23:30, Grand Hotel de la Minerve, Rome.


Nadat we afscheid hadden genomen van Hannah, die naar haar eigen appartement ging, waren we weer terug op de hotelkamer. Sabrina claimde gelijk de badkamer, en Melissa lag voordat ik op mijn bed kon gaan zitten al te slapen, met kleding, make-up en al. Ik trok mijn schoenen uit en pakte een gloednieuw reisdagboek uit mijn tas, die ik speciaal voor de gelegenheid had aangeschaft. Het was een simpel boekje met een harde leren kaft. Een gewoon notitieboek uit de boekwinkel tegenover mijn appartement. Ik griste een pen van het hotel van het nachtkastje en sloeg het boekje open.

Dag één. Noteerde ik.

Ik sloeg een paar regels over en dacht na wat ik er neer zou zetten.

Vandaag zijn we aangekomen in het prachtige Rome. De reis is goed verlopen; geen vertragingen etc. We logeren in het Grand Hotel de la Minerve, een 5-sterrenhotel. Ik verbaas me erover dat we dit kunnen betalen met ons studentenloontje. Maarja, het hotel is GEWELDIG! Groot en alle luxe die je je maar kunt voorstellen. Vanaf het vliegveld zijn we met de taxi naar het hotel gebracht, waar we 's middags met Hannah in de lobby hadden afgesproken. Met haar zijn we gezellig een hapje gaan eten. Nu zitten we uitgeteld op de hotelkamer. Moe van de reis, denk ik. Een jetlag kan het niet zijn, met dat ene uurtje verschil.

Ik las mijn stukje nog twee keer door, sloeg het boekje toen dicht en legde het op het nachtkastje. Ik stond op en slofte naar de kast, waar we die middag onze spullen in hadden gehangen. Ik trok mijn pyama aan en dook mijn enorme bed in, waar ik al gauw in slaap viel.


Ik liep door een donkere, lange gang. Mijn ogen gleden door het donker langs de pilaren aan weerszijden van de gang. Mijn benen droegen me naar het einde, maar stoppen kon ik niet. Ik had geen controle over ze.

Ik wist zeker dat ik moest zorgen dat ik niet aan het einde van de gang kwam, maar ik had geen idee waarom. Opeens liep Hannah naast me. Haar lege ogen staarden me treurig aan.

"Stop." Beval ze, maar mijn benen bleven doorlopen.

"Ann, dit is geen goed idee! Stop…"

"Ik weet wat ik doe." Hoorde ik mezelf zeggen.

"Nee, niet!" Ze zuchtte gefrustreerd. "Wat bezielt je? Dit wordt je einde."

"Overdrijf niet."

Hoewel het donker was zag ik dat haar blauw-groene ogen me droevig aankeken.

"Waarom ben je toch altijd zo eigenwijs, Ann? En waarom meng je je in zaken die je niet aangaan?"

Bij die woorden viel ze voorover. Tot mijn grote opluchting stonden mijn benen stil. Ik keek omlaag waar Hannah roerloos op de grond lag. Mijn armen staken zich uit en draaiden haar om. Ze lag lijkbleek in mijn armen, haar ogen gesloten. Mijn ogen werden groot van afschuw. Mijn rechterhand veegde de krullen uit haar gezicht, wat ook haar hals ontblootte. Daar zaten twee rijen tandafdrukken. Het was een vreselijke, opgezwollen, rood-paarse wond. Op de plek waar de tanden van het beest wat haar had gebeten in haar vlees hadden gezeten, was het zelfs helemaal zwart, afgestorven. Ik zou er misselijk van worden.

Mijn armen lieten Hannah weer op de grond vallen, en mijn benen stonden weer op. Ik wilde gillen en Hannah helpen, maar mijn lichaam reageerde niet op mijn bevelen.

Aan het einde van de donkere gang gingen twee enorme deuren open. Mijn armen schoten naar voren om iets vast te grijpen, maar grepen alleen maar lucht. Mijn benen begaven het en ik viel op mijn zij.

Vanuit het felle licht kwam een donkere gedaante aanlopen. Was lopen wel het goede woord? De gedaante leek bijna naar me toe te zweven.

"Gefeliciteerd, Miss Thomas." Klonk een stem, zo zoet en zuiver dat die alleen maar van een engel kon zijn. "Gefeliciteerd dat u zover bent gekomen. Het is jammer dat het zo moet eindigen…"

Toen vloog ik naar achter en viel in een diep zwart gat. Hoewel mijn lippen gesloten waren, hoorde ik in de verte mezelf gillen en om genade smeken. Door mijn gegil heen klonk ook Hannah's stem, maar ik kon niet verstaan wat ze zei. Toen raakte ik de vloer en ik voelde me alsof ik een spiegel was die in duizenden scherven uiteen viel.


Mijn ogen vlogen open. Wat was er gebeurd? Ik lag niet meer in bed. Hijgend lag ik op de brandschone vloer van de badkamer in onze suite. Mijn hoofd bonkte. Ik was ermee tegen de badrand gevallen. Ik hees mezelf aan de wastafel overeind en voelde voorzichtig aan de zere plek op mijn slaap.

