hullo iedereen.. eindelijk weer eens een hoofdstukJE.. ik heb het gewoon zoooo druk met school :s
ik wil iedereen bedanken voor de reacties. Die houden me toch aan het schrijven! heel erg bedankt!
een kort hoofdstuk.. met heel veel uitleg :p maar nog niet alles..
HOOFDSTUK 51
Alle plannen vallen in duigen
Ik probeerde mijn ogen open te doen.
Waar ben ik?
Ik kon niets zien, mijn ogen bleven gesloten. Ik voelde hoe een zachte wind mijn haren zachtjes bewogen en wist dat ik ergens buiten moest zijn. Onder mijn handen kriebelden kleine grassprietjes en harde stenen drukten zich pijnlijk in mijn rug. Ik wilde draaien, bewegen om comfortabeler te gaan liggen, want ik voelde me verschrikkelijk moe. Maar bewegen kon ik niet en ik voelde hoe er paniek in me begon op te borrelen.
Waarom voel ik me zo moe? Ik kan me niet bewegen!
Ik probeerde me te herinneren wat er was gebeurd en toen voelde ik een koord om mijn nek.
'Ivy?' zei ik, maar het kwam niet uit mijn mond. De woorden vormden zich in mijn hoofd en plots werd ik omhuld door een stralend wit licht. Vormen begonnen te ontstaan in mijn hoofd en ik stond plotseling in een groot graslandschap. De zon scheen warm op mijn haren en in de verte hoorde ik het geluid van golven in de branding.
"Waar ben ik?" vroeg ik, nu hardop en keek om me heen. In de verte zag ik een klein huisje.
"Hier ben ik geboren," hoorde ik iemand zeggen en het klonk sissend. Verwilderd keek ik om me heen.
"Hier beneden," zei ze stem en ik keek omlaag. Daar kronkelde een enorme slang en met een klein gilletje sprong ik een stukje achteruit.
"Nou nou, zo erg hoef je nou ook weer niet te schrikken. Ik doe je niets hoor," zei de slang. "Ik ben Ivy!"
Met grote ogen ging ik op mijn hurken zitten en de slang keek me recht aan.
"Ivy?" vroeg ik verbaasd en de slang knikte. Ik wist niet wat ik moest zeggen dus zei maar wat er als eerste in me op kwam. "Ik wist niet dat je zo groot was!"
De slang bewoog haar kop even trots en leek te glimlachen. Ik ging weer staan en keek om me heen. Ik hield Ivy echter in het oog. Het was zo vreemd om haar in haar slangengedaante te zien. Altijd had ik Ivy voor me gezien als een meisje met lang, zwart haar, maar dat was ze niet. Ze was mij.
"Hier ben je dus geboren," zei ik om het nog even duidelijk te maken voor mezelf, maar het hielp niet veel. "Ik snap het nog steeds niet. Waarom zijn we hier?"
"Ik heb geen idee," zei Ivy en ze richtte haar slangelichaam zo hoog op dat ze tot mijn schouder kwam. "maar om eerlijk te zijn vind ik het niet zo erg."
"Het is echt heel mooi hier," zei ik bewonderend en keek hoe de wind het lange gras deed wuiven.
"Dat vond ik ook, totdat híj kwam," zei Ivy een beetje bedroefd en liet zich weer zakken. "Zijn woorden over de mensenwereld deden me beseffen dat er zoveel meer is dan dit. Zoveel meer dan alleen eten en slapen. Ik wilde méér en hij leek zo aardig."
Ik knikte even medelevend, maar herinnerde me toen hoe gemeen ze was geweest al die tijd. Ik moest in mijn achterhoofd houden dat ze niet te vertrouwen was, hoe aardig ze ook deed.
"Maar wat was je nou eigenlijk van plan?" vroeg ik na eens goed nagedacht te hebben over wat er nou eigenlijk allemaal was gebeurd het afgelopen half jaar. "Op een gegeven moment snapte ik echt niet meer wat je nou wilde doen."
Ivy maakte een geluid dat leek op grinniken. "Ik was zoveel van plan," antwoordde ze en schudde haar hoofd. "Maar alles draaide erom dat ik Tom weer wilde zien."
"Voldemort?" vroeg ik, want de naam 'Tom' zei me niet zoveel. Ivy knikte. Toen herinnerde ik me iets en grinnikte.
"Ook het lingeriesetje?" vroeg ik lachend. "Wat was je nou eigenlijk dáár mee van plan?"
Ivy liet ook iets van een grinnik horen. "Ach, ik wilde die gewoon hebben, jíj zocht overal meer achter!"
Toen werd ik weer serieus. "En Lucius? Wat is daar nou mee? Hield je echt van hem?"
Treurig liet Ivy haar kop hangen en ik ging bij haar zitten. "Ja, ik hield van hem."
Onwillekeurig vroeg ik me af of slangen konden huilen toen ik zoveel droevigheid zag.
