Oh! het spijt me zo dat ik al zó lang niet meer heb geupdate! Ik ben gewoon zo vreselijk druk geweest met alles en school en ARGH! verselijk..
daarom voor jullie een extra lang hoofdstuk (: en ik zal natuurlijk ook proberen me andere verhalen weer te updaten ;D Have fun! It's a drama chapter! REVIEW :D
xx Jade
De stilte die er op mijn afdeling heerste wendde eigenlijk nooit. Elk geluid was hier te horen op de gangen en de draken koppen die aan de bogen hingen keken op je neer met een rare blik in hun ogen.
De zwarte glimmende stenen waren overal en ik was juist op weg naar mijn eigen kantoor toen ik een harde knal hoorde. Ik hield me staande aan de muur en mijn knot viel uit bij een schok die vast wel het hele ministerie moest hebben gevoeld.
Ik stond op met bibberige benen en probeerde, zo snel dat ging op pumps, naar het gebied te lopen waar de schok vandaan kwam. Ik keerde verschillende hoeken om, hoorde een schreeuw, en zag een groene lichtflits uit het kantoor van meneer Selfijn komen.
Ik schopte mijn pumps uit en rende er naar toe en trok mijn toverstok. De deur stond open en ik keek naar binnen om 3 mensen met zwarte capes de boel over hoop te zien halen. Eentje merkte me op en ik dook nog net op tijd opzei voor een paarse straal die op me kwam afgesuisd.
Ik vuurde een verlammingsstraal maar hoorde alleen het knappen van een glas die ik had geraakt. Meerdere stralen raakte de deurpost waar ik naast stond en verschillende stukken houden vlogen langs mijn hoofd.
'Kom op, het ligt er niet!' Hoorde ik een ruwe stem zeggen en ik stapte aan de kant en vuurde gelijk een spreuk af op de eerste de beste man die ik zag af. Ik dook opnieuw weg, en werd omvergeduwd door de kracht van de spreuk en strompelde met mijn kousen in de glas scherven die overal lagen verspreid.
Ik voelde de scherven in mijn voetzolen snijden maar ik wilde er niet aandenken. Ik richtte mijn toverstok weer en had er een bijna geraakt maar die dook ook aan de kant. Zijn kap schoof wat omhoog en ik zag een gezicht van een jong iemand, ongeveer even oud als Remus en Sirius. Ik kon me niet voorstellen hoe zo'n jong iemand tot zo iets slechts in staat was. Ik liet een paar potten vallen van de planken waardoor ze moesten duiken en ik tijd had om weer op te staan. Mijn hele panty zat onder het bloed en ik keek naar Meneer Selfijn, zijn terug gerolde ogen keken met een blik naar het plafon die ik nooit meer zou vergeten.
Zijn gezicht was bebloed en zijn lichaam lag in een rare hoek die niet normaal kon zijn voor iemands lichaam. Ik schrok op toen er een spreuk me net naast me hoofd raakte, en dook aan de kant voor een ander, waardoor ik in de scherven kwam. Alle sneeën en alle stukken glas stopte ik als gedachte in mijn achterhoofd, ik moest zorgen dat ze niet ontsnapte voordat de Schouwers er waren.
Meerdere glazen potjes vielen naar beneden en ik beschermde mijn hoofd voor de glas scherven. Ik stond weer op, negeerde de schreeuwende pijn in mijn voeten en riep mijn schild op voor een ontmantelingspreuk.
Ik zag hoe de jonge man met de kap en een andere weg gingen via de haard terwijl ik in een duel bleef met de andere. Mijn onrustige ademhaling en angstige blik liet hem breed grijnzen zover ik dat kon zien.
'Expelliarmus!' Mijn toverstok vloog uit mijn hand en hij was in een paar snelle passen bij me en trok me aan mijn haar naar boven omdat hij toch echt wel wat groter was dan mij.
'Modderbloedjes moeten zich niet bemoeien met zaken die hun niks aangaan…' Ik hoorde stemmen, en dacht dat de Schouwers toch wel wat sneller mochten zijn. De man in de cape voor me gromde gaf me een harde stom in mijn gezicht en daarna in mijn maag en liet mijn haren los waarna hij ook de haard in schoot.
