Live Goes On

Chapter 5

Goodbye?


Rachel was niet de enige die het door had. Edward die nog steeds naast haar stond, had het ook door net als Emmett die het dichtste bij Jasper stond.

Terwijl Edward in een snelle beweging Janet onopgemerkt liet struikelen, pakte Emmett Jasper haastig rond de middel en trok hem naar buiten voordat hij iets kon doen. Alice volgde hen haastig.

Janet was inderdaad gevallen zoals Edwards bedoeling was geweest maar had haar hand per ongeluk nog meer open gehaald aan het taartmes die ze met haar val had meegenomen. Dikke druppels bloed vielen op het tapijt en de overige Cullens, op Carlisle na, verstijfden wat.

Charles hielp haar overeind maar beide leken er niets van te snappen.

'Het is niets,' schoot Rachel de Cullens meteen te hulp. 'Jasper kan niet zo goed tegen bloed. Hij wordt er misselijk en duizelig van. En het laatste wat we willen is natuurlijk dat er iemand flauw valt'.

'Kom anders maar even mee, Janet. Ik heb denk ik nog wel iets in mijn kantoor liggen voor je wond,' zei Carlisle rustig.

Hij ging Janet en Charles voor naar boven naar zijn kantoor en toen ze uit het zicht verdwenen waren, vertrokken ook Rosalie en Esme uit de woonkamer. Rachel verborg haar gezicht in haar handen. 'Dit is allemaal mijn schuld. Het spijt me zo erg,' fluisterde ze tegen Edward.

Hij legde een arm om haar schouders en leidde haar ook naar buiten. Jasper was wat gekalmeerd door Alice en zij en Emmett hadden hem meegenomen om te gaan jagen. Rosalie en Esme stonden iets van het huis af en leken ook moeite te hebben met het kleine beetje bloed dat nu veranderd was in een groot beetje bloed.

'Het spijt me,' zei Rachel tegen hen. 'Ik had hier aan moeten denken'.

'Geef jezelf niet de schuld, Rachel. Bloed blijft een kritiek punt voor ons allemaal. Behalve Carlisle,' zei Esme.

'Ik denk dat het beter is als wij ook maar gaan jagen,' zei Rosalie aarzelend. En met dat waren ook de twee vrouwen weg.

Rachel zuchtte diep en liet zich op een omgevallen boomstam zakken. Edward ging naast haar zitten maar toen ze hem in zijn ogen keek, zag ze dat ook zijn ogen pikzwart waren geworden. Haar blik werd droevig en ook wat schuldig. 'Ga jagen,' fluisterde ze.

'En jou nu alleen laten? Ik dacht het niet,' zei Edward koppig.

'Edward, ga jagen. Alsjeblieft,' smeekte Rachel.

Hij zuchtte diep en vertrok toen ook maar niet voordat hij zijn lippen even zacht tegen haar lippen had gedrukt.

Rachel liep terug naar binnen toen hij ook weg was en zag dat Janet en Charles weer naar beneden gekomen waren samen met Carlisle. Janets hand was goed verbonden en ze bleef zich maar verontschuldigen maar Carlisle wou er niets van horen.

'Mam, pap, misschien is het beter als we naar huis gaan,' zei Rachel aarzelend.

'Ja, dat lijkt me ook slim,' zei Charles.

'Mijn hand is best. Ik wou het feestje niet verpesten. Echt niet,' zei Janet.

'Het geeft niet, mam. Het was een ongelukje,' zei Rachel.

'Kom, lieverd. We gaan naar huis,' zei Charles die een arm om Janets schouder legde.

'Ik blijf nog even, okay? Ik had beloofd om te helpen opruimen. Edward brengt me naar huis,' zei Rachel. Ze wou nog even blijven om met Carlisle te praten.

Haar ouders knikten, bedankten Carlisle en vertrokken toen.

Rachel liet zich op de trap zakken en Carlisle ging naast haar zitten. 'Ik heb alles verpest,' fluisterde ze.

'Het is niet jouw schuld. We hebben er geen van allen over nagedacht. Jasper is gewoon nog niet zo gewend aan bloed als de rest van ons,' zei Carlisle.

'Hoe is het jou gelukt, Carlisle? Om immuun te worden?' vroeg Rachel die hem schuin aankeek.

