Door gebeurtenissen duurt dit ook langer dan dat ik graag had gezien. Ik vind het super dat je nu ff kijkt! Ik hoop dat je ook even een review achterlaat om me te laten weten wat je ervan vind...!! Heel erg belangrijk voor mij. Zeker omdat dit nu de laatste hoofdstukken zijn en ik niets onuitgelegd wil laten...?
Hoofdstuk 52
Oog in oog
Meteen nadat Lucius mijn heupen had vrijgelaten van zijn ietwat te opdringerige handen was Ivy in staat zich te bevrijden van zijn verstijvingsvloek.
"Viespeuk!" siste Ivy en zette een stap achteruit. Zand knarste onder mijn schoenen. Mijn ogen moesten zich aanpassen aan de kleine donkere ruimte voordat ik mijn omgeving in mezelf kon opnemen. Het licht van een enkele kaars bevestigde mijn vermoeden; er was geen enkele manier om hier uit te komen. Niet eens een enkele deur. Waarschijnlijk was Verdwijnselen de enige manier om hieruit te komen. Door Lucius valse gegrinnik richtte ik echter mijn aandacht weer op hem.
"Ruim een jaar geleden kon je anders niet genoeg van me krijgen," antwoordde Lucius met een sluwe glimlach. Zijn samengeknepen ogen onderzochten mijn lichaam iets te grondig maar mijn idee en Ivy voelde hetzelfde want ze balde haar vuisten alsof ze een aanval verwachtte. Lucius zag het en zijn glimlach werd breder.
"Oh, voor míj hoef je niet bang te zijn, lieveling," zei hij met opgetrokken wenkbrauwen. "Niet als je zou weten wie er straks op bezoek komt."
Hij keek spottend naar Ivy's vuisten. "Daar bereik je bij hem niet veel mee."
Ik kreeg al een akelig idee wie hij bedoelde.
Niet Voldemort! Ik ben nog niet klaar voor hem! Dacht ik geschrokken en ik zag het doodstille lichaam van het meisje uit de beelden van het kistje weer voor me. Mijn gedachten verplaatsten zich echter naar de man die vol triomf naast haar had gestaan. Zou ik straks daar ook liggen, met Voldemort naast me, met krachten waarvan ik nog niet eens wist wat ze precies inhielden?
Zo kan het niet eindigen. Zo was het niet bedoeld te eindigen!
Zo verward als ik was luisterde ik niet naar het gesprek tussen Lucius en Ivy. Ik kon niet geloven dat het zo moest lopen. Altijd was ik onder de indruk geweest dat alles gebeurde met een reden. Dat de dingen liepen zoals ze moesten lopen. Daar leek het nu echter helemaal niet op. Het kristal hing weer om mijn nek, zwaar en zacht, wit licht uitstralend. Het was de bedoeling geweest dat ik nu weer de controle had over mijn lichaam. Dat Ivy weg was. In het kristal. Dat ik nu tijd had om mijn krachten te leren kennen. Maar het was niet zo en nu wist ik niet meer wat ik moest doen.
Ik kan gewoon doen wat ik al de hele tijd heb gedaan; afwachten, kijken. Dacht ik bij mezelf.
"Ga hem dan halen!" Schreeuwde Ivy. "Ik kan niet wachten tot hij hier is!"
Ze haalde even diep adem en keek hem vol afkeer aan. "Dan ben ik ten minste van jou af."
Lucius gromde even. Ik zag dat de grijns al een tijdje van zijn gezicht verdwenen was.
"Uw wens is mijn bevel," zei hij en Ivy deinsde snel achteruit toen hij zijn toverstok trok. Hij had er al echter mee gezwaaid en was Verdwijnselt voordat Ivy met haar ogen kon knipperen.
"Idioot," zei Ivy schampend. "Ik ben hier zo weg!"