Mijn zicht werd minder en er kwamen allemaal zwarte vlekken op me afgezoeft, de pijn in mijn voeten werd steeds minder omdat ik mijn bewust zijn verloor en ik liet mijn hoofd terug op de grond vallen en hoorde nog mijn naam vallen en een zwart gestalte op me af rennen, daarna werd ik in de duisternis gezogen.
'Komt alles goed met haar?' Vroeg een bezorgde stem die ik ergens van herkende.
'Ja, alles is geheeld, en als het goed is kan ze elk moment weer wakker worden. Ze mag vanavond mee naar huis.' Een stem die ik niet herkende sprak dit keer, hij klonk bezorgd maar ook geruststellend en vertrouwend.
'Oke, bedankt…' Fluisterde de stem die ik wel herkende en iets warms pakte mijn hand vast.
'Wat deed ze daar…' Weer een stem die me bekend voor kwam…
'Het is haar afdeling, wat zou jij doen als je opeens knallen hoort waar jij werkt?' de stem had een sarcastische ondertoon, en als mijn hoofd niet bonkte dan had ik geprobeerd te glimlachen.
Ik probeerde met mijn ogen te knipperen en zag een fel licht boven me terwijl er 3 schaduwen om me heen zaten. De gene links van me boog zich over me heen en het wazige beeld van eerst kreeg langzaam vorm.
Een grijnzende Sirius keek op me neer en ik glimlachte toen ik ook Remus en James bij me zag zitten.
'Hoe voel je je?' Vroeg Remus en ik zuchtte even terwijl ik overeind probeerde te komen. De hele kamer was wit en ik lag op een zacht comfortabel bed terwijl er een slangetje in mijn hand zat en mijn andere in het verband zat.
'Wel oke… een beetje hoofdpijn maar dat is het. Maar waar ben ik?'
'In het ziekenhuis, je had overal sneeën over je benen en veel op je handen en voeten. Je was bewusteloos toen we je vonden. Ik schrok me echt dood toen ik je daar zag liggen, wel ik denk dat James zich ook een ongeluk schrok. Het leek net als of je… dood was…' Eindigde Sirius in een fluistertoon en ik merkte dat hij mijn hand vast had waar ik een geruststellend kneepje in gaf. Ik zag James ook grimassen en Remus keek ook een beetje treurig.
'Wanneer mag ik naar huis?' Vroeg ik maar voor de zekerheid, omdat ik niet zomaar weg wilde gaan terwijl dat eigenlijk helemaal niet mocht.
'Als je denkt dat je het aankunt Kitten.' Zei Sirius met een grijns en Remus zuchtte terwijl James geamuseerd met zijn ogen rolde. Ik bloosde en om een raar gesprek te vermijden riep ik de zuster die me hielp en de jongens de kamer uit stuurde zodat ik met alle rust kon omkleden.
Na een half uur liep ik, nog een beetje mank, naar buiten toe en stonden ze alle 3 op als de heren die ze waren en schoten ze me te hulp. Ik wees dit vriendelijk af en zei dat ik alleen zo snel mogelijk naar huis toe wilde.
Toen ik eindelijk thuis was wilde ik eigenlijk alleen nog maar naar mijn bed toe. Remus zei dat hij wat te eten ging maken voor het geval dat en Sirius hielp me de trap op. Hij hield me vast zoals ik niet gewend was van hem, als of hij helemaal serieus was.
En natuurlijk moest ik weer blozen toen ik struikelde en hij me opving en gelijk vroeg of het wel ging.
'Ja gaat wel…' Antwoordde ik zachtjes en hij keek me nog even onderzoekend aan waarna hij me weer zijn Sirius grijns gaf.
'Anders draag ik je wel…' En voordat ik ook maar kon reageren pakte hij me op in bruidstijl en liep grijnzend de hal in.
'Sirius zet me neer!' Siste ik naar hem en probeerde op zijn schouder te bonken maar merkte dat het nogal pijn deed in mijn handen.
'Ik weet wel dat je het eigenlijk wel leuk vind, Kitten.' Ik gromde naar hem en hij gaf me weer zijn grijns.
'Katten miauwen, Kitten. Honden grommen.' Hij legde me op mijn bed neer en ik was verbaasd dat hij het zo voorzichtelijk mogelijk deed. Sirius zag er voor mij altijd uit als een flirtende charmerende grappen maker, maar zijn serieuze kant zag ik nu pas.
