Dit is mijn laatste hoofdstuk van dit verhaal... aaaaaah. Ik hoop dat het naar verwachting is en dat het een beetje duidelijk is. Ik hoop niet dat er nog vragen zijn... als er vragen zijn, stuur me een e-mail of laat een review achter!

In ieder geval bedankt dat jullie je door al die hoofdstukken hebben kunnen wringen en voor alle bemoedigende woorden waardoor ik hem af heb kunnen maken. Thanks iedereen! xx Eline


Hoofdstuk 54
Ik ben Samantha


Iemand riep mijn naam. Kreunend opende ik mijn ogen zag mezelf in de spiegel met de blauwe lijst tegenover mijn bed. Kleren lagen verspreid over de vloer, lieten zien hoe wanhopig ik op zoek was geweest naar de juiste outfit voor het grote feest, en make-up lag open en verspreid langs mijn wastafel in de hoek van mijn kleine vierkante, lichtgele kamer.

"Sam!" riep weer iemand van onderaan de trap en ik ging rechtop zitten. Verbaasd keek ik mijn kamer rond. Was ik zomaar in slaap gevallen? Het laatste zonlicht viel door mijn kleine raam naar binnen en vertelde me dat het al vrij laat op de dag was. Geschrokken stond ik op en keek op mijn klok. Half acht. Nu moest ik me nog gaan haasten ook.

"Samantha! Kom op, je bent straks te laat op je eigen feest!" riep mijn moeder, nu wat dwingender. "Ik roep niet nog een keer, we gaan zo echt zonder je!"

"Ja ik kom zo!" riep ik geërgerd terug.

Ben ik klaar? Wat was ik aan het doen? Vroeg ik mezelf af en keek omlaag naar mijn kleren. Ik zag er goed uit in mijn korte zwarte rok en rood mouwloos t-shirt. Een wat betere blik in de spiegel liet me zien dat ik ook al klaar was met mijn make-up. Het zwarte potlood onder mijn ogen zag er goed uit, maar het stond me eigenlijk niet aan. Ik vond ik te donker. Waarom precies wist ik eigenlijk niet, maar ik pakte een wattenschijfje en haalde er het grootste gedeelte vanaf. Ook de eye-liner boven mijn ogen haalde ik weg. Nu kon ik net zo goed opnieuw beginnen.

Gestommel op de trap en mijn deur ging open. Mijn vader kwam de kamer binnen.

"Ben je nu nog niet klaar?" vroeg hij en keek me aan met zijn lichtgroene ogen. Op de een of andere manier voelde ik een steek en kon ik niet stoppen met kijken. Ik wilde zó graag op hem afstappen en mijn armen om hem heen slaan, zeggen hoeveel ik hem had gemist, maar ik snapte niet waarom. Ik had hem net toch nog bij het eten gezien?
"Wat is er lieverd?" vroeg hij en ik knipperde met mijn ogen. Het gevoel was weg. "Weet je zeker dat je je goed voelt, je bent flink ziek geweest de afgelopen weken."

"Je, ik voel me prima. Beetje zenuwachtig denk ik," zei ik glimlachend. "Denk je dat iedereen zal komen?"

"Natuurlijk, niemand heeft toch afgezegd?" antwoordde hij. "Maar je moet nu wel opschieten."

"Ach, echte sterren komen toch altijd iets te laat?" antwoordde ik glimlachend.

"Komt ze nou?" riep mijn moeder vanuit de gang.

"Ja-ha!" antwoordde ik geïrriteerd. "Ik moet nog even mijn make-up doen, jullie kunnen wel alvast gaan."

Ik graaide in mijn doos met make-up, op zoek naar een lichte kleur oogschaduw. Die had ik niet zoveel, ik droeg eigenlijk altijd zwarte of donkere make-up. Ik keek mezelf aan in de spiegel. Waarom nu niet? Ik haalde mijn schouders op en trok een rode lijn met de eye-liner boven mijn oog. Veel beter.