Ik wist niet wat ze van plan was, maar er gebeurde niets. Toen herinnerde ik me dat Ivy kon Verdwijselen. Nu blijkbaar niet. Vloekend schopte Ivy tegen de muur na een aantal keer geprobeerd te hebben. Nu deed haar voet zeer. Ik voelde het met desinteresse. Ik had het geaccepteerd; Ivy had niet alleen mijn lichaam overgenomen, maar mijn hele leven. Zij was degene die de touwtjes in handen had. Al vanaf dat ik mijn krachten begon te leren kennen. Ik had geen kans gekregen ze te ontdekken. En nu was het te laat. Lucius was Voldemort halen. Het was de bedoeling geweest dat ik hem pas onder ogen zou komen wanneer ik mijn krachten kende en onder controle had. Er was wel meer bedoeld dan wat er uiteindelijk gebeurd was. Maar nu maakte het niets meer uit. Er was niets meer wat ik kon doen. Ik draaide me weg van Ivy. Van de donkere ruimte. Ik sloot mezelf af en het werd helemaal donker om me heen.
Ivy hinkelde door de kleine ruimte, vloekend. Uitgeput plofte ze uiteindelijk op de zanderige bodem en hield haar voet vast. Plots schrok ze op. Er was iets veranderd. Verdwaasd keek ze om zich heen.
"Ik voel me anders," zei ze hardop tegen zichzelf. Ze keek omlaag, naar het kristal om haar hals. Het gloeide niet meer. Ze reikte naar het sluitinkje in haar hals en moeiteloos deed ze het kristal af.
Ik opende mijn ogen.
Waar ben ik?
Ik besefte dat ik mezelf die vraag veel te vaak stel, maar schonk er verder geen aandacht aan. Het was niet belangrijk. Het was allemaal niet meer belangrijk. Ik was niet meer belangrijk, bedacht ik me terwijl ik grashalmen plette tussen mijn vingers.
Warme wind streelde mijn gezicht en ik keek omhoog. Het was hier best wel prettig. De grond was niet hard, het leek wel een grote zachte kussen waar ik op zat. Het leek zelfs alsof de zon minder fel scheen zodat ik mijn ogen niet samen hoefde te knijpen. Ik liet mezelf achterover vallen en bleef met gesloten ogen op mijn rug liggen.
Hoe lang ik daar heb gelegen weet ik niet. Het maakte me ook niet uit. Het enige wat ik wist was dat ik me fijn voelde. Rustig. Er was niets wat ik moest doen. Helemaal niets. Tot iemand me aansprak.
"Wat doe je hier?" vroeg een vrouwelijk stem melodieus.
"Liggen," antwoordde ik zonder verder te reageren op de stem die niet dwingend had geklonken.
"Waarom?"
"Weet ik niet. Is het belangrijk?"
"Dat ligt eraan."
"Waaraan?"
"Of er geen andere dingen zijn die je zou moeten doen."
Ik voelde dat er iets op mijn borst ging zitten. Iets zwaars, warms. Ik kon niet goed thuisbrengen wat het zou kunnen zijn zonder te kijken. Twee grote kraalogen keken terug en er ging een schok door me heen. Op mijn borst zat een grote, indrukwekkende feniks en toen wist ik het weer.
De grote vogel weerhield me om op te springen en… en wat, eigenlijk? Wat kon ik nog doen? Het was zinloos. Voldemort zou komen, zou Ivy zien en haar doden. Daarna kon hij met mij doen wat hij wilde. Maar, waar was Ivy?
Toen keek ik met wat meer interesse om me heen. De grote vogel spreidde zijn enorme vleugels en liet me opstaan. Ik liep achter haar aan naar een eenzame, dode boom in de grote grasvlakte waar ze op een tak ging zitten.
"Dit praat makkelijker," legde ze uit.
"Waar zijn we?" vroeg ik terwijl ik iets probeerde te zien in de verte. Er was echter niets behalve gras. Heel veel gras onder een strakblauwe hemel en deze ene, dode boom. En toch klopte er iets niet. Het voelde niet… echt. Toen wist ik het.
