goddes-of-imaginary-light - thanks! Ik had er echt nog nooit van gehoord. Heb ik weer wat geleerd. O ja. Als je nog meer woorden tegenkomt die alleen in het engels zo zijn, wil je me dan waarschuwen? Ik heb namelijk alleen de engelse bij de hand en niet altijd zin om het op te zoeken op internet... iig nog bedankt voor de 'oblivia' :)
Vliertjevampiertje - Ah, je vind Chris irritant? hmmm. interessant grijns. Verwarring is de bedoeling, maar uitleg komt wel...
Pixie Musa- oi! Dankjewel! Ik zal eens naar je verhalen kijken als ik tijd heb. : ) Thanks voor je review!
Thanks iedereen! Ik zit al boven de 70 reviews! grijns
HOOFDSTUK 31
Aanvallen van buitenaf
Na het gesprek met Evelien voelde ik me een stuk beter. Ik kon niet zeggen dat alles weer als vanouds was, maar het leek er wel op. Ik had nu echter een groter geheim.
Ivy.
Ivy was er altijd. Ze zag alles wat ik deed, hoorde alles wat ik zei en, blijkbaar, voelde ook alles wat ik voelde. En tot mijn grote verbazing vond ik het niet vervelend. Nee, ik vond het fijn. Ik had iemand die precies wist wat ik deed en mij begreep. Ik vertelde haar dus veel.
Af en toe voelde ik ook wat zij voelde en het was oprecht. Ik voelde haar walging tegenover Malfidus. Maakte niet uit welke; junior of senior. Haar medeleven met Harry, want hij werd raar aangekeken door iedereen, en de verbazing over Omber. Hoe ze stond tegenover Evelien was niet duidelijk. Ze negeerde alles wat ik over haar zei en het interesseerde haar verder helemaal niets. Nou ja, misschien was ze wel jaloers.
Evelien deed weer alsof alles oké was. Natuurlijk was het dat niet en ik betrapte haar er wel eens op dat ze had gehuild. Ik vroeg niets. Ik zou niet weten wat ik zou kunnen zeggen, dus zei ik er niets over. Wel zorgde ik ervoor dat ik haar veel aandacht gaf. Ik sprak over luchtige dingen en maakte grapjes. En het bleef me opvallen dat ze steeds begon te stralen als ik het over Lars had.
De vakantie eindigde. Sneep had ik de laatste dagen niet meer gezien en ik was toch best zenuwachtig om naar de eerste les Occlumentie te gaan.
Zo stond ik – te vroeg, zoals ik altijd was – te dralen voor zijn deur tot het tijd was om naar binnen te gaan. Hoewel Sneep een hekel had aan laatkomers, te vroeg komen vond hij even erg.
Het was vijf voor zes. Misschien was het nu niet zo erg om vroeger binnen te komen gezien Harry waarschijnlijk ook zenuwachtig zou staan te doen voor de deur.
Ik stapte binnen en keek om me heen. Hoewel ik er vaak was geweest, voelde ik me niet op mijn gemak. Er waren dingen veranderd. De stoelen waren weg.
Ik vroeg me af waar ik moest gaan zitten toen Sneep binnen kwam lopen met een stenen bassin. Ik vroeg me af wat het was. In het bassin zat iets wat op water leek.
"Ah, Samantha," zei hij toen hij me zag staan.
Hij zettehet voorwerpvoorzichtig op zijn bureau.
"Zoals je ziet heb ik de stoelen verplaatst. Ze staan hiernaast."
Ik keek hem vragend aan.
"Het leek Perkamentus beter als Harry niets wist van je 'lessen' hier en gezien de connectie tussen jullie leek het mij beter om je toch in de buurt te houden."
'Hij praat erover alsof je het niet aankan,' zei Ivy in mijn hoofd.
Dat vond ik ook en ik keek hem verontwaardigd aan.
"Vertel me." Begon hij en kwam op me af gelopen. "Heb je nog wat van hem doorgekregen?"
Ik trok mijn wenkbrauwen op. Die middag had ik me even geweldig gevoeld zonder reden. Waarschijnlijk kwam dat weer van Harry, maar ik was niet van plan om hem dat te vertellen. Hij zou dan gelijk hebben. De connectie tussen Harry en mij was sterk. Ik kreeg ook de minder belangrijke dingen door en die moest ik juist zien buiten te sluiten.
Sneep keek me recht ik mijn ogen, maar ik keek niet terug. Ik keek ergens naar zijn voorhoofd. Wat ik wist van Legilimentie, was het beter om geen oogcontact te hebben terwijl ik 'nee' zei.
Hij draaide zich weer abrupt om waardoor zijn mantel achter hem opbolde.