"Dat kunnen we best doen, het is een beetje onbeleefd als er niemand van ons is om de gasten te verwelkomen," zei mijn moeder tegen mijn vader en overlegde verder op de gang. Ik lette er niet op. Snel nog een klein beetje oogpotlood en mascara.

"Wij zijn alvast weg hè?" riepen mijn ouders en nog voordat ik had kunnen antwoorden hoorde ik de deur al dichtslaan. Achja.

Schoenen. Ik dook mijn kast in en trok er een paar rode laarsjes uit en een paar zwarte hakschoentjes. Na even tobben trok ik snel mijn lievelingslaarsjes aan. Nog een laatste blik in de spiegel voordat ik de deur uit ging. Iets voelde raar, maar ik kon er mijn vinger niet op leggen. Ik schudde mijn hoofd en haalde nog eens diep adem. Het zouden wel de zenuwen zijn. Ik glimlachte naar mezelf en deed mijn kamerdeur achter me dicht. Opruimen zou later wel komen, op naar het feest.

Mijn hart klopte in mijn keel toen ik de klink naar de zaal die we af hadden gehuurd vastpakte. Toen begon ik plots over mijn hele lichaam te trillen en liet verschrikt de deurklink los. Ik durfde de deur niet open te doen. Heel mijn wezen schreeuwde dat er iets verschrikkelijks op me wachtte achter die deur en ik bleef angstig naar de deur staren. Ik hoorde hoe er aan de andere kant van de deur een nummer van Norah Jones gedraaid werd. Kippenvel stond op mijn armen en toen riep ik mezelf tot een halt.

Dit is onzin. Ik ben op weg naar mijn feest. Mijn feest en het wordt hartstikke gezellig. Ik probeerde het nare gevoel van me af te schudden. Gedeeltelijk lukte het en voordat het me weer kon overmeesteren pakte ik de klink vast en opende de deur.

De zaal stond vol. Mijn ouders die bij de deur stonden draaiden zich naar me toe en knuffelden me. Een grijns trok over mijn gezicht en ik kon een traan niet onderdrukken toen ook anderen me zagen en me begroetten met geroep en gezwaai. Waar kwam die traan vandaan? Ik had geen tijd om er verder over na te denken. Mijn vrienden en familie wachtten op mij om me te feliciteren.

"Heb je nou nog niets te drinken?" vroeg mijn vriendin Suzan en ik keek haar schuldbewust aan.

"Ik heb gewoon echt geen tijd gehad," zei ik en haalde mijn schouders op. "Er zijn zoveel mensen!"

"Ja, volgens mij is iedereen gekomen," zei Kirstin, mijn nichtje, en grijsde me toe. "Echt een geweldig feest!"

"Ja, iedereen is gekomen," zei ik glunderend en keek de zaal die vol stond nog eens rond.

"Mag ook wel! Mijn lievelingszusje is zeventien jaar geworden en ze is ook nog eens geslaagd ook nog!" zei mijn zus die erbij stond en gaf me een aai over mijn hoofd. Gespeeld boos graaide ik ook naar haar haren, maar lachend weerde ze me af.

"Ik ga nu maar eens wat te drinken halen, jullie ook?" vroeg ik en maakte een rondje om te zorgen dat ik niemand vergat.

Toen ik aan de bar stond te wachten op mijn bestelling had ik eindelijk weer eens tijd voor mijn eigen gedachten. Tevreden keek ik rond. Iedereen was echt gekomen. Zelfs mijn oom en tante die van ver moesten komen.

Iemand pakte mijn hand. Geschrokken keek ik rond. Er stond niemand bij me in de buurt. Niemand had mijn hand vast. Verbaasd keek ik naar mijn handen, maar ik werd onderbroken door de barman.

