Een kort hoofdstuk. Omdat ik het zo druk heb met mijn nieuwe studie. Beter dan niets?
Tourniquet - Thanks :D bedankt voor het reviewen!
Earwen-Elf - Toch spannend? THanks. Ik update zo snel mogelijk.
Saffhire - Bedankt! Met het aantal hoofdstukken komt het wel goed, geloof ik :D Bedankt voor het reviewen!
HOOFDSTUK 19
Het tweede paar ogen van de slang
"Zal ik met je mee gaan?" Vroeg Evelien voorzichtig, want mijn geschoktheid was omgeslagen in woede. Woede over alle dingen die ik niet begreep. En dat waren er veel.
Waarom zag ik Harry's dromen en waarom zag ik in vredesnaam dat beeld van Cho? Het sloeg allemaal nergens op.
'Waarom heb ik deze krachten gekregen? Wat zijn het eigenlijk voor krachten? Wat heeft die feeniks er in 's hemelsnaam mee te maken? En Merlijn kan ik ook niet verklaren.' Dacht ik en wreef over mijn voorhoofd.
Nadat we afscheid hadden genomen met Harry had ik plotseling verschrikkelijke hoofdpijn gekregen, mijn voorhoofd gloeide helemaal. Nee, niet helemaal. Ik vergeleek één kant van mijn voorhoofd met de andere en kwam tot de conclusie dat de ene helft echt een stuk warmer was dan het andere.
"Wat is er?" Vroeg Evelien.
"Niets, enkel wat hoofdpijn." Zei ik en draaide me om om haar aan te kijken, want ze liep nog steeds achter me. "Ik denk dat ik eerst even langs Madam Pleister langs ga."
Ze keek me met grote ogen aan.
"Wat?" Vroeg ik een beetje geïrriteerd. "Van al die vreemde dingen is het toch normaal dat een mens hoofdpijn krijgt?"
"Nee, dat is het niet." Zei ze en keek me nog steeds aan. Nee, ze keek me niet aan, ze keek naar mijn voorhoofd.
"Je voorhoofd." Zei ze en kwam wat dichterbij staan. "Het begint te vervagen, maar ik ben er zeker van dat ik net een vlek op je voorhoofd zag in de vorm van een bliksemschicht."
"Nu is het echt genoeg." Zei ik na haar even aan te hebben gestaard. "We gaan nu naar Perkamentus."
"Hum hum. Wat is hier aan de hand?" Vroeg plots iemand achter me met een stem waar ik kippenvel van kreeg.
Ik dacht vlug na en draaide me om.
"Dag professor Omber." Zei ik vriendelijk naar het kleine vrouwtje. "Het is Foppe."
"Zo zo. Foppe dus." Zei ze gemaakt vriendelijk. Hoewel ik de laatste week zo vriendelijk mogelijk heb gedaan, is het me nog niet gelukt om haar vertrouwen te winnen.
Ik knikte met een onschuldig gezicht, al lang niet meer van plan om naar professor Perkamentus te gaan. Dat kon wel wachten. Ik hoopte erop dat ze er niet achter zou komen waar we geweest waren.
"En wat is er met Foppe?" Vroeg ze, maar toen zag ik een duistere gestalte in mijn ooghoeken.
"Is er een probleem?" Vroeg de duistere stem behorend tot professor Sneep. Ik vorge me af waar hij zo snel vandaan kwam.
"Dat vroeg ik me ook af, professor Sneep." Zei Omber. "Ze was net van plan het uit te leggen."
"Nou, Foppe heeft mijn kussen gestolen, en zonder kussen kan ik niet slapen." Terwij ik dat zei keek ik betekinsvol naar professor Sneep.
"Zonder kussen kan je niet slapen." Zei ze begrijpend. "Daar zullen we dan maar meteen wat aan doen."
Ze pakte haar toverstaf en toverde een kussen tevoorschijn en gaf hem aan mij. "Dank u wel professor." Zei ik gespeeld dankbaar en ik keek haar verwachtingsvol aan.
