Vliertjevampiertje- Ja? vond je het leuk? Gelukkig. Ramona is eigenlijk het eerste karakter dat ik ooit heb verzonnen. Het is al weer een hele tijd geleden dat ik daaraan geschreven heb. Misschien wel al 2 jaar... Maar eerst dit verhaal afmaken. : ) Ja, Malfidus ís al getrouwd. Daar hebben Samantha en Ivy het nog een keer. Ivy kan best onuitstaanbaar zijn, maar... wacht maar, ik ga nix voorzeggen. Je bent de enige die nog reviewt... THANKS! Voor jou dit nieuwe hoofdstuk.
HOOFDSTUK 35
Twijfels
Evelien rende naar de kamer van Samantha met het boek onder haar arm. Ze gooide de deur open, maar ze was er niet. Besluiteloos stond ze middenin de kamer. Er leek niets te zijn veranderd. Ze legde het boek op de tafel en keek rond.
"Misschien ligt hij in haar juwelenkistje." Dacht ze hoopvol, maar diep van binnen wist ze dat Samantha de ketting altijd droeg.
Toch ging ze op zoek naar het juwelenkistje. Daar zat hij zoals verwacht niet in. Radeloos keek ze uit het raam,die uitkeek over het Verboden Bos.
'Verdomme.' Dacht ze wanhopig. 'Wat kan ik nu nog doen? Ze heeft die ketting al best lang. Het kan zijn dat de persoon in het kristal al controle heeft. Ik moet het iemand vertellen.'
Maar voordat ze naar Perkamentus of Sneep kon gaan, zag ze iets – of iemand – verschijnen aan het rand van het bos. Toen ze goed keek zag ze dat het Samantha en Chris waren.
Snel verliet ze de kamer en rende als een gek door het kasteel, want als ze het goed had gezien, lag Chris op de grond.
Ze rende naar buiten en toen ze vlak bij hen was, draaide Samantha zich naar haar om. Maar er was iets aan haar manier van bewegen, van lachen. Haar ogen waren niet hetzelfde.
'Dat is Samantha niet.' Zei een stem in Evelien en al rennend trok ze haar toverstaf.
Ze zag hoe Samantha die van haar ook trok, maar zij was sneller.
"Expelliarmus!" Riep ze en ze zag hoe de spreuk haar recht op haar borst raakte en ze een meter naar achter schoot, toverstaf buiten handbereik.
Daar schrok ze toch wel van en ze knielde bij Samantha neer, die haar ogen had gesloten. Ze keek naar het kristal. Tot haar grote schrik zat er een scheur in en begon hij troebel te worden.
'Heb ik het nu alleen maar verergerd?' Dacht ze geschrokken.
Ze herinnerde zich wat er in het boek had gestaan over het breken van het kristal. Het zou geen geest meer kunnen vasthouden.
"Sam?" Vroeg ze vertwijfeld. "Sam? Het spijt me."
Plots schoten Samantha's ogen open en greep ze naar haar keel.
Ergens in me begon een alarmbel te rinkelen en langzaam werd ik wakker. Voordat ik kon zien, voelde ik iets in mijn handen. Iets zachts, rond. Iets pulserend en toen zag ik wat het was. Ik was Evelien aan het wurgen! Nee, ik niet, Ivy!
"Ivy! Hou op!" Riep ik in paniek.
"Waarom? Ze weet te veel." Zei Ivy tussen opeengeklemde kaken.
"Hou op! Ik wil weer controle!" Riep ik, want het lukte me niet. Ik kreeg geen controle, paniek kreeg bijna de overhand, maar Ivy hoorde iets achter zich en ik zag Anderling aan komen rennen.
"Goed dan." Zei ze en liet Evelien los.
Meteen had ik weer controle en geschrokken begon ik Evelien's pols te controleren.
"Samantha?" Hoorde ik Anderling roepen en ik ging naast Evelien zitten.
