AN: Sorry, ik ben echt verschrikkelijk. Maar wel een lang nieuw hoofdstuk! Ik denk dat ik wat kleine dingetjes ga veranderen in vorige hoofdstukken. En let ook vooral niet om mijn werkwoordspelling, echt om te huilen. Veel leesplezier!

PS: Als je het hoofdstuk af hebt, ligt er nog een poll te wachten op jouw mening. Ik dacht: ik zeg het maar alvast.

-Hoofdstuk 5-

We zitten aan tafel. Het haardvuur vult de kamer met licht en zacht geluid. We zeggen niets. Ik kijk naar Lily terwijl ze eet. Ze had duidelijk honger. Op een of andere manier krijgt ze het altijd voor elkaar dat ze te druk bezig is om te eten. Ik heb geen zin meer in mijn ijs. Je kan het niet echt meer ijs noemen, eerder koude melkpap. Lily is nog altijd niet klaar. Ze legt plots haar bestek neer. "Waarom deed je zo tegen Remus vanmiddag?" Ze fronst.

"Ik was geïrriteerd en reageerde het op hem af. De rest was te druk bezig."

"Dat zag ik. Vriendin nummer hoeveel?"

"Drie..." Ik moet grijnzen. "Van deze week." Lily moet gniffelen en rolt haar ogen.

"Was je daarom geïrriteerd? Om Sirius?" Terug naar fronsen. Ze is nieuwsgierig.

"Nee, daar ben ik wel aan gewend eerlijk gezegd. Mijn vrienden zijn zoals ze zijn en dat is prima. Ik moest even wat persoonlijke stress afblazen." Ze knikt.

"Ik ken het." Diep in gedachten staart ze naar de bank.

"Lily…?" Ze schrikt op.

"Oh, sorry. Ik ben er niet echt bij vandaag."

"Je bedoelt de laatste paar weken. Je bent vaker afwezig dan aanwezig tegenwoordig. Gaat het wel goed? Ik bedoel het zijn natuurlijk niet mijn zaken, ik ben alleen een beetje bezorgd…" Dit verrast haar. Ze gaat wat rechter zitten.

"Gewoon wat dingen thuis, zoals altijd. Same old, same old." Ik knik en ze glimlacht. "Bedankt voor het vragen. Het is aardig van je." Ze vindt me aardig.

Ik eet. Hij staart. We zeggen niets. Hij heeft zijn eten niet eens aangeraakt volgens mij. Gewoon een excuus om langer te kunnen staren voordat hij naar bed gaat. Wat een sukkel. Hij probeert ten minste nog nonchalant te zijn. Sirius schreeuwt daarentegen hele liefdesverklaringen door het klaslokaal, tot grote ergernis van de leraren. Zijn vrienden vinden het wel vermakelijk. Waarschijnlijk hebben ze weddenschappen over wie het volgende slachtoffer zal zijn.

Het was niet de bedoeling om mijn hart bij hem uit te storten. Ik weet niet waarom ik het deed, het was plotseling. Hij deed er niet raar over gelukkig. Que sera, sera denk ik dan maar.

"Ga je je ijs nog eten?" Hij moet lachen. Ik grijns. Er is niet veel meer over van zijn ijs.

"Nee, ik heb niet zo'n honger meer. Mijn ogen waren groter dan mijn maag denk ik." Het bordje zet hij op de grond, en mijn kat begint dankbaar te likken. "Hij heeft er meer plezier van."

"Bonuspunten voor James van Kat."

"Waarom de naam Kat? Kon je niets anders verzinnen?" Hij moet lachen.

"Ik vond alle andere namen stom. En Kat is een kat, dus dat was makkelijk."

"Touche." James friemelt aan zijn trui. We zeggen niets voor een tijdje. Kat smakt blij verder.

James onderbreekt als eerste de stilte: "Weet je… Lily… Ik ben blij dat we tegenwoordig zo chill met elkaar om kunnen gaan. Ik ben echt een klootzak geweest, zal het soms nog steeds wel zijn, maar ik heb echt geprobeerd om mezelf te verbeteren. Misschien denk jij er anders over… Laat ook maar." Ik zeg niets.

"Toen ik hoorde dat we Hoofdmonitoren waren was ik even bang dat het niet zou werken," vervolgd hij, "Toch gaat het gewoon goed nu." Hij geeft me een waterig glimlachje. Ik knik. Opnieuw is er een stilte, alleen is het niet meer ongemakkelijk. We hebben niets meer tegen elkaar te zeggen.

"Was dat nou zo nodig?!" Ik ben woedend. "Ik kan best voor mijzelf opkomen. Daar heb ik jou echt niet voor nodig, Potter." Hoe durft hij?

