Een extra lang stukje!:
--
Hoofdstuk 2 Meet Slyth!
Na een korte rit stapten we uit de koets. Een gigantisch kasteel doemde voor me op; Zweinstein. Het kasteel was prachtig en gewoonweg overweldigend.
"Prachtig,
niet? Dat had ik ook toen ik hier voor het eerst kwam," zei
Andromeda tegen me, ik zag vanuit mijn ooghoeken dat ze me zat te
bestuderen.
"Inderdaad,'' stemde ik in. Een golf van kalmte
spoelde over me heen toen we zo met z'n tweeën Zweinstein
zaten te bewonderen. Andromeda was duidelijk diep in haar eigen
gedachtes verzonken. De rust werd verdreven door Narcissa en
Bellatrix die vlak achter ons gearriveerd waren en ruzie zaten te
maken.
"Jíj moet je inhouden," zei Narcissa nijdig, "sssht, daar komt hij, stil. Zet me niet voor paal." Abrupt vielen ze beide stil ik wierp een blik naar achteren en zag dat de reden daarvoor Lucius Malfidus was. Narcissa voegde zich giechelend bij hem samen terwijl Lucius Noot en Jeegers wegjaagde van zijn zijde wat niet bepaald onopgemerkt bleef. Verbaasd gingen de twee jongens naar Antonin Dolochov en Rodolphus die samen zaten te smoezen ze wierpen een geïrriteerde blik op de twee jongens maar gingen toch maar naar het kasteel. Bellatrix liep gearmd met Rodolphus mee. Andromeda leek wakker te schrikken uit haar gedachtes en keek onthutst om zich heen. Ik pakte haar arm vast en liep ook richting het kasteel. Ik volgde de rest van de leerlingen naar de ingang van de school, iedereen liep door totdat we aankwamen bij een groot zaal.
"Dit is de Grote Zaal, hier eten we en vind de sortering plaats," informeerde Andromeda me. In de Grote Zaal bevonden zich vier lange tafels waarboven duizenden kaarsjes zweefden, ik liet mijn blik afdwalen naar het uitzonderlijk plafond. Het plafond zag er precies uit als de buitenlucht, ook hier was de hemel bezaaid met fonkelende sterretjes.
"Ik
denk dat je het beste naar professor Anderling kunt gaan voor je
sortering, ik breng je wel," ik volgde Andromeda op de voet, tegen
de stroom leerlingen. Ik zag dat een koppeltje in een hoekje die
elkaar zaten af te lebberen, mijn hart sloeg een slag over toen ik de
jongen herkende. Ik wist vrij zeker dat hij het was. Rabastan
Lestrange. Met afschuw scheurde ik mijn blik los van hen. Ik voelde
een scheut jaloezie bij het aanzicht van Rabastan met een andere
meisje. Wat
kon je ook anders verwachten? Natuurlijk heeft hij een vriendin, hij
ziet er goed uit. Nog steeds na al die jaren…
Gelukkig zag hij mij niet. Ik zag dat Andromeda zich omgekeerd had om
te kijken waar ik bleef ik liep, een beetje verward, snel weer achter
haar aan voordat ze iets doorkreeg. We liepen in de hal naar een
streng uitziende vrouw met haar haren in een strakke grijze knot met
een bril op haar neus aan haar gerimpelde gezicht te zien was ze
redelijk oud. Ze stond voor een kletsnatte en bibberige groep
leerlingen. Eerstejaars. De docente draaide zich om met de leerlingen
op haar hiel, ze stopte toen ze mij en Andromeda zag.
"Moeten
jullie niet in de zaal zitten?" vroeg ze achterdochtig.
"Dit is een nieuwe leerlinge, ze moet nog gesorteerd worden, professor. En ik dacht..."