"Wat moet ik zeggen?" Fluisterde ik in paniek.
"Gewoon. Een wurgspreuk vanuit het bos. Die laat ook altijd zulke tekens achter." Zei Ivy koel.
Anderling kwam naast me staan.
"Wat is er gebeurd, Samantha?" Vroeg Anderling, veel te rustig naar mijn zin.
"D - Dooddoeners." Stotterde ik. Het duurde even voor ik mijn stem had gevonden na de schok.
'Hoe kon ze dat doen?' Dacht ik. Ik geloofde nog niet wat Ivy had gedaan.
"I… Ik was met Chris na… naar het graf van mijn ouders." Stotterde ik. "En toen waren er ineens dooddoeners. Chris is geraakt."
"Was juffrouw Linden ook mee?" Vroeg Anderling verbaasd.
"Nee, wurgspreuk, vanuit het bos." Loog ik.
"Ah." Zei Anderling. "Weet je ook welke spreuk er op professor Brandts is gebruikt?"
"Eh… Nee." Zei ik.
"Vervelend, maar daar komen we wel uit." Zei ze en begon een aantal tegenspreuken op hem af te vuren.
Na vijf keer proberen werd Chris wakker.
"Alles goed, professor Brandts?" Vroeg Anderling terwijl die opstond en over zijn gezicht wreef.
"Kan beter." Zei die en keek naar mij.
Ik haalde mijn schouders op.
"Is dit jou staf?" Vroeg hij toen en raapte een toverstaf op.
"Eh… ja." Zei ik verward terwijl ik hem aannam. "Zal ik wel verloren hebben."
"Goed, ik zal juffrouw Linden naar de Ziekenboeg brengen, dan breng jij juffrouw Sanders even naar haar kamer en kun je daarna verslag uitbrengen bij Perkamentus." Commandeerde ze en liet Evelien voor zich zweven terwijl ze naar het kasteel liep.
"Dooddoeners." Hoorde ik haar nog mompelen.
In stilte liepen we naar mijn kamer, maar in mijn hoofd was het een warboel. Ik zag hoe ik Evelien aan het wurgen was, toen het graf van mijn ouders en mijn eigen graf.
'Misschien ben ik wel al dood. Misschien ben ik een geest.' Dacht ik, maar alsof iets me wakker moest schudden, liep ik pal tegen een harnas aan.
"Auw!" Riep ik, meer van de schrik dan van de pijn.
Chris begon te lachen en ik keek hem ongelovig aan.
"Hahaha! Sorry, maar ik ha- had hem o-ohk niet ge-he-gezien!" Lachte hij en tegen mijn wil kwam er ook een grijns op mijn gezicht.
'Wat ben ik stom.' Dacht ik. 'Als ik dood zou zijn, zou ik niet zomaar ergens tegenaan lopen en pijn voelen.'
Ik begon ook te lachen. Het was fijn om weer te lachen. Het luchtte echt op, maar ik wilde eerst even naar mijn kamer.
"Zeg Chris." Zei ik en bleef staan.
"Ja?" Vroeg hij en keek me aan.
"Bedankt." Zei ik zo gemeend als ik kon en glimlachte.
"Waarvoor?" Vroeg hij plots serieus. "Ik heb je niet kunnen beschermen. Eén spreuk en ik was al weg. Hoe zijn we daar eigenlijk weg gekomen?"
"Maakt dat uit? We zijn weg gekomen." Zei ik snel. "Zie ik je dan morgen?"
"Ja, morgen." Zei hij alsof hij zich plots iets herinnerde. "Zweinsveld. Juist. Ik zal je om elf uur ophalen."
"Oké, tot morgen." Zei ik en liep verder.
Toen hij uit zicht en gehoorsveld was, kreeg ik een grimmige uitdrukking op mijn gezicht. Met grote stappen liep ik naar mijn kamer.
