Hé mensen. Een nieuw hoofdstuk. Please read! if you're still there...

Pax - Bedankt. Ik ben aleen bang dat het een beetje oninteressant begint te worden. Dat het verhaal te traag gaat. En wie ze nog meer in haar hoofd heeft kan nogal een schok worden...

Earwen-elf - :) Sam is gewoon geweldig :)

Tourniquet - Bedankt voor het compliment. Dat kan ik wel gebruiken!

Bedankt allemaal voor het reviewen!!

-----------------------------------------------
HOOFDSTUK 18
Vreemde gebeurtenissen
------------------------------------------------

Draco Malfidus verschrompelt geërgerd de brief in zijn handen. Vanuit zijn ooghoeken bekijkt hij het object van zijn irritatie en gebaard zijn twee handlangers om met hem de grote zaal te verlaten, nog voor Perkamentus opstaat om zijn mededeling te maken.
"Ik heb een mededeling voor alle leerlingen die hebben besloten om deze Kerst op school door te brengen." Zei hij gewichtig terwijl hij opstond en om iedereens aandacht vroeg. Bedachtzaam bekeek hij de drie leerlingen van Zwadderich de Grote Zaal verlaten.
Geïnteresseerd keek ik op van mijn bord met aardappelpuree en stootte Jasper aan om hem stil te krijgen.
"Gezien er deze Kerst weinig leerlingen op school verblijven, hebben we besloten om het Kerstbal op de eerste vrijdag van de vakantie niet door te laten gaan."
Ik keek hem geschokt aan. En ik had nog wel zo'n mooie jurk gekocht!
Perkamentus gebaarde om rust, want er waren er meerdere die hadden gerekend op het feest die zaten te mopperen.
"In plaats daarvan, zijn er uitnodigingen verstuurd naar alle ouders voor het feest met nieuwjaar. Gepaste kleding is gevraagd."
Er was een doodse stilte in de zaal voordat iedereen uitbarstte in opgewonden geroezemoes. Er verscheen een grijns op mijn gezicht en ik keek Evelien aan die Perkamentus ook met grote ogen zat aan te staren.
"Dit betekend…" Zei ze terwijl ze mij aankeek en ook begon te grijnzen.
"Geweldig!" Zei ik verheugd. "Alsof hij het wist!"
"Wat voor feest was het?" Vroeg Jasper opgewonden.
"Nieuwjaar." Antwoordde ik. "Ik ben benieuwd hoe ze het hier gaan versieren."
"Ja, zouden er zoveel mensen in deze zaal gaan?" Vroeg Evelien terwijl ze rondkeek.
Ik keek ook eens schattend rond, maar mijn blik viel toen op een legen plaats aan de lerarentafel.
"O shit!" Zei ik terwijl ik op de klok keek en snel opstond. "Het is zes uur!"
"O jee, Sneep houdt er niet van als je te laat komt." Zei Evelien hoofdschuddend.
"Ik moet rennen!" Zei ik als afscheid en rende de Grote Zaal uit om mijn boeken te halen.

