Hehe eindelijk weer een hoofdstuk. Het gaat langzaam, maar gestaag. Ik hoop dat jullie het geduld op hebben kunnen brengen...
Ik heb net nog iets aangepast. Een klein stukje erbij op het einde...

Tourniquet - ik ben blij dat ik een nieuwe fan heb.

Earwen-elf - nog steeds bij me. ik ben echt blij dat je het blijft volgen :)

Sapphire - Ik zag dat je me bij je favorieten hebt gezet :) Super :) thanks!

Nu eindelijk weer wat uitleg, ik hoop dat het te begrijpen valt. Als het niet zo is... laat het me weten! Dan zal ik proberen het iets duidelijker te maken!


HOOFDSTUK 20
Het leven van de feniks


Ik lag in een groot, comfortabel bed en draaide me nog lekker een keer om, voordat ik toestond dat mijn hoofd werd overspoeld door gedachtes. Gedachtes over het vreemde visioen dat ik had gehad. Dat ik een slang was. Daarna stapte ik het haardvuur, op weg naar…

'Waar ben ik?' Vroeg ik me plotseling af en ik opende mijn ogen.

Ik lag in een groot bed. Groter dan dat van mezelf. Met grote satijnen lakens en zware gordijnen. Ik herkende de omgeving niet en ik rukte de gordijnen opzij.

Met grote ogen bekeek ik het privévertrek dat van niemand anders kon zijn dan van professor Sneep. De slaapruimte was niet groot. Er stond een bed, een nachtkastje, en verder niets. Er waren wel drie deuren die toegang gaven tot de kamer.

'Waarschijnlijk vind hij dat je in een slaapkamer niets anders doet dan slapen.' Dacht ik en voelde aan de gladde lakens.

'Ik heb in Sneep's bed geslapen!' Schoot er toen door me heen en ik werd er helemaal zenuwachtig van. De plagerige woorden van Feliks gingen weer door mijn hoofd.

'Geef maar toe, iets in hem trekt je aan'

'Misschien toch wel, maar waarom? Het is gewoon onmogelijk. Hij is een sarcastische, onsymphatieke eigenlijk verschrikkelijke man. Heel anders dan Chris. Chris is spontaan, open, vriendelijk. Hij lacht altijd. Maar dat gesloten, mysterieuze doen van Sneep trekt me nou juist aan'

Zo dacht ik na over Sneep. Aan zijn blik en zijn stem die de rillingen over mijn rug lieten lopen.

Terwijl ik nadacht zag ik dat ik gelukkig al mijn kleren nog aan had. Hij had me dus niet uitgekleed. Dat was ook iets wat ik hem niet zo snel zou zien doen.

Onwillekeurig kwamen er beelden voor me die ik blozend in een hoekje van mijn gedachtes stopte en snel aan iets anders probeerde te denken.

Het visioen dat ik had gehad. De visioen van Harry. Die kwam dus van Voldemort. Had Voldemort geen slang? Nagini of zoiets? Het beeld van de slang die de man aanviel kwam weer bij me boven. Overal bloed. Bloed op de grond, bloed op de muren. Hoewel de visioen geluid- en gevoellloos was geweest, wist ik precies hoe het warme, kleverige bloed aanvoelde. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.

'Wie was die man? Waarom werd hij gedood? Is hij wel dood? Als hij maar niet dood is. Niet nog meer slachtoffers.' Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht toen er weer beelden van mensen in onnatuurlijke houdingen naar boven kwamen. Nog meer slachtoffers gemaakt door Voldemort.

'En mijn schuld.' Zei toen een geniepig stemmetje.

"Nee, niet mijn schuld. Niet mijn schuld. Voldemort is de schuldige." Sprak ik hem tegen.

'Maar ze waren op zoek naar jou.' Zei het stemmetje weer.

'Op zoek naar jou.' Het echode in mijn gedachte en ik had geen antwoord. Alleen nog meer vragen.

'Waarom'

Plots ging de deur open en zag ik professor Sneep in de deuropening staan. Ik was zo diep in gedachtes geweest dat het leek alsof ik uit een droom abrupt wakker werd geschud en ik keek hem verdwaasd aan.

"Goed geslapen, hoop ik." Zei professor Sneep en ik kreeg weer een rilling van de manier waarop hij het zei. Ik kon alleen maar schaapachtig glimlachen.

Professor Sneep liep naar de deur rechts van mij en opende die.

"Dit is de badkamer als je er gebruik van wil maken." Zei hij en dankbaar knikte ik en stond op. "Ik zal wat ontbijt laten komen." Hij draaide zich om om weg te gaan.

