Zoals beloofd, een update op Dinsdag, ik zal gaan proberen donderdag of vrijdag de volgende update alweer klaar te hebben (: Ik heb niks te doen, dus dan ga je sneller schrijven.
Ook zoals beloofd is dit hoofdstuk een stuk langer, in Word 7 pagina's, en er zit Sirius x Charlotte Romance in.. en daar hebben we allemaal op gewacht.
Het hoofdstuk hierna wordt mijn favoriet! De bruiloft van James en Lily en daarna mogen jullie als lezers ergens voor stemmen wat het plot een beetje beïnvloedt ;)
Have fun at reading, en ik hoop op een review! (En als jullie spellingfouten opmerken, zeg het me alsjeblieft, want daar ben ik nogal slecht in (: )

Liefs,

Jade

Hoofdstuk 8: Woede, Wanhoop en Openbaringen.


Na 3 dagen werd ik echt gek. Ik sprong uit bed en niemand kon me tegen houden om vandaag wat te doen. Toen ik me had gewassen en omgekleed ging ik naar beneden. Toen ik de woonkamer binnen kwam keek Remus me met een verassende blik aan vanuit zijn stoel terwijl ik Sirius nergens zag.

'Waar is Sirius? Toch niet werken, hij moest echt vrij nemen.' Zei ik en Remus grinnikte.

'Nee, wees maar gerust, die ligt dacht ik nog op bed, weet het niet zeker.' Ik glimlachte toen ik dat hoorde en pakte snel wat toast en smeerde een boterham terwijl ik naast Remus neer plofte.

'Trouwens, moet jij niet ook in bed liggen?'

'Ben je gek? Ik lig al meer dan 3 dagen op bed, ik word echt helemaal paranoïde daar boven…' Remus lachte en tot mijn verbazing sprak hij me niet tegen.

'Maar doe dan wel voorzichtig, want straks moet je alleen nog maar langer op bed blijven liggen omdat de wondjes weer open zijn gegaan.' Ik zuchtte maar knikte toch en werkte mijn toast naar binnen. Ik schrok op en verslikte me bijna toen er zomaar een uil naar binnen vloog. Hij liet een brief op mijn schoot vallen met het teken van het ministerie erop.

Ik maakte hem vlug open en las de inhoud een paar keer door. Remus keek me na een tijdje vragend aan en ik glimlachte en vertelde dat ik over 7 dagen mocht beginnen met mijn nieuwe baan.

Remus feliciteerde me en we praatten nog even over hoe het ging met zijn baan waarna we een bons hoorde en gevloek.

We liepen de hal binnen en ik zag Sirius in zijn hond vorm grommend voor Mowi staan die zich niks van hem aantrok en zich omdraaide en zijn staart fiers in de lucht stook en weg liep. Remus en ik lachte terwijl Sirius weer in zichzelf veranderde en chagrijnig weg liep terwijl ik hem onder z'n adem hoorde mompelen over mijn stomme vervelende kat.

Een week vloog om en de dag dat ik weer mocht gaan werken brak aan. Ik nam Selfijns baan over en ik voelde me er nog steeds een beetje rot over. Remus sprak me tegen en zei dat ik een goede kans had gegrepen en dat ik Selfijns eer hoog kon houden door mijn best te doen.

Ik had me omgekleed en had snel ontbeten, want ik had besloten vroeg naar mijn werk te gaan. Remus kwam net beneden toen ik weg ging en wenste me succes terwijl Sirius nog in zijn bed lag. Even later verdwijnselde ik en zag ik de ingang van het Ministerie voor me.

'Ah Juffrouw Rainier!' Ik schrok op en zag Meneer Malfidus naar me toe lopen, wel je kon het eerder strompelen noemen.

'Meneer Malfidus.' begroette ik hem koeltjes terug en hij hoestte waarna hij even rochelend adem haalde.

'Ik ben mijn secretaresse kwijt hoorde ik zo. U heeft de baan van Meneer Selfijn gekregen?' Ik knikte en zag hem grijnzen. We namen de lift en zijn rochelende ademhaling was duidelijk te horen.

