Disappeared

'Schat waar ben je?' riep de moeder van Hermelien. 'Wat is er?' vroeg de vader van Hermelien. 'Ik kan Hermelien niet vinden' antwoorden ze ongerust. 'Ze was toch in haar kamer?' zei hij verbaasd. 'dat dacht ik ook maar ik heb net gekeken en daar was ze niet.

Waar kan ze toch zijn je denkt toch niet dat er iets ergs is gebeurt?' Nee, Ze is een grote meid. Hermelien is vast en zeker gewoon boos op ons en geeft daarom geen antwoord, Ik kijk wel even in haar kamer.' Hij had de deur van Hermeliens kamer nog

maar net opengedaan of hij riep al. 'KOM SNEL!'. Hermeliens moeder rende naar boven en vroeg 'Wat is er aan de hand?, ik hoorde je roe…' verder kwam de moeder van Hermelien niet toen ze de grote puinhoop zag. 'Wat is hier gebeurd?'. Ondertussen

had Hermeliens vader een briefje gepakt dat op het bureau lag. 'Wat heb je daar?' vroeg de moeder van Hermelien toe ze zag dat haar man een briefje had gepakt. 'Het is van Hermelien hier lees maar'. Ze griste het snel uit zijn handen. De moeder van Hermelien herkende het handschrift meteen en begon te lezen. Er stond:

Beste Mam en Pap

Ik heb besloten om weg te gaan omdat jullie mijn hele leven verpesten. Zo hebben jullie geen last van mij en mijn toverkracht. En ik heb geen last van jullie. Dus nu kunnen wij allebei ons eigen leven lijden. En doen wat we altijd al hadden willen doen. En al die rommel in mijn kamer is een aandenken voor jullie van mij. Nou ik denk dat ik jullie nooit meer zie.

Doei van jullie dochter Hermelien

'Wat ze kan niet weglopen' gilde de moeder van Hermelien. ' BEL DE POLITIE!'. Ze merkte dat haar man niks deed. 'WAAROM DOE JE NIKS?'. 'Het heeft geen zin om de politie te bellen. En trouwens ik had net toch gezegd dat ze al een grote meid is dus ze

kan best voor zichzelf zorgen. En trouwens nu kunnen ze haar niet naar die 'toverschool' sturen'. 'Ja, maar ze heeft geen eten en ook geen warm bed. Ze kan ziek worden!'. 'En daarom komt ze snel terug. Want ze krijgt honger en wil een lekker warm bed dus ze blijft denk ik maar twee dagen weg. En als ze terug is zal ze heel blij zijn dat we gaan verhuizen'. 'Ik weet het niet, stel dat ze niet

terug komt?' antwoorden de moeder van Hermelien ongerust. 'Dan kunnen we altijd nog de politie bellen. Je wil toch niet dat de hele buurt denkt dat we slecht ouders zijn. Of wel?'. 'Nee, natuurlijk niet. Maar ze gaan toch wel iets vermoeden als Hermelien niet meer naar school gaat?'. 'We zeggen gewoon dat ze ziek is'. Deze discussie ging nog een tijdje door totdat de moeder van Hermelien

overtuigd was. De twee dagen gingen voorbij en Hermelien kwam nog steeds niet terug. De ouders van Hermelien hadden besloten om de politie er niet bij te halen dus ze bleven wachten. De buren vroegen zich af waar Hermelien was. En de ouders hadden gewoon heel normaal gezegd dat ze naar een speciale school ging voor slimme kinderen. Iedereen geloofde dat want ze wisten dat Hermelien

heel slim was. Hun leven ging gewoon normaal door. Totdat er op een dag plotseling een meneer in een soort jurk stond en een lange witte baard had. Hij zei 'Hoi ik ben Perkamentus en vroeg me af waarom Hermelien niet naar Zweinstein is gekomen?'. De ouders van Hermelien stonden verstijfd te kijken. Hij liep langs hun heen en ging zitten. Doordat hij zo rustig deed werden de ouders een beetje

