Owké mensen... ff overniew... ik ben echt stom geweest. Dacht dat ik al iets had geschreven, maar dat had ik helemaal niet!
Daarom, een nieuwe hoofdstuk 41. Het begin is nog hetzelfde, maar ik heb er een stuk tussenin moeten plaatsten. Dus het volgende hoofdstuk zal beginnen met de tweede helft vande vorige hoofdstuk 41... Jaja. Laat maar. Wat je moet weten: hier is een nieuw stuk in toegevoegd.
Vroegen jullie je niet af waar dingen zoals dit vandaan kwamen:
HS39:
"Maar… hoe kan het dat je mijn dromen nu wel ziet?" vroeg ik verbaasd.
"Misschien om precies dezelfde reden waarom ik bij Occlumentie die dingen van Harry nu ook zie," antwoordde Ivy.
HS 41
Ik was blij dat ze bij occlumentie niet meer de kans kreeg om in de boeken van Sneep te neuzen. Wie weet wat voor enge spreuken ze daar allemaal uit had kunnen halen.
Maargoed... ik het heb einde van HS 39 ook een beetje aangepast, maar niet zoveel. In ieder geval... conclusie: ik ben stom. hehe...
HOOFDSTUK 41
Betrapt!
Evelien volgde Samantha het lokaal uit en zag dat ze rechtstreeks naar de bibliotheek liep.
'Misschien gaat ze kijken wat er nog meer in het boek stond waar ik het over had,' dacht ze opgelucht, want de reactie die ze van haar had gehad, was helemaal niet wat ze had verwacht.
Maar ze zou er niet achter komen, want voor ze Samantha de bibliotheek in kon volgen, stond Sneep voor haar neus.
"Volg me," zei hij en ging haar voor een lokaal in.
Evelien volgde hem een beetje opgelaten. Er waren wel veel mensen die haar plots privé wilde spreken.
Evelien sloot de deur achter haar en Sneep draaide zich om. Hij sloeg zijn armen over elkaar en keek haar dreigend aan.
"Wat is het Kristal der Eeuwigheid?" vroeg hij dreigend.
Evelien onderdrukte een glimlach en trok haar wenkbrauwen op. Sneep die uitleg vraagt? Aan haar? Toen ze die ochtend bij Perkamentus was geweest was hij er ook bij geweest. Perkamentus had precies geweten wat het Kristal der Eeuwigheid was, maar Sneep wist er blijkbaar niets van af. Hij had zich zeker over moeten halen om het gewoon aan haar te vragen in plaats van te wachten tot het boek er was.
"Erm…" zei ze en dacht hard na. "Het Kristal der Eeuwigheid werd gebruikt om criminelen in op te sluiten. De geest van de crimineel dan."
Sneep bewoog ongeduldig en Evelien besloot om wat sneller te praten.
"Dat gebeurde door het kristal om te doen bij de crimineel," zei ze haastig. "Maar als een kristal waar al een geest in zit om gedaan wordt bij iemand, kan die geest het lichaam over nemen en de geest van de persoon in het kristal dwingen. Dan kan het kristal af gedaan worden. Bij Samantha is het kristal echter gebarsten en zitten ze allebei in hetzelfde lichaam. Degene met de sterkste geest is echter in controle."
Sneep trok zijn wenkbrauwen op. "En wat kunnen wij er nu aan doen?"
Evelien keek hem wanhopig aan en trok haar schouders op. "Ik heb geen idee, professor."
Sneep fronste.
"De meest logische oplossing zou zijn om haar een leeg kristal om te doen en te hopen dat ze die ander erin kan dwingen," zei Evelien.
Sneep begon te ijsberen.
"Het probleem is echter dat er geen kristallen meer zijn."
Sneep stond plots stil en keek haar geschokt aan. Toen verdween die expressie en werd zijn blik weer neutraal. Hij draaide zich naar het raam en keek naar buiten. Evelien bestudeerde het lokaal in de ongemakkelijke stilte die er viel. Toen zuchtte Sneep en draaide zich weer naar haar toe.
"Ik zal er nog eens met Perkamentus over praten," zei hij en wilde gaan, maar Evelien besloot dat ze hem, nu ze hem toch sprak, ook moest vertellen over wat ze nog had gevonden over de feniks.
"Professor?" vroeg ze vlak voor hij de deur uit stapte en hij draaide zich om.