'Wel veel succes wens ik u erbij.' Hij lachte, wat uitliep in een hoestbui en liep de andere kant uit terwijl ik hem even na keek en daarna met een vreemd gevoel naar mijn nieuwe kantoor liep.

Mijn bureau en stoelen waren zo te zien al verplaatst en het haard vuur stond aan. Het was er schoon gemaakt en ik dwong mezelf om niet naar de plek te kijken waar Meneer Selfijn had gelegen.

Ik liep naar mijn bureau en ging zitten terwijl ik zachtjes zuchtte en rond keek. Ik wist nog steeds niet waarom Meneer Selfijn was aangevallen. Ik wist wel zeker dat het dooddoeners waren van Voldemort. Maar wat hadden ze hier gezocht?, ik weet nog dat ze hadden gezegd "het ligt er niet!". Ik besloot maar me nek er niet over te breken en begon met mijn werk.

Ik schrok na een uurtje op van mijn werk omdat er een klop op mijn deur was. Zagrijn kwam binnen lopen en keek me glimlachend aan.

'Charlotte, wat fijn je weer te zien.' Ik gaf een kleine glimlach terug en stond op.

'Ik miste je al in je oude kantoor, maar je hebt dus je nieuwe baan.' Hij ging zonder pardon in een stoel zitten, legde zijn voeten op een klein bijzet tafeltje en schonk wat water voor zichzelf in.

'Uhm ja.' mompelde ik en hij wuifde naar de stoel tegen over hem waar ik in ging zitten.

'Wel bevalt het tot nu toe?' Ik knikte en hij overhandigde mij ook een glas water.

'Ik wilde het even met je over een paar zaken hebben…' zei hij en ik zette mijn glas water neer en keek hem aan.

'En dat mag zijn?'

'Wel betreft je nieuwe baan nu, moeten we maar eens een paar afspraken maken om het wat gemakkelijker te maken. Aangezien ik Afdelingshoofd ben van Mysterieuze planten hebben we wel wat met elkaar te maken.' Hij stond op zette zijn lege glas op de tafel en voor dat ik wat kon zeggen glimlachte hij en trok mij overeind met een hand.

'Ga mee lunchen wil je?' Hij lachte een vreemde lach, pakte mijn jas en overhandigde hem aan mij.

Met verbazing liep ik even later door de grote hal heen van het Ministerie. Waarom deed Zagrijn zo, normaal sprak hij bijna nooit een woord tegen me, keek me venijnig aan en nu was ik op weg om met hem te gaan lunchen.


De deur van het huis viel achter me dicht en ik zuchtte opgelucht. Ik trok mijn pumps uit en hield ze in mijn handen vast. Ik hing mijn jas op en liep de keuken in waar ik Remus zijn kookkunst al kon ruiken.

'Remus wat ma-' Tot mijn verbazing stond Remus niet te koken maar zag ik Molly Wemel met een brede glimlach voor me staan.

'Ah Charlotte, ga zitten, ga zitten!' Ze drukte me zowat neer in een stoel en ik keek haar nog steeds verbaasd aan.

'Ik heb al op je gewacht, Remus zei dat je al zo thuis kon zijn. Ik heb een heerlijke ovenschotel gemaakt voor ons tweeën!'

'Ons tweeën?' Vroeg ik verbaast en Molly knikte.

'Nou eigenlijk niet alleen voor ons hoor, maar mijn kinderen hebben denk ik niet zo veel honger meer aangezien ze de net al een hele cake naar binnen hebben gewerkt!' Ze lachte vrolijk en trok een paar oven wanten aan. Ik keek haar niet begrijpend aan en ze schoot nog meer in de lach.

'Je vraagt je natuurlijk af wat ik hier doe? Charlotte ik zit alleen maar bij de orde voor de zaken en om mijn lieve Arthur te steunen, en omdat ik natuurlijk volledig tegen Je-weet-wel ben. Maar vechten doe ik niet veel meer hoor.' Ze zette de ovenschotel voor me neus neer en gaf een zwiep van haar toverstok en het bestek kwam eraan gevlogen samen met wat borden.