"Oh juist ja, kom maar mee," onderbrak professor Anderling haar terwijl ze me bestuderend bekeek vanaf haar bril. "Leila Baruchi is het niet?" Ik knikte ter bevestiging. Andromeda schonk me nog een laatste bemoedigende blik en vertrok. Ik liep achter professor Anderling aan met de horde eerstejaars. We liepen de Grote Zaal weer binnen, de drukke kletsende leerlingen vielen stil zodra Anderling de deuren van de zaal openmaakte, een aantal leerlingen maakten zich snel nog een weg terug naar hun eigen afdelingstafel. Het rumoer verstomde en ik voelde honderden nieuwsgierige ogen op mij prikken en hoorde ze fluisteren. Met kordate stappen liep Anderling naar het begin van de zaal waar de leraren zich bevonden, ik volgde haar ook met zelfverzekerde stappen. Anderling haalde een versleten hoed tevoorschijn en plaatste hem neer op een kruk die voorin de zaal stond.
"Als ik jullie namen roep, kom je naar voren en zet je de hoed op om vervolgens gesorteerd te worden daarna ga je naar je desbetreffende afdelingstafel," zei Anderling tegen ons terwijl ze ons streng aankeek. De hoed begon te zingen toen het stopte haalde Anderling een lijst tevoorschijn.
"Aerts, John" galmde het door de zaal en een trillende eerstejaars maakte zich een weg naar het krukje. Na een aantal seconden riep de hoed "RAVENKLAUW". Haastig liep hij naar de blauw met brons versierde tafel waar het hardst geklapt werd. Ik zag, tenminste ik dacht dat hij het was, Augustus Ravenwoud. Hij zat aan de groen met zilverkleurige tafel, dat moest dus de tafel van Slytherin zijn. Ik keek verder en zag dat iedereen die ik vandaag had ontmoet daar zat.
"Barney, Angelina"
"GRIFFOENDOR"
"Baruchi, Leila" zodra mijn naam werd geroepen liep ik naar voren naar de kruk toe. Ik zette de hoed met een sierlijke boog op mijn hoofd en keek wat hooghartig de zaal in. Ik maakte me niet druk, ik wist toch wel waar ik zou belanden.
"Zo, waar zullen we jou eens indelen? Ja ja…hmm je bent uitzonderlijk slim, je zou het zeker niet slecht doen in Ravenklauw. Maar je bezit zeker ook wel lef en sluwheid…hmm maar je familienaam zegt het ook al… SLYTHERIN!"
Groot
applaus brak uit bij de tafel van Slytherin terwijl de andere
afdelingstafels flauwtjes klapten. Ik liep naar mijn afdelingstafels
en ik nam plaats tussen Bella en Cissy die me wenkte. Vooral de twee
meiden, Lucius en Rodolphus keken tevreden. Niemand had ook iets
anders verwacht dan dat ik in Slytherin zou worden geplaatst. Mijn
blik zocht de tafel af naar Rabastan, ik kon het gewoon niet laten,
ik had hem dan ook al jaren niet meer gezien. Ik had hem ongelofelijk
veel gemist ook al wilde ik dat niet toegeven, want van binnen was ik
kwaad op hem. Kwaad door hetgeen wat zich net in de had afgespeeld.
In die glimp dat ik van hem had gezien was hij volwassen geworden en
ik kon niet stoppen om aan hem te denken. Ik kon hem nergens meer
vinden hij was vast bij zijn vriendinnetje…Mijn gedachten werd
onderbroken door een jongen die schuin tegenover me zat.
"Een
Baruchi is het niet?" vroeg hij, ik knikte ter bevestiging.
"Welk jaar?"
"vijfde jaar"
"Ik ook, aangenaam, ik ben Edwin Roselier. Onze ouders kennen elkaar volgens mij," zei hij verwaand.
"Ook
aangenaam." Slijmbal.
Ook
alleen vanwege mijn achternaam.
Ik groef in mijn geheugen naar de familie Roselier, ik had die naam
volgens mij wel eens eerder horen vallen bij mijn ouders, dus dat zat
wel goed. Ik glimlachte eventjes naar hem, ik wilde geen vijanden
maken met iemand van de Roseliers mijn vader zou het niet op prijs
hebben gesteld en ze waren redelijk invloedrijk. Zijn vader was ook
een trouwe dooddoener. Ik glimlachte om mezelf; ik was goed
geïnformeerd. Hij gaf me een zelfvoldane knipoog. De sortering
ging verder, elke keer als iemand in Slytherin werd geplaatst klapte
iedereen hard en ik lachte de hele tijd om Dolochov en Rodolphus die
iets te overenthousiast waren en nog net niet op de tafel sprongen en
elke keer als de sorteerhoed Griffoendor riep maakten ze boe-geroep.