"Waarom deed je dat?" Schreeuwde ik nadat ik de deur achter me met een klap had gesloten. "Hoe kon je dat in 's hemelsnaam doen?"
"Zij viel míj aan." Zei Ivy afwerend.
"Het is maar goed dat je niet hier in persoon bent, anders had ik je nu recht in je gezicht geslagen."
"Is dat een dreigement?" Vroeg ze uitdagend.
Daar moest ik toch even over nadenken.
"Ik denk het wel." Zei ik kalm. "Hoe kon je dat doen? Ze is mijn beste vriendin."
"Fout." Zei ze. "Ík ben je beste vriendin."
"Nou, als je ooit nog zoiets doet, niet meer." Zei ik koel.
"Oké, oke. Het spijt me." Zei ze onwillig. "Ik zal het nooit meer doen. Maar je kent niet het hele verhaal."
"Hoezo het hele verhaal?" Vroeg ik verbaasd.
"Nou, zíj was degene die ineens op me af kwam stormen met haar toverstaf op me gericht. Voor ik me kon verdedigen had ze me al geraakt met de ontwapeningsspreuk en lag ik op mijn rug. Toen ik mijn ogen opende, hing ze over me heen alsof ze me wilde wurgen, dus deed ik hetzelfde."
"Oh." Zei ik uit het veld geslagen. "Dat had ik nooit van Evelien verwacht."
"Ik weet ook niet waarom ze het deed."
"Je hebt haar toch niet… je weet wel…"
"Nee, ik stopte toen ze bewusteloos werd." Zei Ivy.
"Oh. Oké." Zei ik, maar toch vertrouwde ik het niet helemaal. Evelien zou nooit zomaar iemand aanvallen.
"Met welke spreuk hadden ze me eigenlijk geraakt?" Vroeg ik. "Ik heb het niet gehoord."
"De slaapspreuk." Antwoordde ze.
'Dus ik sliep toen Ivy het over nam.' Dacht ik. 'Zou ze mijn lichaam ook over kunnen nemen als ik gewoon slaap?'
Ik vertrouwde het niet en keek de kamer rond. Alles stond er nog zoals ik het er neer had gezet. Ik zag het kistje op de vensterbank staan.
Toen herinnerde ik me iets. Ivy had het kistje niet open gekregen. Ik liep erop af en deed mijn staf in het kistje.
"Hé, waarom doe je dat?" Vroeg Ivy.
"Hoezo, ik heb hem toch niet meer nodig?" Zei ik onschuldig.
'Nu kan ze daar in ieder geval niet bij zonder dat ik het weet.' Dacht ik tevreden.
Ik voelde me een beetje angstig toen ik ging slapen.
'Wat als Ivy het zo over kan nemen?' Dacht ik enbesloot om een avondje gewoon te slapen, zonder dat zij het over nam. Als ik had gedroomd, wist ik in ieder geval zeker dat ze het niet zomaar over kon nemen.
Ik wist niet wat ze 's nachts deed. Als ze het dan over nam. Niet iets ergs, want dan zou ik het merken. Net als met Evelien.
'Maar ik kon niets doen.' Dacht ik angstig.
Ik dacht na over de afgelopen weken. Was er iets vreemds gebeurd? Er was wel iets. Ik had een keer een brief gekregen. Het enige wat erin stond was: Valentijnsdag.
Dat was morgen. Moest ik daar nu bang voor zijn?
Ik besloot om maar gewoon te gaan slapen. Misschien kwam die brief wel van Chris, omdat ik nog geen antwoord had gegeven op zijn vraag ofzo.
"Moet ik het niet over nemen?" Vroeg Ivy meteen.
"Eh… nee. Ik wíl een avondje dromen. Ik heb vandaan te veel meegemaakt." Zei ik.
"Mij best als je nachtmerries wilt hebben. Ga je gang." Zei ze stuurs.
"Trusten." Zei ik, al duurde het wel even voor ik in slaap viel.
please please please review...