'Gevecht?' vroeg ik verbaasd en Molly knikte.

'Ja, dat wist je toch? Vanavond is er een missie naar een verdachte plek waar ze denken dat een paar dooddoeners zich schuil houden.' Molly begon mijn bord flink vol te scheppen terwijl ze er vrolijk bij neuriede.

'Nee daar had ik geen weet van?'

'Oh, maar Sirius en Remus hadden gezegd dat je liever niet mee wilde en toch moest werken.' Molly lachte en begon te eten terwijl ik verbaasd naar me bord keek. Ik schrok op van Molly's kinderen die vrolijk aan kwamen gerend en ook snel een bord pakte.

'Doe eens rustig jullie, en netjes opscheppen!' Zei Molly streng maar ik zag dat ze niet vrolijker kon zijn dat haar kinderen er waren.

Ik at in stilte terwijl Molly vrolijk bleef door ratelen. Ik kon er maar niet bij dat Sirius en Remus me gewoon niet hadden verteld over deze missie. En erger nog dat ze ook nog tegen Molly hadden gezegd dat ik niet wilde vechten. Ik voelde me net een angsthaas. Ik was hier gekomen om te vechten voor de mensen die ik lief had, maar in plaats daarvan hielden ze me ervan weg.

Na het eten zat ik nog even in de woonkamer met Molly totdat ze aankondigde dat ze beter naar huis kon gaan om haar kinderen in bed te leggen. Ik liet haar er uit en daarna liep ik naar boven toe en sloot mezelf op in mijn kamer. Ik ging in mijn venster bank zitten en keek turend naar buiten toe. Mijn lunch met Zagrijn was vreselijk geweest en ik had wat behoefte aan Sirius zijn humor of Remus zijn gerust stellende woorden, maar ze hadden me laten vallen. Ze hadden me voorgelogen en me niks verteld.
Ik zuchtte en kleedde me om in mijn pyjama en ging op bed liggen. Morgen zou ik ze wel vertellen wat ik er van dacht.

Ik opende slaperig mijn ogen toen ik gebonk op mijn deur hoorde.

'Charlotte! Alsjeblieft haal die deur van het slot, ik heb je hulp nodig!' Ik keek op de wekker naast me en zag dat het half 2 in de ochtend was. Buiten was het nog donker en verward keek ik weer naar de deur toen ik gebonk hoorde.

'Charlotte alsjeblieft!' Ik merkte toen dat het Sirius zijn wanhopige stem was en ik schoof de lakens aan de kant en liep naar de deur en haalde het van het slot en deed de deur open.

'Wat?' Vroeg ik met een bijtende toon, maar Sirius merkte het niet.

'Remus, hij is geraakt door een spreuk, maar het helen lukt niet. Alsjeblieft help me, ik weet niet wat ik moet doen en de rest is nog in het gevecht, ik ben snel hierheen verschijnseld met Remus, alsjeblieft-' Ik duwde hem aan de kant en liep de trap af naar beneden de woonkamer in.

Toen ik Remus zag liggen stond ik even stokstijf stil en rende daarna gelijk naar hem toe. Hij lag zwaar ademend op de bank terwijl er bloed over zijn hele gezicht heen zat en er een paarse vloeistof uit zijn mond kwam zetten. Ik bukte gelijk naast hem neer en voelde zijn pols. Mijn verstand stond even op nul en ik kon alleen maar naar het vele bloed kijken en voelde me misselijk worden.

Ik hoorde Sirius achter mij en keek niet om maar commandeerde hem om water te halen. Hij liep gelijk naar de keuken en even later kwam hij met een kom water en een doek aan zetten. Ik dipte de doek in het water en begon Remus zijn gezicht schoon te maken.

'Ik heb alles geprobeerd, maar het bloeden houd niet op en de paarse vloeistof gaat ook niet weg.' Ik keek Sirius niet aan en pakte alleen maar mijn toverstok en legde mijn hand op Remus zijn borst.