'Jaren en jaren van training,' verklaarde Carlisle.

'Heb je ooit gedacht om op de "gewone" manier te leven?' vroeg Rachel twijfelend. 'Op de manier waarop Aro, Marcus en Caius ook leven?'.

'Nee,' zei Carlisle eerlijk. 'Ik heb er nooit over nagedacht. Ik wou mensen helpen. Ik breng nu voor toch veel mensen vrolijkheid, ondanks dat ik verdoemd ben'.

'Verdoemd? Zoals tot de hel?' vroeg Rachel verward.

Carlisle keek haar even aan maar antwoordde niet.

'Nee,' zei Rachel en ze schudde haar hoofd. 'Carlisle, jij zou nooit verdoemd tot iets kunnen worden. Dat is gewoon niet mogelijk. Daar ben je veel te goedhartig en lief voor'.

'Bedankt, Rachel,' glimlachte Carlisle. 'Je hebt altijd heel open en normaal over ons gedacht. Anders dan Edward'.

'Is dat nog een reden waarom hij me niet wil veranderen?' vroeg Rachel aarzelend.

'Verplaats je even in hem. Als jij hem was en hij was jou en hij wou dat jij hem in een Vampier veranderde, zou je dat dan doen terwijl je dacht dat je daarmee zijn ziel zou wegnemen?' vroeg Carlisle.

Rachel zweeg even maar keek hem toen aan. 'Waarschijnlijk niet'.

Ze zwegen beide voor een lange tijd maar toen begon Rachel haar hart te luchten. 'Vind jij ook dat ik me teveel zorgen maak om Victoria?' vroeg ze.

'Als ik eerlijk ben niet. Tot nu toe zijn je dromen allemaal uitgekomen en je bent bang dat ze ons pijn doet. Na wat er met James is gebeurd kan ik je dat ook niet kwalijk nemen,' zei Carlisle.

'Dus je vindt het terecht?' vroeg Rachel.

'Als ik me verplaats in jouw positie… Ja, dan vind ik het terecht,' knikte Carlisle.

Ze glimlachte dankbaar maar wreef toen over haar armen. 'Carlisle, ik had vannacht een hele rare droom. Ik wou er niet met Edward over praten omdat hij slechts zou zeggen dat ik me nergens zorgen over hoef te maken maar nu dit is gebeurd maak ik me er dus wel heel erg zorgen om,' zei ze.

'Wat voor droom?' vroeg Carlisle.

'Ik droomde dat ik door het bos liep naar de open plek waar Edward en ik veel tijd door brengen. Eerst was ik er alleen maar toen kwam Edward ook en hij verontschuldigde zich omdat hij weg was gegaan. Hij zei iets over dat het had gevoeld dat zijn hart eruit was getrokken toen hij dus was vertrokken en dat toen Rosalie hem had verteld dat ik dood was, het had gevoeld alsof hij uit elkaar viel. En op het einde toen kwam er opeens een enorme wolf de open plek op en hij probeerde Edward aan te vallen. Ik probeerde hem te stoppen en ik noemde hem Jacob, als in Jacob Black,' vertelde Rachel.

Ze keek met een pijnlijke blik naar Carlisle die heel ernstig keek. 'Het komt toch niet uit, hè?'.

'Ik weet het niet, Rachel. Zoals ik al eerder heb gezegd, je dromen zijn tot nu toe allemaal uitgekomen. En ik begrijp dat nadat dit is gebeurd je je zorgen maakt. Er bestaat inderdaad een kans dat Edward besluit dat je beter af bent zonder ons en dat hij wil dat we vertrekken. Maar hij zal altijd wel terugkomen omdat hij van je houdt en omdat je zijn mate bent,' zei Carlisle.

Rachel voelde tranen in haar ogen opwellen en Carlisle sloeg een arm om haar schouders heen waarna hij haar zachtjes over haar rug begon te wrijven. 'Sst. Het komt wel goed'.

Na enkele minuten gehuild te hebben verdwenen haar tranen en veegde ze die weg. 'Sorry,' mompelde ze. 'Ik ben een emotioneel wrak'.

'Echt, Rachel, je moet afleren om zoveel sorry te zeggen,' grinnikte Carlisle.