--------------------------------------------------------------------------------

Evelien keek haar na terwijl ze de Grote Zaal uit stormde. Hoofdschuddend vroeg ze zich af waarom ze in 's hemels naam in Zwadderich zat. Ze was zo eerlijk en open als wat.
'Maar ik had me voorgenomen om mijn hoofd daar niet meer over te breken.' Dacht ze en stond ook op.
"Ga je mee?" Vroeg ze aan Jasper.
Die haalde zijn schouders op en stond ook op.
"Geef jij Sam een cadeau?" Vroeg Evelien terwijl ze de Zaal uit liepen.
"Ik zou niet weten wat." Zei Jasper terwijl hij haar bedachtzaam aankeek.
"Ik heb een geweldig cadeau, maar het is iets te duur om alleen voor haar te kopen."
"O ja? Wat dan?" Vroeg Jasper geïnteresseerd.
"Ik heb in een van die bladen die ze van Madame Mallekin toegestuurd krijgt een prachtige ketting gezien."
Terwijl Evelien en Jasper de gang doorliepen werden ze nagestaard door twee bedachtzame blauwe ogen.
"Draco?" Vroeg Kwast.
"Ja ja. Het zal wel." Zei hij geërgerd en richtte zijn aandacht weer op hem. "Ik bedenk me net dat ik mijn vader nog moet uilen. Gaan jullie maar vast naar de leerlingenkamer, jullie weten wat jullie moeten doen."
"Jazeker." Zei Korzel trots. "We moeten die twee, Samantha en Evelien, in de gaten houden."
"Niet zo luid!" Zei Malfidus, zijn ogen woedend toen hij een drietal Griffoendors langs zag lopen. "Wat valt er te zien, Potter?"

--------------------------------------------------------------------------------

"Dat beest moet verdwijnen!" Siste Sneep woedend.
"Wie noemt hij een beest?" Riep Feliks, doof voor Sneeps oren, maar ik was het met hem eens.
"En waarom moet hij verdwijnen?" Vroeg ik kalm, besluitend dat ik niet nog zo'n uitbarsting wilde als de vorige keer.
Sneep keek me met felle ogen aan, maar zei niets. Ik probeerde mijn zelfvoldane glimlach te verbergen en keek hoe hij zich omdraaide om weer in zijn ketel te roeren.
"Als hij maar uit de buurt van mijn drank blijft." Gromde hij.
"Wees maar niet bang. Ik WIL er niet eens in de buurt komen." Zei Feliks woedend en ik grinnikte.
Hij draaide zich weer scherp om, om mij hem aan te zien kijken met opgetrokken wenkbrauwen. Ik zag dat hij overwoog iets te zeggen, maar hield zich in en draaide zich weer naar zijn ketel.
Ik schudde mijn hoofd in verwondering. Wat was het toch een vreemde man. Telkens weer kreeg ik weer een tipje van zijn persoonlijkheid te zien. Eerst dacht ik dat hij alleen maar koud en sarcastisch was, maar hij kan af en toe verschrikkelijk heetgebakerd zijn. Best wel grappig, omdat het op mij geen effect heeft.
"Geef maar toe, iets in hem trekt je aan." Zei Feliks plots geamuseerd en ik keek hem scherp aan.
"Hoe kom je daar nou bij?" Vroeg ik hem verwonderd.
"Wat zei je?" Vroeg Sneep zonder zijn drank uit het oog te verliezen.
"Niets. Ik had het tegen Feliks." Antwoordde ik, blij dat hij de feniks niet kon verstaan.
Terwijl ik hem nogmaals bekeek vroeg ik mezelf af of Feliks misschien gelijk had.
'Nee, onmogelijk. Bovendien is hij veel te oud voor me.' Bedacht ik en zag toen ik me weer tot de vogel richtte dat hij me geamuseerd zat te bestuderen.
"Nee, echt niet." Zei ik defensief, waarop Sneep zich weer naar me omdraaide. Ik haalde mijn schouders met een schaapachtige glimlach op. De vogel neigde even met zijn hoofd naar de zijkant om aan te geven dat het hem niets uitmaakte of ik het met hem eens was of niet.
"Nou genoeg onzin." Zei ik en opende mij boek van Transfiguratie om nogmaals te proberen een lucifer in een speld te veranderen.
Na drie keer weer mijn ogen openend om de lucifer te zien liggen zuchtte ik gefrustreerd en zakte achteruit de grote stoel in.
"Kom op, je kan het wel." Zei Feliks en kwam op mijn schoot zitten.
Plots voelde ik een warmte zich verspreiden over mijn lichaam en ik keek de vogel verbaasd aan.
"Probeer het nogmaals." Zei die aanmoedigend en ik sloot mijn ogen.
De warmte zorgde ervoor dat ik me helemaal ontspande en mijn geest tot rust keerde. Ik dacht aan de instructies in het Zwarte Boek. Ik hield mijn hand boven de lucifer.
'Probeer het object in je geest te zien.' Dacht ik en zag de lucifer. Stap voor stap bedacht ik hoe het eerst van vorm veranderde en toen van kleur. Ik was er zo zeker van dat er nu een speld moest liggen dat ik bang was dat als ik mijn ogen zou openen er gewoon nog een lucifer zou liggen.
"Zie je wel dat je het kunt." Hoorde ik Feliks zeggen en mijn ogen schoten open.
Onder mijn hand lag een perfecte speld. Het had zelfs het rode knopje wat ik zelf had verzonnen. Ik slaagde een kreetje van opwinding en pakte de speld tussen mijn vingers. Ik draaide me om om Sneep het goede nieuws te vertellen, maar die stond me al aan te staren.
"Kijk!" Zei ik opgewonden en hield de speld naar hem op.
Hij knikte even kort en wendde zich weer tot zijn drank. Ik keek Feliks aan en haalde mijn schouders op. Na die avond had professor Sneep geen bezwaren meer om Feliks niet toe te laten tot mijn 'lessen'.