"Is dit jouw feestje?" vroeg hij. Ik merkte dat hij een gesprek aan probeerde te knopen en hoewel hij er niet verkeerd uit zag pakte ik zwijgend de glazen die hij neer had gezet. Glimlachend knikte ik en liep terug naar mijn vrienden terwijl hij me nog veel plezier wenste.

Toen voelde ik het weer. Geschrokken liet ik de glazen uit mijn handen vallen. Ze vielen kletterend kapot op de grond, maar ik had er geen oog voor. Iemand had mijn hand vastgepakt. Ik wist het zeker. Ik maakte een vuist en sloot mijn ogen. Stemmen om me heen vervaagden tot er maar eentje overbleef. Een zachte, lieve stem sprak me toe.

"…kan niet zonder jou. Het ging zo goed, maar ik bleef denken aan die woorden die Ivy tegen me zei. Ik weet dat jij het niet was, maar het was zo raar om te horen. Ik ben zo bang dat ze gelijk had," de stem schokte en ik hoorde haar snikken. "Wat nou als ze gelijk heeft?"

En toen wist ik het weer. De stem die me toesprak was van Evelien. Evelien. Het laatste wat ik van haar had gezien was dat ze snikkend de kamer uit was gerend. Wie weet waar ze nog toe in staat was.

"Evelien!" riep ik en opende mijn ogen.

Iedereen was weg. De zaal was helemaal leeg. Er was helemaal niets van te zien dat hier net een feestje was geweest.

En toen realiseerde ik me dat wat er net gebeurd was, slechts een droom was geweest. Een slechte grap van het leven. Even was het geweest alsof er niets gebeurd was. Even had ik weer mijn vrienden om me heen gehad, mijn hele familie gezien. Nu waren ze weer weg. Een traan viel over mijn wangen. Het was een mooie droom geweest.

Verloren stond ik in de grote, lege zaal. Ik moest hier weg. Het was te pijnlijk om hier te zijn. Met zware voeten liep ik naar de deur en opende hem. Buiten de deur was het pikzwart. Er was helemaal niets. Angstig staarde ik in het niets, vertwijfeld of ik erin moest stappen of niet.

"Ik weet niet of ik het nog aankan," hoorde ik Evelien zeggen. In de verte zag ik een beeld ontstaan. Tegen een achtergrond van het uitzicht vanaf de Noordertoren van Zweinstein zag ik Eveliens silhouet afgestoken. Ze stond op de rand van de wering en leek klaar om te springen. Mijn angst voor het zwart was verdwenen.

"Evelien!" riep ik en ik rende de deur uit, op haar af. Ik moest haar tegen zien te houden. Maar hoe hard ik ook rende, ik kwam maar niet dichterbij. Mijn voeten leken vast te plakken aan de grond en ik probeerde harder te rennen. "Nee Evelien! Niet springen!"

Toen zag ik haar vallen. Ik gilde en ik bereikte de wering waar ik naar beneden keek.

"Evelien!" riep ik, maar ze was verdwenen. Beneden zag ik het grasveld rond Zweinstein. Verderop zag ik het Verborden Bos en het Meer, alles verlicht met een flauw, schemerig licht waarvan de bron onbekend was.

"Zo, dat was er weer eentje minder," zei een stem sarcastisch achter me en met een ruk draaide ik me om. Het was alsof ik in een spiegel keek. Voor me stond iemand die er precies hetzelfde uit zag als ik. Alleen haar kleren waren anders. Haar rokje was nét iets korter, haar truitje had een lager decolleté en de make-up rond haar bruine ogen waren nog zwarter opgemaakt dan dat ik normaal zou doen. Haar hele houding en blik straalde arrogantie uit.

"Wie ben jij?" vroeg ik argwanend.

"Ach, ken je me niet meer?" vroeg ze gespeeld gekwetst. Ze ontvouwde haar armen die ze voor zich had gekruist en spreidde ze alsof ze een oude vriend verwelkomde. "Ik ben het!"

Er was maar één antwoord dat ik kon bedenken, maar het leek absurd. "Ivy?"