"Ik heb nog iets gevonden over Samantha's krachten," zei ze en hij trok zijn wenkbrauwen op. Hij keek even de gang in voor hij de deur weer sloot en voor haar ging staan.
"Ik heb een verslag gelezen over een oorlog, nog voordat Zweinstein werd opgericht," zei ze en Sneep gebaarde dat ze door moest gaan. "Het was een verslag van Arutha Perkagon. Hij vocht tegen Zadór Zwadderich."
Sneep knikte dat hij het begreep. "De grootvader van Zalazar."
"Ja, hoe zit dat professor?" vroeg Evelien. "Hoe kan nu een kleinzoon van zo'n slechte tovenaar de oprichter zijn van Zweinstein?"
Sneep gebaarde dat ze moest gaan zitten en hij deed hetzelfde.
"Zadór was een duistere tovenaar die enkel bekend stond met zijn voornaam. Zijn zoon had een andere achternaam aangenomen, maar Zalazar was echter trots op zijn afkomst. Niemand wist dat hij de kleinzoon was. Tot Godric Griffoendor erachter kwam. Ruzie ontstond en Zalazar verliet de school."
Evelien dacht er even over na. Het klonk vrij logisch. Ze besloot verder te gaan met haar verhaal.
"In het verslag stond ook dat Arutha bezoek kreeg van een meisje. Ailène genoemd. Zij had bijzondere krachten en ze beweerde dat ze door Merlijn was gezonden om Arutha te helpen. Op een gegeven moment kreeg Arutha een droom, waarin een vrouw vroeg of hij een kistje wilde maken voor Ailène. Daarin moest hij een zwaard, een staf en een boek doen."
"Hoe heette die vrouw?" vroeg Sneep.
"Ik geloof iets van Nimue, professor," antwoordde Evelien en Sneep kreeg een peinzende uitdrukking. Hij zei echter niets en Evelien ging door met haar verhaal. "Ailène was plots verdwenen en Arutha verloor zijn kasteel. Toen kwam ze echter terug en moest ze een of ander ritueel doen dat ze samen zou voegen. Ze zouden met elkaar naar bed moeten."
Daarbij gingen Sneeps wenkbrauwen van omhoog en hij kreeg een ongelovige blik in zijn ogen.
"Professor, Samantha had een stuk van het verslag gelezen, waarin er werd gezegd dat ze zou sterven," zei ze en Sneeps blik werd nu bezorgd. Evelien verbaasde zich over het aantal uitdrukkingen die Sneep kon laten zien. Dat was ze helemaal niet gewend. "maar er kwam eigenlijk nog een stuk achteraan. In dat stuk daagde een strijder van Arutha hem uit voor een duel, voor Ailène en hij stierf. Ailène werd toen weer wakker."
Evelien keek Sneep weer aan. Het bleef even stil en ze zag dat hij er even over na moest denken. Sneep stond op en liep weer naar het raam. Peinzend keek hij naar buiten.
Een lange tijd was het stil en het leek er niet op dat Sneep wat zou gaan zeggen, dus stilletjes stond Evelien op en verliet het lokaal.
Die avond begaf Ivy zich naar Sneep lokaal. Ik spoorde haar aan om vroeg te gaan, want Harry wist niet dat ik daar bijna elke avond was en ik wilde dat graag zo houden.
Ivy begaf zich, nadat ze zonder te kloppen de deur open had gemaakt, naar de aangrenzende ruimte. Niet merkend dat Sneep in de hoek stond te kijken.
Toen ze in de grote stoel plofte hoorde ze zijn diepe stem vanuit de deuropening.
"Goedenavond, juffrouw Sanders," zei hij. "Ookal weet ik dat ik geen manieren kan verwachten, verwacht ik wel dat je de volgende keer klopt voordat je ergens zomaar naar binnen stapt."
Ivy draaide zich om in haar stoel en begon al met een scherpe opmerking, maar ze stopte meteen toen ze zag dat hij al weg was en de deur al had gesloten.
Mopperend sloeg ze haar armen over elkaar en luisterde naar de stemmen die nu vanuit de andere kamer kwamen. Harry was er.
Ivy stond op en liep langs de rijen boeken.
"Ivy, wat had ik nou gezegd? Die boeken zijn gevaarlijk." zei ik.
"Je bent mijn moeder niet," antwoordde Ivy lacherig en trok een boek met een zwarte kaft uit het rek.
