Heeeeeeeeeeel erg veel dank aan iedereen die zo trouw reviewt. THANKS! Zonder jullie zou ik dit verhaal nooit durven posten.
Dus... geniet (hoop ik, anders, laat het me weten!)
Vanaf hier is alles weer netjes nagekeken...
En tada! De enters zijn weer verschenen...
Hoofdstuk 24
Chocola en gevaar
Ik deed wat professor Perkamentus me had gevraagd.
"De Lekke Ketel!" riep ik in het groene haardvuur.
Angstig staarde ik naar het razende vuur. Dáár durfde ik mijn hoofd niet in te steken!
Tranen kwamen in mijn ogen en ik werd kwaad op mezelf.
"Kom op schijtluis," zei ik tegen mezelf en slikte.
Maar voor ik mijn hoofd erin kon steken verscheen er een ander hoofd. Het hoofd van een kale man en hij miste heel wat tanden.
"Ah, jij moet Samantha Sanders zijn, is het niet?" vroeg de man, vriendelijker dan dat ik had verwacht. "Ik ben Tom, eigenaar van de Lekke Ketel."
Ik glimlachte als een boer met kiespijn en kon enkel mijn schouders ophalen van schaamte. Hij had waarschijnlijk het vuur zien oplaaien en toen er niemand kwam, ging hij zelf even kijken.
"Albus was zo vriendelijk geweest me te waarschuwen dat je eraan kwam," zei hij glimlachend. "Toen het vuur groen werd maar er niemand kwam, dacht ik zelf eens een kijkje te nemen."
Dat bevestigde dus mijn vermoeden en ik grinnikte gegeneerd. Perkamentus had dus eigenlijk al verwacht dat ik het niet zou durven.
"Bedankt," zei ik en ik meende het, want hij deed alsof er niets aan de hand was.
"Wat kan ik voor je betekenen?" vroeg hij toen.
"Eh… Is Evelien er al?" vroeg ik. "Evelien Linden?"
"Ik zal eens kijken," zei het hoofd en hij verdween even.
Ik wachtte geduldig tot het hoofd terugkwam met de mededeling dat ze er was.
"Bedankt," zei ik . "Kun je zeggen dat ik er zo aan kom?"
"Natuurlijk, juffrouw," zei hij en verdween.
Ik pakte mijn spullen om me te verkleden voor die avond, slikte, sloot mijn ogen en stapte het vuur in met een luid 'de Lekke Ketel!'.
In de Lekke Ketel aangekomen moest ik mijn neiging om over te geven inhouden en dankbaar dronk ik het glas water dat me werd voorgehouden.
Toen ik het glas terug gaf keek ik op en zag Evelien glimlachen.
"Eef!" riep ik blij uit en wilde haar omhelzen, maar ik had mijn handen vol.
Ze lachte.
"Ben ik nu Eef?" vroeg ze.
"Ja, of Lien, wat je maar wilt," zei ik blij.
"Ik vind het allebei leuk," zei ze. "Fijn om je weer te zien."
"Je hebt geen idee," zei ik opgelucht en gaf mijn spullen aan Tom, die aanbood om ze achter de bar te leggen zolang we aan het winkelen waren.
"Hoezo?" vroeg ze nieuwsgierig toen we aan een tafeltje gingen zitten.
We bestelden wat en ik legde uit wat er was gebeurd.
"Dus je hebt de hele vakantie bij Sneep door moeten brengen?" vroeg ze ongelovig.
Ik knikte en ze keek me medelevend aan.
Het was echt fijn om weer bij Evelien te zijn, maar ik voelde me nog schuldig. Ze wist niets meer van het perkament dat ik uit het kistje had gehaald. En dat was mijn schuld.
Zal ik het haar vertellen? Dacht ik.
Ik keek haar aan zonder echt te luisteren naar wat ze vertelde over hoe haar vakantie was gegaan. Ik ving wat op over hoe ze met haar vader kerstavond hadden gevierd. Ik glimlachte en besloot haar humeur niet te verpesten door het haar te vertellen en hield het gesprek bij luchtigere onderwerpen.
"Wat heb je allemaal nog nodig?" vroeg ik toen we opstonden om te gaan winkelen.
"Nou, alles eigenlijk," zei ze terwijl ze nadacht. "Maar als belangrijkste natuurlijk een jurk."
Ik lachtte. "Ja, ik denk niet dat we naakt mogen komen."
Ze lachtte ook en tikte drie keer met haar staf op een steen in de muur en een poort verscheen.
