goddes-of-imaginary-light- Eh... automutilatie? Wat bedoel je daarmee? Zelfmutilatie? Zelfmoord? Thanks voor de vertaling, ik heb de boeken niet bij de hand dus kon het niet opzoeken... vervelend als je net de engelse HP hebt gelezen.

Ik had meer uitleg beloofd... Als het niet duidelijk is... review, dan probeer ik er iets aan te doen. Btw, de vorige paar hoofdstukken... 27 &28... het was niet helemaal mijn bedoeling om té duidelijk te zijn. Bedenk wat Sam weet en wat wij weten, dat snap je het.


Hoofdstuk 29
Herinneringen van een slang


Sneep ijsbeerde door de ziekenzaal terwijl ik angstig in een hoekje stond, mijn ogen gefixeerd op het gordijn waarachter Madam Plijster Evelien aan het verzorgen was.
Ze kan niet dood zijn, dacht ik, verlamd van angst.
Niet zij ook al,tranen schoten in mijn ogen. Eerst mijn familie en mijn vrienden. Dan Rons vader, dan Eveliens vader en nu zij ook nog? Het is ook allemaal mijn schuld.
'Ik zei toch al dat ze zwak was,' zei Ivy in mijn hoofd. 'alleen een zwak persoon pleegt zelfmoord.'
Dat maakte me zo kwaad, dat het me uit mijn gedachtes rukte.
"Dat is helemaal niet waar!" schreeuwde ik en Sneep draaide zich abrupt naar me om.
Ik was helemaal vergeten dat hij er ook was, zo was ik in beslag genomen geweest door mijn eigen gedachtes. Hij keek me doordringend aan.Geschrokken keek ik terugen rende de ziekenzaal uit.
Tranen stroomden over mijn wangen. Het maakte me niet uit waar ik heen ging, ik ging waar mijn voeten me brachten. En ze brachten me naar… de Astronomietoren.
Ik keek over de fundering naar beneden. De diepe val zou me mijn leven kosten. Maar zodra ik mijn handen op de rand zette om erop te gaan staan twijfelde ik.
'Jij bent niet zoals zij,' zei Ivy in mijn hoofd. 'jij bent sterk.'
"Ik ben juist de zwakke. Ik heb de kracht niet om mijn eigen leven te beëindigen," snikte ik en nam afstand van de muur.
Het was waar. Ik kon niet springen. Zelfs na alles wat er was gebeurd, kon ik niet springen.
'Jij wilt leven,' zei Ivy.
"Nee dat wil ik niet," zei ik en ik merkte met een raar soort geruststelling dat ik het meende.
Maar ik kon het niet. Ik kon geen zelfmoord plegen. Iedereen om me heen stierf en het enige dat ik kon doen was kijken. De zogenaamde krachten die ik had konden de mensen om me heen niet beschermen. Ze konden enkel mezelf beschermen. Ik voelde me als een pop, een toeschouwer die telkens maar door moest. Die moest kijken naar de ellende die er rondom hem gebeurde.
Ik huilde en ging in een hoekje zitten.
'Je moet leven, Samantha,' zei Ivy. 'Je moet sterk zijn. Voor je familie en je vrienden.'
"Ik wil niet meer sterk zijn," huilde ik. "ik heb er genoeg van. Ik kan niets meer doen voor mijn familie en vrienden."
Ik voelde me als een klein kind, maar het maakte me niets meer uit. Ook Ivy zei niets.
"Ik wil niet meer," zei ik kleintjes.
"En toch moet je het proberen," zei een stem. "Voor degene die je vrienden zouden kunnen zijn."
Ik keek op. Het was Chris. Hij kwam naast me zitten en sloeg een arm om me heen. Ik kon hem niet aankijken.
"Maar ik weet niet wat ik moet doen," zei ik met geknepen stem. "Het maakt niet uit wat ik doe. Ik kan het niet."
"Je kunt het wel," zei hij en er klonk zoveel warmte in zijn stem dat ik hem aankeek.
Hij glimlachte en we bleven zo even zitten.
Hij was fijn. Om alleen daar samen te zitten en niet te praten. Ik sloot mijn ogen.
Vlak voordat ik in slaap viel dacht ik: 'Chris is toch niet zo irritant.' en ik wist eigenlijk niet waarom ik dat ooit had gedacht.


