Ik had eindelijk weer eens tijd voor een update (: Ik ben nu dan ook compleet klaar met school, want ik ben geslaagd en kan dus weer volop gaan schrijven! Dit is een hoofdstuk wat iets rustiger is, en wat korter, maar het volgende hoofdstuk is erg lang en… wat Sirius Charlotte romance! Waar jullie natuurlijk allemaal op hebben zitten wachten, niet? haha. Ik beloof dat ik Dinsdag een nieuw hoofdstuk erop zet, als jullie zo lief willen zijn om me wat reviews achter te laten!
Ik hoop dat jullie het een leuk hoofdstuk vinden, en ik hoop dat jullie met wat tips achter laten in de review ;)
Liefs,
Jade
Hoofdstuk 6: Emoties of Carrière
De komende twee dagen lag ik nog steeds op bed, met veel protest van mij, maar onder veel dwang van de Remus. Remus was nog steeds speciaal voor mij thuis gebleven terwijl ik Sirius eigenlijk niet of nauwelijks sprak. Als ik hem zag, zag hij er vermoeid en afgetakeld uit, hij zei niet veel en sloot zich eigenlijk altijd de rest van de avond op in zijn kamer.
Ik begon me toch wel zorgen te maken op de derde dag dat hij zich zo raar gedroeg en besloot ik hem er mee te confronteren. Ik hinkte door de hal en klopte op zijn kamer deur en deed mijn badjas wat meer dicht en trok de knoop wat strakker aan.
Ik keek glimlachend op toen hij de deur open deed en me verbaasd aankeek. Ik liep eigenlijk gelijk langs hem heen zijn kamer in en zag dat hij wilde protesteren maar ik bleef duidelijk op mijn plek staan dat ik nog lang niet van plan was weg te gaan.
'Sirius, wat is er aan de hand?' Vroeg ik en hij sloot de deur en pakte wat papieren op van de vloer die overal rond slingerde en legde ze op zijn bureau.
'Niks… wat zou er moeten zijn?' Vroeg hij nonchalant maar ik nam er geen genoegen mee.
'Je doet zo raar, eet bijna niks. Zegt niks en ziet er hartstikke vermoeid uit.'
'Komt gewoon door het werk. Dolleman wil morgen het rapport over die aanval op jouw Afdeling.' Zei hij een beetje snauwend en ik deed mijn armen over elkaar heen en keek hem boos aan.
'En waarom ben je dan zo kort af?' Hij zuchtte en ging in zijn stoel zitten en ik keek hem dringend aan.
'Ben ik niet. Ik ben gewoon moe door jouw domme actie op jou afdeling.'
'Oh, oké. Vertel me dan gewoon meteen dat het aan mij ligt.' Snauwde ik terug en Sirius stond boos op en keek me even aan.
'Dat is het niet-'
'Laat maar Sirius, ik zie duidelijk jouw probleem al… Mij.' Hierna draaide ik me om en liep zijn kamer uit en deed de deur met een harde klap achter me dicht. Ik deed mijn eigen deur ook op slot en liet me op mijn bed neer vallen. Die ruzie sloeg werkelijk nergens op, maar ik voelde me gefrustreerd omdat ik al 4 dagen opgesloten zat op mijn kamer en hij hartstikke abnormaal deed. Ik draaide me om en keek het raam uit en zag de zon schijnen. Het was heerlijk weer en ik mocht niet naar buiten en daarbij had ik ook nog eens ruzie met de man die juist de gene was die me uit het huis kon smokkelen.
Ik zuchtte, draaide me opnieuw om maar kwam tot de conclusie dat slapen hopeloos was. Net op dat moment was er getik op het raam en zag ik een bruine uil voor het raam zitten. Ik stond op schoof het raam open en de uil liet de brief voor me neer vallen waarna hij weer weg vloog.
Ik zag het zegel van het Ministerie op de voorkant gedrukt en haalde mijn wenkbrauwen verbaast op. Ik ging op bed zitten en scheurde de envelop open en haalde er een perkament uit.
Geachte Juffrouw Rainier,
De gebeurtenissen die een paar dagen geleden hebben plaats genomen zijn een tragisch ongeluk voor u en het Ministerie. De Minister geeft u dan ook zijn persoonlijke beterschapwens en hoopt u snel weer te zien op uw eigen afdeling.