"Ik laat Sneep echt niet zoiets zeggen, de klootzak. Waarom word je überhaupt boos op mij? Ik heb niets verkeerd gedaan. Die lul had zijn bek niet open moeten trekken!" Hij balt zijn vuisten. Wordt hij nou ook boos op mij? Wat gebeurt er?

"Praat niet zo over hem." His ik. Sneep mag dan wel een klootzak zijn, maar dat geeft Potter niet het recht om zo over hem te praten. Ooit was Sneep geen klootzak. En hij is mijn klootzak, niet die van Potter.

"Waarom niet? Dat bepaal ik zelf wel, dankje. Die gluiperd kent zijn plek niet."

"Oh, sorry. Ik wist niet dat uwe hoogheid gekwetst was. Ik hou mijn burgerlijke mond wel."

"Pardon?! Ik neem het verdomme voor je op. Waarom neem je nooit iets van mij aan? Waarom mag ik je niet helpen?" Hij loopt dreigend op mij af. Nu is hij echt boos, zo heb ik hem nog nooit gezien. Ik verroer geen vin, ik ben niet bang voor Potter. Boos houd ik mijn mond, ik heb hier geen zin meer in. Hij stikt er maar in.

"Ben je je tong verloren? Dat is ook de eerste keer, Evans." Kom op Lily, zeg iets.

"Wat wil je dat ik zeg dan? 'Wat ben je toch een hunk, James.' 'Dankjewel, James. Je bent zo moedig en sterk.' 'Ik had het nooit in mijn eentje voor elkaar gekregen, wat moest ik toch zonder mijn allerliefste James Potter?'" Hij kijkt geschrokken. Ha, die zit.

Hij sluit zijn ogen en loopt weg. Mijn hart gaat tekeer van adrenaline.

"Ik deed dat omdat ik om je geef" zegt hij na een tijdje, "Het is absurd dat ik je dat nog moet wijsmaken. Hoe vaak moet ik het nog zeggen, Lily?" Hulpeloos kijkt hij me aan. Het is klaar. Ik heb gewonnen. En toch voel ik me slecht. De jongen weet niet wat hij met zichzelf aan moet.

"Omdat ik je haat."

"Maar waarom?"

"Omdat ik je haat! Zo is het nou eenmaal. Het zit in mijn DNA ofzo. Accepteer het! Ik ben hier zo klaar mee, Potter. Altijd zit je me aan te staren. Laat me gewoon alleen. Ik hoef je niet."

"Sorry." De deur slaat keihard achter hem dicht. Ik blijf beduusd achter.

"Heb je het gehoord?"

"Oh, wat erg! Maar hoe dan?"

"Het gebeurde vannacht blijkbaar."

"Ik hoorde dat hij minstens twee weken in de ziekenboeg moet blijven."

"Iemand zei dat hij misschien over wordt geplaatst naar het ziekenhuis."

"Wie valt voor hem in komende wedstrijd, we kunnen echt niet verliezen."

"Is dat echt het enige waar je aan denkt?"

"Sorry hoor, maar ik wil echt niet verliezen van Huffelpuf, kom op."

Tijdens het ontbijt zit iedereen in de grote zaal te smoezen. Ik zoek Mary, maar elke keer als ik rondkijk, kijken mensen mij raar aan of gaan nog zachter fluisteren. Wat is er in hemelsnaam aan de hand?

"Lily! Hier!" Mary zwaait. Opgelucht neem ik naast haar plaats. "Hoe is het met je?" Ze kijkt me bezorgd aan.

"Wat heeft iedereen vandaag. Het enige wat ik hoor is gesmoes en nu doe jij ook al zo raar."

"Oh, je weet het nog niet…"

"Ik weet wat nog niet?!" Ze kijkt me met grote ogen aan. "Stop met gek doen en zeg wat er aan de hand is." Nu ben heb ik er wel genoeg van.

"Uh… Nou… Vanochtend hebben ze iemand op de derde verdieping gevonden."
"Verboden terrein… Nou, zeg op, wie is het? Malfidus ofzo?" Een waterig glimlachje van Mary.

"Lien, het is James."

"Dat kan niet. Ik zag hem gisteravond nog! Met mijn eigen ogen. Ik ben nog wel zijn kamergenoot." Het dringt tot me door. Hij was boos weggelopen en niet meer teruggekomen. Ik herinner om adem te halen. "Oh… En nu? Wat is er met hem?"

"Dat weet niemand precies. Hij is nu in de ziekenboeg, maar het is nog niet zeker of hij daar kan blijven… Gaat het? Lily…? Waar ga je naartoe? Je moet eten! Lily?!" Mary's stem ebt langzaam weg in de gang. Op automatische piloot loop ik door de school. Wat heb ik gedaan? Waarom moest ik zo naar hem uithalen? Hij bedoelde het goed en nu is hem door mijn schuld iets overkomen. Schilderijen en leerlingen flitsen voorbij. Ik blijf stug doorlopen.

