Back to where I belong II
Dankjewel voor de reacties Cecillia&Girlswillbegirls. Hier het vervolg van de vorige hoofdstuk, sorry dat het wat later op de dag is gepost. Het is niet zo´n lang stukje, maar de volgende hoofdstuk wordt wel langer,beloofd. Enjoy!
Back to where I belong II
"Welkom terug, Baruchi. Hoe was het in Frankrijk?" vroeg Rodolphus.
''Niets bijzonders,Beauxbatons stelt niet veel voor zonder jullie,'' antwoordde ik eerlijk.
"Inderdaad, je had beter naar Klammfels kunnen gaan, " mengde Lucius zich in het gesprek, "een uitstekende school, heb ik zo gehoord. Je zult daar geen dreuzelsgebroed vinden zoals op Zweinstein, onze schoolhoofd is namelijk een vuile dreuzelsvriend,'' zei hij schamper, terwijl de anderen instemmend knikten.
"Mijn familie wilde Regulus daar ook heen sturen,'' voegde Cissy eraan toe, "maar Zweinstein zal je vast ook bevallen. We helpen je wel om kennis te maken met de gang van zaken.'' Voordat ik iets kon zeggen stormde iemand de coupé binnen.
"Die vervloekte Potter heeft mijn mantel," en hij wees op het uiteinde van zijn mantel waar je sporen van verbranding kon zien, "geprobeerd om te verbranden met vuurspuwende kikkers" zei hij nog nahijgend van het rennen. "Hij probeert me overduidelijk af te leiden, en ik weet niet waarom," eindigde hij. Hij kwam me bekend voor met zijn blonde haren en blauwe ogen.
"Wat doe je hier dan nog, idioot. Wie weet wat die bloedverrader en zijn vriendjes gaan doen,'' sneerde Bella hem toe.
"Zijn tactiek heeft in ieder geval gewerkt,'' zei Rodolphus woedend terwijl hij de jongen ruw opzij duwde en Bella bij haar hand pakte, hoogstwaarschijnlijk om samen die Potter jongen te wreken voor wat hij kan hebben gedaan. Ik keek Narcissa vragend aan. Toen ze mijn vragende gezicht zag legde ze me uit dat Bellatrix en Rodolphus een soort relatie hadden. Ik was geschokt maar tegelijkertijd verbaasde het me niet, ze waren geschapen voor elkaar. . Ze wierp een veelbetekende blik op Lucius, tijdens het praten, die mij niet was ontgaan
"En moeten we ze niet helpen?" vroeg ik uiteindelijk aan niemand in het bijzonder na een stilte.
"Laat ze maar, ze kunnen het wel alleen af,'' zei Narcissa grijnzend.
"Wie is Potter eigenlijk?" vroeg ik.
"Dat zul je nog gauw merken,'' zei Narcissa ietwat ongerust. Ik liet het dus verder rusten.
"Leila? Ben jij dat?" zei die jongen die onverwachts onze coupé was binnengestormd en had gewaarschuwd over Potter.
"Ja? Wie ben jij?"
"Ik ben het, Jeegers'' Ik slaakte een kreetje van ontzetting en hij grijnsde breed.
"Wat ben je veranderd!''
"Dat kan ik ook van jou zeggen,'' zei ik terug. Hij was veranderd, maar ik kon toch iets bekends in hem terugvinden. Na uitgebreid met hem en de rest te hebben gepraat kwamen Rodolphus en Bellatrix weer terug. Ze hadden beide zelfvoldane grijnzen op hen gezicht.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Severus opeens, terwijl hij even opkeek van zijn boek. Hij had al de hele tijd niets gezegd, ik kende hem niet echt goed.
"Die vuile onderkruipsel en zijn smerige vriendjes hebben straf en we hebben ze goed vervloekt,'' lachte Bellatrix sluw. "De littekens zul je nog wel een paar dagen zien."
"Wij zijn er wel goed vanaf gekomen, het was namelijk professor Sluijter,'' voegde Rodolphus eraan toe. Ik snapte niet veel van wat Rodolphus zei, maar daar zou ik nog snel genoeg achter komen. Ik was algauw meegesleurd in een ander gesprek.