"Professor?" Vroeg ik zodat hij zich omdraaide en me aankeek met zijn koolzwarte ogen die niets verriedden van wat er in hem omging.

"Bedankt." Zei ik zacht, want ookal liet hij het niet merken, ik wist dat hij het op prijs stelde als je hem bedankte.

Hij knikte kort en ging weg zodat ik me rustig kon douchen.


Terwijl ik aan het eten was, was hij weer bezig met een of andere toverdrank. Ik had zoveel vragen. Vragen waar ik nog steeds geen antwoorden op had. Antwoorden die ik onderhand wel verwachtte.

"Professor?" Begon ik en hij keek op van zijn drank. Maar toen ik verder wilde gaan, wist ik niet waar te beginnen, dus sloot ik mijn mond weer en haalde mijn schouders op om verder te gaan met eten. Ik dacht na of ik een eenvoudige vraag had die ik makkelijk kon stellen. Vragen die professor Sneep wel zou kunnen beantwoorden. Anders dan 'Wat betekenen mijn krachten?', 'Waarom heb ik de krachten gekregen?' en 'Wat betekent mijn band met Harry.

Zo kwam ik bij Harry. Maar ik was wijs genoeg om niets over Harry te vragen, wetend dat Sneep Harry niet uit kon staan. Ik besloot om iets over het visioen te vragen.

"Wie was de man uit mijn visioen, professor?" Vroeg ik, terwijl ik de beelden van bloed uit mijn hoofd probeerde te houden, gezien ik aan het eten was.

Professor Sneep hield op met waar hij mee bezig was, legde al zijn spullen voorzichtig weg en zette de ketel van het vuur om bij me te komen zitten. Dat verbaasde me heel erg. Hij zetten zijn toverdrank weg om mij iets uit te leggen!

"Is de drank nou niet verpest?" Vroeg ik voorzichtig.

"Ja, maar jij hebt het recht om het hele verhaal te weten. Professor Perkamentus houdt Potter in het duister en dat zint me niet. Zeker niet omdat Potter de neiging heeft om problemen op te zoeken." Zei hij afgunstig. Ik hield wijselijk mijn mond bij die opmerking.

"De man die je in je visioen zag was Arthur Wemel." Zei Sneep.

"Arthur?" Vroeg ik geschokt. "Hij is toch niet…" Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om het woord uit te spreken. Ik dacht aan Ron, Ginny en de andere Wemel-kinderen en mijn hart bloedde voor hen, maar professor Sneep schudde zijn hoofd.

"Nee, het is ernstig, maar hij overleeft het wel." Zei hij.

"Gelukkig." Zei ik oprecht opgelucht.

"Meneer Potter weet al een boel van de Orde van de Feniks, maar nog niet alles." Ging hij verder en hield een pauze, waarschijnlijk voor mij om te vragen wat de Orde van de Feniks is. Harry had het me echter al een keer uitgelegd en professor Sneep keek me heel even vragend aan.

"Blijkbaar hebben jullie al gezellig met elkaar gepraat." Zei hij sarcastisch.

"Eerlijk gezegd wel." Zei ik bijna verontschuldigend.

"Potter heeft weer eens zijn mond niet kunnen houden, blijkbaar." Siste hij.

Even keken we elkaar in stilte aan waarbij ik voor het eerst duidelijk een emotie waar kon nemen in zijn ogen: woede. Hij was woedend op Harry en ik dacht even na waarom hij zo woedend zou kunnen zijn. Misschien niet om de reden dat Harry mij over de Orde heeft verteld, maar om de reden dát hij het heeft doorverteld aan iemand die hij nauwelijks kent. Dat hij het niet voor zich heeft kunnen houden en toen realiseerde ik me iets.

"Hij zal heus niet rond gaan bazuinen dat jij een spion bent." Zei ik zachtjes en ik zag hem even verbaasd kijken voordat hij zijn gebruikelijke lege blik weer aannam. Ik haalde mijn schouders op.

"Goed. Je weet dus van de Orde." Zei hij en ik knikte. "Wat denk jonge meneer Potter dat de Orde doet?"

"Eh… vechten tegen Voldemort, dacht ik." Antwoordde ik. "Hij denk dat de Orde nu probeert te verhinderen dat Voldemort een of ander wapen in handen krijgt." Hij keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan.

"Meneer Potter de detective." Zei hij sarcastisch.

"Sirius." Zei ik kort.