"Fout!" riep ze woedend en kruiste haar armen weer. Haar ogen leken vuur te spugen. "Ik ben Samantha!"

Geschokt keek ik haar aan, maar voor zij óf ik wat kon zeggen stapte er nog iemand van achter haar vandaan. Haar stijle zwarte haren en bruine ogen lieten mijn angstige vermoeden uitkomen. Ook nu keek ik in een vervormde spiegel. Deze keer was haar rok een stuk langer en had haar truitje een hoge col. Haar make-up was nergens te bekennen en streng keek ze niet alleen mij, maar ook de andere Samantha aan.

"Ik ben Samantha," zei ze hooghartig.

De arrogante Samantha lachte. "Jij? Kom nou. Samantha is niet zo'n stijve hark. Ze heeft veel meer plezier. Ík ben Samantha."

Ik snapte er niets van. Twee van mijn evenbeelden stonden voor mijn neus te vechten over wie er Samantha was. Terwijl ik er heel erg zeker van was dat ík Samantha was.

Maar Samantha in haar col had al een antwoord klaar. "Ík ben Samantha. Jij bent één pot vol problemen. Samantha is iemand met moreel en een geweten. Iets waar jij geen greintje van bezit."

"O ja? Laat ik je wat zeggen…" zei de arrogante Samantha, maar ik onderbrak haar.

"Stop!" riep ik. "Ik ben Samantha. Ik weet niet wíe of wát jullie zijn, maar ik snap er helemaal niets van."

"Ik ben Samantha," zeiden ze tegelijk.

"Niet, ík ben Samantha!" riep ik geheel in de war. Mijn evenbeelden begonnen te lachen.

"Jíj?" vroeg de arrogante Samantha en lachte nog harder waarbij ze haar middel vast moest houden. Bloed begon naar mijn gezicht te stromen en ik voelde hoe ik rood werd.

"Waar haal jij het vandaan dat jíj Samantha bent?" vroeg de stijve Samantha en lachte hooghartig. "Als er iemand van ons drieën Samantha níet is, dan ben jij het wel!"

"Hou op! Ik ben Samantha!" riep ik gekwetst en in de war.

"Luister meid, ik weet niet waar jij vandaan komt, maar ik ben er toch echt zeker van dat ík Samantha ben. Wie ben jij om me te vertellen dat ik dat niet ben?" vroeg de arrogante Samantha.

"Ik ben Samantha. Ik ben Samantha!" riep ik en voelde hoe ik in paniek begon te raken.

"Nee, ík ben Samantha. Jij bent maar een zwak aftreksel van een sterk persoon met een goed gevoel voor moraal en zedelijkheid," toen ze dat zei wierp ze een afkeurende blik op het lage decolleté van de andere Samantha die zich daarop op haar richtte.

"Jij bent zoals ik al zei maar een stijve hark en iemand die niet weet wat plezier is. Nee, ík ben Samantha. Iemand die van feestjes houdt en alleen maar optrekt met mensen die ook echt iets kunnen bereiken in dit leven."

Ik keek naar de twee Samantha's over hoe ze aan het vechten waren over wie er Samantha was.

Als zij al Samantha zijn, wie ben ik dan? Vroeg ik mezelf af en ik schudde mijn hoofd. Panisch probeerde ik mijn hoofd helder te krijgen en rustig na te denken. Ik wist niet meer wát ik moest denken. Ik wist niet wat er aan de hand was. Ik keek naar de twee Samantha's en zag mezelf in allebei. Ik voelde me verscheurd tussen de twee en twijfelde aan mijn eigen bestaan. Wat nou als ik niet meer bestond? De laatste paar maanden was ik mezelf niet geweest. Wat nou als één van die twee Samantha was geworden? Maar wie was ik dan? Toen zag ik mijn eigen handen. Langzaam waren ze aan het verdwijnen. En toen hield ik het niet meer.