'Hygiëna.' Het bloed verdween van Remus zijn gezicht maar de paarse smurrie ging niet weg en na een tijdje begon het bloed weer te verschijnen, maar er waren geen wonden. Remus werd langzamerhand steeds bleker en hij begon te kreunen en Sirius stond ongeduldig naast me met wanhoop in zijn ogen.

'Doe iets!' Schreeuwde hij uiteindelijk naar me en ik keek hem woedend aan.

'Doe iets? Pardon? Ik probeer iets te bedenken, misschien zou jij dat ook kunnen doen!' Snauwde ik terug en hij keek me spijtig aan.

'Sorry ik be-'

'Ja ik weet het.' Kapte ik hem af en keek hem niet aan maar richtte mijn blik weer op Remus die lichtelijk lag te trillen op de bank. Na wel 8 verschillende helende spreuken te hebben geprobeerd was de situatie van Remus nog steeds niet verbeterd en raakte ik in paniek. Remus begon zwaar te ademen en was bijna zo wit als een laken.

'Wacht, ik heb een idee. Blijf zijn gezicht deppen!' Sirius deed zoals ik zei en ik rende weg naar boven naar mijn kamer waar ik een kist had vol met toverdrankjes en spullen om te genezen.

Ik zag het groen kleurige flesje wat ik nodig had en pakte hem en racete naar beneden. Sirius keek naar het flesje in mijn handen en in ik bukte weer naast Remus. Ik wilde de dop zo snel mogelijk ervan af halen maar ik had te trillerige handen dus het lukte niet.

'Laat mij maar.' Sirius pakte mijn handen vast en even keek ik hem recht aan waarna ik mijn blik weer afwende. Hij haalde de kurk eruit en gaf hem weer aan mij. Ik richtte mijn toverstaf erop en sprak de spreuk uit die nodig was om het drankje te activeren.

'Verdimillious.' Groene vlammen kwamen uit mijn toverstok en gingen in het flesje wat oplichtte. De vloeistof begon te borrelen en ik gaf het flesje aan Sirius.

'Laat hem dit drinken, ik spreek daarna een spreuk uit en als dit niet werkt weet ik het ook niet meer.' Sirius knikte en tilde Remus zijn hoofd op en goot de vloeistof in zijn keel.

'Vulnera Sanentur… Vulnera Sanentur… Vulnera Sanentur.' Mompelde ik en tot mijn grote opluchting ging het bloed langzaam weg en de paarse vloeistof droogde op. Sirius zakte zuchtend neer naast de bank en keek opgelucht naar het plafon. Hij glimlachte naar me maar ik glimlachte niet terug. Het enige wat ik deed was nog wat helende spreuken over Remus heen doen en wachten tot dat hij zijn kleur terug kreeg en weer normaal ademde en niet meer lag te trillen.

'Charlotte ik-' Begon Sirius maar ik stond op en zonder hem aan te kijken liep ik weg de woonkamer uit. Ik had ze nog steeds niet vergeven over het incident van het gevecht, dat ze me gewoon daarvan uitsloten en ik had dan ook geen zin om nu tegen Sirius te gaan praten als of er niks aan de hand was. Remus was ernstige gewond geraakt en ik besefte nu duidelijker dan ooit dat de wereld langzamerhand steeds meer in een grote oorlog werd verwikkeld.

In mijn kamer aangekomen liep ik gelijk door naar de badkamer en liet de kraan lopen terwijl ik even naar mezelf keek. Ik stond ook lichtelijk te trillen van het evenement van de net en was ook wat bleekjes weg getrokken.

'Het spijt me.' Hoorde ik opeens achter me, maar ik draaide me niet om, omdat ik toch al wist wie het was. Ik maakte van mijn handen een kommetje en liet deze in het water zakken en waste daarna me gezicht even.

'Charlotte ik...' Ik negeerde hem nog steeds en wilde de handdoek pakken maar hij was mij voor. Hij draaide me om en ik keek hem boos aan.