--------------------------------------------------------------------------------

De middag voor de ontmoeting met de SVP hield ik Hermelien aan in de gangen.
"We weten niet precies waar we moeten zijn vanavond." Zei ik zacht tegen haar.
Hermelien keek even rond of er geen luistervinken in de buurt waren.
"Ontmoet me vanavond om acht uur bij de trap die naar de zevende verdieping leidt." Zei ze haastig en liep verder.
Ik haalde mijn schouders op en zorgde ervoor dat ik die avond om acht uur bij de trappen stond.
Hermelien kwam gehaast aangelopen.
"We moeten nog even wachten op Ron, die is er ook zo."
En nog voor ze haar zin had afgemaakt zagen we Ron de brede trappen beklimmen, gevolgd door Marcel.
"Wat is er met jou gebeurd?" Vroeg ik verbaasd toen ik Rons vuurrode gezicht zag.
"Zwerkbal." Zei hij kortaf.
"We moeten gaan, anders komen we nog te laat." Zei Hermelien en ze ging ons voor naar de derde verdieping en liep een gang door. Tot mijn verbazing draaide ze aan het einde weer om en liep weer terug.
"Wat ga je nou doen?" Vroeg ik verbaasd.
"Ssst." Siste Ron en ik keek Evelien met opgetrokken wenkbrauwen aan.
Aan het begin van de gang draaide Hermelien weer om en kwam onze kant op. Toen viel me plots een deur op die was verschenen tegenover het grote wandkleed.
"Heb jij die deur net gezien?" Vroeg ik Evelien en die schudde haar hoofd ook verbaasd.
"Welkom bij de Kamer van Hoge Nood." Zei Ron met een grijns en hij opende een deur om een ruimte binnen te stappen die eruit zag om speciaal Verweer in te geven. Tegen de muren stonden grote boekenkasten met titels als 'De Zwarte Kunsten te Slim Af' en 'Spreukgebruik uit Noodweer' en instrumenten waarvan ik dacht dat één ervan een Vijanvizier was, die bij professor Dolleman in het kantoor had gehangen. Op de grond lagen allemaal grote kussens waarop al verscheidene leerlingen zaten die ons geen aandacht gaven. Evelien en ik zochten een kussen uit dicht bij Hermelien.
"Oké." Begon Harry. "Het lijkt me verstandig om vanavond nog eens de dingen te herhalen die we tot dusver geoefend hebben. Dit is tenslotte de laatste bijeenkomst voor de vakantie en het heeft geen zin om aan iets nieuws te beginnen als er daarna een gat van drie weken valt –"
"Gaan we niets doen?" Zei een blonde jongen uit Huffelpuf op fluistertoon, maar iedereen kon hem horen. "Als ik dat had geweten, was ik niet gekomen."
"Dan is het jammer dat Harry het niet eerder tegen je heeft gezegd." Zei één van de roodharige tweeling.
Ik grinnikte. Blijkbaar was die jongen niet zo populair.
"- jullie kunnen met zijn tweeën oefenen," zei Harry. "Laten we eerst tien minuten de Stremspreuk doen, dan pakken we daarna de kussens en proberen we nog een keer te verlammen." Ik keek Evelien aan.
"Die ken ik allemaal nog niet." Zei ik verongelukt.
