AN: Long time no see. Sorry daarvoor, ik ben totaal niet gedisciplineerd. Hopelijk vergeven jullie mij. Ik zit een beetje met een writersblock, niet wetend welke kant ik op wil met dit verhaal. Misschien hebben jullie suggesties? Hopelijk kunnen jullie mij misschien verder helpen. Als je het meteen wil weten wanneer ik een hoofdstuk plaats, kun je het verhaal volgen. Dan krijg je gelijk een notificatie. Reviews zijn meer dan welkom. Without further ado, veel leesplezier.

Hoofdstuk 4

"Hoe is het om met hem een kamer te delen, Lien?" Professor Anderling praat over van alles en nog wat, maar ik heb geen zin om op te letten vandaag. Mary probeert mijn gedachtes te lezen en staart mij met opgetrokken wenkbrauwen aan.

"Kom op, je hebt overal een mening over. Vertel. Weetje, er gaan nogal wat verhalen in de ronde over Hoofdmonitoren." Ze ziet mijn gezichtsuitdrukking en weet dat ze verboden terrein betreed.

"Maar dat zijn geruchten. Vast niet waar. Zoiets zou jij nooit doen. Ik bedoel, je weet wel beter." Ze houdt haar mond. Ik zucht.

"Om eerlijk te zijn nogal saai. We praten nooit ofzo, niet dat ik dat per se wil natuurlijk, maar ik mis iemand om mee te praten voordat ik naar bed ga. Dat was jij altijd en nu zit ik opgescheept met Potter. Ik mis je." Mary moet glimlachen.

"Ik mis jou ook. Je mag altijd langskomen, hè. Ik slaap toch veel later dan jij." Ze een tijdje weg voordat ze nog iets zegt.

"Eén ding, Lily: als elk ander meisje op Zweinstein met je wil ruilen, moet hij toch wel een beetje leuker zijn dan dat je nu misschien denkt. Punt uit."


Sirius zit te knipogen naar meiden. Ze giechelen elke keer. Anderling kijkt steeds streng naar Sirius, wat hij negeert. Dan gaat ze door met haar les. Daarna zoekt hij weer een ander slachtoffer. Dit is al zo'n 20 minuten aan de gang. Remus is druk bezig met aantekeningen maken, zoals altijd. Peter pulkt aan zijn nagels. De rest van de klas staart naar de klok of bladeren uit verveling door hun boeken. Er wordt heel zacht gefluisterd uit de hoop dat Anderling het niet boven haar stem uit kan horen komen. Ik kijk naar Lily. Mary is druk aan het fluisteren, maar ze lijkt niet echt geïnteresseerd te zijn. Mary kijkt beduusd en begint nog sneller te fluisteren. Lily kijkt geïrriteerd. Haar lippen zijn een fijn lijntje geworden en ze fronst een beetje. Mary zegt iets waardoor ze moet glimlachen. Haar ogen twinkelen. Ineens kijkt Mary mij recht in de ogen. Ik voel mijn oren vuurrood worden. Betrapt. Snel kijk ik naar het bord waar een minuut geleden nog niets stond, maar nu niets meer op past.


"Hey, Lily. Ik zag dat je niet echt op zat te letten in de les, maar Anderling heeft wel wat belangrijke dingen gezegd. Wil je mijn aantekeningen overschrijven? Je helpt mij ook altijd als ik ziek ben geweest..." Remus overhandigd wat vellen perkament met een nerveuze glimlach. Hij is een verlegen jongen. Zelfs na al die jaren van vriendschap vindt hij het lastig om een gesprek te beginnen.

"Wat lief van je, Remus. En ik vind het niet erg om je te helpen, hoor. Ik doe het graag. Wanneer wil je het terug?" Hij schuifelt wat op zijn voeten.

"Ergens eind van de week, het maakt niet zo heel veel uit. Hopelijk heb je er wat aan."