'Jij wat?' Vroeg ik en hij zuchtte en ik greep de handdoek uit zijn handen en liep langs hem heen en droogde mijn gezicht af.

'Heb je net gezien wat er met Remus is gebeurt?' Ik hoorde dat zijn stem wat harder en bozer werd en ik draaide me geïrriteerd naar hem om.

'Snap dan dat ik dat niet voor jouw wil! Daarom heb ik je thuis gelaten, ik wilde niet dat er iets met je gebeurde!' Ik liep boos naar hem toe en sloeg hem op zijn borst.

'Hoe kun je zoiets voor mij beslissen? Ik ben lid van de orde zodat ik kan vechten voor de gene van wie ik hou, voor de wereld waarvan ik hou! Ik ben hier niet om zielig binnen te zitten te wachten tot dat de andere het vuile werk doen! Als je dat van me verwacht ben ik bang dat je een verkeerd beeld van me hebt. Ik ben geen klein meisje die overal bang voor is! Ik kan ook vechten Sirius!' Ik draaide me weer om maar hij pakte mijn pols. Ik rukte mijn pols los uit zijn greep maar voordat ik weg kon lopen stond hij al voor de deur en keek me aan.

'Kitten wees eens redelijk-'

'Wees eens redelijk? Je hebt niet eens iets met me overlegt Sirius, je deed het gewoon buiten mij om! En noem me geen Kitten!' Ik liep naar hem toe en wilde bij de deur komen maar hij greep me alleen maar vast en ik keek hem boos aan maar hij liet me niet los.

'Wees eens redelijk, ja!' Ik voelde zijn adem op mijn gezicht en ik probeerde me los te wurmen maar hij greep me alleen nog maar beter vast.

'Je hebt het niet eens met me overlegt!'

'Als ik dat had gedaan was je als nog mee gegaan, en dan had ik niet in kunnen staan voor je veiligheid. Snap dat dan dat ik niet wil dat je gewond raakt!' Ik stond stil en keek even naar de vloer waarna ik naar zijn gezicht keek.

'Dank je… Maar' mompelde ik en hij keek me verloren aan. ' de volgende keer ga ik toch echt mee. Daar ben ik hier voor Sirius…' Fluisterde ik en hij zuchtte en ik liep uit zijn greep richting beneden om naar Remus te kijken.

Ik ging naast hem zitten op de grond en legde mijn hoofd op de bank en keek naar zijn gezicht. Het had alweer wat meer kleur maar zag er nog niet echt gezond uit.

'Wat was dat flesje van de net eigenlijk?' Sirius kwam naast me zitten en keek ook onderzoekend naar Remus.

'Wel helende spreuken werken alleen op wonden die aan het oppervlakte zijn. Dat drankje zorgt ervoor dat de helende spreuken die je uitspreekt naar binnen gaan en daar helen. Hij had waarschijnlijk binnen iets.' Het was even stil en ik sloot mijn ogen, ik hoorde hoe Sirius achter me ging zitten en ook tegen de bank aan leunde.

'Ga anders maar verder met slapen boven, ik let wel op Remus.' Zei hij en ik lachte.

'Ik denk eerlijk gezegd dat jij meer slaap nodig hebt dan ik.' Hij grijnsde even en ik sloot mijn ogen weer en ik schrok op toen hij opeens met zijn hand door mijn haar heen ging.

'Sorry… er zat een pluisje in.' Ik draaide me om en lachte naar hem.

'Zullen we hier allebei blijven?' Hij knikte en ik legde mijn hoofd weer op de bank en sloot mijn ogen, ik voelde zijn ogen op me maar besteedde er geen aandacht aan en viel even later al in slaap tegen de bank aan. Maar deze slaap was me niet echt gegund, want na een uur werd ik alweer wakker doordat er iemand de woonkamer in kwam met veel geluid en gehijg. Ik schrok op en merkte dat ik langzaam tegen Sirius aan was gezakt in mijn slaap en hij nu ook verward om zich heen keek.