"Ijs…" Mompelde ik.

Ik liep de badkamer uit naar de minibar, waar ik een ijskoud flesje bier uithaalde en die tegen mijn slaap drukte.

"Dan maar een tientje meer…" Zuchtte ik zachtjes tegen mezelf.

"Waarom gilde je?" Hoorde ik Sabrina's stem uit een andere hoek van de kamer.

"Nachtmerrie." Fluisterde ik.

"Oh… Waarover?" Vroeg ze zacht.

"Weet ik niet meer." Loog ik. "Maar ik ben blijkbaar wezen slaapwandelen."

"Oké…" Klonk het vermoeid. "Waarom heb je dat flesje? Ik dacht dat je niet dronk?"

"Ik ben met mijn hoofd tegen het bad gevallen. Ik loop morgen liever niet met een enorme paarse bult door de stad."

"Dat begrijp ik." Fluisterde ze. "Welterusten."

"Welterusten." Antwoordde ik.

Met het flesje tegen mijn slaap aangedrukt kroop ik weer in mijn bed, hopend dat ik deze nachtmerrie heel, heel snel zou vergeten.


10:00, De geheime archieven, Vaticaanstad

Met grote passen liep Hannah voor me uit de gangen door, wat me veel te weinig tijd gaf me te oriënteren en de prachtige architectuur te bestuderen. Zwijgend liep ik achter haar aan, en moest soms rennen om haar bij te houden. Ik had een enorme map bij me, klaar om alle informatie op te schrijven die in de toekomst nog van pas zou kunnen komen.

Hannah had gezegd dat ik wel moest weten wáár ik naar wilde kijken, maar daarop had ik gezegd dat ik gewoon wilde bekijken wat me interessant leek. Toen had Hannah een hele lijst met feiten over de archieven opgenoemd, hoeveel vierkante kilometer, zoveel voetbalvelden, zoveel ruimtes, zoveel documenten…

Maar toen was ik allang afgehaakt. Ik was gewoon hongerig naar kennis. Het verleden had me altijd al geboeid. Maar niet zomaar wat algemeen bekende feitjes, maar dingen die altijd over het hoofd waren gezien. Oeroude geheimen die na al die jaren nog steeds bewaard waren gebleven. Dingen die niet waren wat ze leken, en dingen die niet leken wat ze waren.

Iets zei me dat juist deze geheimen met de juiste informatie ontfutseld zouden kunnen worden. Die informatie zou in de archieven liggen.

Alles wat er is gebeurd, alles wat heeft plaatsgevonden, is vastgelegd. Had mijn grootvader eens gezegd. Het is alleen niet altijd op een logische, simpele manier gedaan. De mensheid van vandaag moet dus verder kijken dan de neus lang is, en verder zoeken dan het zicht reikt. Zodra men dat doet, is alles mogelijk.

Hannah had me toen ik dat vertelde gevraagd wat voor soort geheimen ik hoopte te vinden. Daarop had ik mompelend geantwoord:

"Dingen waar wetenschappers en archeologen tot op de dag van vandaag hun wenkbrauwen van fronsen. De doodsoorzaak van Toetanchamon, ik noem maar wat. Ik weet zeker dat zelfs toen ze bevolen is het topgeheim te houden, de Egyptenaren toch de waarheid hebben opgeschreven."

"Dat kun je beter aan de experts overlaten, Ann. Je kunt maar beter gewoon een onderzoeksonderwerp uitzoeken en daar voor je studie een mooi verslag over maken."

Ik had boos mijn schouders opgehaald. Ik had nooit kunnen verwoorden wat ik voor onverklaarbaarheden voelde. Dingen die ik gewoon móest weten. Misschien had ik gewoon teveel boeken gelezen, maar het oplossen van oude raadsels en geheimen gaf gewoon voldoening. Ik was een detective, en kon alles oplossen, als er maar enige aanwijzingen waren. Mijn aanwijzingen waren in dit archief.


"Wacht hier, Ann." Hannah wees op een bankje.

We stonden in een moderne hal, met verscheidene balies en een marmeren vloer. Het plafond was helemaal van glas. Aan de muren hingen religieuze schilderijen waar spotjes op gericht waren. Het was er heel rustig. Op ons twee na waren er twee van de (blijkbaar) tien baliemedewerkers en een man, die met zijn rug naar mij toe met één van de medewerkers stond te praten.

Ik keek naar Hannah, die wat met de baliemedewerker aan de andere balie overlegde. Ze liet hem wat documenten zien. De man gebaarde naar mij, en Hannah draaide zich om. Ze haalde nog wat documenten uit haar tas, legde ze op de balie, en liep terwijl de medewerker ze doorkeek naar mij toe.

"Je handtas en je rijbewijs." Zei ze en ze stak haar hand uit.

Ik gaf haar waar om ze vroeg en ze liep weer terug naar de balie, waar de medewerker de documenten leek goed te keuren. Hij pakte onze handtassen aan en gaf Hannah een klein voorwerp.