"Maakt niet uit. Je bent toch hier om ze te leren?" Zei Evelien en haalde haar schouders op. "Ik help je wel."
"Oké. Wat is de spreuk?" Vroeg ik een beetje onzeker.
"De Stremspreuk is 'Impedimenta'." Legde ze uit en ze liet de goede stafbeweging zien. "Probeer maar."
"Impedimenta!" Zei ik onzeker en zwaaide met mijn staf. Er gebeurde niets en ik keek Evelien schaapachtig aan.
"Je moet je beweging iets soepeler maken, zoals dit." Zei ze en liet het zien.
"Hoe gaat het hier?" Vroeg Harry en ik keek hem wanhopig aan.
"Ik ken die spreuken nog niet." Zei ik.
"Ik zal je wel helpen." Antwoordde hij en begon het gebruik van de spreuk uit te leggen. Hij was echt een goede leraar en na tien minuten lukt het me om een vallend papiertje te laten hangen in de lucht. De spreuk op een persoon gebruiken was nog te moeilijk voor mij. Evelien deed ondertussen met Marcel. Verlammen ging iets beter en toen Harry op zijn fluitje blies was ik erg trots op mezelf, al ging het natuurlijk niet zo goed als bij de anderen.
"Misschien kunnen we na de vakantie met de moeilijker spreuken beginnen – wie weet zelfs met de patronus." Zei Harry en toen kreeg ik het toch wel een beetje warm, want de patronus was veel te moeilijk voor mij. Ik wist het zeker.
Toen iedereen de kamer begon te verlaten zei ik tegen Evelien dat ze al vast mocht gaan, ik wilde Harry even spreken.
"Hé Harry." Zei ik en hielp hem met de kussens. "Je bent echt een goede leraar."
"Dank je." Antwoordde hij grijnzend. "Jij deed het ook nog niet zo slecht. Heb je die spreuken echt nog nooit gedaan?"
Ik schudde mijn hoofd.
"Ik ben er pas een maand achter dat ik magische krachten heb." Zei ik.
"Dan gaat het best snel." Zei hij bewonderend.
"Ja, maar toch nog niet zo snel als dat ik gehoopt had." Zuchtte ik. "Ik had misschien een idee." Hij keek me geïnteresseerd aan.
"Als je me nou eens wat spreuken gaf die ik zou kunnen oefenen. Spreuken waarvan jij zegt die ik wel zou moeten weten." Zei ik hoopvol. "Aan Omber heb ik niet veel."
"Is goed hoor." Zei hij, maar hij keek niet naar mij, hij keek naar de deur, waar Cho Chang haar vriendin zei dat ze alvast weg kon gaan. Hij begon plots verwoed de kussens recht te leggen.
"Eh… oké." Zei ik. Ik kon hier het best weg wezen. Ik wist wat Harry voor haar voelde en ze kwam onze kant op.
"Ik spreek je daar morgen weer over?" Vroeg ik hoopvol.
"Is goed." Zei hij afwezig en ik liep hoofdschuddend weg, Cho even glimlachend aankijkend.
Toen ik de kamer uit kwam zag ik Evelien staan.
"Wat?" Vroeg die toen ze mijn grijns zag.
"Cho is daarbinnen met Harry. Alleen." Zei ik.
"Nou en?" Vroeg ze.
"Harry vind haar leuk." Legde ik uit en ze begon ook te grijnzen.
Plots voelde ik me niet meer zo prettig. Ik voelde me een beetje teleurgesteld om iets.
"Wat is er?" Vroeg Evelien die mijn stemmingswisseling opmerkte.