'H-hoe is het met Remus?' Hijgde James die voor ons stond en Lily, Peter en nog wat andere kwamen ook binnen lopen.

'Goed, hij ligt nu te slapen…' Gaapte Sirius en ik had niet eens de energie om nog wat te zeggen dus sloot mijn ogen alweer en leunde met mijn hoofd op Sirius zijn schouder. Het gesprek wat volgde kreeg ik niet echt mee want ik viel alweer in slaap en werd pas die middag laat pas weer had me kennelijk op de andere bank gelegd en ik wreef in mijn ogen en schoof de deken aan de kant. Sirius moest het zijn geweest die de deken had gehaald en mij had verplaatst. Ik keek naar Remus die op de andere bank lag en zich had omgedraaid op zijn zei. Ik glimlachte en stond op en besloot Sirius te zoeken.

Dit was echter niet echt nodig want ik hoorde zijn gevloek al gelijk uit de keuken komen aangezien hij niet kon koken.

Ik ging in de deuropening staan en keek toe hoe hij probeerde ontbijt te maken.

'Laat mij maar.' Zei ik giechelend en pakte de garde van hem over waarmee hij roerbak ei probeerde te maken.

'Weet je wat me aan jouw opvalt?' Ik keek hem vragend aan en hij lachte.

'Dat je alles gewoon normaal doet, ook al kun je toveren.' Ik grijnsde en goot het mengsel in de pan wat zachtjes begon te sudderen.

'Wel ik blijf altijd een kind van dreuzel ouders.' Hij ging op het aanrecht zitten terwijl ik me bezig hield met de roerbak ei. Ik voelde zijn blik weer op me.

'Dat vind ik leuk aan je…' Mompelde hij en ik keek op met een vragende blik en hij lachte, maar het leek zenuwachtig.

'Ik bedoel niet leuk-leuk, we zouden elkaar nooit leuk vinden, stel je voor?' Ik lachte zenuwachtig voelde mijn adem in mijn keel hikken en probeerde een andere kant op te kijken wat niet lukte.

'Ja natuurlijk, zou nooit.. kunnen.' Mompelde ik terug met een hik er tussen door. Er viel een eigenaardige stilte die ik nooit eerder had gehad met hem.

'Urhm, ik bedoelde dat ik het leuk vond omdat ik mijn hele leven altijd toverkracht heb gezien.. in de ergste vormen.' hij kuchte en ik glimlachte naar hem. Ook al was Sirius in zo'n korte tijd een goede vriend voor me geworden, wist ik niks van hem. Hij was volbloed en faunaat, meer wist ik niet.

'Hoe bedoel je in de ergste vormen?' Ik legde het nu half aangebrande roerbak ei op een bord en pakte twee vorken en Sirius pakte een pak sap en we gingen aan tafel zitten.

'Weet je nog toen ik je vertelde dat dit huis van me ouders is geweest?' Ik knikte en we aten wat ei samen van het bord.

'Ik ben hier opgegroeid met mijn ouders en mijn jongere broer. Mijn ouders waren zoals ze dat noemden, Zuivere bloed denkers.' Ik wilde zijn glas pakken om wat drinken voor hem in te schenken maar op dat zelfde moment wilde hij dat ook doen, ik trok geschrokken terug en vestigde mijn aandacht gelijk op het bord.

'Zuivere bloed denkers?' Vroeg ik met een halve piepstem en hij kuchte even en schonk wat sap in.

'Ja, zoals Voldemort…' Mompelde hij. Ik keek verbaast op en hij grimaste een beetje.

'Dat kan niet met hoe jij bent, hoe lief en zorgzaam-'

'Ik dacht altijd dat ik geadopteerd was,' Lachte hij zachtjes, 'Toen ik jong was wist ik niet anders dan dat zei deden. Ik deed dan ook gewoon mee. Ik schold met modderbloedjes, verafschuwde de Dreuzels omdat het gewoon voor me was. Maar toen ik een keer 's avonds uit mijn kamer was geslopen en zag hoe mijn ouders bezoek hadden van familie leden en hoe ze vertelde aan elkaar hoe ze Dreuzels hadden afgemaakt voelde ik opeens een verandering in me. Het voelde niet juist om dat te accepteren. Ik zette me daarna tegen me ouders af en kwam in Griffoendor terecht en was de schande van mijn familie. Op een dag rende ik weg van huis en ging bij James wonen.' Hij lachte naar me alsof hij aan een gelukkige herinnering dacht. Ik lachte terug, blij voor hem dat hij zulke goede vrienden had.

