Wie heeft er ook zo'n zin in morgen:)) o nee! vanmiddag!
BOEK 6!
Dus ik verwacht niet echt dat er nu veel mensen mijn verhaal gaan lezen, maarja...
Vliertjevampiertje- Bedankt ! Ik vind het echt fijn dat je reviewt! Hier is ie dan:-) Veel plezier.
goddes-of-imaginary-light- :-) Ik hou van Cliffhangers! Hier ook weer eentje, een heel kleintje dan :-) Bedankt !
Hoofdstuk 25
Tranen en teleurstellingen
Ik zag vanuit mijn raam hoe er een rijtuig het kasteel naderde. Het was wel heel erg vroeg, maar het kon maar één persoon zijn en ik rende mijn kamer uit naar de Hoofdingang, waar er net een meisje uit het rijtuig stapte.
Ik rende op haar af en omhelsde haar.
"O, ik was zo bang!" riep ik en knuffelde haar even voor ik haar weer los liet.
"Ik ook," zei Evelien en ze keek me aan. Haar hele houding sprakvanzoveel verdriet en spanning dat ik schrok.
"Is er iets gebeurd?" Vroeg ik ongerust en legde een hand op haar schouder.
Plots barstte ze in huilen uit.
"Wat?" vroeg ik angstig en trok haar tegen me aan.
Toen pas drong er iets tot me door; haar vader was er niet bij. Ik keek over Eveliens schouder naar Perkamentus en Anderling, die naar buiten kwamen lopen.
"Wat is er gebeurd?" vroeg ik en nu voelde ik paniek.
Ik liet haar los en keek haar diep in de ogen. Ze keek echter niet terug, maar staarde naar ergens op de grond.
"Ik… ik kwam binnen… en… en toen… lag hij daar…" snikte ze en sloeg haar handen voor haar gezicht.
"Wie? Je vader?" vroeg ik ongelovig.
Het was een stomme vraag, maar ik durfde het niet te geloven. Ze knikte.
"Nee! En het ging allemaal net zo goed! En jij? Heb je niets? Vertel me dat ze niets met je hebben gedaan. O laat ze alsjeblieft niets met je hebben gedaan."
Ze schudde haar hoofd en wreef in haar ogen. "Ze waren al weg."
"God zij dank!" riep ik en omhelsde haar weer.
Toen kwam het geniepige stemmetje weer terug.
'Weer iemand dood… door jou… ze wilden jou.' Zei het stemmetje. 'Sneep zei het nog: Het gaat hem alleen om Samantha.'
Tranen liepen over mijn wangen. Niet alleen voor de vader van Evelien, maar ook voor mezelf. Want het wás mijn schuld en daar kon ik niet meer omheen.
"Ah, Evelien," zei Perkamentus toen met een droevige stem en ik liet haar los. Ik bleef haar ongerust aankijken, maar nog steeds ontweek ze mijn blik.
"Wil je even met me mee komen?" vroeg hij en legde een hand op haar schouder. Voorzichtig leidde hij haar het kasteel binnen.
Anderling plaatste een zweefspreuk op haar bagage en ging na hen het kasteel binnen. Ik volgde, maar Anderling zei kort maar krachtig dat het schoolhoofd haar even persoonlijk wilde spreken. Teleurgesteld droop ik af en ging richting de leerlingenkamer.
Toen ik de gang naar de kamers van Sneep passeerde, zei ik in me dat ik bij hem langs moest gaan. Waarom dat zo was weet ik niet, maar ik kreeg een raar gevoel. Het idee dat er wat met professor Sneep was werd steeds sterker terwijl ik stond te twijfelen en het beeld van Sneep in de Verdonkeremaansteeg kwam weer voor me. Ik werd ongerust en dus klopte ik niet aan, maar liep meteen naar binnen.
Toen ik hem middenin de kamer zag liggen met zijn gezicht naar de vloer, schrok ik en rende op hem af. Zijn kleren waren gescheurd en hij zat onder het bloed. Of het zijn eigen bloed was of van iemand anders wist ik niet. Langzaam draaide ik hem op zijn rug en voelde zijn pols.
"Natuurlijk leeft hij nog. Hoe moest hij anders weer hier zijn gekomen," mompelde ik en ademde uit. Ik had niet gemerkt dat ik van spanning mijn adem in had gehouden.