"Al zijn er natuurlijk ook mensen die dat niet zo erg zouden vinden," zei ik en keek vanuit mijn ooghoeken naar hoe ze begon te blozen. "Zeker één bepaalde jongen niet."
"Ach," was het enige wat ze zei en we liepen door de poort de Wegisweg op.
"Wat ach?" vroeg ik, maar ze antwoordde niet en we liepen in stilte door.
"We zijn er," zei ze om het onderwerp niet verder uit te hoeven diepen.
Ik keek haar onderzoekend aan, maar besloot er niet op in te gaan. We stapten de winkel binnen. Het was er vrij rustig en Madam Mallekin kwam al op ons afgelopen.
"Dag meiden," zei ze. "Kan ik wat voor jullie doen?"
"Dag Milly," zei ik vrolijk. "Mijn vriendin hier moet nog een jurk hebben."
"Ach Samantha!" riep ze toen en ik had het vreemde idee dat ze een beetje zenuwachtig was. "Ik had je bijna niet herkend. Hoe is het met je?"
"Eh… Goed hoor," zei ik een beetje verward. "Ik ben toch niet zo veel veranderd?"
"Je ziet er veel zekerder uit," zei ze toen en ze liep even om me heen. "Je loopt veel zekerder."
Ik glimlachte en bloosde. "Ik heb niets gemerkt."
"Jawel hoor," zei Evelien. "Ik heb het ook gemerkt."
"Bedankt," zei ik en keek naar mijn schoenen. "Al voel ik me nu niet zo zeker."
Milly glimlachte en keek naar Evelien.
"Dus jij hebt een jurk nodig?"
Evelien knikte. "Ik dacht misschien een blauwe."
"Blauw?" vroeg Milly en bekeek Evelien nog eens goed. "Ja, dat denk ik ook. Volg me maar."
Ze liet Evelien uit een aantal stoffen kiezen.
"Ik had geen idee dat er zoveel soorten blauw waren," zei ze overdonderd. "Wat denk jij, Sam?"
"Ik denk die donkere," antwoordde ik. "Maar ik hou van donkere kleuren. Die lichte zou jou ook goed staan."
"Nee, ik denk dat ik ook die donkere kies."
Madam Mallekin zette Evelien op een krukje en begon met het maken van de jurk, terwijl ik op de bank ging zitten en de tijdschriften bekeek.
Een tijdje later verlieten we de winkel met een mooie, aansluitende jurk die haar schouders bloot liet. Madam Mallekin had nog een paar bijpassende lange handschoenen en muiltjes voor haar gevonden.
"Hoe kom je aan al dat geld?" vroeg ik verbaasd nadat ik Evelien had zien betalen voor de dure jurk.
"Ik heb in de vakantie een baantje gehad in het verzorgingshuis," zei ze glimlachend.
"Nou, ik hoop dat je nog voldoende geld hebt, want ik heb hierin nog een hoop interessante dingen gezien die we hier zouden kunnen krijgen," zei ik en zwaaide met het tijdschrift.
"Bedoel je in deze winkel?" vroeg ze en keek een winkel binnen dat leek op een gewone drogist. Maar toen ik de producten wat beter bekeek schenen ze allerlei handige magische eigenschappen te hebben.
Een uur laten verlieten we de winkel met heel wat minder geld, maar met veel plezier.
"Ik heb echt zin in vanavond nu," zei Evelien terwijl ze keek naar haar aankopen.
"Ja, ik ook," zei ik. "Wat zullen we nu doen?"
"Ik moet nog wat sieraden hebben," zei ze. "Maar we kunnen ook daar naar binnen."
Helemaal opgewonden wees ze naar een café.
'Chiny's Chocolaterie' zei het bord.
"O jazeker gaan we daar heen," zei ik en we renden er bijna heen.
Na een heerlijke kop warme chocolademelk, een doos bonbons en een tas vol lekkers verlieten we het café om wat sieraden voor Evelien te halen. Nadat ze mij verlangend had zien kijken naar een paar oorbellen kocht ze die voor mij, hoe ik ook protesteerde.
Het was een heerlijke middag, maar jammer genoeg raakte het geld op en werd het laat.
"We moesten eens terug naar huis," zei Evelien.
"Ja, ik denk het ook," antwoordde ik.
Hoewel het nog geen vijf uur was, werd het al donker.
"Ik wil jouw vader echt wel ontmoeten," zei ik, maar ik zag haar gezicht betrekken.
"Wat is er?" vroeg ik.
"Ach," zei ze en haalde haar schouders op.