'y hoor.' Hoorde ik Ivy in mijn hoofd zeggen als reactie op de blik van Sneep en ik haalde scherp adem om mijn lachen in te houden. Om dat te maskeren hees ikmijn boeken wat steviger in mijn armen.
Maar blijkbaar had hij het toch gehoord, want hij draaide zich weer snel naar me toe. Ik liep echter snel naar de andere kamer, zonder hem aan te kijken.
Ik had de deur nog niet dichtgedaan of ik hoorde een klop op de andere deur. Zuchtend ging ik in een van de stoelen zitten en keek de kamer rond.
In een kleine open haard brandde een vuurtje dat de kleine ruimte met – wat een verrassing – nog meer boeken, verlichtte en ook verwarmde.
Ik haalde mijn staf uit het kistje en legde mijn boeken klaar. In het kantoornaast mij hoorde ik stemmen. Harry klonk niet echt blij met de situatie, maar Sneep evenmin. Ik bekeek het werk dat ik had gekregen van professor Anderling.
'Bah, dat is saai,' zei Ivy in mijn hoofd.
"Tja, maar ik moet het wel doen," antwoordde ik, maar niet al te hard, zodat Harry het niet zou horen.
'Waarom neem je geen kijkje in een van die boeken hier?'
"Dat kan ik toch niet doen," zei ik terwijl ik de donkere kaften bekeek. Ze wekten wel mijn nieuwsgierigheid op.
'Volgens mij staan er heel interessante dingen in,' zei ze. 'Maarja. Je hebt waarschijnlijk gelijk. Ik ben nog niet zo goed in het gedoe over 'eigendom' enzo. Bij mij was het altijd zo van: wat je wilt moet je pakken.'
"Hmmm," zei ik schijnbaar ongeïnteresseerd, maar ik dacht na over wat ze had gezegd.
Het zou wel makkelijk zijn, gewoon pakken wat je wilt.
Plots werd het zwart voor mijn ogen en verloor ik al het gevoel van tijd. Het was alsof er een film voor mijn ogen werd afgespeeld. Een film zonder geluid. Ik voelde jaloezie om een rode fiets van een andere jongen – Dirk Duffeling, ging er door mijn hoofd – en vernedering toen ik in een boom werd gejaagd en mijn familie me uitlachte.
Dat kwam van Harry. Ik wist het, maar ik wist niet hoe ik ertegen moest vechten. Ik had geen controle over mijn lichaam of mijn geest. Ik hoorde hoe de Sorteerhoed zei dat hij ook in Zwadderich kon, zag hoe Hermelien was veranderd in een kat, dementors en toen ook Cho Chang en ik wist dat ik iets moest doen. Sneep mocht dat niet zien. Hij zou Harry er eeuwig mee treiteren.
Een spreuk kwam bij me op. Eén die ik die middag had gelezen.
Aculeus, dacht ik.
Meteen hield het op en ik opende mijn ogen. Ik lag op de grond, met mijn gezicht naar de vloer.
Hoe ben ik hier nou terecht gekomen? Dacht ik verbaasd en wilde opstaan.
Maar voor ik helemaal zat, begon de kamer helemaal te draaien en ging ik snel weer liggen.
'Dat kun je maar beter niet doen,' zei Ivy.
"Ja, ik denk dat ik maar blijf liggen," zei ik en draaide me op mijn rug, de duizelingen proberend te negeren terwijl ik een gemakkelijkere houding zocht. Ik luisterde naar wat er in de andere kamer gebeurde.
"Op drie… een – twee – drie – Legilimens!"
O nee, dacht ik en sloot mijn ogen.
Ik probeerde niet te kijken naar de zwarte draak, maar ik wilde het zien. Ik had het allemaal gelezen, maar om een draak te zien, of de ouders van Harry, rechtstreeks uit de gedachten van iemand is anders dan het te lezen. Toen zag ik Carlo Kannewasser en de beelden verdwenen terwijl ik Harry hoorde schreeuwen. Een traan gleed over mijn wang en ik had nog meer medelijden met Harry.
Ik hoorde de boze stem van Sneep. Mijn voorhoofd brandde en ik besloot mijn ogen gesloten te houden. Ik wachtte tot ik een deur hoorde sluiten in de andere kamer, maar dat gebeurde niet. Er kwam nog een aanval en ik onderging hem in alle rust. Beelden flitsten voorbij, maakten me duizelig, lieten mijn hoofd barsten, maar ik bleef rustig liggen wachten tot het voorbij was.
Toen de beelden weg waren wachtte ik op de deur – en die kwam. Opgelucht zuchtte ik diep en opende mijn ogen. De hete steken door mijn hoofd waren vervangen door een lichte hoofdpijn en ik probeerde op te staan. Duizelig wankelde ik naar de stoelen en hield me eraan overeind.