"Hoe kon ik zo stom zijn? Ik geloofde ieder woord dat hij tegen me zei. Hij zou een mooi lichaam voor me zoeken en dan zouden we altijd samen zijn. Toen maakte het me niets meer uit of ik Tom ooit nog zou zien."
"Was je ook verliefd op Voldemort?" vroeg ik, nu een beetje verward.
"Nou, ja.. ik weet het niet. Niet precies. Aan de ene kant wilde ik hem gewoon weer heel graag zien, maar aan de andere kant was ik zó kwaad op hem. Omdat hij me had verlaten. Als ik hem weer zou zien zou ik aan hem laten wat er zou gebeuren. Ik kon natuurlijk voor altijd bij hem blijven. Het was dat of hem nooit meer zien."
Ik knikte begrijpend.
"En toen kreeg ik nog veel meer ideeën! Wat nou, als ik hem zou vermoorden?"
Ik schrok. "Wilde je hem doden?"
"Ja, meer zelfs. Ik wilde hem pijn zien lijden, maar daar ging het niet om. Als ík hem zou doden, zou iedereen me kennen, me vereren. Kijk maar naar Harry Potter!"
Ivy's lichaam trilde van opwinding en onwillekeurig schoof ik een stukje achteruit toen haar kop zich telkens iets meer oprichtte.
"Iedereen kent Harry Potter, en dat is alleen maar omdat hij een aanval heeft overleefd! Hij is de zogenaamde jongen-die-bleef-leven! Wat nou als ík hem zou vermoorden? Iedereen zou me vereren, me op handen dragen!"
Ik lachte een beetje schaapachtig, want ik dacht serieus dat ze krankzinnig was. Wie kon Voldemort nou vermoorden?
"En wat wilde je dan doen?" vroeg ik ongeloofwaardig. "Als het je was gelukt om in de buurt van Voldemort te komen, hem dan vermoorden, zorgen dat de Dooddoeners je niet zouden pakken?"
Dat zette Ivy wel aan het denken en ik zag haar lichaam weer ontspannen. Ze keek me aan en ik zag iets van verwarring in haar zwarte kraalogen.
"Weet je, dat ik daar helemaal niet aan heb gedacht?" vroeg ze langzaam.
"Nee, dat dacht ik wel!" lachte ik en ze keek me een beetje geïrriteerd aan.
Toen ik uitgelachen was viel er een ongemakkelijke stilte en snel zocht ik naar een ander onderwerp om over te praten.
"Je hebt me nooit vertelt wat je nou van plan was met dat liefdesdrankje," zei ik en Ivy snoof hooghartig.
"Je hoefde ook niet álles te weten."
Toen begon er wat te dagen.
"Je wist helemaal niet wat je wilde doen?" zei ik een beetje ongelovig en weer snoof Ivy, maar een antwoord gaf ze niet. Ik begon te lachen.
"Dus al die tijd dat ik dacht dat je ingewikkelde plannen aan het verzinnen was, deed je maar wat?"
"Nou.. ik deed niet zomaar wat," zei Ivy mompelend. "Het is me wel gelukt Perkamentus van school te krijgen."
Ik lachte weer. "Dat was je toen eigenlijk niet van plan. Je zei nog dat je alleen van plan was Harry te grazen te nemen!"
"Ja, nou ja," zei Ivy onwillig en kronkelde een beetje over de grond. Ze voelde zich duidelijk ongemakkelijk en was op zoek naar afleiding. Ik schudde in ongeloof mijn hoofd en voelde verschrikkelijk dom.
"En het drankje. Vertel me alsjeblieft dat je daar wel een plan voor had," zei ik hoopvol.
"Jazeker had ik een plan!" riep ze "Bij het optreden zou ik richting Sneep een lied zingen waardoor hij helemaal in de ban zou zijn van mij en dan zou ik hem het drankje geven wat hij dan in zou nemen omdat ik dat zong."
"Hoezo omdat je dat zong?" vroeg ik verbaasd.
"Had je dat niet in de gaten?" vroeg Ivy verbijsterd en ze lachte 'smug'. Ze was duidelijk aan het genieten dat ze iets wist dat ik niet wist en liet een lange stilte vallen. Door mijn hoofd bleef de vraag die ik zelf had gesteld rondspoken, op zoek naar een antwoord. Ik kon hem alleen niet vinden en een beetje geïrriteerd keek ik Ivy aan.
Fijn. Al die tijd dacht ik dat ze zo slim was, dat ze zoveel plannen had, was ze gewoon maar wat aan het doen. Plezier aan het maken, dacht ik gepikeerd.
"Je kunt me niet vertellen dat je niet in de gaten had wat het met Evelien deed toen ze een keer te vroeg de les in kwam lopen," vroeg Ivy genietend. En ik haalde mijn schouders op terwijl ik een grasspriet fijnkneep tussen mijn vingers.