"Het Kristal!" riep ik. "Ik ben in het Kristal! Net zoals toen bij Ivy."
De feniks voor me knikte met haar majestueuze hoofd.
"Ivy?" riep ik naar de hemel en draaide me rond. "Ivy, ben je daar?"
Er gebeurde echter helemaal niets. Ivy antwoordde niet. Toen besefte ik me wat er was gebeurd. Ik had mezelf afgekeerd van Ivy. Ik was vrijwillig in het Kristal gekropen en kon er nu niet meer uit.
"Hoe kom ik hier uit?" vroeg ik, terwijl ik paniek voelde opborrelen. Geschokt keek ik naar de feniks.
"Ik weet het niet meisje," zei de feniks. Ze leek ook niet echt geïnteresseerd. "Het enige wat ik weet is dat de dingen niet zo zijn gelopen zoals ze horen te lopen."
Ik zuchtte en keek naar de grond. "Ik weet het."
"Van alle meisjes verbaas ik me het meest over jou," zei de feniks en ik keek haar schuin aan. "Het is alle meisjes gelukt om mij onder controle te krijgen." Ze schudde even met haar hoofd alsof ze zichzelf wilde verbeteren. "Of in ieder geval genoeg om íets van verzet te kunnen tonen."
"Ik kan verzet tonen!" zei ik verdedigend, maar ze keek me streng aan.
"Je hebt niet eens de beginselen geleerd om mijn krachten te gebruiken."
"Dat is niet mijn schuld. Ivy…" ik wilde zoveel dingen zeggen om mezelf te verdedigen, maar ze gaf me niet de kans.
"Je enige doel was om mijn krachten te leren! Dat was het enige waar jij voor gemaakt was. Jij liet je verleiden door dingen die niet belangrijk waren," zei ze bestraffend en ik durfde haar niet meer aan te kijken.
"Het was niet mijn schuld," fluisterde ik en ik voelde tranen opkomen. "Ik weet het! Goed nou? Ik weet dat de dingen niet zo zijn gelopen zoals ze hoorde te lopen. Ik weet dat ik niet genoeg mijn best heb gedaan om me te verzetten tegen Ivy, maar ik wist het niet. Ik wist niets! Ik weet alleen dat ik wakker werd en plotseling had ik deze krachten. Ik snapte het niet. Ik wist niet wat ik moest doen!"
"Denk je dat andere meisjes dat wel wisten?" vroeg de feniks, niet onder de indruk van mijn uitbarsting. "En toch is het hen wél gelukt om weerstand te bieden. Om sterk te zijn."
Ik klapte dicht. Tranen rolden nu vrijelijk over mijn wangen. Verward dacht ik na. Was ik niet sterk geweest? Ivy…
"Ivy was sterker," zei ik hardop. "Ik wist niet hoe ik me tegen haar moest verzetten. Ik wist niet dat ze slecht was."
"Ivy was niet slecht," antwoordde de feniks. Ik keek haar fronsend aan.
"En de dingen die ze dan allemaal deed?"
De feniks leek met tegenzin antwoord te geven. "Ivy wist niet beter. Ivy is Ivy. Ze is zo omdat ze zo is gemaakt door de mensen die ze kent. Waarschijnlijk heb je haar heel veel geleerd. Ze is niet meer zoals ze was toen je haar leerde kennen."
Ik dacht na en moest toegeven dat ze gelijk had. Hoewel Ivy steeds opstandiger werd hoe langer ze mijn lichaam kon gebruiken, ze was zelfstandiger geworden. Ik kon alleen maar raden, maar het leek dat voordat ze mijn lichaam kreeg steeds afhankelijk was geweest van iemand. Eerst van Voldemort, of Tom, zoals ze hem noemde, en daarna van Lucius. Ze had nog nooit zelf beslissingen genomen voordat ze met Lucius brak.