Rachel glimlachte en ze keken op toen Edward de woonkamer weer in kwam. 'Zal ik je maar naar huis brengen?'.

Rachel knikte en stond op. Ze glimlachte nog een laatste keer naar Carlisle en toen vertrokken ze.

Edward reed en de rit ging in stilte voorbij. Toen ze eindelijk bij haar huis waren aangekomen, parkeerde hij de auto en bleven ze zwijgend naast elkaar zitten. 'Je kunt me niet voor altijd beschermen,' zei Rachel toen opeens. 'Op een dag zal het verkeerd gaan en zal iets ons scheiden. Of dat onze eigen keuze nou is of niet. Het kan door een ongeluk komen of door een ziekte of door ouderdom of door Victoria. Er komt een punt dat je me niet meer kunt beschermen'.

'Je wilt dat ik je verander,' zei Edward.

Rachel schudde haar hoofd. 'Nee. Daar probeer ik niet heen te gaan. Je zegt dat ik me teveel zorgen maak en misschien doe ik dat ook wel ergens maar ik maak me zorgen omdat ik van je hou en omdat ik soms het gevoel heb alsof ik je niet waard ben,' zei ze. 'Edward, ik heb het gevoel alsof je binnenkort weggaat en ik wil je daarmee duidelijk maken dat je me niet voor altijd kunt beschermen'.

Edward antwoordde niet maar stapte uit de auto en hielp haar toen ook eruit. 'Je zou naar binnen moeten gaan'.

Rachel bewoog niet maar staarde wat kwaad naar hem. 'Dat doe je nou altijd. Je verandert altijd het onderwerp wanneer je het niet aanstaat. Kijk me aan, Edward'.

Hij keek haar aan en was duidelijk teruggenomen omdat ze opeens zo kwaad was. 'Ik hou van je en dat weet je,' zei ze terwijl er weer tranen in haar ogen opwelden. 'Ik heb alle respect voor de manieren waarop je denkt en ik heb al het geduld in de wereld maar er komt een punt dat je me niet langer meer kunt beschermen en dat weet jij ook heel goed'.

Edward slikte een keer. 'Ik hoorde wat je met Carlisle besprak,' zei hij toen aarzelend.

'Dan weet je waarom ik me zorgen maak,' zei Rachel. Nieuwe tranen gleden over haar wangen. Edward liep op haar af en tilde haar op alsof ze niets woog. Het volgende moment stonden ze in haar kamer en zette hij haar op haar bed neer.

'Niet huilen,' fluisterde hij. Hij kuste haar en terwijl hij haar kuste streek hij de tranen van haar wangen. 'Niet huilen'.

'Beloof me alsjeblieft dat je niet weggaat en ik zal wellicht stoppen met huilen,' zei Rachel.

Edward glimlachte en kuste haar weer. 'Ik weet een andere manier om je te laten stoppen met huilen'.

Hij duwde haar voorzichtig op haar rug op bed en klom over haar heen terwijl hij haar dieper kuste.

'Esme… Gaat… Je… Vermoorden…' lukte het Rachel tussen zijn kussen uit te brengen.

'Weet ik,' glimlachte Edward. 'Maar ik heb je afgelopen nacht gemist'.


Toen Rachel de volgende ochtend wakker werd van haar wekkertje was het eerste wat haar opviel dat Edward weg was. Ze voelde haar hart wat samentrekken. Er stond iets aan te komen. Iets dat ze niet leuk zou gaan vinden.

Ze kleedde zich aan, ontbat in stilte samen met Charles en Janet en ging toen gewoon naar school. Alice, Jasper en Edward waren er niet en dat bevestigde haar slechte gevoel dat er iets naars stond te gebeuren.

Ze trok die dag op met haar andere vrienden.

Na school ging ze bij Janet langs, deels in de hoop om Carlisle te treffen, maar hij was er niet. Nog een teken dat er iets naars stond te gebeuren.

Toen ze uiteindelijk thuis kwam, belde Jane haar met het bericht dat als ze ook maar iets nodig ze had, ze langs mocht komen en dat ze haar kon bellen wanneer ze dat ook maar nodig vond.