Het zou me nooit lukken om hem naar het bed te slepen of naar de bank, dus ik besloot een kussen te pakken en een deken over hem heen te leggen. Ik bekeek de drankjes die hij had staan en koos er een paar uit waarvan ik zeker wist dat ze hem konden helpen.
Nu moest ik hem aanraken. Ik beet op mijn lip en bevochtigde een doek die ik had zien liggen op tafel met een Helende drank. Ik aarzelde, maar begon toen de sneeën op zijn gezicht te deppen. Ik zag met verwondering hoe snel de sneeën zich dichtten en vroeg me af of het zeer deed toen hij wakker begon te worden. Snel pakte ik een Pijnstiller.
"Hier professor, drink dit," zei ik en hield hem het flesje voor terwijl ik hem half overeind hielp.
Hij kreunde en keek eerst naar het flesje, toen mij achterdochtig aan. Kennelijk besloot hij dat het geen kwaad kon en dronk de inhoud van het flesje. Hij stond op en ik ondersteunde hem terwijl hij naar de bank liep.
Ik begon de sneeën weer te deppen.
"Dat kan ik zelf ook," gromde hij en wilde het afpakken, maar ik hield het buiten zijn bereik.
"Zelf zie je het niet zo goed," zei ik koppig en ging weer door toen hij zijn hand weer in zijn schoot legde.
Ik zag hoe hij vermoeid zijn ogen sloot terwijl ik bezig was en het verbaasde me dat hij zich zo op zijn gemak voelde met mij in de buurt.
Toen ik klaar was zette ik het flesje weg.
"Dat ziet er al beter uit," zei ik.
Zijn ogen schoten open en hij gaf me een koude blik.
"Kan ik nog wat voor u betekenen?" vroeg ik spottend.
Grom.
"Oké. Geen dank," zei ik en wilde weer gaan. "Komt u nog naar het bal?"
Grom.
'Zeer duidelijk.' Dacht ik met een frons en ging terug naar mijn kamer.
Daar begon ik te ijsberen. Duizenden gedachtes vormden zich in mijn hoofd. 'Hoe is het met Evelien? Wat bespreekt Perkamentus met haar? Waarom werkte Sneep zo goed mee? Komt die piano echt van hem? Ik wou dat Evelien hier was. Ik hoop dat ze zich niet al te slecht voelt.'
Ik werd moe van al die gedachtes én van het ijsberen, dus ging ik in één van mijn stoelen zitten. Mijn hoofd verborg ik in mijn handen.
Ik was echter té onrustig om zo lang te blijven zitten en al snel stond ik weer op, om rond te kijken wat ik zou kunnen doen.
Terwijl er nog vele gedachtes door mijn hoofd maalden, besloot ik mezelf alvast klaar te maken voor het bal, ook al was ik niet in de stemming.
'En toch hoop ik dat Evelien nog met me mee gaat.' Was één van de gedachtes in mijn hoofd.
Toen ik mijn jurk aan had, kwam Evelien binnen en ik sloeg meteen een arm om haar heen. Ik geleidde haar naar één van mijn stoelen en ging zelf in de andere zitten.
"Gaat het?" vroeg ik.
Ze haalde haar schouders op.
"Best hoor." Zei ze teneergeslagen. "Ik ben allang blij dat ik weer bij jou ben."
Ik glimlachte, natuurlijk meende ze het niet, maar ik besloot er niet op in te gaan. Blijkbaar wílde ze zichzelf beter voelen.
"Wat zei Perkamentus?" vroeg ik.
"Hij zou de begrafenis regelen en kijken wat hij voor mij zou kunnen regelen, zodat ik op school kan blijven," zei ze en haalde haar schouders weer op.
'Ze is nu ook een wees.' Dacht ik met medelijden en legde even een hand op haar schouder.
"Heb je nog familie waar je bij kunt gaan wonen?" vroeg ik.
Ze haalde weer haar schouders op.
"Vast wel, of niet?" vroeg ik hoopvol.
"Ik weet niet, maar ik denk het wel," zei ze hoopvol. "Ik heb nog een oom en tante…"
Teneergeslagen vervolgde ze mompelend: "…maar die hebben vast geen plaats voor mij…"
"Natuurlijk wel," zei ik opgewekt, proberend haar op te beuren.
Ze liet haar hooft hangen.