(jongens konden soms zo kinderachtig zijn) En vele anderen van
Slytherin werden zo ook gestimuleerd om mee te doen aan het
boe-geroep. Het was duidelijk dat onze afdeling niet het meest
geliefd was. Ik keek om naar Bellatrix en zag dat ze naar Rodolphus
keek, Rodolphus keek haar grijnzend aan en gaf haar een knipoog. Ik
rees mijn wenkbrauwen omhoog naar hem en hij haalde, nog steeds
grijnzend, zijn schouders op. Damn wat leek hij zo op zijn broer, hij
paste goed bij Bellatrix.
De
rumoer in de zaal verdween langzaam toen een oude man opstond van de
lerarentafel nadat de sortering was afgelopen, hij had een lange
witte baard, een bril op het puntje van zijn neus hij was zeker al
boven de honderd jaar oud. Hij had een felle paarse mantel aan, hij
spreidde zijn armen uit.
"Welkom op Zweinstein! Ik ben professor Perkamentus …" De rest hoorde ik al niet, Lucius zat er doorheen te praten.
"Begint
hij weer met zijn jaarlijkse preek, elke keer dezelfde onzin. Vader
vindt hem geschift en gelijk heeft hij," sneerde hij tegen zijn
vrienden. "Hij is een modderbloed-vriendje.'' Iedereen knikte
instemmend, ik luisterde aandachtig naar wat ze te vertellen hadden
en ik was voor het grootst gedeelte mee eens. Pure bloed vond ik zelf
ook heel belangrijk en ik was dan ook trots op mijn oeroude familie
wiens stamboom ver terugging. Ik keek om me heen de rest van de
afdelingstafel luisterde aandachtig naar hem behalve Slytherin waar
iedereen dodelijk vervelend keek, Jeegers maakte een gaapgebaar.
Bellatrix besloot ook om haar mond open te doen, 'die
moederbloedjes moeten zo nu en dan gevoed worden met hoop, maar wacht
maar tot ik van school af ben. Dan sluit ik me aan bij de heer van de
duister en help ik mee met de uitroeing,' ik besefte op dat moment
niet hoe serieus Bella en al mijn vrienden waren. Professor
Perkamentus ging weer zitten en de tafels waren opeens rijkelijk
gevuld met allerlei verschillende eten, het zag er heerlijk uit. Ik
schepte wat eten op het verschilde veel van het eten op Beauxbatons.
Tijdens het eten luisterde mijn vrienden en ik naar Lucius verhalen
over het ministerie en hun plannen die hij af zat te. Algauw daarop
brak het onderwerp aan over de heer van de duister oftewel in de
volksmond: Hij-die-niet-genoemd-mag-worden, Niemand sprak natuurlijk
zijn naam uit, iedereen was enthousiast over zijn plannen en ik ook
deelde hun mening. Wat ik toen niet besefte was dat ik toen nog
veilig binnen de muren van Zweinstein zat en niets van de wrede
buitenwereld wist.
"-we moeten inderdaad ons bloed puur houden
en daar kan alleen de heer van de duister voor zorgen," bracht ik
in.
"Zelfs de oudste volbloed familie's worden aangetast door bloedverraders en dat is zonde," zei Narcissa, haar uitdrukking straalde walging uit en ze keek hooghartig om zich heen alsof ze iedereen zat uit te dagen om daar iets tegen in te brengen. Typisch Narcissa. Lucius keek tevreden naar haar.
"En daarom moet je dat niet toestaan en ze uit de wegruimen" Bella.
De
tijd vloog voorbij en ik vermaakte me erg. Na het eten stond
Perkamentus weer op en wenste ons een goede nachtrust, ik had niet
zo'n slaap maar ik wist dat ik morgen vroeg op moest, ik zag dat
Bella ook nog klaarwakker was integendeel tot de meeste andere
leerlingen van Zweinstein. Gearmd tussen Cissy en Bella volgde ik
Severus naar de leerlingenkamer van Slytherin, hij was de
klassenoudste was ik achter gekomen en wist dus ook wachtwoord. Hij
deed geen moeite om te wachten op de eerstejaars en streed met grote
passen weg. Een groepje derdeklassers ging gauw uit de weg voor ons.