Vanaf dat moment wist Rachel honderd procent zeker dat Edward wel zou weggaan ondanks de belofte die hij haar gisteravond had gedaan en dat deed pijn. Ze slikte een keer en begon aan haar huiswerk om afleiding te zoeken.

Tegen het einde van de dag, voordat Janet en Charles thuis kwamen en voordat de zon helemaal onder was, klopte Edward aan. Ze opende de deur en keek hem aan. Ze kon de blik in zijn ogen zien veranderen toen hij haar in de ogen keek.

'Hey,' zei ze.

'Hey,' groette hij terug. 'Zullen we even gaan lopen?'.

Rachel trok haar spijkerjasje aan en deed haar sjaal om en liep toen samen met hem het bos in. Na een lange tijd gelopen te hebben bleven ze staan. Hij durfde haar duidelijk niet aan te kijken. 'We moeten Forks verlaten,' zei Edward. Er klonk wat spijt in zijn stem.

'Waarom?' vroeg Rachel. Ze wou een goede reden hebben om hem te laten gaan.

'Carlisle hoort er tien jaar ouder uit te zien dan hij er eigenlijk nu uitziet. Mensen beginnen het op te merken,' zei Edward.

Tranen sprongen in haar ogen. 'Bullshit,' zei ze. 'Vertel me de waarheid. Waarom heb je besloten om te vertrekken?'.

'Je weet de waarheid al. Zo slim ben je wel,' zei Edward die haar nog steeds niet aankeek.

'Ik wil de woorden uit jouw mond horen komen,' zei Rachel.

Edward antwoordde niet.

'Je gaat weg omdat Jasper Janet probeerde aan te vallen,' besloot ze de woorden voor hem te zeggen. 'Ondanks dat het niets was'.

'Je hebt gelijk. Het was niets. Niets dat ik niet had zien aankomen. En niets vergeleken met wat had kunnen gebeuren,' zei Edward. Zijn blik stond gepijnigd. Hij had het er net zo moeilijk mee als zij had en hij durfde haar nog steeds niet aan te kijken. 'Je hoort niet in mijn wereld thuis, Rachel'.

'Misschien niet,' zei Rachel. 'Maar ik hoor wel bij jou'.

'Nee. Je hoort niet bij mij. Ik… Ik hou niet meer van je,' zei Edward. Hij keek haar nog steeds niet aan.

Ze slikte de tranen weg maar de brok in haar keel bleef. Ze wist dat hij het niet meende maar toch deed het zeer om hem de woorden te horen uitspreken.

'Maar als het niet teveel gevraagd is wil ik toch dat je me beloofd om niets stoms en gevaarlijks te doen,' voegde Edward er toen aan toe. 'Janet en Charles zouden het niet aankunnen als je iets ernstigs over kwam. En ik zal je iets in ruil daarvoor beloven. Dit is de laatste keer dat je me zult zien. Je zult gewoon doorgaan met je leven en het zal zijn alsof ik er nooit ben geweest. Dat beloof ik'.

Rachel keek hem eindelijk aan. 'Alsof je er nooit was geweest? Denk je echt dat ik door kan gaan alsof je er nooit was geweest?' vroeg ze. 'Als je dat denkt dan ben je echt dom. Of je nou een zoveel jaar oude Vampier bent of niet'.

'Je zult me moeten vergeten en gewoon door gaan. Je zult iemand vinden die wel van je houdt en dat ook voor altijd zal doen,' zei Edward die haar nog steeds niet durfde aan te kijken.

'Ik geloof je niet,' zei Rachel. Hij vermeed haar blik nog meer.

'Ik geloof je niet,' zei ze weer. 'Als je wilt dat ik je geloof dan kijk je me recht in mijn ogen aan en dan zeg je dat je niet van me houdt. Zonder te stoppen, zonder te twijfelen en zonder enige spijt in je stem te laten horen'.

Hij keek haar nog steeds niet aan waardoor ze op hem afliep en uiteindelijk haar armen om zijn nek sloeg en hem omhelsde. 'Ik hou van je,' fluisterde ze met tranen in haar ogen. 'Mijn hart is van jou. Dat is het altijd geweest en dat zal het altijd zijn'.