"Sirius Zwarts. Nog zo iemand die zijn mond niet kan houden." Gromde hij.
Ik begon het nogal amusant te vinden en vocht tegen een glimlach terwijl ik een slok pompoensap nam.

"Zoals ik al zei, het is gevaarlijk dat Potter niet de gehele waarheid weet, dat probeer ik Perkamentus duidelijk te maken, maar hij vond dat 'de jongen al genoeg aan zijn hoofd had'."

Nu kon ik mijn glimlach niet tegenhouden en keek maar naar mijn bord.

"Potter weet niet dat het wapen dat Voldemort zoekt, iets is dat hij zelf niet aan kan raken. Enkel Potter kan erbij." Ging hij verder. "Voldemort zal er alles aan doen om Potter uit te dagen om het te pakken."

"Wat is 'het'?" Viel ik hem in de rede.

Hij keek me even vernietigend aan voordat hij antwoord gaf.

"Het is een voorspelling. Wat de voorspelling precies zegt weet ik niet, enkel Perkamentus weet dat." Legde hij uit en ik keek hem vragend aan. "In die voorspelling zou worden uitgelegd hoe Voldemort verslagen zou kunnen worden."

Ik snapte wel dat dat belangrijk zou kunnen zijn voor Voldemort, maar niet hoe het zou kunnen worden gebruikt als wapen.

"Aha…" Zei ik en knikte overdreven. "Laat me raden, Wemel was het aan het bewaken en Voldemort wilde de boel verkennen met behulp van zijn slang."

Sneep zei niets en stond weer op. Blijkbaar waren we uitgepraat. Ik dacht weer na over de visioen, want er was nog iets geweest, iets anders een gevoel dat niet te plaatsen was. Een betrapt gevoel.

"Volgend mij heeft Voldemort het gemerkt." Zei ik en Sneep stond stokstil. Langzaam draaide hij zich om.

"Bedoel je… Dat hij weet… Dat Potter heeft meegekeken?" Voor het eerst hoorde ik een professor Sneep die sprakeloos was. Zo geschokt was hij.

"Ik weet niet… volgens mij wel." Zei ik wijfelend. Uit het veld geslagen door zijn reactie. Hij kwam vlak voor me staan en leunde over me heen.

"Weet je het zeker? Weet het heel zeker?" Riep hij, zijn handen steunend op mijn armleuningen en nu zag ik angst in zijn ogen. Pure angst.

"Ik…" Ik kwam niet uit mijn woorden.

"Denk! Denk na!"

Ik haalde even diep adem en sloot mijn ogen. Ik dwong mezelf om de gehele visioen nog een keer te zien. Ik zag hoe de slang, ik, weer toehapte. Alles zonder geluid en gevoel. Één, twee, drie keer. Het bloed spoot alle kanten op. Daarna zou alles vervagen en had ik het kantoor van Perkamentus weer gezien. Nee. In mijn gedachtes ging ik weer een stukje terug. Een heel klein stukje. Vlak voordat ik het kantoor weer zou zien, was er een flits van gevoel en geluid. In dat kleine moment voelde ik het warme bloed stromen en het verbrijzelen van ribben. En iets anders. Het gevoel alsof je betrapt wordt en een flits van herkenning.

Ik opende mijn ogen weer en keek professor Sneep strak aan. Het leek alsof hij het begreep en hij ging weer recht staan. Ik zag hoe hij even nadacht en hij begon richting de deur te lopen.

"Waar ga je heen?" Vroeg ik en hij stond stil.

"Naar Perkamentus." Antwoordde hij zonder zich om te draaien en hij liep de deur uit.


Toen ik weer in mijn eigen kamer kwam, zag ik Evelien zitten met het kistje op haar schoot.

"Ik dacht dat je wel wat antwoorden wilde, maar ik krijg het kistje niet open." Zei ze met een schaapachtige glimlach.

Ik ging bij haar zitten en nam het kistje van haar over. Zonder enige moeite ging het kistje open.

"Wat zou ik eigenlijk moeten vragen?" Vroeg ik half aan mezelf, half aan Evelien.

"Geen idee." Antwoordde ze. "Kijk eens wat er gebeurd als je gewoon kijkt wat erin zit. Waarschijnlijk zit je zo boordevol vragen dat je ze niet eens bewust hoeft te stellen."

"Misschien heb je gelijk." Zei ik bedachtzaam en stak mijn hand in het kistje.

Ik voelde niets. Helemaal niets. Onwillekeurig kwamen er toch vragen in me op.

'Zouden er nog meer zoals ik zijn geweest?' Dacht ik en prompt voelde ik een stuk papier.