'Voelt het niet rot om hier weer te zijn?' Vroeg ik zachtjes en hij keek me aan en glimlachte.

'Soms wel, maar ik ben eerder gelukkig dat alles nu weer beter gaat, tenminste beter dan dat ik me voel.' Ik wilde zijn hand pakken en er zachtjes in knijpen om hem gerust te stellen maar hij stond al op om zijn bord weg te zetten. Het half opgegeten ei wat op mijn bord lag was al koud en ik had eerlijk gezegd ook geen honger meer.

Ik kreeg opeens een raar gevoel in me buik toen hij van me weg liep, als of ik liever wilde dat hij bij me bleef. Ik bloosde bij die gedachte en duwde het bord van me af. Maar na een seconde of 5 bedacht ik me en stond op om mijn bord ook naar de keuken te brengen, waar Sirius was.

Ik wilde weten wat die irritante gevoelens nou de hele tijd waren in mijn buik. En ik dacht dat dat de hele tijd kwam door Sirius, en nu wilde ik het zeker weten ook.

Sirius keek glimlachend om toen ik de keuken binnen kwam lopen en hij pakte mijn bord over en zette het bij de rest van de vaat.

'Sirius…' Hij keek me vragend aan, maar eigenlijk wist ik zelf niet eens zo goed wat ik hem wilde vragen.

'W-Wil je… Eh, een wandeling maken zo meteen door het park?' Ugh. Ik kon mezelf wel voor me kop slaan.

'Ja graag.' Hij glimlachte en ik stond daar verbaasd naar zijn rug te staren terwijl hij de vaat begon schoon te maken en realiseerde me toen dat ik beter weg kon lopen. Ik liep de eetkamer weer binnen en bedacht me dat ik Remus nog even moest controleren en liep dus snel door naar de woonkamer.

Remus lag nog steeds op zijn zei, en ik hoorde zijn zachte ademhaling.

'Remus…' Ik schudde zachtjes aan zijn schouder en hij draaide om op zijn rug en knipperde met mijn ogen.

'Hoe voel je je?' Vroeg ik met een zachte glimlach en keek hem bezorgt aan.

'Als of de Collectebus over me heen is gereden.' Hij glimlachte maar ik zag de grimas van de pijn op zijn gezicht.

'Gelukkig ben je weer bij bewustzijn. Je hebt me gisteren echt flink laten schrikken.' Mompelde ik en hij keek me aan en zuchtte.

'Je weet vast al van het idee van Sirius om je thuis te laten?' Ik knikte en hij begon zijn excuses aan te bieden maar ik stopte hem.

'Maak je niet druk, ik heb het al uitgepraat met Sirius. De volgende keer kom ik je helpen in je gevecht.' Ik knipoogde naar hem en hij lachte.

'Charlotte? Zou je wat sap voor mij willen halen en wat ontbijtkoek?' Ik knikte glimlachend naar hem en stond op om naar de keuken te lopen, maar tot mijn verbazing kwam Sirius al door de deur met wat te eten en te drinken voor Remus.

Remus pakte dankbaar het sap aan en dronk een paar slokken waarna hij zich liet terug zakken in de kussens van de bank en zijn ogen sloot.

'Klaar om te gaan?' Fluisterde Sirius in mijn oor en ik knikte en legde de deken wat beter over Remus heen.


'Beloof me dat ik niet val.' Zei ik streng en keek Sirius ietwat bang aan. Het was zijn briljante idee om te gaan schommelen, omdat dat vroeger ook altijd hielp om je gedachte te vergeten zei hij. Wel het hielp mij vroeger alleen maar om gebroken benen of armen te krijgen. Ik haatte schommelen.