'Wil je nog een deken of iets?' Ik schudde lachend mijn hoofd en bedankte hem voor het helpen. Er viel een stilte die een beetje raar aanvoelde, voor mij tenminste.
'Sirius…' Op dat zelfde moment dat ik zijn naam uitsprak zei hij de mijne en we lachte even zachtjes.
'Wil je dat ik een verhaaltje voor lees?' Vroeg hij grappend en ik knikte met een grijns.
'Over de prins op de motor die het overwerk monster versloeg.' Zei ik en hij grijnsde.
'Je vergeet de prinses…'
'Wie?'
'Jij natuurlijk.' Waarom moest ik altijd blozen als iemand me een compliment gaf, waarom?
'Wel ik wacht mijn prins?' Hij gaf me een verlegen lach, wat ik nooit van hem zou verwachten en hij plofte aan mijn voeteneinde neer, waarna ik hem naast me trok waardoor we allebei opeens moesten blozen. Volgens mij had ik een zwak puntje gevonden in de motor prins.
Hij begon met vertellen, eerst grappend, en ik sloeg hem zacht op zijn schouder toen hij beschreef hoe de enge Zagrijn er wel niet uitzag. Ik sloot mijn ogen en dommelde langzaam weg, terwijl Sirius doorbleef vertellen, zelfs toen ik mijn hoofd op zijn schouder legde en helemaal in slaap viel.
'Charlotte?' Ik opende mijn ogen langzaam en zag Remus met een vriendelijke glimlach voor me staan terwijl hij een dienblad met eten vast hield.
'Remus? Je mag me gerust Lotte noemen hoor.' Zei ik grappend en ging rechtop zitten terwijl hij naast me kwam zitten.
'Ik heb wat ontbijt voor je klaargemaakt. Ik heb vrij gevraagd voor je, en Sirius had een probleem op het werk of iets in die richting, zijn specificatie was meer: Dolleman is weer gek geworden hoor! Papier werk! Wie geeft er nou om papierwerk? Dat is toch echt het belachelijkste wat er is?' Hij probeerde Sirius zijn stem zo goed mogelijk na te doen en ik lachte vrolijk.
'Maar je had echt geen ontbijt voor me hoeven maken hoor… dat is veel te veel gevraagd, ik had net zo goe-'
'Nonsens, ik doe het graag want ik heb vrij. En van de dokter mochten je voeten en handen niet te veel doen, beter was als ze rustte.' Hij grijnsde en plaatste het blad op mijn schoot waarna hij op wilde staan.
'Blijf alsjeblieft, anders voel ik me zo eenzaam, en dit krijg ik nooit in mijn eentje op…' Hij glimlachte en kwam naast me zitten en ik gaf hem ook een broodje.
Ik merkte dat ik het erg goed met hem kon vinden. Vooral omdat we allebei een grote liefde hadden voor boeken en gedichten. We hadden zowat de hele ochtend zitten praten en kwamen er pas rond half 1 achter dat we nog steeds bij mij op bed zaten en het al middag was.
'Ik breng dit even naar beneden, dan kun jij rustig omkleden en douchen.' Ik knikte, bedankte hem en hij liep mijn kamer uit met een glimlach en deed de deur met een zachte klik dicht.
Toen ik in de badkamer stond haalde ik het verband van mijn handen en polsen af en van mijn voeten en zag nog enkele sneeën zitten die volgens mij aan het verdwijnen waren door de hulp van de magie.
Ik kleedde me uit, stapte onder de douche en liet de warme stralen hun gang gaan. Ze maakte me wat rustiger want in mijn hoofd was het een warboel. Ik voelde me op het ene moment vreselijk toen ik aan Meneer Selfijn dacht. Ik had gewoon gelachen en gepraat met Sirius en Remus terwijl die arme man nu dood was.
Ik zette met een schuld gevoel de kraan uit en wikkelde mezelf in een handdoek. Ik kamde me haar door, iets te hard eigenlijk maar ik kon er niks aan doen ik was gewoon niet echt geconcentreerd. Na een tijdje kleedde ik me om in een simpele zwarte joggingbroek en te groot T-shirt en liep naar beneden terwijl ik mijn haar vast maakte in een staart.