"Hou op!" riep ik met tranen in mijn ogen. "Ík ben Samantha. Ík, ík, ík! Jullie bestaan niet! Ik ben geen aftreksel van jullie, jullie zijn slechts aftreksels van mij!"

De twee hielden op met hun geruzie onderling en draaiden zich naar mij.
"Ik ben Samantha!" riep ik en keek hun woest aan. "Jíj bent Ivy! Of slechts een overblijfsel van Ivy. Met je gedurfde kleding en arrogante houding. Je denkt dat de hele wereld om jou draait en dat je alles naar je eigen hand kunt zetten!"

De arrogante Samantha keek me verdwaasd aan.

"En jíj! Jij bent slechts een overblijfsel van de Ene Feniks. Van de starre, aan de regels gebonden Feniks die niet buiten het boekje kan denken."

Toen haalde ik diep adem. Het leek alsof er een zware last van mijn schouders afviel en ik keek naar de twee Samantha's voor me. Ik begon langzaam te snappen wat er aan de hand was. Zowel Ivy als Feniks waren een gedeelte geweest van mijn leven. Ze waren míj geweest. Ivy met haar verwaandheid en lak aan regels en Feniks die eigenlijk het tegenovergestelde was. Ook al was ik het niet altijd eens geweest, met geen van beide, ze hadden allebei een hele groot stuk van mijn leven bepaald. Ze hadden er zelfs allebei voor gezorgd dat ik op een bepaald moment aan mezelf begon te twijfelen. Ivy die niet meer naar mij luisterde en haar eigen gang ging in míjn lichaam en Feniks eigenlijk indirect. Door haar heb ik mijn eigen leven op moeten geven en me gestort in het leven van magie en het ontwikkelen van mijn buitengewone krachten. Beide hebben ervoor gezorgd dat ik mezelf vergat. Ik vergat dat ik hield van het maken van muziek, ik vergat mijn eigen familie die ik niet kon bezoeken en waar ik afscheid van had moeten nemen. Ik kon geen nieuwe vrienden maken, ze zouden alleen maar in gevaar komen door mijn krachten. Maar dat was nu afgelopen. Ze waren allebei weg.

Toch stonden ze nog allebei voor me, maar ze zagen er niet meer uit als mij. Ze hadden nu hun eigen uiterlijk aangenomen. De slang en de feniks keken me allebei aan. Ze konden niet zomaar weg. Daarvoor hadden ze een te grote invloed gehad op mijn leven en dat begon ik te beseffen. Ik keek naar Ivy.

"Ik heb veel van je geleerd, Ivy," zei ik en ging zitten. Ik liet haar dichtbij komen, want ik wist dat ze me nu geen pijn meer kon doen. "Ik was het met zoveel dingen die je deed niet eens, maar ik snapte ze wel. Het enige wat jij wilde was een eigen leven en dat probeerde je te bereiken met zoveel lef, met zoveel doorzettingsvermogen dat je jezelf pijn deed. Daarmee heb je me laten zien dat je in je leven gerust wat risico's mag nemen, dat je je niet teveel moet laten tegenhouden door waar je bang voor bent. Dat het niet erg is als het mis gaat, maar dat je je over je eigen pijn heen moet en gewoon moet doorzetten. Dan pas krijg je wat je werkelijk wilt. Dát heb ik geleerd van jou, Ivy."

Ik glimlachte en ik raakte haar aan. Ze liet zichzelf door me aaien. Langzaam begon ze te vervagen. "Vaarwel Ivy. Ik zal je nooit vergeten."

Ik zuchtte diep en keek naar de feniks die nog voor me zat.

"Je hebt veel geleerd," zei de Feniks goedkeurend en knikte met haar hoofd. "De vraag is alleen of je er nu nog wat mee wilt doen."

Vragend keek ik haar aan. "Wat bedoel je precies daarmee?"