"Wat ach?" Vroeg ik en bleef ongerust staan.
Ze zei iets te vaak 'ach' naar mijn zin. Blijkbaar was het een antwoord die ze altijd gaf als ze het ergens niet over wilde hebben. Toen ik naar Lars vroeg wilde ze er ook al niet op ingaan en antwoordde met 'ach'.
"Pas op!" riep ze plots en voordat ik me om kon draaien, voelde ik hoe iemand me van achter beet pakte en me een steeg in trok. Ik zag nog het bordje 'Verdonkeremaansteeg' voor ik tegen de muur geduwd werd met een hand voor mijn mond die me ervan weerhield te schreeuwen.
Toen keek ik in een paar bekend uitziende zwarte ogen.
"Professor Sneep?" vroeg ik toen hij zijn hand verwijderde.
"Ssst," siste hij. "Stil. Waar is Evelien?"
"Sam?" Hoorde ik een voorzichtige stem.
"Hier ben ik," zei ik. "Het is al goed."
"O Sam, ik was zo bang dat…"
"Ssst," siste Sneep weer. "We hebben niet veel tijd."
"Wat is er?" vroeg ik fluisterend.
"Hij weet het. Hij weet dat je wakker bent," zei hij en hij klonk paniekerig. "Je moet meteen terug naar het kasteel."
"Rustig," zei ik en legde een hand op zijn schouder. "Begin bij het begin."
Ik voelde hem trillen voordat hij zich van mijn aanraking wegdook. Een strook licht verlichtte zijn gezicht.
"Mijn God, wat is er gebeurd?" vroeg ik geschrokken toen ik het vuil en het bloed zag.
"Niet nu," zei hij. "Ze mogen niet weten dat… Je moet terug naar het kasteel."
"Waarom, wat is er gebeurd?" vroeg Evelien toen.
"Ze bewaken je huis," zei hij tegen Evelien en ze schrok. "Ze mogen niet weten dat jullie me hebben gezien. Hij denkt dat ik alleen kijk of jullie doen zoals jullie hadden afgesproken."
Ik keek Evelien aan.
"Jullie lopen straks gewoon naar de Lekke Ketel, bespreken daar luid dat jij," hij wees naar mij, "hebt besloten om naar het kasteel te gaan en dat jullie elkaar vanavond wel zien. Jij," hij wees naar Evelien,"gaat gewoon naar huis, er zal je niets overkomen. Het gaat hem alleen om Samantha."
We knikten verdwaasd.
"Er is geen tijd om vragen te beantwoorden," zei hij. "Ga nu."
We knikten weer en liepen in stilte naar de Lekke Ketel, waar ik Tom om mijn spullen vroeg. Even stonden we in stilte tegenover elkaar. We dachten hetzelfde.
"Poeh zeg, wat ben ik moe," zei ik overdreven en in mijn oren klonk het niet echt overtuigend.
"Je kunt maar beter terug naar het kasteel gaan," zei Evelien.
"Ik zie je vanavond," zei ik luid.
Ik omhelsde haar en fluisterde: "Wees voorzichtig."
Ze knikte en ik stapte door het vuur, waar een verbaasde Perkamentus op me wachtte. Tom had eerst gekeken of hij er was om me op te vangen. Hij voelde dat er iets mis was.
"Wat is er gebeurd, Samantha?" vroeg hij nadat hij me naar een stoel had geleid.
"Eh…" begon ik. Ik moest even mijn gedachtes op een rij krijgen.
"Denk maar rustig na," zei Perkamentus.
"Sneep was er," zei ik verward.
"Professor Sneep, Samantha," zei hij vriendelijk. Hij vermoedde waarschijnlijk niets ergs. "Wat deed hij daar?"
"Hij waarschuwde ons. 'Ze' bewaakten Eveliens huis," zei ik. "Hij zag er verschrikkelijk uit."
"Het komt wel goed," zei Perkamentus rustig. "Ik zal een rijtuig sturen om Evelien en haar vader op te halen."
Ik knikte dom. Niets drong door.
"Kom, ik breng je naar je kamer."
In stilte liepen we naar mijn kamer, waar ik mijn spullen op het bed legde en naar het kistje op mijn nachtkastje staarde.
Ik merkte niet hoe Perkamentus mijn kamer verliet, want ik voelde woede, verdriet en schuld in me opwellen. Met een schreeuw gooide ik het kistje door de kamer en ik liep naar het raam.
"Ik hoop het," zei ik. De woorden van Perkamentus drongen nu pas door.
reviews reviews!