bang. Wat moesten ze nou zeggen ze keken elkaar aan maar merkte aan elkaars gezicht dat ze allebei niks wisten. Toen besefte ze dat ze maar de waarheid moesten zeggen. 'Ehm… Ja… Hoe kan ik dit het beste uitleggen?' Begon de vader van Hermelien. 'Nou kijk Hermelien is twee weken geleden weggelopen en nog steeds niet teruggekomen'. 'En daar hebben jullie niks over gezegd?'. 'Om

eerlijk te zijn……. Nee'. 'Dan heb ik me in jullie vergist' mompelde Perkamentus. 'Hoezo?'vroeg de moeder van Hermelien verbaasd. 'Ik dacht dat jullie goede ouders waren en veel om Hermelien gaven maar nu merk ik dat jullie haar gewoon weg laten lopen en het aan niemand vertelt'. 'NOU JA ZEG!' krijste Hermeliens moeder. En daarna volgde Hermeliens vader met 'Hoe durft U

ons zo te beschuldigen. Dat wij geen goede ouders zijn'. 'zouden jullie iemand een goede ouder vinden als hij gewoon zijn kind liet weglopen. En het ook nog eens tegen niemand zou zeggen'. 'Natuurlijk ben je dan geen goed ouders' zei de moeder van Hermelien meteen. Maar toen ze besefte wat ze zei moest ze huilen. 'De man…snik… heeft ge-lij-k we… snik… z-ij-n hele sle-chte … ou-

ders' stotterde de moeder van Hermelien. 'Nou ik moet weer gaan en ik hoop dat jullie over deze gebeurtenis zullen nadenken'. En toen hoorde ze een soort plop en Perkamentus was verdwenen in het niets. 'Wat moeten we doen?' mompelde de moeder van Hermelien. 'Niks, we hadden toch een prima leventje zonder Hermelien. Niet de hele tijd dat eigenwijze gedoe enzo'. 'Je heb gelijk

zonder Hermelien zijn we veel gelukkiger. Meer rust en niemand die ons lastigvalt. Maar ik wil dan wel verhuizen zodat die 'tovenaars' niet weer langs komen '. 'Vind ik een goed idee. We pakken nu dan kunnen we op tijd verhuizen en een nieuw leven lijden' zei Hermeliens vader tevreden. Maar de moeder van Hermelien was nog steeds een beetje ongerust.

Een tijdje terug op een andere plek...

Mijn maag rammelt maar ik ben niet van plan om naar huis te gaan. Ik moet ook nog een slaapplek vinden. Even denken bij Sara en Lieke kan ik niet komen want hun ouders zouden me echt naar huis sturen. Bij mijn tante ook niet ehm….. ik kan naar Alex daar kan ik met de trein heen. Ja, dat kan ik doen. Owh toch niet want die ouders sturen me ook naar huis. Jammer het zou heel leuk zijn

geweest dacht ik somber. Ik zat in een donker steegje op een kartonnen doosje. Plotseling leek het of alle geluk uit me werd weggetrokken. Nee, wacht ik zeg het verkeerd. Het leek of het werd weggezogen. Het voelde alsof ik nooit meer geluk zou kennen. Ik wist plotseling dat het deme…. (hoe heten die dingen ook al weer) owhja dementors. Daar had Bert over verteld. Ik moest hier

weg. Vliegensvlug stond ik op en rende weg. Ik wist niet waar ik heen ging. Rende over bruggen en stak straten over. Totdat ik niet meer kon rennen. Ik draaide me om en zag twee gedaantes op me af zweven. Ondertussen dacht ik, Ik moet naar een veilige plek, ik moet hier weg. De wezens waren nog maar een meter van me verwijderd of ik voelde een benauwd gevoel. Ik kreeg bijna geen adem meer. Het voelde heel raar…..