"Maar dat maakt niet uit. Het enige wat belangrijk is, is dat zíj me heeft verhinderd mijn krachten te leren kennen," ik wierp een blik op de feniks en verbeterde mezelf, "jouw krachten."
Ik zuchtte. Het was dus afgelopen nu. Echt afgelopen. Er was niets meer wat ik kon doen. Wat maakte het ook uit. Dat zei ik ook.
"Wat maakt het ook uit?" vroeg ik en haalde mijn schouders op.
"Wat het ook uit maakt?" vroeg de feniks geschokt. "Meisje, de dingen lopen niet zomaar zoals ze lopen. Ze lopen zo omdat ze zo zijn gemaakt! Wil jij zeggen dat de dingen die Merlijn heeft gedaan niet belangrijk zijn? Niet belangrijk waren?"
"Misschien niet," antwoordde ik koppig. "Het was heel lang geleden. Misschien wat het toen nodig. Misschien is het nu niet meer nodig. Zoals je al zei, de dingen lopen zoals ze lopen. Ik heb er geen controle over. Misschien was dit de bedoeling."
Verbaasd luisterde ik naar mijn eigen woorden. Ik was vergeten hoeveel doorzettingsvermogen ik had. Zoals het er nu uitzag zou ik straks een keer doodgaan. Ergens haalde ik daar mijn schouders voor op, maar misschien was er nog hoop. Misschien was er nog wel iets wat we konden doen. En wat kon proberen nou voor kwaad als je verder geen uitzicht had?
Ondertussen schudde de feniks geschokt met haar hoofd en zette haar veren overeind.
"Schandaal!"
Ik haalde mijn schouders op. Ergens vond ik dit zeer vermakelijk. "Soms is het nodig opstandig te zijn. Misschien móeten we wel een beetje met de regels spelen. Misschien is het daarom allemaal gebeurd."
"Wel heel veel misschiens," zei de vogel afkeurend.
"Maar wat kunnen we nu dan nog doen?" vroeg ik haar. "Is dít eigenlijk al eens eerder gebeurd? Dat jij met mij zo kan praten?"
"O jawel hoor!" zei ze. Dat gaf mijn nieuwe hoop weer een kleine deuk. Toch probeerde ik weer op haar in te praten.
"Ik heb geen zin om hier gewoon maar te zitten en straks dood te gaan zonder ook maar iets geprobeerd te hebben. Is er echt geen manier waarop we toch nog íets kunnen doen?"
"Luister, er is gewoon geen mogelijkheid meer dat je nu in korte tijd mijn krachten nog onder controle zou kunnen krijgen," zei de feniks koppig.
"Waarom eigenlijk?" vroeg ik en keek de vogel aan. "Waarom zou ik eigenlijk jouw krachten onder controle moeten krijgen?"
Ze keek me verbaasd aan. "Wat bedoel je daarmee?"
"Waarom neem jij gewoon niet mijn lichaam over?" vroeg ik en haalde een schouder op.
De vogel leek even helemaal te verstijven voordat ze antwoord kon geven.
"Dat is absurd! Dat kan gewoon niet! Alle andere feniksen hebben hun krachten aan de Ene Feniks gegeven, het is altijd al zo gegaan."
"Ja maar, het zou toch niet altijd zo hoeven te gaan?" stelde ik voor.
"Ik weet niet of het kan," zei de feniks calculerend. "Zoiets is nog nooit gebeurd. De feniks en het meisje worden de Ene Feniks als ze daar klaar voor is. Jij bent daar nog niet klaar voor!"
"Maar wat dan als de Ene Feniks te vroeg ontstaat?" vroeg ik, haar laatste zin negerend.
"Ik weet het niet," zei de feniks. "Ik weet niet wat er zal gebeuren. Ik weet wel dat het niet veel goeds zou zijn… voor jou."