Ze voelde hem aarzelen. Hij zat in een tweestrijd of hij haar wel of niet zou terug omhelzen en dat voelde ze. Rachel liet hem los en zocht oogcontact met hem. Hij ontweek haar blik. 'Ik kan je niet beloven dat ik niet in een stomme of gevaarlijke situatie zal belanden want ze zoeken me altijd op en dat weet je. Ik kan wel beloven dat ik zal proberen om ze zo goed mogelijk te vermijden'.

Een schaduw van een glimlach trok naar zijn ogen. 'Ik beloof je ook dat ik zal proberen om door te gaan met mijn leven maar ik zal nooit door kunnen gaan zoals mijn leven was voordat ik je ontmoette. Dat is gewoon niet mogelijk,' zei ze.

'Rachel…' begon Edward die haar eindelijk aankeek.

'En je kan me beloven wat je wilt. Je kan me beloven dat dit de laatste keer zal zijn dat ik je ooit zal zien maar als ik eerlijk ben geloof ik er niets van,' onderbrak Rachel hem.

Nu trok er een glimlach naar zijn gezicht en hij opende zijn mond om daar op in te gaan. Ze was hem voor. 'Ik weet het, ik ben koppig. Altijd al geweest,' glimlachte ze. 'Iets wat jij me vaak hebt verteld'.

Edward streelde wat van haar haar naar achteren. Iets wat hij altijd graag deed.

'Ik ga je niet smeken om te blijven of om je met me mee te nemen. Net als mij ben jij ook heel koppig en je zult niet luisteren,' zei ze.

'Je kent me te goed,' mompelde Edward.

'Misschien,' glimlachte Rachel. 'Ik ga nu vaarwel tegen je zeggen maar het is voor nu. Ik zeg niet dat ik niet ga wachten tot je terugkomt'.

'Je bent echt koppig,' zei Edward terwijl hij zijn voorhoofd tegen de hare legde.

'En jij weet er alles van,' glimlachte Rachel.

Ze bleven even zo staan met hun voorhoofden tegen elkaar. Hij had zijn handen op haar rug gelegd en zij hield haar handen op zijn schouders. Toen verplaatste ze hen naar zijn gezicht en drukte een lichte kus op zijn lippen. 'Vaarwel, Edward'.

Ze liet hem los en wou weglopen maar zijn hand sloot om haar pols en trok haar terug in zijn armen. Het volgende moment drukte zijn lippen dwingend tegen de hare in een diepe, passionele kus. Rachel sloeg haar armen om zijn nek en kuste hem terug.

Toen ze uiteindelijk de kus verbraken keken ze elkaar hartgebroken aan. 'Vaarwel, Rachel'.

Hij liep wat achteruit. Heel langzaam en haar hand nog steeds vasthoudend. Ze had zijn ogen nog nooit zo verdrietig gezien. Eindelijk gleden hun vingers uit elkaar en in een flits was hij verdwenen.

Rachel staarde het bos in terwijl de hand die hij nog enkele secondes eerder had vastgehouden slapjes langs haar hing. 'Vaarwel…' fluisterde ze.

Voor een lange tijd bleef ze nog roerloos staan op de plek waar hij haar had achtergelaten maar toen begonnen haar tranen te vallen. Ze sloeg haar handen voor haar mond en begon te huilen. Hij was weg. Hij was echt weg.

Ze zakte op haar knieën op de grond en liet haar hoofd hangen. Haar handen hingen slapjes op de grond en het aanzicht had werkelijk ieders hart kunnen verscheuren.

Ze bleef voor minstens een halfuur daar op haar knieën zitten terwijl ze huilde maar toen kwam ze overeind en begon ze rond te lopen. Ze moest alles op een rijtje zetten voordat ze naar huis zou gaan en Janet en Charles zou uitleggen waarom ze in hemelsnaam in haar eentje het bos in was gegaan terwijl die vreemde moorden bezig waren.

Ze dacht over van alles na terwijl ze bleef rondlopen. Ze verloor al het besef van tijd en ruimte tot ze het koud begon te krijgen. Ze keek op en zag dat het nacht was geworden. Ze had geen idee waar ze was of welke kant ze op moest. Het was te donker geworden om nog verder door te lopen. Ze zou alleen maar gaan verdwalen. Dat wist ze nu al.