"Vast wel, je bent een voortreffende leerling. Nogmaals bedankt." Hij zwaait met een glimlachje en sloft terug naar zijn vrienden verderop. Sirius heeft een nieuw meisje en Peter verslind een pasteitje. Potter kijkt me aan, schrikt en kijkt weg. Remus ploft neer. Potter snauwt wat naar zijn vriend en staart naar zijn bord. Remus kijkt eerst naar mij en dan terug naar Potter. Snel doe ik alsof ik iets aan Mary vraag. Hij zal wel denken, sinds wanneer staart Lily naar James.


"Waarom doet ze wel aardig naar iedereen behalve mij." Ik ben woest. Zelfs mijn beste vriend kan beter met haar opschieten en hij is na al die jaren nog steeds even verlegen. Remus kijkt me bezorgd aan.

"Ben je jaloers? James… Hoe vaak moet ik het je nog zeggen? Lily is gewoon een vriendin. Meer niet en dat zal het nooit worden. Begrepen? Niet mijn schuld dat ze jou niet mag." Ik kijk hem kwaad aan.

"Ja, sorry hoor, maar ik begin er nu ook wel een beetje moe van te worden. Ik kan niet elke keer je ego strelen wanneer zij er een deuk in heeft geslagen."

Ik zucht. "Sorry, je hebt gelijk. Het is gewoon zo frustrerend. Ik doe niets fout. Het is alsof ik op een mijnenveld loop. Bij alles wat ik doe probeer ik haar niet boos op me te maken. En dat is pittig lastig zoals je weet." Hoe lang kan ik hier nog mee doorgaan? Ik begin zelfs mijn vrienden de schuld te geven.


Het enige licht in de kamer komt van de haard. Ik lig op de bank en ik lees. Het haardvuur knispert. Hierdoor heeft mijn brein geen kans om te denken. Ik wil niet denken. Ik wil alleen zijn. Het boek is dik, maar ik ben al bijna op de helft sinds ik ben begonnen met lezen vanmiddag. Heb ik het avondeten gemist? Hoe laat is het in godsnaam? Ik ga rechtop zitten en wrijf in mijn ogen. Half acht. Kut, daar gaat mijn maaltijd. Mijn maag rommelt. Met een zucht sta ik op en ga richting de keukens. God dank voor de keukens, of ik had altijd honger geleden nadat ik voor de zoveelste keer het avondeten miste. De ene keer was ik hard aan het leren in de bibliotheek, de andere keer aan het lezen of wandelen. Ik vergeet het zo vaak. Ik denk ook niet dat mensen nog opkijken als ik er niet bij ben.

Ik kietel de peer en de deur zwaait open. De elven zijn druk bezig met opruimen en in de zithoek zit Potter. Potter? Wat doet die hier?

Hij kijkt mijn kant op, nieuwsgierig wie er binnen is gekomen. "Lily!"

"Potter, wat doe je hier? Ook het eten gemist?"

"Nee. Ik was eigenlijk eten voor jou aan het halen. Je was er niet en ik dacht: ze is vast ergens anders mee bezig. Aangezien we een kamer delen vond ik het wel zo aardig om iets mee te nemen. Zou wel lullig zijn, om jou zonder eten te laten zitten. Dus ja." Hij is duidelijk nerveus en verrast me hier aan te treffen. Aan het eind mompelt hij bijna.

"Oh, ja. Ik kwam hier eigenlijk om eten te halen, maar dat heb jij dus al gedaan. Dankje..." Ik word ongemakkelijk van zijn bezorgde blik.

"Meneer Potter, hier heeft u uw maaltijd. Alles naar wens?" De elf overhandigd het eten.

"Dankjewel voor je hulp. Dit is alles." De elf knikt en haast zich weg.

"Zullen we dan maar gaan?" Hij houdt de deur voor me open en gebaard voor te gaan.

"Ja, laten we dat maar doen." Ik stap de gang in. James overhandigd een pasteitje en ik begin dankbaar te eten.