"Maar voor jou?" vroeg ik, ik werd nu enthousiast. Zou het kunnen? Zou ik dan toch tegen Voldemort kunnen vechten? Misschien hem zelf kunnen verslaan? Ik keek naar de feniks. Zou ik haar over kunnen halen iets te doen wat nog nooit was gebeurd. Ze leek heel gebonden aan tradities en gewoontes, maar misschien kon ik haar enthousiast genoeg maken.
"In plaats van dat ik jouw krachten leer en overneem, zou je mijn lichaam krijgen en het kunnen gebruiken."
"Ik…" antwoordde de feniks en ik zag dat ze aan het nadenken was en ook de mogelijkheden inzag, ze leek te groeien toen ze zich de mogelijkheden ging beseffen.
"Ik weet niet wat er zal gebeuren… met jou," zei ze nadenkend. Aan dat antwoord hoorde ik dat ze haar voordelen begon in te zien.
"Dat meisje uit het verslag," zei ik en probeerde me te bedenken wat er met haar was gebeurd. "Ze werd Phoenix genoemd nadat ze jouw krachten had geleerd. En ze had de krachten afgestaan aan de Strijder. Zij kwam in een diepe slaap?"
"Ja, dat is wat er normaal gesproken gebeurt. De krachten worden voorbereid door het meisje en zodra ze er klaar voor is worden ze één en ontstaat er de Ene Feniks, een kracht die de machten van zowel een menselijke tovenaar als een Feniks bezit. Zoveel mogelijkheden…" ze leek even te genieten bij het idee. "Merlijn wist waar hij mee bezig was."
"Maar de krachten worden dan afgestaan aan de Strijder?" vroeg ik. "Dat snap ik eigenlijk nog niet echt. Dan héb je geweldige krachten en dan moet je ze afstaan?"
"Oh er zijn ook wel meisjes geweest waarvan de Kracht van de Feniks naar het hoofd steeg. Ze hielden het, maar ze werden er ook krankzinnig van. Daarom is er de Strijder. Hij is iemand van grote macht en… en…"
Terwijl de feniks haar fantasieën over de Strijder liet vloeien leek ze niet meer op mij te letten.
Krankzinnig dus.. Ik keek even naar de grote vogel. Het was nog nooit gedaan. Zou het kunnen? Zou ik haar mijn lichaam kunnen geven? Waarom niet? Ik ben het nu gewend. Anderen die mijn lichaam besturen… Ik haalde mijn schouders op. Zelfs al zou ik eraan sterven, heel veel zou het me niet uitmaken. Ik had toch niets meer. Daar had Ivy wel voor gezorgd. Van mijn oude leven was niets meer over. Mijn 'nieuwe' leven had ze zo bewerkt dat niemand me nog ooit aan zou willen kijken. Evelien…
"Wat zou er allemaal kunnen gebeuren?" vroeg ik, de feniks onderbrekend.
Ze keek me even doordringend aan.
"Als ik jouw lichaam overneem, in plaats van dat jij mijn krachten onder controle krijgt en we samen gaan?" vroeg ze. Ik knikte, maar ik wist dat ze het meer vroeg om even zeker te zijn van wat er zou gebeuren.
"Dat wil dus zeggen dat jouw lichaam niet klaar is voor mijn krachten," zei de feniks nadenkend. "Jouw lichaam kan mijn krachten niet…"
Maar we werden onderbroken. De hele grond leek te schudden en de boom begon te kraken. Heel de omgeving leek te worden verlicht in een onwerkelijk wit licht. Ik sloeg mijn handen voor mijn oren tegen het ondragelijke harde gekraak van splijtende grond en in stapte snel van de boom vandaan toen het gevaarlijk begon te schudden.
"Wat gebeurd er?" Schreeuwde ik, proberend over het lawaai heen te komen. De feniks had de tak verlaten en vloog boven me. Ik keek naar haar op. "Feniks! Hoe geef ik je mijn lichaam?"