Toen ik wakker werd, lag ik in mijn kamer. Chris zat naast in één van mijn stoelen. Hij sliep. Hij was blijkbaar de hele nacht bij me geweest. Ik had geen nachtmerries gehad, maar de flesjes met slaapdrank waren niet aangeraakt. Ik glimlachte.
Ik keek naar buiten en zag dat het al heel laat of heel vroeg moest zijn. Ik vroeg me af hoe het was met Evelien. Leefde ze nog? Ik moest het weten.
Ik stond op en was van plan naar de Ziekenzaal te gaan toen ik schrok van een stem.
'Waar ga je heen?'
Mijn hart ging als een gek tekeer, maar Chris had zich niet verroerd. Ik zuchtte toen ik me realiseerde wie het was. Het was Ivy.
Snel verliet ik mijn kamer met sloffen aan.
"Je moet me niet zo laten schrikken," fluisterde ik.
'Nou sorry hoor,' zei ze een beetje geprikkeld.
"Zeg, ik kan dit er echt niet ook nog bij hebben hoor," zei ik, nu hardop. Ik stond in een verlaten leerlingenkamer.
"Ik heb al genoeg aan mijn hoofd zonder jou! Snap je het niet? Ik heb vier maanden in coma gelegen om hier wakker te worden, te ontdekken dat al mijn vrienden en familie zijn vermoord, dat ik zogenaamd 'speciale' krachten heb die ik moet leren beheersen, om ze daarna aan iemand anders te geven en te sterven! En dan kom jij nog. Wie en wat ben je nou precies? Geef me één reden waarom ik de ketting niet nu meteen af doe en naar Perkamentus stap."
Ik wist dat ik teveel had gezegd, maar het kon me niets meer schelen. Het was allemaal teveel. Veel teveel.
"Bovendien ligt mijn beste vriendin in de Ziekenzaal omdat ze zelfmoord probeerde te plegen," fluisterde ik en er kwamen tranen in mijn ogen. "en ze zal niet de eerste zijn die sterft door mij."
'Ik kan je helpen,' zei ze.
"Hoezo kun jíj me helpen?" vroeg ik sarcastisch.
'Je hebt iemand nodig die naar je luistert. Waar je alles tegen kunt zeggen en die écht naar je luistert. Niet Perkamentus. Niet Sneep en zeker niet Chris.'
"Ik heb wél al zo iemand," zei ik stug.
'Evelien?' vroeg Ivy en ik hoorde aan haar stem dat ze het niet geloofde.
"Ja," antwoordde ik koppig.
'Zelfs zij weet niet alles,' zei ze.
"Hoe weet je dat?" vroeg ik en schrok. Nu had ik mezelf verraden! Het was eruit voordat ik het in de gaten had gehad.
'Dus het is waar?' riep ze triomfantelijk. 'Ha!'
"Maar het is niet zo omdat ik dat niet wil," zei ik en voelde me schuldig.
'Maar je bent bang dat ze het niet aankan?' vroeg ze en ik wist dat ze gelijk had, maar ik wilde het niet geloven.
"Maar hoe kan ik er zeker van zijn dat ik je kan vertrouwen?" vroeg ik zwakjes.
'Natuurlijkkun je me vertrouwen,' zei ze kalm. 'Wat wil je precies weten?'
"Ik wil precies weten wie je bent en wat er is gebeurd," zei ik.
Ik hoorde haar zuchten.
'Oké, maar dan stel ik voor dat je even ervoor gaat zitten,' zei ze en dat deed ik. 'Nou, ik heb je al verteld dat ik een slang was.'
Ik knikte, ookal kon ze het niet zien.