"Hé," zei ik en legde een hand op haar been. "Het komt wel goed."
Ze keek me aan en glimlachte.
"Wat zeg je ervan?" vroeg ik met hoop. "Ga je nog met me mee naar het bal vanavond?"
"Natuurlijk," zei ze, maar met weinig overtuiging. "Ik heb toch niet voor niets al die spullen gekocht vanmiddag."
"Juist," zei ik vastberaden en ging staan. "We maken (het) er een onvergetelijke avond van. Ik ga je spullen wel halen."
Ik liep de kamer uit, maar herinnerde me toen iets.
"Eh… Waar is jouw kamer?" vroeg ik schaapachtig.
Ze lachte.
"Laat maar, ik ga ze wel halen." Glimlachend liep ze mijn kamer uit en ik ging verder met mijn haar.
Ik glimlachte. Ze had gelachen.
Na anderhalf uur stonden er twee prachtige meiden voor de spiegel, klaar om naar het bal te gaan.
"God!" riep ik plots.
"Wat?" Vroeg Evelien.
"Ik heb je nog helemaal niet bedankt voor mijn ketting!" riep ik en omhelsde haar. "Dank je dank je dank je dank je dank je…"
"Jaja, het is al goed," lachte ze. "Laat me los, straks verpest je mijn haar!"
Ik keek haar aan.
"Je maakt je druk over je haar," constateerde ik. "Goed zo!"
Ze lachte weer.
"Laat me trouwens eens zien hoe het staat," zei ze.
Ik nam wat afstand. Terwijl ze mijn nieuwe ketting bekeek kwam er een vreemde blik in haar ogen.
"Wat?" vroeg ik.
"O, niets hoor. Hij staat echt prachtig," zei ze. "Je ziet er echt geweldig uit in een jurk."
"Nee hoor, jij beter," zei ik. "Ik heb te brede heupen. Jij kunt ten minste een strakke jurk aan."
"Jij ook hoor."
"Geloof me," zei ik ontkennend en schudde mijn hoofd.
We draaiden weer naar de spiegel.
"Wauw," zei Evelien. "Ik kan niet geloven dat ík dat ben."
Ik glimlachte.
"Geloof het maar."
"Ik voel me ook helemaal anders."
"Beter?" vroeg ik.
"Ja, geweldig."
'Wat en jurk en wat make-up allemaal wel niet kunnen doen.' Dacht ik tevreden, maar ik voelde me ook een beetje ongerust. Ze stopte de dood van haar vader helemaal weg. Schijnbaar dacht ze er helemaal niet meer aan. Ik vroeg me af of dat wel goed was.
Maar mentaal schudde ik de zorgen van me af en besloot de avond voor Evelien niet te verpesten.
"Mooi," zei ik met een brede glimlach. "Dan kunnen we gaan. Shall we?"
Ik bood haar mijn arm en lachend nam ze die. Zo liepen we arm in arm naar de Grote Zaal.
Perkamentus verwelkomde ons met open armen in de Hal.
"Welkom, welkom kinderen," zei hij en liep met ons mee naar de Grote Zaal. Er waren al heel wat mensen. Een band speelde en er waren mensen die dansten.
"Ik ben blij dat jullie toch hebben besloten om te komen," zei hij en keek ons beiden aan. Hij gaf Evelien een klein knipoogje. "Nu wens ik jullie veel plezier."
We glimlachten en keken rond. Veel mensen kende ik niet. Zeker niet nu ik niet kon zien in welk huis ze hoorden. Toen mijn ogen over de hoofdtafel gleden waar allerlei hapjes en drankjes op stonden, protesteerde mijn maag.
"Hé, ik ga even wat eten," zei ik tegen Evelien. "Ik heb geen avondeten gehad."
"Oké," zei ze. "Ik zie Rens en Lars. Neem je ook wat voor mij mee?"
Ik keek haar alwetend aan terwijl ik naar de tafel liep. Ze stak haar tong naar me uit en dat verbaasde me een beetje.
'Ze voelt zich echt beter.' Dacht ik verwonderd. 'Ze gedraagt zich helemaal niet meer als de Evelien die ik ken.'
Ik bekeek haar terwijl ze met Lars praatte. Heel haar houding was anders in die lange jurk. Ze stond rechtop en reageerde ook veel uitbundiger op wat er tegen haar gezegd werd. Je zag haar gezicht beter met haar haren uit haar gezicht.