Ik keek paniekerig om me heen terwijl alles begon te vervagen. De Feniks probeerde dichter bij mij te komen, maar ook zij werd steeds lichter. Mijn voeten verlieten de grond en terwijl alles vervaagde in het onwerkelijk witte licht werd ik omhoog gezogen, verder weg van haar.
"Je moet me toestemming geven!" riep de feniks terwijl ze me bij probeerde te houden met grote vleugelslagen, maar het ging te snel. Haar stem stierf weg in de verte, maar ik kon het nog verstaan. "Alsof je mijn krachten wil gebruiken en dan me toestemming geven je lichaam over te nemen!"
Plots voelde ik harde grond onder mijn voeten en de omgeving was een stuk donkerder dan dat ik gewend was. Er was teveel om in één keer in me op te nemen. Ik voelde een muur tegen mijn rug, een knokige hand om mijn nek die mijn adem wegnam en ik keek recht in twee ogen met streepjes als iris. Het was tijd.
'Ivy? Wat gebeurd er allemaal?' vroeg ik en ik merkte dat het weer werd gezegd zonder dat ik mijn mond bewoog.
"Ze is er," gromde Ivy in het bleke gezicht van Voldemort.
"Mooi," zei Voldemort en liet Ivy los. Door het luchtgebrek waren haar benen echter niet sterk genoeg om haar te kunnen dragen en ze viel op haar knieën. Voldemort trok zijn staf.
"Avada Kedavra," zei hij en voordat ik iets kon zeggen werd ik omhuld door groen licht.
"Ivy!" gilde ik en ik merkte dat ik mijn eigen mond bewoog. Verbaasd keek ik naar mijn handen die ik langzaam door de lucht bewoog. Het was raar om mijn eigen lichaam weer te kunnen bewegen. "Ivy?"
Voldemort grinnikte vals. "Ivy is er niet meer."
Ik keek hem met grote ogen aan.
"Deze heb je niet meer nodig." Hij was met één grote stap bij me en trok met geweld de ketting van mijn hals. Ik voelde hoe de rode striemen ontstonden en de tranen stonden in mijn ogen, maar ik verloor Voldemort niet uit mijn zicht.
Ivy was dood. Weg. Ik zou nooit meer met haar kunnen praten. Nog voordat dat probeerde te bezinken bij me probeerde ik het te negeren. Nu had ik daar geen tijd voor.
"Dus jij bent de Feniks?" vroeg Voldemort en bekeek me top tot teen. "Ik moet zeggen, ik zie niet veel verschil met Ivy."
De twee Dooddoeners achter hem gniffelden. Voldemort wilde waarschijnlijk nog veel meer zeggen, maar ik gaf het geen aandacht.
Wacht maar, dacht ik en ik sloot mijn ogen.
"Wat doe je?" vroeg Voldemort midden in een onafgemaakte zin over hoe nietig ik eruit zag. Ik probeerde er niet op te letten. Ik probeerde me te herinneren hoe ik het laatst Feniks haar krachten had gebruikt. Concentreren was het begin.
"Wat doe je?" vroeg Voldemort weer. Ik weet niet wat er gebeurde, maar hij klonk al iets ongeruster. Ik probeerde het buiten te sluiten. Ik probeerde het gevoel terug te krijgen wat ik had toen in de kelder van Sneep. Severus…
Een warm gevoel stroomde door mijn lichaam en ik begon te glimlachen. Dit was het gevoel dat ik zocht. Ik opende mijn ogen en ik zag dat er een rood waas als een sluier voor alles hing.
"Nu…" hoorde ik in mijn hoofd en ik spreidde mijn armen.
"Ik geef je mijn lichaam, Feniks, het is van jou," zei ik terwijl mijn ogen sloot. Het triomfgezang van de feniks vulde mijn oren. Veel plezier, dacht ik nog voordat mijn lichaam zo heet werd dat ik tranen in mijn ogen had en ik in het rode licht werd opgeslokt.