'Dat was eigenlijk niet de vraag waar ik antwoord op wilde hebben.' Dacht ik teleurgesteld, maar ik besloot een gegeven paard niet in de bek te kijken en trok de rol perkament uit het kistje.

"En? Wat is het?" Vroeg Evelien nieuwsgierig.

"Ik vroeg mezelf af of er nog meer zoals ik waren geweest." Zei ik en kreeg een vreemde blik. "Tja, niet de vraag die ik echt beantwoord wilde hebben, maar het is toch fijn om te weten, niet?" Evelien haalde haar schouders op en ik onrolde het perkament. Stil las ik het voor mezelf.

Het einde van de oorlog is nabij. Met de nieuwe kracht die ik heb verworven ben ik er zeker van dat het snel voorbij zal zijn. Phoenix is met mij samengesmolten en heeft haar krachten aan mij over gedragen, waardoor mijn magie nu voldoende zal zijn om een einde te maken aan zijn Duistere Rijk. Zij zal gemist worden in deze laatste strijd, maar als we het doorstaan keert ze terug. Ze zal altijd terugkeren als het tijd voor haar is. Zij zal zich klaarmaken voor de strijd en sterven om daarna weer terug te keren in een andere gedaante. Want dat is het leven van een feniks. Zij zal er altijd zijn, sluimerend in het diepe, klaar om weer te verschijnen als het Licht wordt bedreigd door het Duister. Zij is de steen die de balans tussen Licht en Duister zal herstellen. Als zij faalt, faalt het Licht en zal het Duister overwinnen. Ik voel de kracht die zich heeft gesterkt in mijn beste vriendin binnenin mij. Ik zal nooit vergeten hoe ze zich heeft geoffert voor het overleven van het Licht. Haar lichaam kon het verlies van de feniks niet aan en ze is in diepe slaap. Merlijn heeft gezegd dat zij ook niet meer terug zal keren tot bewustzijn tot ze haar eigen kracht weer heeft gevonden, maar hij waarschuwde mij dat dat vrij onwaarschijnlijk zal zijn doordat ze te sterk heeft gerekend op de feniks. Zij is zichzelf verloren. Ik zal voor haar bidden, maar eerst zal deze slag overleefd moeten worden. De Orde maakt zich klaar en Zij maakt zich ook klaar in mijn binnenste. Ik voel haar. Ik zal overwinnen.

"Nou, wat staat er?" Vroeg Evelien.

'Dit betekend dat ik zal sterven.' Ging er door mij heen.

"Wat is er?" Vroeg ze bezorgd. "Je wordt zo bleek. Wil je even gaan liggen?" Ik keek haar aan.

'Begrijpt ze het dan niet? Ik zal sterven!' Dacht ik en keek weer op het perkament. 'Zij zal terugkeren als het tijd voor haar is. Ze zal zich klaarmaken voor de strijd, sterven en daarna weer terugkeren in een andere gedaante.'

"Ik ga sterven." Zei ik hees en ik kreeg het helemaal koud.

Een andere passage trok mijn aandacht.

'Haar lichaam kon het verlies van de feniks niet aan en ze is in diepe slaap.' Las ik. Daarna zag ik enkel nog woorden. 'Eigen kracht. Onwaarschijnlijk. Verloren.' Evelien zei iets, maar ik hoorde haar niet. Het leek alsof ze heel ver weg was.

"Ik moet even alleen zijn." Zei ik uiteindelijk.

"Mag ik het… mag ik het wel lezen?" Vroeg ze aarzelend en ik gaf haar het papier.

"Alsjeblieft. Mag ik even alleen zijn?" Ze knikte en vertrok. Ik staarde in het vuur.

'Ik zou willen dat ik het perkament nooit had gelezen.' Ging er door me heen en ik nam een besluit.
Als in een trance stond ik op en liep Evelien achterna. Ik vond haar in haar eigen kamer in een stoel voor het vuur. Ze was het perkament geconcenteerd aan het lezen. Ik rukte het zonder pardon uit haar handen en gooide het in het vuur.

"Wat doe je?" Vroeg Evelien geschrokken.

"Het spijt me." Zei ik en richtte mijn staf op haar voorhoofd. "Amnesia!" Ze kreeg een lege blik in haar ogen.

"Je hebt het perkament nooit gezien. Er kwam niets uit het kistje." Zei ik en vertrok.

Terug in mijn kamer pakte ik het kistje en gooide het uit het raam.


reviews zijn als snoepjes - als je er eenmaal een hebt gekregen, wil je alsmaar meer :)