer naar de tafel.
Ik voelde hoe Evelien mijn hand greep en er troostend in kneep.
"Maar… jij leeft nog." Zei Harry aarzelend. Het leek meer op een vraag.
"Ja, hoe dat kan, weet ik niet." Zei ik. "Sneep zei dat ik spreuken had afgeweerd."
Het was even helemaal stil. In die stilte raapte ik mezelf weer bij elkaar.
"Dus… wat wilde je aan ons vragen?" Vroeg Harry toen.
"Eigenlijk wil ik je heel erg veel vragen, Harry." Zei ik met een glimlach. "Maar eerst wil ik je nog iets vertellen."
Harry haalde zijn schouders op.
"Harry, je bent beroemd," Ik keek even streng naar Ron, die wilde zeggen dat ze dat nou onderhand wel wisten. "Maar niet alleen Harry, ook jij Ron, en jij Hermelien."
Ron en Hermelien keken me vol verbazing aan.
"Zelfs Malfidus en Marcel." Ging ik geamuseerd door.
"Maar, hoezo?" Vroeg Hermelien nog onder de indruk dat zíj beroemd was.
"Misschien niet zo in de toverwereld, maar wel in de dreuzelwereld." Zei ik. "Er is namelijk iemand, die boeken schrijft over je avonturen die je hier beleefd."
"Weet Perkamentus daarvan af?" Riep Hermelien geschokt uit. "Dat moet gestopt worden! Dat kan onze hele wereld ontmaskeren."
"Wees maar niet bang, Hermelien." Zei is geruststellend. "Niemand geloofd echt wat ze schrijft, iedereen vind het alleen leuk om te lezen. Daarvan ken ik jullie allemaal. Ik ben eigenlijk een Dreuzel."
"Oh…" Zei Ron en bleef me aanstaren.
Het was weer even stil. Ze keken me allemaal nog vol ongeloof aan.
"En je zit toch in Zwadderich?" Vroeg Ron.
"Euh… Ja. Hoe dat kan, weet ik ook niet, maar Sneep was er ook niet zo blij mee, geloof ik."
"Dus je weet wat er allemaal gebeurd is de laatste vier jaren?" Vroeg Harry. "Alles?"
"Ik denk het wel." Zei ik. "In je eerste jaar was er Krinkel, die een grote aanhanger was van Voldemort. Hij wilde de steen der wijzen hebben die hier op school was verborgen."
Ze knikten allemaal vol verbazing.
"In het tweede jaar kwam Voldemort terug, door middel van zijn dagboek en Ginny. Jou zusje, Ron." Vervolgde ik.
Ron begon te grijnzen.
"Wow. Gaaf dat je dat allemaal weet." Zei hij.
"Blijkbaar weet je echt alles." Zei Harry.
"Ik weer echter niets van wat er dit jaar allemaal is gebeurd. Ik weet ook niet wat er gaat komen, want dat moet natuurlijk allemaal nog gebeuren."
"Het is een heel erg ongeloofwaardig verhaal, maar waarom zouden we je nu wel vertrouwen?" Vroeg Hermelien. "Geef ons een reden om je te vertrouwen."
Ik dacht na. Wat kan ik zeggen waardoor ze me wel zouden vertrouwen. Ik keek Harry aan.
"Hoe is het met Sirius?" Vroeg ik toen. Ik wist meteen dat ik een gevoelige snaar had geraakt want Harry keek me aan met grote ogen. Hij raapte zich echter weer snel bij elkaar en keek me aan met samengeknepen ogen.
"Ik weet niet wat je bedoeld." Zei Harry.
"Kom op Harry. Ik weet dat Sirius Zwarts twaalf jaar gevangen gezeten heeft voor iets wat iemand anders had gedaan. Ik weet dat hij jou peetvader is."
Harry knikte. Evelien keek me echter vol ongeloof aan. Ik keek haar snel even aan en richtte mijn blik weer op Harry. Die keek Hermelien en Ron aan.
"Als ik echt zo slecht zou zijn, was ik allang naar Omber gestapt." Zei ik. "En niet alleen voor dat." Voegde ik mysterieus toe.
Ze keken me weer snel aan.
"Ik weet ook dat jullie een of andere duelclub hebben opgericht." Zei ik en ze keken me allemaal geschokt aan.
"Van wie heb je dat gehoord?" Vroeg Ron kwaad en kreeg een por van Hermelien.
Ik keek Evelien even aan, die knalrood werd toen ze alle blikken op zich kreeg.
"Ik euh… heb iemand uit Ravenklauw iets daarover horen zeggen." Zei ze verlegen en keek naar de tafel.
Ze keken me allemaal weer aan en toen elkaar.
"Geloof me, alsjeblieft.." Zei ik. "Jullie kunnen me vertrouwen."
Ze knikten allemaal langzaam.
"Jullie hoeven me niets te vertellen over waar Sirius is, of andere dingen waarvan jullie denken dat ik niet hoef te weten." Zei ik nog. "Ik wil gewoon de grote lijn weten van wat er is gebeurd nadat Voldemort is teruggekeerd. Heeft hij nog mensen aangevallen? Behalve mij, dan." Voegde ik snel toe.
Ze keken elkaar weer aan en knikten. Harry keek me serieus aan en begon zijn verhaal.
--------------------------- -------------------------------- -------------------------
please review!
