Hermelien Griffel- Tja, t is verwarrend. Ik beloof dat het duidelijker wordt. Bedenk dat wij meer weten dan Sam, door die 'Amnesia'...
goddes-of-imaginary-light- hihi, is het zo verwarrend? Wacht maar af, uiteindelijk zal ook jij het snappen :p
HOOFDSTUK 28
Blikken en Bloed
"Goedemorgen." Hoorde ik iemand zeggen.
Verbaasd keek ik mijn kamer rond, maar toen herinnerde ik me wat er de vorige avond was gebeurd. Ik voelde aan de ketting om mijn hals.
"Hoi Ivy," zei ik, niet helemaal op mijn gemak.
Het was nog steeds een raar idee dat er iemand was, die ik niet kon zien. Ik stond op en wilde gaan douchen, maar toen bedacht ik me dat Ivy gewoon mee kon kijken.
"Oké, ik voel me hier heel erg ongemakkelijk bij," zei ik, voordat ik me uitkleedde.
"Hoezo?"
"Nou, eh… Ik vind het niet zo fijn als anderen me naakt zien," zei ik.
"Maar ik ben niet iemand anders," zei ze. "Ik ben jou."
Dat misschien nog wel enger, dacht ik, maar ik zei het niet.
"Dus eh… Wat vind je van mij?" vroeg ik. "Eh… Ons, bedoel ik dan."
Ik hoorde haar grinniken.
"Ik vind je een mooi meisje," zei ze.
"Wat was je dan voordat je in het kristal werd opgesloten?" vroeg ik, terwijl ik me uitkleedde. Het praten leidde mijn aandacht een beetje af. Dan hoefde ik er niet over na te denken dat er nog iemand was die meekeek.
"Ik was een slang," zei ze.
"Een slang?" vroeg ik verbaasd en keek in de spiegel, dan was het niet zo raar om tegen jezelf te praten. "Hoezo een slang? Hoe kan dat dan?"
Ik stapte de douche in.
"Nou… ja… Ik was gewoon een slang," zei ze. "Echt uitleggen kan ik het niet."
"Hoe voelt het om een slang te zijn?" vroeg ik nieuwsgierig terwijl ik mijn haren waste.
"Eigenlijk is het best saai," zei ze. "Je hebt alleen niet echt een besef van tijd. Je leeft op het moment. Je bent eigenlijk de hele tijd bezig met eten. Eten en slapen."
"Ja, dat klink inderdaad saai," zei ik. "Waarom was je dan opgesloten in het kristal?"
"Voldemort heeft me in de val laten lopen. Hij beloofde me grootse dingen," zei ze bitter. "Hij beloofde dat hij een lichaam voor me zou vinden, dus wisselde ik vrijwillig met degene die in het kristal zat."
"Maar een slang is toch heel anders dan een mens? Hoe kan het dan dat je zo kunt praten als wij, zo kunt denken?"
"Dat weet ik niet. Ik weet helemaal niet hoe het werkt," zei ze.
Ik droogde me af en kleedde me aan terwijl ik erover nadacht.
"Misschien… Nee laat maar… het klinkt stom." Begon ik.
"Zeg maar."
"Misschien maak je nu gewoon gebruik van mijn hersenen en denk je ook hetzelfde als ik enzo," zei ik.
"Klink vaag, maar ik denk niet dat ik hetzelfde denk als jij," zei ze.
"Laten we er maar niet meer over nadenken. Het is veel te ingewikkeld," zei ik en kamde mijn haren.
Dus Ivy was een slang, dacht ik. Toch vind ik het raar dat ze dan kan denken als een mens.
"Tegen wie heb je het?" Klonk het plots achter me en ik draaide me met een ruk om.
"Hé, Evelien," zei ik verrast. "Goedemorgen."
Ze keek me even raar aan, maar besloot kennelijk er niet verder op in te gaan.
"Wat je goed kan noemen," zei ze en ging in één van mijn stoelen zitten.
Ik keek haar aan terwijl ik mijn haren deed.
"Wat is er?" vroeg ik, maar meteen sloeg ik me mentaal voor mijn hoofd.
Stommerik, haar vader is net overleden.