'Manieren om controle te krijgen over de ander' zo luidde de titel.Ik huiverde even toen Ivy erdoorheen bladerde. Er stonden spreuken in om de ander te laten dansen, ongecontroleerd te laten babbelen en natuurlijk stond er ook de 'imperius' vloek in, die ze aandachtig begon te lezen, toen het plots weer zwart voor mijn ogen werd. Blijkbaar was Sneep begonnen met de Occlumentieles.
"Hé!" riep Ivy verschrikt en ik vroeg me af wat er was, voordat al mijn aandacht ging naar de beelden die voor mijn ogen flitsten.
Maar anders dan de andere keren dat Ivy het over had genomen, voelde ik niets van wat Ivy aan het doen was. Ik voelde geen boek in mijn handen. Geen stoel, geen pen. Niets. Het enige wat ik voelde was de vernedering van Harry. De pijn toen hij van het Zwerkbalteam was gestuurd en toen hij zoveel punten had verloren voor Griffoendor.
Toen verdwenen de beelden weer, maar tot mijn verbazing lag Ivy op de grond.
"Wat doe je nou?" vroeg ik verbaasd.
"Ik… Ik weet het niet," zei Ivy verbaasd en wilde opstaan. "Het werd plots helemaal zwart voor mijn ogen."
Toen Ivy stond, begon plots de vloer onder me te tollen en ik voelde een begin van hevige hoofdpijn. Toen begon het me te dagen.
"Ivy, zag je soms ook beelden van Harry?" vroeg ik.
"Eh… Ik denk het," antwoordde ze terwijl ze voorzichtig in een stoel ging zitten en haar ogen sloot.
"Maar waarom gebeurd dat plotseling?" vroeg ik.
"Ik weet het niet, eerst had ik dit niet," zei Ivy en ze klonk een beetje angstig.
Ik dacht hard na. De laatste keer dat ik occlumentie had en Ivy had het over genomen, was vorige week. Voor Valentijnsdag. Voordat Ivy het had overgenomen. Voordat het Kristal was gebroken.
"Misschien is het, omdat onze band nu sterker is," zei Ivy.
Dat dacht ik ook. Ik dacht aan het stuk dat we hadden gelezen in het boek over Kristallen. Dat als het Kristal was gebroken, de ene aanspraak kon maken op de ander zijn krachten. Vlak daarna had Ivy het kistje geopend.
Ik besloot er niets over te zeggen. Straks kwam ze nog op het idee om mijn krachten te gaan gebruiken. Ik was stiekem wel nieuwsgierig hoe goed dat haar zou lukken. Ik merkte wel dat Ivy een stuk beter was in magie dan ik. Ik vroeg me af hoe dat zou kunnen.
Maar toen kwamen de beelden weer.
Professor Sneep was blij toen Harry Potter zijn lokaal verliet. Vermoeid wreef hij over zijn slapen.
"Die knul zal het nooit leren als hij zich zo laat beïnvloeden door zijn emoties," dacht hij.
Hij besloot er echter niet meer over na te denken en liep naar de ruimte waar Samantha rustig haar krachten kon oefenen. De laatste paar keren had hij gezien dat ze zich beter voelde dan de eerste les occlumentie met Potter, dus hij nam geen pijnstiller mee.
Hij was verrast toen hij zag dat ze bewusteloos in de stoel hing, haar kin op haar schouder en een boek op haar schoot.
Geschrokken liep hij terug zijn lokaal in en pakte een pijnstiller en een oppepper. Voorzichtig pakte hij het boek van haar schoot en legde het zonder te kijken op de tafel.
Met zijn ene hand hield hij haar hoofd recht en met de andere hand goot hij eerst de oppepper in haar mond. Rustig wachtte hij tot ze weer bij kwam en gaf haar toen de pijnstiller. Hij ging in de andere stoel zitten en keek hoe ze zich herstelde.
Tot zijn eigen ergernis kon hij zijn ogen niet afhouden van haar snelle ademhaling die haar boezem bevallig deed rijzen en dalen. Snel keek hij ergens anders naar en zag toen het boek op de tafel.
Een zwart boek met zilveren letters en het kwam hem erg bekend voor. Hij sloeg het dicht en de titel van het boek moest even doordringen voor hij de volledige betekenis begreep. Ongelovig keek hij naar Samantha die uitdagend terugkeek.
Woest stond hij op en deed het boek terug in de boekenkast.
"Vanaf volgende week krijg je een andere ruimte toegewezen," zei hij bits en stormde de kamer uit.