Tot zover haar belofte om problemen te proberen te vermijden.

Ze wist niet waarom maar opeens begon ze te lachen. Heel hard zelfs. Ze bleef lachen tot ze uiteindelijk op haar knieën viel van de pijn in haar buik van het lachen. Toen vervaagde haar gelach en terwijl ze haar hoofd schudde begon ze weer te huilen. Ze begon het te verliezen, besefte ze aarzelend.

Ze ging op de grond liggen en vouwde haar armen kruiselings voor haar borst terwijl ze weer de tranen over haar wangen liet glijden. Het zou wel goed komen, hield ze zichzelf voor. Alles zou wel goed komen.

Ze sloot haar ogen en slaap overviel haar.


Stemmen die lachten, stemmen die huilden, stemmen die praatten…

Angst, woede, verdriet, wraak.

De vier meest kritische en meest gevaarlijke emoties die ze ooit zou kunnen voelen en ze voelde ze alle vier tegelijkertijd.

Maar waar was ze? Wat gebeurde er?

Vormen en kleuren verschenen om haar heen en eindelijk begon ze scherp te zien.

Angst overspoelde haar toen ze de balletstudio herkende. De balletstudio waar James haar naartoe had gelokt en waar Edward haar had gered.

De ramen waren kapot, de vloer was in stukken gebroken en er zat een figuur op de grond op de plek waar Alice, Emmett en Jasper James hadden verbrand.

Een figuur met een grote en wilde bos rode krullen.

Victoria…

Ze huilde traanloos en droge snikken gleden uit haar mond. Toen keek ze op en haar rode ogen boorden zich in haar eigen bruine ogen.

Ze histe en kwam overeind.

'Je zult boeten voor wat je hebt gedaan. Je zult boeten voor wat hij heeft gedaan'.

Victoria viel aan en ze probeerde haar krachten te gebruiken maar er gebeurde niets. Ze probeerde te rennen maar ze kon niet bewegen. Ze wou gillen maar er kwamen geen geluiden over haar lippen. En toen eindelijk kon ze één woord over haar lippen krijgen.

'Edward!'.


Rachel schrok wakker en voelde hoe iemand haar aanpakte van weer iemand anders.

'Dank je, Sam'.

Dat klonk als Charles.

'Oh, lieverd. Ben je in orde?'.

Dat klonk als Janet.

'Dit is allemaal de schuld van de Cullens'.

Dat klonk als Harry Clearwater, een vriend van Charles.

'Rachel…?'.

Dat klonk als Jacob.

Rachel opende haar ogen en er ging een opgeluchte zucht door de groep heen.

'Lieverd, wat is er gebeurd?' vroeg Janet terwijl ze wat haar uit Rachels gezicht streek.

'Ik… Ik probeerde mijn gedachtes op een rijtje te krijgen door een boswandeling te maken alleen ik vergat de tijd en ik keek niet waar ik precies heen ging dus verdwaalde ik,' zei Rachel.

'Hoe… Hoe zit het met Edward?' vroeg Charles aarzelend.

'Wat is er met hem?' vroeg Rachel zo luchtig mogelijk.

'Was hij bij je?' vroeg Charles.

Rachel besloot te liegen. 'Nee. Ik heb hem niet meer gezien sinds twee avonden geleden en toen hebben we het uitgemaakt omdat hij en zijn familie zouden gaan verhuizen. Carlisle heeft een geweldige baan aangeboden gekregen in een andere stad,' zei ze.

Ze kon in hun gedachtes lezen dat ze haar geloofden op Harry, Jacob, Sam en een paar andere jongens na. Zij geloofden haar duidelijk niet. Maar zij wisten ook, op Jacob na dan, wat de Cullens werkelijk waren geweest.

'Mag ik naar binnen? Ik heb het koud en ik ben moe en morgen heb ik school dus moet ik er weer vroeg uit,' zei Rachel.

'Tuurlijk,' zei Charles. Hij zette haar neer en ze liep het huis in.

Toen ze op haar eigen kamer was pakte ze haar mobiel en belde Aro. Ze moest bij iemand haar verhaal kwijt en op dat moment kon ze dat alleen bij degenen die wisten wat er gaande was. De Volturi dus.