Ik heb bij het vorige hoofdstuk nog iets toegevoegd op het einde. Het paste beter aan het einde van dat hoofdstuk dan aan het begin van dit...

Het is nu vakantie, dus ik probeer het goed te maken door lekker snel te updaten :), want ik heb gezien dat ik snelle lezers heb :))

goddes-of-imaginary-light - alsjeblieft, hoef je niet zo lang te wachten :)

Earwen-elf - Ik wil graag de spanning erin houden :P


HOOFDSTUK 21
Vakantievooruitzicht
De volgende dag liep ik door school, steeds proberend om het stuk perkament uit mijn hoofd te zetten. Maar hoe meer ik dat wilde, hoe vaker ik eraan dacht dat ik zou sterven. Ik voelde me schuldig over Evelien, maar ik kon het er niet bij hebben dat ze het zou weten. Dan zou ik alleen maar medelijdende blikken krijgen. Bovendien zou de hele school het dan binnen de kortste keren weten, want Evelien en Jasper blijken goede vrienden te zijn geworden. En Jasper praat nogal veel. Dus ik liep door de school, proberend nergens aan te denken, toen ik Hermelien tegen kwam. Meteen moest ik aan Harry denken en het visioen van de afgelopen woensdag.
"Hé Hermelien." Zei ik verbaasd. "Ben je niet met Harry en de Wemels mee?"
Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Niemand wist van het visioen dat ik samen met Harry had gehad.
"Nee, ik ga skieën met mijn ouders." Antwoordde ze.
"Oh. Veel plezier dan. Skieën is hartstikke leuk." Zei ik en probeerde daarmee weg te komen, maar ik kreeg een onderzoekende blik van Hermelien.
"Wat?" Vroeg ik onschuldig.
Ze trok me mee een leeg lokaal in.
"Hoe weet jij dat Harry weg is?" Vroeg ze.
"Nou, ik heb hem de laatste dagen niet gezien." Loog ik.
"Alsof jij gaat kijken of iedereen aanwezig is elke dag." Zei ze schamper.
Ik haalde mijn schouders op.
"Hij is nogal een opmerkende verschijning." Glimlachte ik schaapachtig. "Bovendien valt het wel op als opeens alle roodharigen van Griffoendog weg zijn."
Ze keek me nog eens lang aan.
"Het maakt me niet uit als je het me niet wilt vertellen." Zei Hermelien en ik keek haar ongeloofwaardig aan.
Ik haalde nogmaals mijn schouders op.
"Prettige vakantie." Zei ze verliet het lokaal.
Ik vertrok meteen na haar en schrok van een duistere gestalte die me op stond te wachten.
'Ik zweer het, het lijkt wel of hij me aan het volgen is.' Ging er door me heen en ik kreeg er de rillingen van.
"Professor Perkamentus wil je spreken. Volg me." Zei Sneep onheilspellend en ging voorop.
Gedwee volgde ik hem.
"Ah, Samantha." Zei Perkamentus joviaal toen ik zijn vertrekken binnen kwam. "Je voelt je weet wat beter, neem ik aan."
"Jazeker." Loog ik en ging in een stoel tegenover hem zitten.
Ik zag hoe Sneep zijn gebruikelijke positie van tegen de muur leunen met zijn armen gekruist voor zich innam, een duistere vlek in mijn ooghoeken. Altijd aanwezig. Zo voelde hij ook.
Perkamentus ging ook zitten en keek me even onderzoekend aan, maar hij zei niets.
"Dus." Begon ik maar, onwillekeurig kwam er een zinnetje van een van mijn vriendinnen als antwoord: "Een kip is geen mus."
Ik zag hoe een glimlach zich vormde op het gezich van Perkamentus.
"Dat is het zeker niet." Antwoordde hij.
Ik haalde mijn schouders op.
"Ik ben blij dat je nog wat van je humor hebt behouden na woensdagavond." Zei hij.
Ik wilde vragen hoe het met Arthur Wemel ging, maar hij hief zijn hand op.
"Met meneer Wemel gaat het alweer wat beter, maar daar wilde ik het niet over hebben." Ging hij verder. "Na jou conclusie dat Voldemort het in de gaten zou hebben gekregen dat Harry meekeek, moeten er enkele voorzorgsmaatregelen worden genomen. Waarom er een band bestaat tussen jou en Harry is niet duidelijk, maar hij wordt steeds sterker." Ik knikte als in bevestiging.