"Dag Samantha," zei iemand en ik draaide me om.
"Wat vind je van de band?" Vroeg Chris.
"Ha Chris," zei ik. "Ik weet het eigenlijk nog niet, nog niet goed geluisterd."
Ik glimlachte.
"Je ziet er prachtig uit," zei hij.
Ik bloosde. "Dank je."
"Wat wil je drinken? Dan haal ik het even voor je."
"O, dat hoeft niet hoor," protesteerde ik.
"Jawel, jawel. Dat hoort." Drong hij aan.
"Nou ja, ik denk wat zoete witte wijn dan."
"Komt eraan," zei hij en liep naar de dranken.
Een beetje ongemakkelijk keek ik rond nu ik alleen stond, wetend dat Chris straks bij me kwam staan, dus luisterde ik naar de band. Hoe ze heetten weet ik niet, maar de zangeres was behoorlijk goed. De toetsenist had een mooie tweede stem, al was zijn pianospel niet zo bijzonder. Drums waren strak, net als de slaggitaar. De sologitarist had echter geen uitstraling, al speelde hij wel goed.
Chris kwam terug met de drankjes en ik zei wat ik dacht over de band.
"Je hebt er een goed oor voor," zei hij. "En een goed oog."
"Nee hoor, dat valt wel mee."
"Jawel, je bent heel erg muzikaal," complimenteerde hij.
"Dank je," zei ik en voelde me steeds ongemakkelijker. Ik was nooit goed geweest in het ontvangen van complimenten en Chris leek nogal uitbundig ermee om te gaan. Ik keek in zijn ogen en gaf hem een ongemakkelijke glimlach.
"Ik vind ook dat je erg mooie ogen hebt, als je lacht…" ging hij verder.
"Ja ja ja. Ik snap het al. Ik ben geweldig," onderbrak ik sarcastisch, maar gaf hem meteen een stralende glimlach om het te maskeren.
'Ik haat die complimentjes.' Dacht ik geïrriteerd, maar ik deed maar alsof ik het leuk vond. We kletsten en het viel me op dat hij het altijd met mij eens was. En hij blééf maar complimenten geven. Toen kwam de gevreesde vraag.
"Wil je met me dansen?"
'Oké. Denk Samantha, denk.' Spoorde ik mezelf aan.
Ik had helemaal geen zin om te dansen. Ik danste nooit. Ook niet als we uitgingen. Ik vond het een verschrikking. Altijd had ik het gevoel dat iedereen naar me keek.
"Ik kan niet dansen," zei ik zwakjes.
"Jawel hoor. Iemand die zo elegant kan lopen, kan ook dansen."
Ik zuchtte. "Nee echt. Ik kan niet dansen."
Ik keek naar de dansvloer. Tot mijn grote verbazing zag ik daar Evelien en Jasper. Ik glimlachte.
"Ja? Toch wel?" vroeg Chris hoopvol.
"Nee Chris," zei ik geïrriteerd, zonder hem aan te kijken. "Hou op. Ik kan niet dansen. Ik wíl niet dansen."
Ik vond het altijd verschrikkelijk om mensen teleur te stellen, maar fouten in het verleden hadden me duidelijk gemaakt dat ik ook niet altijd hoefde te doen wat een ander graag wilde.
Zo was mijn eerste kus ontstaan. Op een camping. Een jongen wilde het zo graag, dat ik er maar mee instemde. Achteraf had ik er verschrikkelijk spijt van. Ik vond die jongen helemaal niet zo leuk en ik had gewenst dat ik mijn eerste zoen, die ik eigenlijk toch wel speciaal vond, hadbewaard voor iemand die ik écht leuk vond. Maar daar was het toen te laat voor.
Ik keek Chris dus niet aan, maar ik vóelde zijn teleurstelling.
"Oké," zei hij en liep weg.
Scherp keek ik op.
'Is hij nou kwaad?' Dacht ik verdwaasd terwijl ik hem nakeek.
En ik stond weer alleen. Een beetje verloren keek ik rond en dronk mijn wijn. Wat ik niet in de gaten had, was dat iemand me vanuit een donker hoekje stond te bekijken.
Degene die het leest... please review! Ik weet dat HP6 leuker is, maar please review. please please please...