Er viel niet om heen te draaien, de Slyth gang was berucht. En dat
kon je duidelijk merken aan de gezichten.
"Hij lijkt net een
vampier," fluisterde Narcissa over Severus, ik lachte om haar
opmerking. Tijdens de weg naar de leerlingenkamer probeerde ik alles
zo goed mogelijk van deze enorme kasteel in me op te nemen en de
gangen een beetje leren te kennen zodat ik zelf ook alleen de weg kon
vinden. We gingen steeds dieper het kasteel in en het werd ook steeds
kouder. De leerlingenkamer van Slyth lag namelijk in de kelders van
de school. We arriveerden eindelijk bij een muur met een slang in de
deur gegrift. Severus zei het wachtwoord: Sisseltong. De stenen muur
schoof opzij en verhulde zo de leerlingenkamer. Het was versierd met
de kleuren groen en zilver, in het midden tegen de muur was een haard
die flakkerde. Er waren zwarte leren banken en groene fauteuils en
tafeltjes over de leerlingenkamer verspreid. Ik nam afscheid van
Cissy en Droma, de jongens maakten zich een weg naar hun eigen
slaapkamers, aan de gezichten te zien was iedereen moe. Ik liep met
Bellatrix naar boven die nogal in haar sas was merkte ik meteen op.
Ik keek haar vragend aan.
"Wat?"
zei ze maar ze kon de grijns van haar gezicht niet onderdrukken. Ik
rees een wenkbrauw op.
"Probeer je niet onschuldig op te
stellen, voor de dag ermee wat heb je gedaan? Je bent vandaag
opmerkelijk blij." Het was me inderdaad niet ontgaan dat Bellatrix
vandaag in goede humeur was, ik kende haar goed genoeg en wist dat ze
meestal veel gemener was tegen iedereen.
"Nu
is nog niet de tijd, een andere keer," zei ze duister. Mijn
wenkbrauw schoot nog hoger, na een tijdje geprobeerd te hebben het
uit haar te krijgen liet ik het maar zitten. Ze mocht nog niets
vertellen zei ze me.. We liepen samen naar onze slaapkamer, na me
omgekleed te hebben ging ik op het hemelbed liggen. Ik zorgde eerst
ervoor dat alle emoties uit mijn gezicht en stem verdwenen waren
voordat ik begon te praten: "Ik heb Rabastan helemaal niet gezien
tijdens het eten." ik kon het niet laten om het niet te vragen…
mijn nieuwsgierigheid overnam het van me. Ik klonk normaal, maar ik
was dan altijd heel erg goed geweest in het verbergen van mijn
emoties door gewoon een glasharde masker op te zetten.
"Ik weet
niet,maar ik kom er wel achter,'' zei ze sluw "Hij houdt iets
verborgen voor mij, hij denkt dat ik zeker niets door heb…" O-oh
ze had iets in haar gedachten gehaald en dan kon je Bella niet meer
tegenhouden. Zoals altijd werd ik er in meegesleurd, maar ik heb het
nooit erg gevonden, en nu dus ook niet. Daarbij ik was ook razend
nieuwsgierig, niet alleen was Rabastan er niet tijdens de feestmaal
maar ook Lucius gedroeg zich een beetje vreemd. Dat was ons niet
ontgaan. Ik vertelde haar dat ik Rodolphus en Antonin met elkaar zag
smoezen.
Uiteindelijk na lang geroddeld te hebben over de jongens en afgesproken te hebben om erachter te komen wat er aan de hand was dommelde ik in slaap terwijl Bella een paar eerstejaars in hun slaap verlamde. Het was duidelijk dat onze vriendschap nog steeds erg sterk was. Het was toch maar iets onschuldig…maar of ze ook zo zou blijven…Ik kon het niet meer fout hebben, maar dat wist ik op dat moment niet.
Ik gebruik sommige termen in het engels omdat ik dat mooier vind klinken, voornamelijk namen. Lestrangevan Detta, SlytherinZwadderich
Dankjewel voor de reactie Cicillia.