Het verlies van De Heer Selfijn is natuurlijk ook iets tragisch waar iedereen lang bij stil heeft gestaan en veel over heeft nagedacht en gepijnigd. Het is een groot verlies voor familie, vrienden maar ook voor het Ministerie zelf. We hebben vernomen dat u alles heeft geprobeerd om hem te redden en stellen dit dan ook ten zeerste op prijs dat u uw collega en mede Tovenaar wilde beschermen.
Daarom wilde de Minister persoonlijk een beroep op uw doen, en uw bevorderen tot Afdelingshoofd van Mysterieuze vergiftigingen en toverdranken, de baan die De Heer Selfijn eerst had. We hopen snel van u te horen, en hopen natuurlijk ook dat u deze baan, en eer, zal accepteren, om collega en Tovenaar in gedachte te houden.
M.V.G. R.L. Weniries Secretaresse van de Minister.
Ik bleef even met holle ogen naar de brief staren. Ontvouwde hem weer en opende hem weer, kijkend of het bericht zou weg gaan. Ik wist niet wat te doen. Was het niet respectloos om die baan aan te nemen terwijl Meneer Selfijn net dood was?
Ik wilde de baan wel heel graag. Het was een geweldige bevordering en een grote kans. Een Dreuzeltelg die een hoge functie kreeg…
Ik beet op mijn lip en keek opnieuw naar de brief en twijfelde. Emoties of carrière… emoties… carrière… emoties… carrière…
'Carrière…' mompelde ik zachtjes en pakte een veer en inkt en schreef een korte brief terug die ik even later liet weg brengen door mijn eigen uil. Ik keek hem na totdat hij als een stipje in de lucht verdween achter de bomen en draaide me daarna pas weer om naar mijn deur. Ik deed de brief in mijn zak voor het geval ik hem aan Remus wilde laten lezen en liep naar de deur.
Ik haalde hem van het slot af en ging naar beneden om te kijken of ik Remus kon helpen met het maken van eten. Tot mijn grootste ongenoegen zat Sirius aan de tafel en keek op, ik zag zijn blik gelijk naar chagrijnig gaan.
Remus was al bezig met het koken van een maaltijd en ik negeerde Sirius gewoon volkomen om een nieuwe ruzie te willen verkomen.
'Heb je hulp nodig Remus?' vroeg ik en ik hoorde Sirius snuiven.
'Nee nee… ga maar zitten, het is toch al zo klaar.' Mijn geluk was weer eens weg… want zitten betekende dichter bij Sirius zijn dan ik wilde…
Ik ging express aan de andere kant van de tafel zitten en hield mijn benen zo goed bij mezelf en probeerde hem te negeren wat niet echt lukte. Na een tijdje begonnen we een boze blikken wedstrijd en schrokken we beide op toen Remus onze borden voor onze neus zette.
'Ik zag je uil weg vliegen de net. Iemand geschreven?' Zei Remus met een scheve glimlach en ik knikte.
'Ja het Ministerie had me geschreven en ik had gelijk geantwoord.' Hij trok zijn wenkbrauwen op en ik nam wat kleine hapjes van mijn lasagne.
'Waarover als ik het mag weten?'
'Oh… wel. De Minister had beroep op me gedaan en vroeg of ik Meneer Selfijn zijn oude baan over wilde nemen als onder Afdelingshoofd van Mysterieuze vergiftigen en toverdranken…' Mompelde ik zachtjes en Remus keek me even aan waarna hij knikte en glimlachte.
'Ik neem aan dat je hem hebt geaccepteerd?'
'Ja… maar ik voel me als nog een beetje schuldig.' Sirius snoof opnieuw en ik gaf hem een koude blik en vestigde daarna mijn blik weer op Remus die ons vreemd aankeek.
'Wel dat is normaal denk ik. Maar het is ook een grote kans voor jouw, dus ik vind dat je wel goed heb gehandeld…' Ik gaf hem een dankbare glimlach en nam wat grotere happen van mijn lasagne, die overigens heerlijk was. Remus had zijn kookkunsten weer eens laten zien en ze waren geweldig.
'Dan wordt je vast en zeker ook geweldige vriendjes met Zagrijn…' Mompelde Sirius en Remus rolde met zijn ogen en liep de keuken in met zijn bord die al leeg was.