In de keuken aangekomen vestigde ik me aan de tafel en legde mijn hoofd in mijn handen terwijl mijn haren in de wondjes prikte. Ik kon die ogen van Meneer Selfijn voor me zien, en ze jaagde me angst aan.
Ze leken net witte zwevende bollen die voor me zweefde en ik wilde er niet naar kijken maar ze kwamen steeds terug. Het afgrijselijke schouwspel bleef zich herhalen in mijn hoofd en ik kneep in mijn handen omdat ik het niet meer wilde zien.
Ik schrok me dood van een hand op me schouder en mijn ogen vlogen open en ik zag Remus met een bezorgde uitdrukking achter me staan. Ik merkte dat de kleine sneetjes op mijn handen weer aan het bloeden waren en Remus ging snel naast me zitten en depte ze af met een zakdoek van hem.
'Herhalingen?' Vroeg hij zachtjes en ik keek hem aan als of ik een dwaas was.
'Je ziet de dingen opnieuw voor je bedoel ik…' Zei hij opnieuw, en zijn ogen keken in die van mij en ik wist dat hij wist dat ik wist dat hij gelijk had.
'Ja… Zijn ogen vooral. Ze waren terug gerold en leken wel twee grote glazen witte bollen, bloed doorlopen maar er zat nog zoveel pijn en leed in…' Ik keek naar beneden maar zijn intense blik op me liet me weer omhoog kijken. Ik voelde zijn ogen gewoon zowat door me heen branden en ik voelde me er niet beter door.
'Ik weet wat je mee maakt. Ik heb het overlijden van mijn zusje meegemaakt. Ik vergeet ook nooit meer haar ogen toen ze in mijn armen lag dood te bloeden. Vaalhaar had haar dood gebeten…'
'De weerwolf?'
'Ja. Hij heeft mij ook in een weerwolf veranderd, maar ik zie niks anders dan die ogen van mijn zusje. Ze was pas 4, en ik was al 8. Ik heb het mezelf nooit vergeven dat ik niks heb kunnen doen… anders zat ze nu nog op Zweinstein. Dan zou ze 16 zijn geweest… Maar het enige wat ik kan zien zijn die witte glazige ogen.' Er viel een stilte en Remus depte nog steeds mijn wondjes in mijn handen terwijl ik echt niet wist wat te zeggen.
'Ik denk dat ze trots op je is…' Hij keek me verward en vragend aan en ik ging een beetje onzekerder verder.
'Omdat je sterk blijft, en je niet gedraagt zoals Vaalhaar, maar eerlijk en oprecht en een heel aardig iemand bent. En omdat je strijd voor de mensen waarvan je houd. Dat is wat echt telt, en ik weet zeker dat ze dat ziet.' Hij glimlachte naar me en even later was ik in een knuffel verwikkeld die mijn angsten een beetje weg nam.
Even later ging Remus weg voor wat kleine boodschappen en had ik besloten om de uitnodiging van James zijn bruiloft eens te gaan bekijken. Ik lag weer in mijn zachte grote bed en hield mijn voeten hoog omdat ze bonkte als een gek en de wondjes behoorlijk trokken.
Op de voorkant van de kaart stond een lelie afgebeeld en binnen in was de sierlijke uitnodiging voor de bruiloft van James Potter en Lily Evers op 15 Maart, wat over 23 dagen was want het was nu 22 Februari, dat kon je vooral merken aan de vele regen die er nog viel in plaats van sneeuw en omdat de bomen al hun nieuwe knopjes begonnen te krijgen.
Ik zuchtte even, keek naar mijn handen waar een klein beetje opgedroogd bloed nog op zat en legde daarna de kaart op het nachtkastje. Ik wilde wel wat te doen hebben, maar ik had niks om te doen. Remus was weg en Sirius was nog steeds werken, wat mij alleen liet, en ik had pijn aan me voeten dus had niet echt zin om te lopen. Ik vond mezelf net als een verwend iemand klinken…
Ik grinnikte zachtjes stond op, liep op mijn tenen naar mijn overvolle boeken kast en pakte zomaar een boek en plofte weer op mijn bed neer. Na 2 uur viel ik in slaap met het boek nog in mijn handen en waren de witte grote glazen bollen weg.
U like? :o hihi ^^ hopelijk vonden jullie het wat, en vertel het me in een review!