"Ik weet het niet." Zei ik een beetje verwilderd. "Ik voel me een beetje raar."
"Dan zullen we maar snel naar de leerlingenkamer gaan." Zei Evelien en we daalden de trappen af.
Plots voelde ik iets anders. Ik voelde me heel zenuwachtig worden en ik ging even op de trap zitten om te proberen om tot rust te komen, maar het gevoel bleef. Ik voelde me zo zenuwachtig. Mijn hart leek alsof het uit mijn borst zou springen en het bloed ruiste door mijn hoofd. Evelien vroeg wat, maar ik verstond haar niet. Beelden van sproetjes en wimpers met tranen zag ik plots voor me en ik schudde mijn hoofd. Ik keek Evelien verbluft aan toen de beelden en het gevoel in eens verdween.
"Wat is er?" Vroeg ze.
"Ik heb geen idee wat er aan de hand is. Ik voelde me plots heel zenuwachtig worden en ik zag een meisjesgezicht." Legde ik omslachtig uit.
Ze keek me fronsend aan.
"Wie was het dan?"
"Ik weet het niet. Ik zag maar een paar dingen. Sproeten en wat donkere ogen. Kon Cho Chang wel zijn geweest." Zei ik terwijl ik nadacht.
Ze keek me bevreemd aan.
"Dit is echt zo vreemd." Zei ik.
"Zeg dat wel." Zei ze en we keken elkaar even in stilte aan. Ik te verbluft en Evelien wist niet wat ze erop moest zeggen.
"Wat zou het kunnen betekenen?"
"Ik heb geen idee." Zei Evelien en haalde haar schouders op.
"Ik ben er eigenlijk wel zeker van dat het Cho was." Zei ik toen ik me haar herinnerde toen ik de Kamer van Hoge Nood verliet en haar gedag zei.
"Cho is alleen bij Harry." Zei Evelien en ze zei het alsof ze bevestiging nodig had.
"Ja." Zei ik maar.
"Alleen, toch?"
"Eh… ja." Zei ik, niet wetend waar ze precies heen wilde.
"En je zei dat je je heel zenuwachtig voelde?" Vroeg ze en toen dacht ik dat ik wist wat ze bedoelde.
"Je denkt toch niet dat…" Vroeg ik verblufd.
"Ja, net als die ene droom waarvan je me vertelde. Die ene over die gang met die gesloten deur."
"Zou die dan ook van Harry zijn?"
"Je kunt het altijd vragen." Zei ze schouderophalend en ik begon weer met de trap af te lopen.
"Ja, haha." Zei ik terwijl Evelien achter me liep. "Ik zie het al helemaal voor me: 'Zeg Harry, droom jij soms over donkere gangen met gesloten deuren?' Dat klinkt niet stom of zo."
"Nee, dat klinkt niet stom, want die heb ik inderdaad." Zei plots een jongensstem en ik draai me om om daar Harry te zien staan. "Hoe weet jij dat?"
Ik keek hem met grote ogen aan en dacht snel na over wat ik tegen hem ging zeggen.
"Nou eh… Ik weet het ook niet precies, maar ik ga nu meteen naar professor Perkamentus om het te vragen." Zei ik en Harry knikte. Ik zag dat hij er nog niet helemaal bij was met zijn hoofd en ik voelde me zo ongemakkelijk dat ik zo snel mogelijk daar weg wilde, dus namen we afscheid om vervolgens met dezelfde trap naar beneden te gaan.

--------------------------------------------------------------------------------

Please Review!!!