'Wat is precies jouw probleem Sirius?' Vroeg ik hem geïrriteerd en schoof mijn bord aan de kant terwijl hij me nonchalant aankeek.
'Mijn probleem? Ik heb geen probleem maar jij vast en zeker wel een…' Hij keek me arrogant aan, maar ik wilde niet laten merken dat hij me had gekrengd.
'Het enige probleem wat ik heb is dat ik een gestoorde kamergenoot heb!' Zei ik snauwend en stond boos op en wilde weg lopen maar hij volgde me naar de zitkamer.
'Kamergenoot zei je? Sorry hoor Rainier maar ik zou nog voor geen goud bij je willen slapen.'
'Gaan we nou opeens op achternaam basis spreken, Zwarts. Gelukkig slaap je niet bij mij anders zat mijn hele kamer al na een dag onder de luizen van jouw vieze gore haar!' Snauwde ik boos terug en keek hem vurig aan.
'Als er iemand hier vies haar heeft, Rainier, dan ben jij het wel!'
'Ach hou toch je mond!'
'Kunnen je kleine tere oortjes soms niet tegen wat vernederingen?'
'De enige die hier zinkt ben jij, je ego is nog groter dan dit hele huis bij elkaar en je denkt alleen maar aan jezelf!'
'Moet jij nodig zeggen! "Oh ik ben Charlotte en neem zonder enig schuldgevoel de baan van een dode collega over omdat ik alleen maar aan mezelf denk."' Zei hij in een hoge stem en ik voelde hoe mijn woede weg spoelde en plaats maakte voor pijn.
'Denk je dat ik daar niet over heb zitten denken?' Snauwde ik boos naar hem en zette een paar snelle passen naar hem toe en deed mijn armen over elkaar heen en keek hem met pijnlijke ogen aan.
'Denk je dat ik zomaar die baan aannam zonder me schuldig te voelen dat ik het deed. Niet iedereen is zo'n dode emotieloze onserieus iemand zoals jij, Zwarts.' Hij was stil en ik bleef hem boos aankijken waarna ik zijn blik zag verzachten.
'Het spijt me dat ik dat zei…' Mompelde hij opeens en ik keek hem verbaasd aan.
'Ik ben hartstikke gespannen en deze ruzie was gewoon de druppel, alles barste in me…' Ik keek hem nog steeds argwanend aan. De woorden die hij net had gesproken deden mij nog steeds pijn, maar zijn excuses verlichtte ze al een beetje.
'Het spijt me, ik denk dat we geen van beide de dingen meenden die we hadden gezegd.' Hij lachte nerveus en ik kon ook weer lachen. Ik knikte naar hem en zag de Sirius weer die ik vertrouwde en lief had.
…Wacht, lief had?
Er begonnen zomaar alarm belletjes in me te rinkelen toen ik dat tegen mezelf zei en ik vond het opeens een stuk minder leuk dat ik zo dicht bij hem stond en dat ik zelfs zijn warme adem op me kon voelen terwijl hij sprak.
'Ik weet niet waarom ik dat alles zei… ik ben gewoon zo moe en futloos…' Mompelde hij opnieuw met een kleine lach er tussen door.
'Neem dan gewoon wat vrij. Dolleman kan vast wel zonder je…' Zei ik en zette een paar passen achteruit en hij glimlachte en ik schrok toen hij me opeens in een knuffel trok.
'Dank je…' Mompelde hij opnieuw en ik wilde eigenlijk dat hij me zo vast bleef houden, maar aan de andere kant wilde ik zo gouw mogelijk verdwijnen.
'En dat van dat kamergenoot meende ik niet hoor.' Zei hij met zijn Sirius grijns toen hij me los liet en ik voelde hoe ik opnieuw moest blozen.
'Je mag best een keer bij me komen sla-'
'Fijne dag nog Sirius!' Zei ik en liep weg terwijl ik mijn wangen onder controle probeerde te krijgen omdat ik niet kon stoppen met blozen. Ik rende zowat snel naar mijn kamer terwijl ik Sirius zijn vrolijke gelach nog hoorde en kroop in bed en verborg me onder de dekens, zoekend naar de duisternis en hopend dat mijn wangen niet zouden oplichten.
REVIEW :D