"Ik geloof dat deze twee jongedames in bed behoren te liggen?" Zei professor Sneep.
"Daar hebt u volkomen gelijk in, professor. Als u zo vriendelijk zou willen zijn om ze naar hun leerlingenkamer te begeleiden. Dan zal ik iets ondernemen tegen die Foppe." Antwoordde Omber en knikte even voordat ze weg liep.
"Foppe?" Fluisterde Evelien met grote glinsterende ogen.
Ik haalde schaapachtig mijn schouders op. "Kon niets anders verzinnen."
Professor Sneep wierp even een blik op me voordat hij aanliep en ons voorging naar de kerkers.
"Professor? Kan ik u even spreken?" Vroeg ik toen we voor de ingang stonden.
Evelien keek me even aan en ik gaf aan dat ze weg mocht gaan.
"Natuurlijk." Zei hij en we liepen verder naar zijn kantoor.
"Professor, ik heb de laatste tijd vreemde dromen." Zei ik terwijl ik in een van de stoelen ging zitten tegenover zijn bureau. "Dromen, die niet van mij zijn."
Sneep leunde voorover en plaatste zijn kin op zijn handen. Ik durfde hem niet in zijn ogen te kijken.
"De dromen zijn niet van jou?" Vroeg hij ongelovig.
"Nee. Ik weet niet hoe ik het uit moet leggen, maar ik heb het gevoel dat ik er buiten sta. Buiten de droom. Alsof ik vanaf een afstand sta te kijken." Zei ik een beetje wanhopig, ik wist niet hoe ik het duidelijk moest zeggen. "Ik zie het wel door de ogen van degene die het droomt, maar toch… Ik ben er niet zelf."
"Aha. En van wie zijn de dromen dan?"
"De dromen zijn van Harry." Zei ik zachtjes. "Harry Potter."
"Potter." Siste hij. "Hoe ben je daar zo zeker van?"
"Nou, ik heb het hem gevraagd." Zei ik en ik keek hem snel even aan om daarna mijn blik weer meteen op mijn handen te richten.
"Je hebt het hem gevraagd." Zei hij een beetje ongeduldig. "En hoe wist je het dat hij het was voordat je het had gevraagd?"
"Nou…" Ik overwoog wat ik hem allemaal kon vertellen. Over de SVP kon ik niets zeggen, ik wist dat Hermelien een of andere spreuk had uitgesproken over de rol perkament die Evelien en ik hadden getekend.
"Vanavond voelde ik iets." Begon ik en ik hoorde zelf hoe vreemd het klonk. Het was ook zo moeilijk om uit te leggen. "Ik voelde iets, wat helemaal niet klopte. Een emotie die niet klopte." Ik keek snel weer even naar professor Sneep die me nog steeds doordringend aan zat te kijken. Ik voelde me warm worden.
"Ik voelde me zenuwachtig en ik… ik zag iets." Zei ik ongemakkelijk. Harry zou er niet blij mee zijn als ik Sneep zou vertellen dat ik heb gevoeld wat er deze avond was gebeurd.
Ik viel stil en het leek wel een eeuwigheid voordat Sneep een ongeduldig gebaar maakte.
"Nou, wat zag je?"
"Ik zag een gezicht." Zei ik snel.
"Van wie?" Vroeg hij toen er weer een stilte viel.
"Een leerling. Het maakt niet uit van wie, maar het beeld kwam van Harry, ik weet het zeker. Daarom heb ik hem gevraagd of hij ook die droom had. Nou ja, hij overhoorde mijn gesprek met Evelien daarover, maar dat maakt niet uit. Hij heeft me verteld dat hij die droom ook heeft." Het bleef weer even stil en ik voelde me verschrikkelijk ongemakkelijk.
"Ik wil weten wat er aan de hand is." Zei ik uiteindelijk en keek hem wanhopig aan.
Hij keek bedenkelijk terug en het bleef weer even stil.
Opeens stond hij op en liep naar het haardvuur. Hij strooide wat poeder in het vuur en zei:
"Albus Perkamentus." "Wat is er, Severus?" Hoorde ik toen de stem van Professor Perkamentus.