"Gaat het wel?" vroeg ik toen meteen en ging in de andere stoel zitten.
"Ja, prima," zei ze. "Gezien de omstandigheden."
Ze gaf me een geforceerde glimlach, maar keek daarna weer naar de grond.
"Ik kreeg net een bericht van Perkamentus. Of ik naar zijn kantoor wilde komen voor een gesprek met mijn oom en tante," zei ze.
Ik wist niet wat ik moest zeggen en zei dus maar niets.
"Wil je met me mee komen?" Ze keek me heel even vlug aan, voor weer naar haar blijkbaar favoriete plekje op de grond te staren.
"Eh… weet je dat wel zeker?" Vroeg ik. "Denk je niet dat het beter is als je dat alleen met hen bespreekt?"
Ze haalde haar schouders op en toen zag ik het pas: ze was echt bang om haar familie te zien.
"Ik ga wel mee, hoor. Als jij dat graag wilt." Ik ging in de andere stoel zitten en legde mijn hand op haar knie.
Even bleven we zo zitten.
'Wat is er gebeurd?' vroeg Ivy in mijn hoofd, maar ik kon natuurlijk geen antwoord geven.
"Het was gisteren wel gezellig, vond je niet?" vroeg ik, terwijl ik opstond en verder ging met mijn uiterlijk.
Stiekem keek ik even naar haar voordat ik de badkamer in ging en ja hoor! Er verscheen een glimlach.
"Jij had het ook wel naar je zin, of niet?" vroeg ze. "Eerst met Sneep, toen met Chris. Ik heb je wel zien zoenen."
"Wat, met Sneep?" vroeg ik, maar dat was een stomme opmerking. Een stomme opmerking om haar een beetje te laten lachen. Ik wist niet of het werkte, maar aan de manier waarop ze antwoordde, hoorde ik dat het wel een beetje was gelukt.
"Hoezo? Heb je ook met Sneep gezoend?"
In mijn dromen. Ging er door mijn hoofd en ik schrok van mijn eigen gedachte.
"Nee joh! Bah," zei ik toen maar en ik keek even de kamer in om Evelien aan te kijken die tot mijn verbazing haar schouders ophaalde.
"Vind je dat dan niet… bah?" vroeg ik, met gebrek aan woorden.
Ik zelf vond het natuurlijk niet vies, maar ik wilde weten wat zij er van vond.
"Nou… ik zelf zou het niet graag doen, maar ik kan me wel voorstellen als iemand het graag wil. Op zich ziet hij er niet slecht uit. Als hij niet zo serieus kijkt, maar dat doet hij altijd, dus… Hij is alleen zo oud."
"Ja, dat bedoelde ik," zei ik.
Eigenlijk vond ik het wel leuk dat ze niet geheel tegen het idee van zoenen met Sneep was en ik bekeek haar met andere ogen. Ik vroeg me af hoeveel zij af wist van Sneep.
'Het grappige is, ik voel nu wel allemaal wat jij voelt…' Hoorde ik Ivy mijn hoofd. 'Je valt dus op die Sneep? Daar had je mee gedanst, begrijp ik als ik het gesprek goed heb gevolgd?'
Ik stopte met het aanbrengen van mascara en knikte in de spiegel.
'Goed, ja. Dat zie ik,' zei ze.
"Ik ben klaar," zei ik toen en kwam de badkamer weer uit.
"Goed, dan kunnen we gaan," zei Evelien.
Haar hele houding veranderde weer. Ze werd weer het verlegen en teruggetrokken meisje van toen ik haar eerst ontmoette.
"Je hebt nog niets verteld over Lars," zei ik terwijl we de trappen afliepen, hopend om haar weer een beetje uit haar schulp te krijgen.
"Wat valt er te vertellen?" vroeg ze en keek me aan met een glinstering in haar ogen.
"Hebben jullie…" Zei ik en probeerde haar de zin af te laten maken, maar dat deed ze niet. Ze knikte alleen.
"Gezoend?" vroeg ik.
"Ja, niets meer," zei ze en die gedachte was genoeg om haar tot de trap naar Perkamentus' kantoor rechtop te laten lopen.