"Harry heeft echter weer een band met Voldemort. Toen de spreuk die Harry had moeten doden terugkaatste, is die band ontstaan. Wij vrezen echter dat Voldemort, nu hij weet dat er een band bestaat tussen hem en Harry, hem zal proberen te beïnvloeden. Heer Voldemort is uiterst bedreven in Legilimentie."
Een vragende blik van mij eiste uitleg.
"Legilimentie is het onttrekken van gevoelens en herinnneringen van anderen. Meestal is daarbij oogcontact nodig, maar door de band tussen Harry en hem is het niet nodig. Op momenten dat Harry's geest ontspannen en kwetsbaar is, deelt hij de gedachten van Voldemort. En vanwege die band tussen jou en Harry vrezen wij ook voor jou. Daarom hebben professor Sneep en ik besloten jullie beiden les te geven in Occlumentie."
"En wat is dat?" Vroeg ik.
"Dat is het beschermen van de geest tegen magische inbreuk en beïnvloeding." Legde hij uit. "Occlumentie zal voor jou nog een voordeel hebben." Ging hij verder. "Het zal je helpen om je geest af te sluiten voor alles om je heen, waardoor je je krachten makkelijker zal kunnen gebruiken."
'Ik weet niet of ik mijn krachten nog wel wil gebruiken.' Dacht ik mokkend en keek naar de vloer. 'Mijn krachten zullen mijn dood worden.'
De woorden van het perkament kwamen weer bij me boven. 'Zij zal zich klaarmaken voor de strijd en sterven om daarna weer terug te keren in een andere gedaante. Want dat is het leven van de feniks.' '
Me klaarmaken voor de strijd betekend natuurlijk mijn krachten onder controle krijgen.' Dacht ik. 'En daarna zal ik sterven. Mezelf verliezen omdat ik teveel op de kracht van de feniks heb vertrouwd. Ik ga mezelf niet verliezen.'
Maar ik zei niets. Ik knikte braaf.
"Professor Sneep zal na de vakantie beginnen met de lessen." Ik knikte, maar merkte niet hoe Sneep zich ontevreden bewoog.
"Kom je ook naar het nieuwjaarsfeest?" Vroeg Perkamentus plots en ik keek hem weer aan.
"Natuurlijk." Zei ik opgewekt.
"Ik hoorde dat professor Sneep zo vriendelijk was geweest om al een jurk voor je te kopen."
Ik knikte vrolijk en voelde dat dit het einde van het gesprek was, dus ik stond op.
"Is er verder niets dat je me wilt vertellen?" Vroeg Perkamentus en het leek alsof hij wist wat me dwars zat, maar ik schudde mijn hoofd en verliet zijn kamer.
Zachtjes kwam ik het muzieklokaal binnen. Ik hoopte dat er niemand was, want ik was toe aan wat stilte. Maar voordat ik de deur naar de pianokamer kon openen hoorde ik een vrolijke 'goedendag' achter me en met tegenzin draaide ik me om.
"Dag professor." Zei ik monotoom.
"Wat heb ik nou gezegd, noem me Chris!" Zei hij.
"Goed Chris." Zei ik met tegenzin. "Zeg, zou ik even piano mogen spelen." "Natuurlijk, Samantha." Zei hij vrolijk en dat stond me tegen. Ik ging de kamer binnen en sloot de deur meteen achter me, want ik zag hoe hij zich klaarmaakte om me achterna te komen. Met een gemene glimlach draaide ik de sleutel om in het slot.
Ik zuchtte in de stilte van de ronde kamer. Met een glimlach ging ik achter de vleugel zitten en begon te spelen. Ik ging op in de muziek en al mijn problemen vervaagde.
Ergens in een grote villa las Lucius Malfidus de brief van zijn zoon en een duistere glimlach kroop over zijn gelaat.
"Perfect." Siste hij en maakte zich klaar voor een bezoek aan Madam Mallekin.
Er werd luid op de deur geklopt.
"Sam! Samantha, doe open alsjeblieft." Klonk de stem van Evelien.
Ik deed de deur van het slot en ging weer achter de vleugel zitten.
"Dus hier heb je de hele dag gezeten." Zei ze toen ze binnen kwam.
"De hele dag?" Vroeg ik ongeïnteresseerd.