"Als je zingt, gaan je gevoelens naar de persoon waar je voor zingt," zei Ivy alsof ze een lerares was.
Fijn, doe maar alsof ik dom ben, dacht ik kwaad en stond op. Ik was kwaad en dat kwam niet zo heel vaak voor. Kwaad op Ivy, omdat ze nu zo onuitstaanbaar deed, maar voornamelijk kwaad op mezelf. Al die tijd die ik had verspilt aan het denken aan wat Ivy aan het doen was, wat ze aan het plannen was. Al dat was verspilde tijd geweest en bovendien had ik aan vele belangrijkere dingen kunnen denken. Aan mezelf. Aan wat er in mij zat. Ik had veel beter theorieën kunnen bedenken over waar mijn krachten nou vandaan kwamen in plaats van theorieën over plannen die helemaal niet bestonden.
"Waarom ben je zo gemeen?" vroeg ik gefrustreerd en ik voelde me net een klein kind toen ik mezelf hoorde.
"Ben ik gemeen?" vroeg Ivy verbaasd.
"Alles wat je deed was gemeen. Je pestte andere kinderen, deed gemeen tegen professoren," ik verloor een beetje controle over alles wat ik zei. "Met alles wat je deed maakte je mij zwart! Ik kan straks niemand meer fatsoenlijk aankijken, gewoon om de dingen die jíj hebt gedaan!"
"Ik deed gewoon waar ik zin in had," zei Ivy koppig en dat maakte me weer een beetje nuchter.
"En toch was je gemeen," zei ik stellig, maar Ivy schudde haar hoofd. "Zeker tegen Evelien!"
"O ja, Evelien. Maar Evelien is ook gewoon stom," zei Ivy koppig.
"Ze is niet stom!"
"Ze is wel stom. Stom en zwak."
Boos hield ik mijn mond. Blijkbaar was alles wat ze tegen Evelien had gezegd en gedaan gemeend en kon ze haar echt niet uitstaan. Ik besloot om er niet meer verder op in te gaan en ging staan.
"Maarre.. hoe kom jij hier eigenlijk?" vroeg Ivy en haar kop zweefde weer ergens ter hoogte van mijn schouders.
"Geen idee. Net lag ik nog ergens op mijn rug."
"O ja?" vroeg Ivy verbaasd. "Had je het Kristal nog om?"
"Erm.. ja," zei ik. Ivy's kop schoot met zo'n snelheid op me af dat ik haar niet kon ontwijken en ik voelde hoe haar tanden zich in mijn arm boorden. Een hete gloed begon zich te verspreiden terwijl Ivy hard lachte.
"Ik weet niet hoe het kan, maar zo meteen ben ik echt de enige in dit lichaam!" riep ze triomfantelijk en ik zag nog hoe ze zich oprichtte naar de hemel voordat alles om me heen zwart begon te worden. Ergens riep een stemmetje ergens geniepig dat dit mijn eigen schuld was. Ik had haar nooit zo dichtbij mogen laten komen.
Ik voelde de hete gloed in mijn arm steeds heftiger worden, maar in plaats van dat de duisternis om me heen me opslokte in een warme slaap, hoorde ik de wind weer door de bladeren en voelde hoe mijn ogen open gingen. Het was Ivy die mijn ogen open deed en opstond. Mijn ogen waren al gewend aan de duisternis om me heen en ik zag duidelijk de vormen van grote bomen en wist dat we in het Verboden Bos moesten zijn. Hier en daar scheen de heldere maan door het dichte bladerdak en plots hoorde ik iets. Ivy draaide zich naar de bron van het geluid en er stapte een lange man achter een van de bomen vandaan. Zijn lange blonde haren vielen duidelijk op in de duisternis en sissend zetten Ivy een stap achteruit.
"Blijf bij me vandaan, Lucius!" siste ze gevaarlijk, maar hij grinnikte enkel.
"Ik hoef niet dichtbij te komen om dit te kunnen doen, lieverd," zei hij sarcastisch en richtte zijn toverstaf op ons. Voordat Ivy tijd had om te reageren stond ze op haar plek genageld, verlamd met een spreuk.
Lucius Malfidus stopte met een zwierend gebaar en een onuitstaanbare glimlach zijn toverstaf weg en liep op ons af. Hij kwam dichterbij dan dat ik comfortabel vond en voelde hoe hij zich tegen me aan drukte.
"Nu," fluisterde hij hijgend met zijn mond zo dicht mogelijk bij mijn oor. "ben je helemaal van mij."
Hij pakte me bij mijn heupen vast en binnen enkele seconden waren we verdwijnseld.
reviews! ze zijn heel handig voor het geval er nog onduidelijkheden zijn, dan weet ik waar ik op moet letten. Heel soms vergeet ik wat dingen uit te leggen namelijk ;)