De oom en tante van Evelien waren aardige mensen. Ze namen haar meteen in de armen toen we binnenkwamen en we maakten kennis. De rest van het gesprek stond ik echter een beetje tegen de muur geleund, net als Sneep. Die stond tegenover me. Ik probeerde het niet te laten merken, maar ik voelde me heel erg ongemakkelijk. Ik voelde zijn ogen op me, maar ik durfde niet te kijken. Ik vroeg me af waarom híj er was. Waarschijnlijk omdat hij het hoofd van onze afdeling was.
'Dus dat is Sneep?' vroeg Ivy. 'Ziet er inderdaad niet té slecht uit.'
Ik onderdrukte een glimlach en mijn ogen flitsten naar Sneep. Tot mijn eigen ergernis leidde zijn aanwezigheid me zo af van het gesprek dat ik er niets van volgde.
'Maar ik denk toch dat je wel beter kan krijgen.' Voegde ze toe. 'Chris bijvoorbeeld.'
Ivy vind hem wel erg leuk, blijkbaar, dacht ik.
Toen stonden de oom en tante van Evelien op en namen afscheid. Ik besefte me plots dat ik het hele gesprek had gemist en ik voelde me een beetje schuldig, want Evelien keek niet zo gelukkig.
Nee, natuurlijk niet ziet ze er niet zo gelukkig uit, dacht ik toen. Ze heeft waarschijnlijk net het hele verhaal nog een keer moeten vertellen.
Eveliens familie vertrokken met brandstof, blijkbaar waren ze magisch. Ik zag tranen glinsteren in Eveliens ogen en ik legde een arm om haar middel om zo te vertrekken, maar Perkamentus riep me terug. Ik vroeg Evelien om op me te wachten. Sneep was er ook nog.
"Professor Sneep en ik moeten wat met je bespreken," zei Perkamentus. "Ga zitten."
Een beetje onwillig liet ik Evelien alleen gaan, maar ik liet haar beloven om buiten te wachten. Ik ging in de stoel tegenover Perkamentus zitten en keek hem vragend aan.
Weet hij van Ivy? Dacht ik geschrokken. Straks neemt hij haar van me af.
Op de een of andere manier vond ik het erg als Ivy nu van me af werd genomen. Ik begon net een beetje te wennen aan haar aanwezigheid. Het was fijn om iemand te hebben die weet wat je doet en waar tegen je alles kan zeggen. Ik had ook wel het gevoel dat we vriendinnen konden worden.
Maar toch is er nog iets, dacht ik, want er kwam een onheilspellend gevoel over me.
Ik kon niet ontkennen dat ik haar nog steeds niet helemaal vertrouwde. Dat er iets was wat ze me niet vertelde.
We moeten straks eens goed praten, dacht ik en glimlachte om de volgende gedacht: Het is maar goed dat ze me niet kan horen denken.
"Je weet denk ik nog wel dat we het erover hebben gehad om jou en Harry Occlumentielessen te geven?" vroeg Perkamentus.
'Wat is Occlumentie?' vroeg Ivy in mijn hoofd, maar ik knikte.
"Het leek ons beter om enkel Harry lessen te geven, gezien de connectie tussen Harry en jou belangrijk kan zijn. Het leek ons niet verstandig om die te onderbreken," legde Perkamentus uit.
Ik kon het wel begrijpen. De band die er tussen Harry en mij was, leek ik alleen te voelen als Harry sterke emoties had, of misschien als er belangrijke dingen gebeurden.
"Maar professor Sneep vond het beter als jij ook aanwezig was, zodat hij in ieder geval een oogje in het zeil kan houden," zei hij.
"Wat moet ik dan doen?" vroeg ik toen.
"Je gaat gewoon door met het maken van je huiswerk en het oefenen van je krachten. Je moet zorgen dat je door kunt gaan met de dingen die je zelf aan het doen bent."
Ik knikte, want telkens als ik beelden of gevoelens doorkreeg werd ik zo duizelig, dat ik altijd even moet gaan zitten en mijn ogen moet sluiten.
"Heb je nog dingen gevoeld of gezien waarvan je dacht dat die van Harry kwamen?" vroeg Perkamentus.