"Ja, we vertrekken zo naar huis. Ik wilde je even een fijne vakantie wensen." Zei ze.
"Fijne vakantie." Zei ik, met mijn rug naar haar toe.
Ik raakte een paar toetsen aan.
"Ik zie je woensdag, ja?" Vroeg ze onzeker.
"Ja, tot woensdag." Ze kwam langs me staan en legde een hand op mijn schouder.
"Wat is er toch Sam?" Vroeg ze.
Ik gaf haar een kleine glimlach.
"Daar hoef jij je niet druk over te maken." Zei ik geruststellend.
"Maar ik wil me er druk over maken Sam!" Zei ze wanhopig. "Je bent mijn beste vriendin. Je bent mijn enige vriendin!"
"Luister. Je hoeft je er niet druk over te maken." Zei ik onverzettelijk. "Ga maar naar huis. Je vader wacht op je."
"Dat is het hè?" Zei ze. "Iedereen gaat naar huis. Naar zijn familie en jij moet hier blijven."
Ze had voor een gedeelte gelijk. Het was ook iets wat me dwars zat, maar niet alles. Alles van mijn verleden was uitgewist en een toekomst had ik niet. Maar het was beter dat ze dat niet wist, dus ik gaf haar een weke glimlach, waardoor ze dacht dat ze gelijk had.
"Ik heb een idee." Zei ze plots. "Waarom ga je niet met me mee?"
Ik schudde mijn hoofd.
"Er wordt van me verwacht dat ik train." Zei ik moedeloos met een wuivend gebaar.
"Één dag mag toch wel?" Zei ze verontwaardigd. "Als je nou de 31e komt. Voor het feest. Kun je mijn haar doen. Kunnen we ons samen lekker optutten." Ze zei het alsof het een echt feest was.
"Ik dacht dat je niet van optutten houdt." Zei ik lachend. Het was haar toch gelukt om me op te vrolijken.
'Ze is een echte vriendin.' Ging het door me heen.
"Ja… nou… alleen dan." Zei ze verdedigend waardoor ik nog harder moest lachen.
"Dus?" Vroeg ze nadat ik was uitgelachen.
"Een kip is geen mus." Zei ik en moest weer lachen.
Ik kreeg een verveelde blik.
"Oké oké." Zei ik. "Ik zou het leuk vinden om te komen."
"Goed. Ik uil je of vader het goed vind." Zei ze grijnzend. "Ik denk wel dat je nog permissie moet vragen aan Sneep of Perkamentus. Die kunnen ook meteen zeggen waar je heen moet."
"Evelien?" Kwam de stem van Chris uit de deuropening. "De koetsen vertrekken over tien minuten."
"Heb ik hier zo lang gezeten?" Vroeg ik geschrokken.
Evelien haalde haar schouders op.
"Ik moet dus gaan." Zei ze en liep aan.
"Wacht! Ik wil je uitzwaaien!" Riep ik en rende haar achterna.
Ik keek hoe ze in een koets stapte. Tot mijn verbazing werden die getrokken door grote paardachtige wezens met grote vleugels. Hermelien kwam langs me staan.
"Ga je ook naar het feest?" Vroeg ik haar.
"Gaat niet als ik in Oostenrijk zit." Antwoordde ze glimlachend.
"Zou Harry komen?"
"Ik denk het niet." Antwoordde ze wijfelend. "Ze zijn nog te ongerust over Arthur denk ik."
Ik haalde mijn schouders op. "Best begrijpelijk."
"Volgens mij zijn ze het ook helemaal vergeten." Grijnsde Hermelien.
"Zeg, ik wist niet dat die koetsen getrokken werden door… paardachtige wezens." Zei ik.
"O, kun je ze ook zien?" Vroeg ze, maar realizeerde zich toen iets. "Stomme vraag. Dat zijn Terzielers. O ze vertrekken! Prettige vakantie!" Ze rende naar de koetsen en stapte snel in.
"Skie ze!" Riep ik haar na.
Ik zag Evelien nog zwaaien voordat ze uit zicht verdwenen.
Toen ik het kasteel weer in wilde lopen liep ik bijna tegen professor Sneep op.
"Ik verwacht je nog steeds iedere avond." Zei hij koud. "Ookal is het nu vakantie."
En hij was weer weg.
"Jippie." Mompelde ik droog en volgde hem het kasteel in, van plan om te kijken of er nog iets eetbaars was.
Please Review!