"Kan ik u spreken in uw kantoor." "Ik zal even kijken." Zei Perkamentus weer en het bleef even stil. "Dat is mogelijk." "Dan zie ik u zo." Zei Sneep en draaide zich om naar mij. Hij liep naar de deur en gebaarde me hem te volgen.
Nadat ik Perkamentus alles had uitgelegd keek hij me even diep aan.
"En Evelien zag een bliksemschicht op je voorhoofd?" Vroeg hij en ik knikte.
"Dan lijkt het me inderdaad dat dat alles van Harry af komt." Zei hij en ik zuchtte. Dat leek me inderdaad wel duidelijk op meerdere manieren.
"Maar waarom?" Vroeg ik.
"Ik denk dat dat iets is waar je zelf achter zal moeten komen." Zei hij mysterieus.
"Weet u dan iets?" Vroeg ik hoopvol. "Wat weet u. Alstublieft. U moet het me vertellen, ik wordt gek van die onwetendheid."
"Helaas kan ik je niets nieuws vertellen." Antwoordde hij. "Maar wellicht heeft het kistje antwoorden voor je."
'Inderdaad. Ik kan het aan het kistje vragen.' Dacht ik.
"Maar u weet ook niets?" Vroeg ik teleurgesteld.
Perkamentus keek me aan, maar zei niets.
Plots voelde ik me ligt in mijn hoofd worden. Mijn hoofdpijn die was verdwenen toen we het kantoor van Sneep binnen kwamen kwam in tienvoud terug en ik viel achterover in mijn stoel. Mijn ogen werden wazig en ik zag nog hoe professor Perkamentus overeind kwam en professor Sneep zijn plek bij de deur verliet voordat er een ander beeld voor mijn ogen kwam. Een lange gang. Het was donker, maar er glinsterden dingen in onwerkelijke kleuren en ik zag een man. Een man met zijn toverstok op mij gericht en ik hapte toe. Ik had lange tanden die zich in het lichaam van de man boorden. Bloed spatte alle kanten op en de man viel achterover. Vreemd genoeg zag ik alles, maar ik hoorde niets, voelde niets. De beelde vervaagden en het kantoor van Perkamentus werd weer scherp. Mijn hoofd leek uit elkaar te barsten en ik bracht een hand naar mijn voorhoofd. Ik voelde dat ik op de grond lag. Handen hielden mijn hoofd van de vloer en hielpen me weer in de stoel waar ik blijkbaar vanaf was gegleden.
"Wat is er? Wat zag je?" Vroeg een stem ongerust.
"Ik… Ik weet het niet. Niet zeker. Ik was in een gang. Maar er was iets vreemds. Ik lag op de grond. En ik… Ik zag een man. Hij had zijn toverstok getrokken." Zei ik onzeker en ik opende mijn ogen. Ik knipperde tegen het felle licht en iemand reikte me een flesje. Dankbaar nam ik de pijnstiller aan dronk het op. Mijn hoofd werd een stuk helderder en ik keek professor Perkamentus aan.
"Volgens mij was ik een slang. Ik beet de man." Zei ik verward toen de waarheid zich tot me doordrong. "Volgens mij… O mijn God! Volgens mij doodde ik de man!"
"Rustig, Samantha." Zei professor Perkamentus. "Feliks."
Ik zag toen de Feniks van Perkamentus op me af vliegen en Feliks ging op mijn schoot zitten. Meteen verspreidde er zich een warmte door mijn lichaam en dat kalmeerde me.
"De droom was weer van Harry." Zei ik en keek naar Perkamentus.
"Jullie moeten gaan." Zei hij en gooide wat poeder in het haardvuur waardoor de vlammen groen werden. "Harry kan dan elk moment hierheen komen. Gebruik het haardvuur." En hij had het nog niet gezegd of er klopte iemand op de deur. SNeep knikte en liep het haardvuur in. Ik keek Perkamentus nog even vragend aan. Hij knikte en ik liep Sneep achterna het haardvuur in.
Please Review!