"Je kunt hier blijven," zei ze en ze neigde met haar hoofd ergens achter mij. "In deze droomwereld, waarin je je niets meer zal herinneren van het afgelopen jaar."
Ik keek achter me waar het graslandschap was verschenen die ik nog kende van toen ik haar voor het eerst ontmoette. In de verte stond een huis en ik hoefde niet lang te kijken toen ik het herkende als het huis waarin ik was opgegroeid.

"Hier ga je gewoon door met je leven, na het feest. Met al je familie en vrienden. Je zal naar een nieuwe school gaan. Je zal nieuwe mensen ontmoeten en je zal denken dat het allemaal echt zo bestaat."
"En hiervan zal ik niets meer weten?" vroeg ik toen ik me weer naar haar toe draaide. Ze schudde haar kop en ik zuchtte. Het klonk heel erg verleidelijk. Ik zou gewoon verder gaan met leven. Mijn vader en moeder en al mijn vrienden zouden er nog zijn… Er ging een steek door mijn hart.
"En anders?" vroeg ik haar. Hoewel ik het wel wist, moest ik het nog even horen.

"Word je wakker waar je het laatst bent geweest. In het leven waar je vrienden en familie er niet meer zijn."

Ik dacht lang na in stilte. Moest ik nu echt gaan kiezen? Het was een onmogelijke keuze. Zou ik verder kunnen leven zonder mijn familie? Ik dacht aan hun gezichten, aan de gesprekken die ik nog niet zo lang geleden met hun had gevoerd.. maar aan de andere kant was ik al een nieuw leven begonnen. Ik had al afscheid genomen van hen en daarom deed het nu niet meer zo'n pijn. Ik had al een nieuw leven met nieuwe vrienden en nieuwe dingen opgebouwd. Alles wat ik in het afgelopen jaar had geleerd zou ik vergeten zijn. Zweinstein zou niet bestaan voor mij, het zou slechts bestaan in één van mijn lievelingsboeken. Maar het bestaat echt. Iedereen bestaat. Harry, Ron, Hermelien, Sneep. Ik glimlachte even. Severus Sneep die heel anders in het boek was dan hoe ik hem persoonlijk kende. Chris, met zijn lieve ogen en lieve lach. Hoeveel pijn Ivy hem heeft gedaan. Zou hij geweten hebben dat het Ivy was? Ik hoop dat hij het mij niet kwalijk neemt.. En Evelien dan? Ik dacht aan wat ik net had gezien. Was ze echt gesprongen?

Die gedachte bande ik meteen uit mijn hoofd. Aan Evelien kon ik nu niet denken, mócht ik nu niet denken. Ik keek naar de Feniks voor me. Ze zat te wachten op een antwoord en keek me met een schuine kop aan.

Allebei de keuzes waren aanlokkelijk. De ene was moeilijker dan de andere, maar ze hadden allebei één ding waarmee ik niet zou kunnen leven. Als ik koos voor het oude leven koos ik voor een leugen. Ik zou kiezen voor een droomwereld, voor mijn fantasie. En het andere…

Ik hoop dat ze het weet.

"Er is één ding wat ik graag zou willen weten voordat ik deze keuze maak," zei ik. "Het is een allesbepalende keuze en ik wil de waarheid weten."

De feniks knikte met haar hoofd.

"Leeft Evelien nog?" vroeg ik en hield mijn adem in.

De feniks knipperde even met haar ogen. "Dat kan ik niet met zekerheid zeggen," zei ze en mijn adem zat vast in mijn keel. "Ze heeft tegen je gepraat waardoor je hier terecht bent gekomen en je hebt een gedeelte gelezen van het verslag van de laatste strijd met het Duistere."

"Over dat er iemand zich op moet offeren voor degene die de krachten van jou had om wakker te worden?" vroeg ik en moest toen echt opnieuw adem happen. Er kwam een brok in mijn keel. Evelien was degene die het me zo vol enthousiasme was komen vertellen, maar Ivy had haar alleen maar uitgelachen. Ookal had ik zelf ook gelachen bij het idee dat ik voorbestemd was om met Harry naar bed te gaan, zíj was degene geweest die zoveel tijd had besteed om te zoeken naar een andere uitweg.