Een deur opende zich achter mij. Dat was Sneep. Hij pakte me bij mijn elleboog en hielp me in een stoel.
Ik zuchtte en sloot mijn ogen even. Hij verliet de kamer even om weer terug te komen met twee flesjes en een vochtige doek. Ik dronk de twee flesjes, maar keek vragend naar de doek.
"Je bloedt," zei hij en pakte de doek van me over.
Hij depte mijn voorhoofd. Ik bekeek zijn gezicht terwijl hij dat deed. Hij zag er moe uit. En bleek. Bleker dan normaal.
'Hij heeft echt zon nodig.' Klonk de stem van Ivy en nu kon ik het niet weerstaan om te glimlachen.
Hij zag het en nam meteen afstand.
"Beter zo?" vroeg hij en ik knikte, maar alles draaide weer rond, dus ik sloot mijn ogen om nog even zo te blijven zitten. Ik voelde hoe hij plaatsnam in de andere stoel.
Toen hoorde ik iets. Er lachte iemand. Ik keek Sneep verbaasd aan.
Plots leek het alsof iemand heel hard tegen mijn hoofd had geslagen met een knuppel en ik klapte voorover. Hetzelfde overkwam me als een half uur geleden. Pijn vlamde door mijn hoofd en tranen kwamen in mijn ogen. Ik raakte alle gevoel van tijd kwijt en mijn naam was onbelangrijk. Iemand lachte heel hard en voelde zich geweldig. Alles raasde door mijn hoofd; pijn, vreugde. Nee, euforie. Iemand was verschrikkelijk gelukkig en ik wist al wie – Voldemort.
Ik opende mijn ogen toen het was verdwenen. Iemand had een arm om me heen geslagen om te voorkomen dat ik met mijn voorhoofd tegen de tafel was geslagen en ik ging weer achterover zitten. Ik hijgde van inspanning en veegde mijn tranen weg. De pijn was even snel verdwenen als dat het was gekomen. Er bleef echter een lichte hoofdpijn en duizeligheid achter.
Sneep keek me gespannen aan, maar greep toen plots naar zijn linker onderarm. Nu was het mijn beurt om zijn schouder vast te pakken, maar hij sloeg mijn hand weg.
"Ik moet gaan," zei hij en ik knikte.
"Er is iets goeds gebeurd," zei ik, om hem iets gerust te stellen.
Hij knikte.
"Ga naar Perkamentus," zei hij en verliet de kamer.
Ik zuchtte en wreef over mijn voorhoofd, om daarna precies te doen wat hij zei.
Vermoeid liep ik mijn kamer in en liet me op mijn bed vallen.
"Ben je daar eindelijk?" vroeg er iemand en ik draaide me op mijn zij om Evelien te zien zitten. Ze had een boek op haar schoot.
"Hoe ging het?" vroeg ze en legde het boek weg.
Ik keek naar de titel van het boek.
"Mooi boek hè?" zei ik. "Het was mijn lievelingsboek in de eerste."
"De eerste?" vroeg ze.
"Laat maar," zei ik. "Ik was toen 13."
"Ah," zei ze en kwam bij me op bed zitten.
"Je bloedt!"riep ze toen geschrokken.
Ik vertelde wat er was gebeurd.
"Dus Sneep is nu bij Voldemort?" vroeg ze ongerust.
Ik knikte en even bleven we in stilte zitten.
"Ik zal je wel laten slapen. Je ziet er moe uit," zei ze toen en sond op.
Ik glimlachte dankbaar.
"Welterusten," zei ik en stond op om me om te kleden, terwijl Evelien mijn kamer uit liep.
Ik sloot de deur.
'Vergeet je slaapdrank niet,' zei Ivy in mijn hoofd.
"Nee, die vergeet ik niet," zei ik hardop. "Slaap jij eigenlijk?"
'Natuurlijk slaap ik ook,' zei ze.
"Oh, oké." Ik haalde mijn schouders op.
Toen hoorde ik iets in de gang. Alsof iemand iets liet vallen.
'Wat was dat?' vroeg Ivy.
"Geen idee, ik zal eens kijken."
Voorzichtig opende ik de deur. Toen ik er van verzekerd was dat er niemand achter stond om me te bespringen opende ik hem helemaal zodat er wat licht was.
Daar lag een boek en nieuwsgierig pakte ik het op. Het was het boek dat Evelien aan het lezen was. Het boek dat ze mee had genomen.
'Ze heeft ons afgeluisterd,' zei Ivy kwaad.'De geniepige… smerige…'
"Hou op," fluisterde ik. "Zoiets zou Evelien nooit doen."
Maar met mijn hoofd vol twijfels ging ik slapen.
Please (keep) reviewing!