"En zijn ouders zijn naar het St. Holisto gestuurd,''' kierde Bella uit. Ze zat een verhaal te vertellen over de ouders van een modderbloedje die dus dreuzels waren en een traumatische gebeurtenis met tovenaars hadden meegemaakt. Hierop stikte Rodolphus zowat in zijn chocokikker van het lachen, ik keek hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Is toch grappig'' zei hij lachend tegen me. Ik schudde met mijn hoofd maar kon net niet een grijns onderdrukken vanwege zijn actie.
"Zo zouden ze met alle dreuzels moeten omgaan,'' zei Lucius hooghartig. Iedereen knikte instemmend zag ik, met uitzondering van Severus die diep geconcentreerd zijn boek aan het lezen was, met zijn gezicht bijna helemaal tegen het boek aan. Niemand schonk aandacht aan hem. Vol leedvermaak luisterden de anderen naar wat Bellatrix verder te zeggen had, je kon hoe dan ook niet ontkomen aan haar.
"Waar zijn de anderen?" vroeg ik nadat iedereen was uitgelachen. Ik doelde voornamelijk op Rabastan, Goldstein, Dolochov, Andromeda, Roselier, Ravenwoud en nog een paar anderen die ik van vroeger kende.
"Die zijn in een andere coupé, je zult ze straks wel op school zien,'' antwoordde Rodolphus. Hij richtte zijn aandacht weer meteen op Bellatrix en ik wendde me tot Narcissa. Ik stelde haar vragen over Zweinstein terwijl ze die beantwoordde. Ik mocht haar graag, ze was wat volwassener dan de meeste anderen hier, had ik gemerkt, om die reden kon ik goed met haar opschieten. Ik besloot wijselijk om mijn mond dicht te houden over haar en Lucius, dat kwam wel een andere keer. Ik had namelijk gemerkt dat er iets tussen hen afspeelt.
Ik luisterde gefascineerd naar Narcissa's uitleg over de vier afdelingen op Zweinstein, daar had ik nog nooit iets van gehoord. Bellatrix, Lucius en Rodolphus mengde zich algauw ook in het gesprek en legde me alles uit, vooral over Zwadderich, hun afdeling en dus waarschijnlijk ook de mijne. En over de rivaliteit tussen Zwadderich en Griffoendor, een andere afdeling die niet zo geliefd was bij hen kon ik concluderen.
"Je móet in Zwadderich komen," zei Lucius.
"Alsof ik dat zelf al niet door had," antwoordde ik, "maak je geen zorgen."
"Ha, ik zie het al voor me als je bij Griffoendor zou worden ingedeeld, samen met al die vuile modderbloedjes," zei Lucius schamper. "Maar dat zal niet gebeuren," voegde hij eraan toe toen hij mijn blik zag.
De tijd vloog voorbij en voordat ik het wist was de treinreis al afgelopen en vaarde de stroomtrein minder snelheid. Ik had me erg vermaakt met mijn oude vrienden en ik had het gevoel alsof we nooit van elkaar gescheiden waren. Niet ervan bewust dat dit gevoel in de toekomst een heel andere richting zou nemen stapte ik met mijn vrienden de trein uit. Ik liep samen met Bellatrix, Narcissa en Andromeda, die zich ook bij ons had toegevoegd, naar een van de koetsen die schijnbaar door niets werden getrokken. Ik merkte dat veel kinderen, vooral de wat jongere, doodsangsten uitstonden voor Bellatrix. Dit gold ook voor de rest van mijn vrienden, het was duidelijk merkbaar dat ze veel invloed hadden. Dit beloofde een interessant jaar te worden…Ik zag tot mijn teleurstelling nergens Rabastan, ik hoopte dat ik hem vandaag nog zou zien. Automatisch ging iedereen uit de weg voor ons. Ik zag dat een tweedejaars me angstig aankeek en vervolgens wegholde toen haar blik afdwaalde naar Bellatrix. Andromeda was een zesdejaars Zwadderaar, een jaar hoger dan mij en Bellatrix, en een rustig meisje in tegenstelling tot Bellatrix, haar zus. Ze had donkerbruin haar met net zo bruine ogen, ik kende haar niet heel erg goed van vroeger, maar ik hoopte dat daar verandering in zou komen.