"Juffrouw Evans, waar denk jij naar toe te gaan?" Anderling houdt me voor de ziekenboeg tegen.

"Ik moet Potter zien, professor. Mag ik er alstublieft langs? Ik moet weten hoe het met hem is."

"Hij wordt goed verzorgd en we letten zeer nauw op zijn conditie. Geen nood om naar binnen te stormen, Evans."

"Dat begrijp ik, professor, maar het is mijn schuld. Ik moet zien hoe het met hem is. Alstublieft!"

"Jouw schuld? Hoe ben jij hierin betrokken, Evans? Wat heb je gedaan?"

"Niets ergs, professor! Nou, ja… Ik heb nogal ruzie met hem gehad gisteravond en daarna is hij boos weggestormd. Alstublieft, laat me erdoor! Ik moet hem zien, professor… Alstublieft…" Ik begin te huilen. Het is allemaal mijn domme schuld. Waarom moest ik nou zo koppig zijn? Ondertussen is de grote zaal leeggestroomd om te zien wat er gaande is in de gang. Iedereen staart mij aan, maar het kan mij geen moer schelen.

"Kalm aan, Lily. Kom mee. Dan kan je even tot rust komen." Ze duwt me de ziekenboeg in. "De rest kan verder met hun ontbijt! Hup, terug naar de grote zaal, iedereen."

Langzaam kijk ik de boeg rond. De zaal is leeg, behalve het laatste bed. Het is afgeschermd en neemt meer plaats in dan normaal. Het is akelig stil. De klok tikt extra hard als contrast in de stilte.

"Kom, juffrouw Evans. Drink wat thee. Geen nood voor deze onrust." Ze gebaard dat ik op een bed kan zitten en reikt me een kop aan. Dankbaar neem ik deze aan. Ik voel me ongelofelijk ongemakkelijk. Ik kan echt nooit eens normaal doen.

"Sorry, professor. Ik liet mijzelf even gaan. Mensen zullen gaan praten, dat weet ik nu al. Wat ben ik toch een oen…"

Anderling wil iets zeggen, maar wordt onderbroken door de opslaande deur. "WAAR IS JAMES?!" Sirius rent naar binnen. "Professor, wat is er gebeurt?! Welke klootviool heeft dit gedaan? Ik ruk zijn hoofd eraf!"

"Jongeman, taalgebruik! En wees in godsnaam stil. De ziekenboeg is geen plek om te tieren en te vloeken." Anderling kijkt hem streng aan. "Meneer Potter kan alle rust gebruiken."

Snel veeg ik mijn tranen weg. Shit, hem kan ik er nu niet bij hebben.

"Lily… Sorry, ik zag je niet. Professor, wat is er gebeurd? Iedereen heeft het erover en ik wist van niets! Hoe kon dit gebeuren? En waarom de derde verdieping? Niets voor James…"

"Meneer Zwart, juffrouw Evans, luister goed. Dit is een eenmalige actie en een hoge uitzondering. Jullie horen hier in eerste plaats niet eens te zijn. Als jullie uiterst stil en voorzichtig zijn, mogen jullie even bij meneer Potter kijken. Maar…! Geen woord tegen medeleerlingen, niemand, niets. Jullie lijken meer te weten en zijn dierbaar voor meneer Potter, alleen daarom geef ik jullie permissie."

"Dankuwel, professor." Sirius maakt zich uit de voeten. Aarzelend, bang voor wat er komen gaat, loop ik achter hem aan.

"Tering…" Ik kan Sirius nauwelijks verstaan. Hij schopt de lucht. "Godverdomme."

Ik sla mijn hand voor mijn mond. Daar ligt James. Of beter gezegd, wat er wat van hem over is. Zijn hoofd is in zo'n mate verminkt dat ik er misselijk van wordt. Geschokt begin ik weer te huilen. Het is mijn schuld. Dit is mijn schuld.

"Mijn god…" snik ik. "Het spijt me zo."

Sirius begint te ijberen. "De tyfuslijers... Lily, dit is niet jouw schuld. Ik zweer het, ik zorg dat Azkaban ze morgen al te pakken heeft." Hij kijkt met grote ogen naar zijn vriend.

"Maar wie, Sirius? Wie heeft dit gedaan en waarom? Ik snap het niet… Gisteravond was het nog gewoon normaal…" Mijn hoofd tolt. Ik voel me niet zo goed. Op het laatste moment probeer ik het bijzettafeltje te grijpen, maar ik ben al te laat. Mijn benen zakken in elkaar en mijn hoofd knalt met een doffe bons tegen de muur.

AN: Vergeet niet op de poll te stemmen! Alvast bedankt.