De feniks knikte. "Iemand haalt ze uit de droomwereld door tegen ze te praten. Direct of indirect. Bij jou was het direct, want je voelde hoe ze je hand vast pakte."
Ik knikte.

"Daarna komen ze nog éénmaal bij mij terecht waar ik ze voor deze keuze stel."

"Maar Evelien… toen ze net tegen me praatte leefde ze nog?" vroeg ik toen ik het me realiseerde. "Dus ze heeft die avond, toen ze wegrende, geen zelfmoord gepleegd?"

Ik verwachte geen antwoord, maar was opgelucht toen ik het mezelf hoorde zeggen. Er was nog een kans dat ze nog leefde.

"Maar hoeven ze niet te sterven om je uit die Droomwereld te halen?"

De feniks schudde haar hoofd. "Het enige wat nodig is, is een sterke band. Vaak is die band heel erg sterk als iemand sterft. De gebeurtenis die jij hebt gelezen is een goed voorbeeld. Toen de strijder stierf, waren zijn laatste woorden 'voor jou Ailène'. Zijn gedachten waren zo sterk bij haar dat zij het hoorde in haar Droomwereld. Evelien was fysiek dicht bij je, ze pakte je vast en ze sprak tegen je waardoor ze doorbrak in jouw Droomwereld. Jullie band bleek sterk genoeg."

Ik kon wel een gat in de lucht springen. "Dus het zou zo kunnen zijn dat ze nog leeft?"

"Dus wat is je keuze?" vroeg de feniks.

Ik dwong mezelf om weer rustig te worden. Deze keuze moest ik niet overhaast maken. Ik moest kiezen tussen mijn oude leven en een heel nieuw leven om op te bouwen. Maar wat ik ook zou kiezen, ik zou niet alleen zijn. Toen wist ik het.

"Ik wil graag wakker worden," zei ik vastbesloten en feniks knikte me toe.

"Vaarwel Samantha," zei ze en ik kreeg het even heel erg warm. Ik had de keuze gemaakt. Ik had gekozen voor een nieuw leven. Ik had mijn familie en vrienden achter gelaten, maar het voelde goed. Al had ik gekozen om de Droomwereld achter te laten, het idee om in een droomwereld te leven voelde verkeerd. Mijn familie zou voor mij leven, maar voor de echte wereld waren ze er niet meer, daar kon ik niets aan veranderen. Ik koos voor het échte leven.

"Vaarwel Phoenix," zei ik en alles werd langzaam zwart om me heen.

Ik opende mijn ogen en moest wennen aan het vele licht wat ik om me heen zag. Alles wat ik zag was wit en mijn ogen moesten er even aan wennen voor ik verder kon kijken. Ik lag in een groot bed, in een kamer met een enorm raam dat uitkeek over een onbekende, witte stad. Ik voelde een hand rusten in de mijne en zag dat Evelien voorover met haar hoofd op haar arm in slaap was gevallen in de stoel naast mijn bed. In een andere stoel, in de hoek van de vierkante kamer zat iemand die erg uit de toon viel in de witte omgeving. Severus Sneep zat met zijn ogen gesloten onderuitgezakt in de comfortabel uitziende stoel, zijn borst langzaam rijzend en dalend, diep in een rustige slaap. Toen zag ik de grote, prachtig bewerkte witte deur zachtjes opengaan en er verscheen nog een bekend gezicht in de deuropening. Toen zijn ogen de mijne ontmoetten zag ik opluchting verschijnen op zijn altijd zo zorgeloze gezicht en Chris leunde ontspannen tegen de deuropening.

"Ik ben Samantha," zei ik en glimlachend knikte hij me toe.

End


Een laatste reactie is altijd wel fijn.. : )

Een laatste reactie is altijd wel fijn : )