'Dat ligt aan jou Kitten.' Hij grijnsde en ik keek hem boos aan waarna ik de ijzeren kettingen stevig vast pakte en ging zitten.

Ik voelde hoe hij zijn stevige warme handen om de mijne heen legde en me naar achteren trok.

'Niet zo hard!' Gilde ik en hij blafte zijn honden lach. 'We gaan nog helemaal niet hard, je bent pas net begonnen!' Ik pakte de kettingen nog krampachtiger vast en deed mijn ogen stijf dicht.

Ik voelde Sirius zijn handen de hele tijd in mijn rug en ik voelde dat ik steeds harder ging. Ik wilde mijn ogen niet openen bang voor dat ik zag dat ik veel te hoog ging, maar plotseling voelde ik Sirius zijn handen niet meer en ik wist niet waar hij was.

'Sirius?' Vroeg ik piepend en ik hoorde hem lachen.

'Doe je ogen open!'

'Nee! Ben je gek?' Gilde ik terug.

'Anders ga ik alleen nog maar harder duwen...' Dreigde hij en dat idee maakte me banger dan me ogen open doen. Ik kneep nog harder in de ijzeren kettingen en opende mijn ogen en zag dat ik veel hoger ging dan ik dacht.

'SIRIUS!' Brieste ik uit en als ik stil stond en veilig op de grond had ik hem geslagen. Hij lachte alleen maar en hield z'n armen weid open.

'Spring maar!'

'WAT?'

'Spring! Anders kom je nooit beneden, dan blijf ik gewoon door duwen.' Hij was gemeen, erg gemeen en ik wist dat hij het meende.

'Ik vang je op als je valt. Beloofd.' Ergens was het idee om in zijn armen te vallen heel verleidelijk en het maakte me bang. Ik hoorde zo niet over hem te denken, omdat hij een gewone vriend was. En omdat het Sirius Zwarts was, de beruchte rokenjager van Zweinstein, ook al waren we "volwassen" ik hoefde niet als een van die vele meisje behandelt te worden.

'Beloof je dat?' Vroeg ik zachtjes en hij grijnsde en knikte.

'Oké, spring maar op 3! 1….2…3!' Ik liet mezelf van de schommel afvallen op het hoogste punt en ik wist op dat moment al dat ik niet goed zou landen. Ik landde op mijn voeten, maar kon mijn evenwicht niet behouden. En de kracht waarmee ik omviel was ook niet de lichtste. Sirius sloeg zijn armen om me heen maar viel als nog samen met mij naar beneden tegen de grond aan.

Hij begon te lachen terwijl ik het gevoel had als of ik mijn leven zojuist langs me zag flitsen, ik was blij genoeg dat ik nog leefde dat ik helemaal niet merkte dat ik op zijn borstkast lag en zijn hart kon horen kloppen.

'Charlotte?' Vroeg die toen hij lichtelijk was uitgelachen, maar ik reageerde niet.

'Kitten?'

'Wacht even, ik probeer bij te komen van mijn trauma…' Fluisterde ik en hij lachte weer en ik voelde hoe hij een zoen op mijn hoofd gaf. Ik ging van hem af en zakte naast hem weer in elkaar. Zijn arm lag nog onder mijn nek en zijn hand lag tegen mijn arm aan. We waren stil, omdat we kennelijk allebei niet wisten wat we tegen de ander moesten zeggen. Ik voelde plots hoe zijn vingers langzaam en zachtjes op en neer over mijn bovenarm heen streken en ik draaide mijn hoofd naar hem toe en legde deze tegen zijn schouder aan.

'Sirius?'

'Shhh.' Hij wilde er duidelijk niet over praten, en ik zuchtte zachtjes.

'Ik wil graag zo blijven liggen zonder dat je weg wilt…' Fluisterde hij en ik keek op recht in zijn grijze ogen en lachte naar hem.

'Ik ook.' Mompelde ik terug en sloot mijn ogen weer.