Ik keek de hal nog een keer rond, en merkte op dat de man bij de andere balie naar me had staan kijken. Hij draaide snel zijn hoofd weg toen hij zag dat ik keek.

Hannah liep weer naar mij toe.

"Geregeld." Zei ze opgewekt. "Ik moet je alleen even waarschuwen, we worden zometeen streng gecontroleerd op wat we bij ons hebben. We moeten een detectiepoortje door en-."

Ik wuifde haar weg. "Kom. Ik kan geen geduld meer opbrengen."

Ze knikte. We liepen naar de andere kant van de hal. Toen ik omkeek zag ik dat de man weer naar me aan het kijken was. Snel draaide hij zijn hoofd weer weg. Ik rolde met mijn ogen, maar voelde me erg ongemakkelijk.


Niet veel later liepen we door de beroemde archieven. Kort beschreven waren het een enorme hoeveelheid op elkaar aansluitende ruimtes, volgebouwd met kunst en boekenkasten, gevuld met nog meer kunst, documenten en boeken.

Na ongeveer tien minuten op topsnelheid door verschillende ruimtes te zijn gelopen, stonden we stil.

"Ik moet hier even wat opzoeken. Kijk jij maar even rond?" Ik knikte en Hannah liep weg.

Ik liep op een grote houten tafel af, waar enkele lege koffiebekers opstonden. Ook lag er een klein boek op. Het lag open en zag eruit alsof het ieder moment uit elkaar kon vallen.

Ik streek met mijn hand over de vergeelde pagina en begon het priegelige handschrift te ontcijferen.


Christopher Hawne is dood. Zijn dienstmeisje heeft hem gevonden in zijn studeerkamer. Pater Bertrand heeft zijn testament aan me voorgelezen, en het is precies waar ik op hoopte: ik zal zijn onderzoeksmateriaal erven. Hawne vertelde me ongeveer een jaar geleden in de rookruimte waar hij mee bezig was. Ik kon op dat moment mijn oren niet geloven, en noemde Hawne een dwaas. Dat hij hier tijd in stak, in deze fabels! Maar hij nam me mee naar zijn studeerkamer en liet enkele documenten zien die hij had gevonden. Mijn mond was open gevallen. Hij had ze gevonden! Hij had de Volturi gevonden! Maar daarmee overtrad hij hun hoogste wet. En op het overtreden van die wet staat de doodstraf. Ik weet dat met mij hetzelfde zou kunnen gebeuren, dus vertrek ik naar het Midden-Oosten. Ik denk niet dat-



Op dat moment werd het boek onder mijn neus vandaan getrokken. Verontwaardig draaide ik me om.

"Hé!"

"Dit boek is van mij."

Ik keek recht in twee donkere ogen, bijna gitzwart, die me wantrouwig aankeken. Het gezicht wat erbij hoorde was lijkbleek, maar verder in alle opzichten perfect. De brede kaak was verstrakt. De perfect gevormde, zwarte wenkbrauwen waren gefronst. Het glanzende zwarte haar stond van voren een beetje omhoog. Het was de man uit de hal. Van een afstandje had hij veel ouder geleken, maar ik schatte hem nu niet ouder dan een jaar of twintig.

"Oh, sorry…" Zuchtte ik. "Ik wist niet dat het van u was… Het spijt me."

"Het is oké…" Zei hij nors.

"Eh… Zou ik misschien een kopietje van deze bladzijde kunnen maken?" Stamelde ik terwijl ik naar het boek in zijn handen wees.

"Nee." Zei hij kortaf. "Dit is privé-eigendom. Ik had het hier perongeluk laten liggen. Als je me nu wilt excuseren, ik heb méér te doen vandaag."

Met die woorden klapte hij het boek dicht, stopte het in zijn tas, draaide zich om en liep de ruimte uit, een verbaasde ik achterlatend.


"Hannah!" Snel liep ik tussen de hoge kasten door op zoek naar mijn vriendin.

"Wat is er, Ann?" Klonk het vanachter de boekenkast links van mij.

Ik liep de hoek om naar Hannah toe, om de vraag te stellen die op mijn tong lag te branden.

"Wat is een Volturi?"


Dit Chapter heeft me serieus eeuwen gekost, gewoon door inspiratieloosheid en andere slappe excuses. Het is ietsiepietsie langer dan normaal, maar dat mag ook wel. Het volgende project wordt waarschijnlijk weer een chapter voor "My Worst Nightmare", maar omdat ik het lot van dat verhaal al teveel heb bepaald, sta ik wat minder te trappelen om daar voor te schrijven, sorry daarvoor, maar ik zal er nog niet definitief mee stoppen. Als je daarvoor (of voor deze fic) nog ideetjes voor het plot hebt, vertel het me dan alstjeblieft! Ik kan overal wat mee! :)

Nou, hierna gaat het dus echt beginnen. Ik probeer het zo orgineel, leuk en spannend mogelijk te houden, maar wie zegt dat dat gaat lukken? Maarja, schouderklopje voor jezelf voor het lezen en je hoeft geen heel verhaal te reviewen, ik ben zelfs blij met 1 woord om te horen wat je ervan denkt!

xx