Hoofdstuk 3
Mary ligt te slapen. Ze kwijlt een beetje. De trein is nu rustig, in hoeverre ongeveer 500 pubers in één trein rustig kunnen zijn. Ik lees en dat is prima.
Na een kwartier kan ik mij niet meer op mijn boek concentreren. Mijn gedachtes dwalen steeds af naar wat er eerder deze dag allemaal is gebeurd. Ik voel me onwennig. School voelt ineens anders dan vorige jaren. Vroeger was alles zorgeloos. Goede cijfers halen, uitstapjes naar Zweinsveld, vrij van Petunia. Dat waren mijn bezigheden. Het is alsof een donkere wolk over Zweinstein is geschoven. Natuurlijk, Zweinstein is en blijft hetzelfde. Ik weet niet er hoe ik ooit afscheid van moet nemen na de examens. De magische wereld is aan het veranderen, zelfs hier is dat voelbaar. Mensen zijn voorzichtig, soms zelfs achterdochtig. Er wordt onderscheid gemaakt in afkomst, wie zijn of haar vrienden en familie zijn. Ik betrap mezelf erop dat ik ook leerlingen uit Zwadderich ontwijk. Vooral na Severus' gedrag. Potter en zijn 'maten' beginnen zich daarentegen zich steeds beter te gedragen. Waarom? God mag het weten. Ik weet het in ieder geval niet.
"Zijn we er nou eindelijk? Jezus, wat duurt dit lang." Sirius kan niet meer stil zitten. Nog even en hij stuitert van de bank af. "Ik wil verdomme gewoon naar buiten."
Het is pikkedonker buiten, dus ik weet niet waar we precies zijn. Maar volgens mijn horloge zijn we ongeveer 20 minuten verwijderd van Zweinstein. Dat ga ik niet aan Sirius vertellen, want dan wordt hij nog irritanter dan dat hij nu al is.
"Zit gewoon eens even stil, man. Ik kan me niet meer op mijn boek concentreren door jou." Zo te horen is Remus ook lichtelijk geïrriteerd. Peter ziet er tevens niet al te vrolijk uit. Stiekem moet ik er wel om lachen. Stelletje idioten.
De rest van de avond gaat als een waas voorbij. Ik praat een beetje met Mary en Alice, soms met Frank, eet wat en luister met een half oor naar wat er gezegd wordt. Mijn gedachten zijn ergens anders, ik weet niet waar. Mijn brein leeft vanavond een eigen leven. Ik word wakker geschud door Mary wanneer we trap op lopen. "Hé wandelende tak, ik weet niet waar jij naartoe gaat maar je bed is deze kant op." Ze trekt me mee.
"Sorry Mary, ik weet niet wat ik heb. Moe ofzo…"
"Uh-huh. Vertel mij wat." We slenteren de trap op, weg van het rumoer. Blijkbaar zijn anderen niet zo moe.
"Mary… Mary, ik moet de andere kant op. Ik slaap alleen tegenwoordig." Ik geef haar een knuffel en begin me los te wurmen uit haar grip.
"Slaap lekker. Moet ik nog met je mee lopen of ben je nog in staat de weg te vinden?" ze gniffelt. "Doei." Ze loopt weg naar de Griffoendor toren en ik de andere kant op naar de hoofdmonitorenkamer. Een nieuw jaar te gaan. Met Slakhoorn, proefwerken, bergen huiswerk, patrouilleren met Potter. Bah, Potter. Hoe lang zit ik nou al met die jongen opgescheept? Ik kan hem maar niet zien te lozen. Nu woon ik zelfs praktisch met hem samen. Een zucht ontsnapt mijn mond.
Aarzelend doe ik de deur open. Zo te zien is hij er nog niet. De zitkamer is leeg en het is redelijk stil. Opgelucht kijk ik op mijn gemak rond. Het is klein, maar knus. Twee bureaus aan de achterkant van de kamer tussen twee deuren. Ik neem aan dat die naar de slaapkamers leiden. Voor de rest zijn de muren bedekt met planken en kasten waar voornamelijk boeken in staan. Voor de haard staat een bank en een grote stoel. Hier kan ik wel aan wennen.
Vanuit mijn bed hoor ik de deur opengaan. Ze is er, gelukkig. Tijdens het eten zag ze er niet goed uit. Normaal is ze heel vrolijk, maar vandaag zat ze maar een beetje in haar eten te roeren. Hopelijk gaat het nu beter. Ik hoor niets meer. Geen deur of douche, niets. Waarschijnlijk heeft ze niet door dat ik er ben. Nadat ik de eerstejaars had begeleid samen met Anderling en de klassenoudsten, ben ik zo snel mogelijk mijn bed in gekropen. Na een hele dag Sirius, Peter en Remus had ik even geen behoefte aan gezelschap. Mijn vrienden betekenen alles voor mij, daar niet van, maar soms komen ze mijn neus uit. Zoals nu.
Ik hoor een deur open en dichtgaan. Ze gaat slapen, godzijdank. Die kan waarschijnlijk wel wat rust gebruiken. Wanneer heeft Lily het niet druk? Jeetje mina, ze is altijd in de weer. Druk, druk, druk. Ze cijfert zichzelf weg voor anderen. Heel lief en aardig, maar niet altijd goed voor jezelf.
Ik moet zuchten. Lily… Ze deed weer zo bot vandaag. Kijk, ik snap dat ze vroeger zo reageerde. Ik was een irritante, arrogante sukkel in de liefde. Ik was haar praktisch aan het stalken. Maar het laatste jaar heb ik geprobeerd mezelf te verbeteren. Ze ziet het niet. Ze ziet nog steeds die lul van vorig jaar. Uiteraard, ik ben nog steeds de allerliefste niet. Dat kan ook niet als je beste vriend Sirius heet.
Toen ze mij tegenkwam op de gang in de trein deed ze net alsof ik niet bestond. Vroeger gunde ze mij nog een belediging, maar vandaag was ik onzichtbaar.
Bons… Bons… Verward til ik mijn hoofd uit het kussen. Waar ben ik? Bons… Oh ja, andere kamer. In mijn eentje. Bons… Bons… Bons… Wat is dat geluid? Ik kreun en trek mijn dekbed over mijn hoofd. Nog even, dan sta ik later wel op. "Lily? Ben je wakker? Ik sta nu al een paar minuten op je deur te kloppen. Je komt zo nog te laat." Shit. Niet Potter. Ik heb geen eigen kamer. Ik deel een kamer met Potter. "Ga weg, Potter."
"Je moet het zelf maar weten, je bent gelukkig wel wakker nu. Ik ga ervandoor. Tot later bij Toverdranken." Doei.
Oké, Lily. Je kan dit. De eerste dag van school. Gaan met die banaan.
AN: Bedankt voor alle reviews. Heel cheesy om te zeggen, ik weet het, toch is het zo leuk om ze te lezen. Ik word er echt blij van. Als je een hoofdstuk leest en je ziet een fout, meld het alsjeblieft. Ik probeer natuurlijk zo min mogelijk verkeerd te doen, maar omdat ik af en toe schrijf kan de chronologie of de karakterontwikkeling een beetje raar zijn. Sorry daarvoor. Feedback vind ik dus fijn, laat daarom vooral een review achter. En als je nou denkt: 'Goh, bewaren voor later dit.' vergeet dan niet om dit verhaal te volgen. Dankjewel dat je de tijd neemt om dit te lezen. Kus.