Ik haalde mijn schouders op. Ik had het de laatste tijd te druk gehad met mijn eigen gevoelens.
"Oké, dat is dan geregeld," zei Perkamentus. "Wilde jij nog wat zeggen, Severus?"
Sneep keek niet vrolijk bij het noemen van zijn voornaam, maar schudde zijn hoofd.
"Goed, maandag na de vakantie is de eerste Occlumentieles."
Ik voelde dat het gesprek was afgelopen en stond op.
"Is er niets wat je me nog wilt vertellen?" vroeg hij toen en ik voelde me zo betrapt.
'Nee, niets zeggen!' riep Ivy smekend. 'Alsjeblieft. Ik wil niet weer alleen in dat verschrikkelijke kristal zitten.'
Ik schudde mijn hoofd en draaide me om. Daar stond ik oog in oog met Sneep en ik kon het niet helpen, ik moest kijken. De tijd leek stil te staan tot ik uiteindelijk het oogcontact verbrak en het kantoor uit liep.
Ik was zo in gedachten verzonken dat ik Evelien helemaal vergat. Sneep had me ook zo indringend aangekeken.
Ik liep terug naar mijn slaapkamer. De gangen waren helemaal verlaten en ik besloot dat het veilig was om met Ivy te praten.
"Waarom mocht ik het niet vertellen?" vroeg ik, een beetje kwaad, want ik haatte liegen. Zeker tegen Perkamentus "Wat kan er gebeuren?"
'Nou, hij kan de ketting afpakken bijvoorbeeld en dan ben ik weer alleen.'
"Nou en?" vroeg ik stuurs. "Wat zou mij dat uitmaken?"
Ik meende het niet. Ik kon voelen hoe wanhopig ze zich nu voelde. Blijkbaar konden we niet elkaars gedachtes delen, maar wel elkaars gevoelens.
'Ik… Ik dacht dat je misschien wel iemand kon gebruiken… waartegen je alles kunt zeggen,' zei ze.
"Ik heb al zoiemand," zei ik.
'Je bedoelt toch niet Evelien he?' vroeg ze ineens ongelovig.
"O sht! Evelien!" riep ik plots. "Ik dacht dat ze op me zou blijven wachten!"
'Daar heb je het al,' zei Ivy.
"Hou jij je mond nou maar," zei ik kwaad, want ze had Eveliens naam uitgesproken alsof ze iets vies was.
"Nee, ik had het niet tegen jou," zei ik tegen een schilderij die me onthutst aankeek.
Ik wilde rennen, haar naam schreeuwen, maar ik wist niet waar ik heen moest gaan. Ik had zo'n naar voorgevoel.
Waarom had ze niet op mij gewacht? Waar kon ze heen zijn gegaan? Misschien staat ze nog bij het kantoor. Maar waarom was ze me dan niet achterna gegaan?
Ik rende toch maar terug naar het kantoor van Perkamentus, waar Sneep net vertrok.
"Juffrouw Sanders," zei Sneep dreigend en ik wist wat hij ging zeggen.
"Jaja, ik mag niet rennen in de gangen," zei ik ongeduldig en kreeg een ijskoude blik, maar ik besloot die te negeren. "Heb je… ik bedoel. Heeft u Evelien gezien?"
"Ben je haar kwijt?" vroeg hij wantrouwend.
"Ja, ze zou op me wachten."
Hij keek plots heel bezorgd en liep weg.
"Waar ga je heen?" vroeg ik, weer vergetend dat hij een leraar was en ik 'u' moest zeggen.
"De Astronomietoren," zei hij en het onheilspellende gevoel werd sterker. Ik ging begon te rennen.
Hijgend na al die trappen kwamen we eindelijk boven.
"Evelien!" riep ik geschrokken toen ik haar ineengedoken tegen de muur zag zitten.
In een slappe hand langs haar hield ze een mes, besmeurd met bloed.
"Het spijt me," fluisterde ze toen ik bij haar neerknielde.
Ze had haar polsen doorgesneden.
Goed, volgend hoofdstuk nog wat meer uitleg, beloofd! REVIEWS!
Ik bedank de oplettende lezer (goddes-of-imaginary-light), ik verander het meteen!