'Ik leefde rustig in het wild, vraag me niet waar, want als slang heb je er geen besef van hoe groot de wereld eigenlijk is,' legde ze uit. 'Nou, op een warme zomerdag, geloof ik, kwam er plots een jongetje op me af, ik was bang natuurlijk, maar hij begon tegen me te praten. Ik kon het niet geloven, een mens dat met me praatte. Hij had lekkers voor me, zei hij, dus ik ging mee. Hij liet me de mooiste dingen zien. Hij liet me zien waar hij woonde en hij liet me uitkijken over zee. Natuurlijk klinkt dat voor jou niet zo bijzonder, maar ik had het nog nooit gezien. We werden hele goede vrienden en hij nam me overal mee naartoe.'
"Hoe heette hij?" vroeg ik.
'Tom, zei hij,' antwoordde Ivy. 'Maar goed. Hij gaf me te eten en speelde met me. Het was een heerlijk leventje. Totdat de oude man kwam.'
"De oude man?" Vroeg ik.
'Ja, de oude man met de lange puntbaard en grijze haren,' omschreef ze.
"Perkamentus?"
'Ja, die,' zei ze. 'Hij vertelde iets over magie en zette de kast in brand!'
Ik reageerde ongelovig.
'Ja, maar toen de vlammen weg waren, was de kast onbeschadigd! Hij zei dat Tom dat ook kon en hij ging weg. Ik vluchtte van het huis, omdat toen ik op zoek was naar eten de dikke vrouw liet schrikken. Ik heb toen nog jaren in het wild geleefd tot er op een dag een jonge man naar me toe kwam, van ongeveer jouwleeftijd. Hij beweerde dat hij dezelfde jongen was die me had verzorgd al die jaren terug en hij zei dat hij een manier had om van mij een mens te maken. Dat leek me natuurlijk geweldig. Ik zou een mens zijn, naast hem lopen, zwemmen, met andere mensen praten. Het enige wat ik hoefde te doen waste wisselen met de man in het kristal. Het zou alleen even duren voordat de man aan mijn lichaam was gewend, dus ik praatte met de man en liet hem zien wat ik kon voordat ik in het kristal ging en Tom hem af deed. De man in de ketting noemde hem telkens Voldemort. Wat er daarna gebeurde weet ik niet,' vertelde ze.
"Hoezo dat weet je niet?" vroeg ik.
'Gewoon, dat weet ik niet. Hij deed me in een doos. Ik denk dat hij me vergeten is,' zei ze droevig.
Ik moest er even over nadenken.
"Voldemort," zei ik toen.
'Ja, Voldemort. Ik weet het ook niet waarom hij zich zo noemde.'
"Ik wel," zei ik. "Hij schaamde zich voor zijn eigen naam. Hij was naar zijn vader vernoemd en dat was een dreuzel die zijn moeder in de steek liet."
'Een dreuzel?'
"Iemand zonder magische krachten," legde ik uit.
"Denk je dat ik het ook zou kunnen?" vroeg ze, na een korte stilte.
"Wat?"
'Magie.'
"Ik zou het niet weten," zei ik eerlijk en nam een besluit.
"Zou je het eens uit willen proberen?" vroeg ik.
'Ja!' riep ze uit. 'Ik bedoel… Ja graag. Weet je het zeker?'
"Zie het als een soort betrouwbaarheidstest," zei ik.
'O, dat zou geweldig zijn,' zei ze opgewonden.
"Weet je hoe je mijn lichaam over kunt nemen?" vroeg ik, want ik had geen idee. Dat zei ik ook.
'Nou, het is eerder zo dat jíj me toestemming moet geven. Het lichaam is nog steeds van jou,' zei ze.
"Oké, nou. Hoe doe ik dat?"
'Ehm, je sluit je ogen en zegt mijn naam,' zei ze.
"Is het zo makkelijk?" vroeg ik verbaasd.
'Als je me zou kunnen zien, dan zou je me nu mijn schouders op zien halen,' zei Ivy.
"Oké, daar gaat hij dan," zei ik en was toch wel een beetje nerveus.

"Ivy."


En wat denken jullie? Was dat nou zo verstandig? Ik hou jullie niet lang in spanning. Heb het volgende hoofdstuk nl al af en zal het nu posten.