Hi hi.

Een nieuw hoofdstuk.

Rachel ziet Laurent weer. Hoe zal dat lopen?

Review alsjeblieft.

XxX Emmetje.

Ps. De Volutri zullen nog een keer terugkomen alleen in het vervolg op Live Goes On. Ik vond niet een passende plek voor hen in de volgende hoofdstukken maar ze zullen nog een keer terugkomen. Beloofd.


Live Goes On

Chapter 11

Encounter With Old Friends


In de volgende anderhalve week lag het leven voor Rachel even stil. Het buikgriepvirus dat ook de school voor een aantal dagen had gesloten (er waren teveel leerlingen en leraren ziek en dus afwezig) had haar ook in zijn greep gekregen.

Hoge koorts, braakbuien, niets kunnen eten, misselijkheid, vermoeidheid. Het hoorde er allemaal bij. Ze had zich nog nooit zo beroerd gevoeld en tegen de tijd dat ze wat begon op te knappen was ze zo slap als een vaatdoek.

Ze probeerde contact te houden met Jacob terwijl ze ziek was maar ze kreeg hem niet te pakken en toen ze Charles had gevraagd of hij iets uit Billy kon krijgen, kwam hij terug met het nieuws dat Jake de Mono ziekte had en dat niemand hem mocht zien.

Eenmaal beter deed ze nog rustig aan. Geen feestjes, niet stappen, niet dronken worden. Ze ging naar school, ze ging naar huis, maakte thuis huiswerk en schilderde of las wat maar dat was het ook zo'n beetje. Voor iets intensiever had ze de kracht nog niet voor.

Ze bleef echter Jacob bellen, in de hoop dat hij zou opnemen. Maar er gebeurde niets dus sprak ze meerdere keren in om te vragen hoe het met hem was, hoe hij zich voelde en gewoon om even met een vriend te kunnen praten. Maar hij nam nooit op.

Twee week later had ze nog steeds nies van Jacob gehoord en de regenperiode was gekomen en het maakte haar een beetje depressief. Dat en dezelfde dromen over hoe Victoria haar aanviel, haar bijna verstikte en haar tegen een boom drukte en haar helse pijn gaf.

Ze ging weer steeds minder vaak uit, al probeerde ze nog steeds leuke dingen te doen met Angela en Jessica, en sloot zich steeds vaker op op haar kamer. Of ze hing in de vensterbank van de woonkamer, waar ze dan naar buiten staarde met een boek op schoot.

Zo zat ze ook op een Zaterdag toen Charles ging vissen met Harry Clearwater. Ze staarde maar naar buiten met een boek op schoot en zo zat ze al sinds ze wakker was geworden.

'Okay,' zei Charles. 'We moeten rond een uur of drie terug zijn. Janet gaat proberen of ze eerder naar huiskan komen en anders is ze rond vier uur terug.' Rachel zei niets en bleef naar buiten staren. Dat maakte Charles bezorgd en hij liep naar haar toe. 'Hey.' Hij legde een hand op haar schouder en ze keek eindelijk naar hem om. 'Ik hoef niet te gaan vissen vandaag.'

'Jawel, dat moet je wel,' onderbrak Harry hem.

Rachel gaf haar vader een klein glimlach. 'Harry heeft gelijk. Je moet wel gaan vissen, pap. Maak je geen zorgen over mij. Ik vermaak me wel.'

'Weet je het zeker?' vroeg Charles voor de zekerheid. 'Als je liever hebt dat ik thuis blijf…'

'Pap,' onderbrak Rachel hem. 'Ik red me wel. Gaan jullie nou maar lekker vissen. Wel voorzichtig zijn, alsjeblieft.'

Charles gaf haar een kus op haar voorhoofd. 'Dat ben ik altijd, lieverd.'

'Die beren zullen niet onopgemerkt langs mij komen, Rachel,' verzekerde Harry haar. 'Mijn kungfu is erg sterk.'

Rachel lachte een beetje. 'Daar heb ik geen twijfels over, Harry.'

Hij gaf haar een knipoog en kort daarna vertrokken de twee. Rachel zuchtte en staarde weer naar buiten toe, naar de vallende regen. Ze had nooit eerder last gehad van een depressieve bui vanwege het regenseizoen.

Na een paar uur hield ze het echter niet meer uit en verwijderde zichzelf van haar plek op de vensterbank en trok haar sneakers aan, greep haar jas en haar huis- en autosleutels en vond zich al snel in de auto op weg naar Huize Black.

Toen ze daar aankwam, met het idee om aan Billy te vragen hoe het met Jacob ging, zag ze de persoon in kwestie gewoon buiten in de stromende regen lopen. Hij droeg slechts een driekwart spijkerbroek en een paar schoenen en verder niets.

Rachels mond viel half open en ze draaide de motor af. Daarna stapte ze naar buiten en gooide de deur met een klap achter zich dicht.

'Jacob Black!' schreeuwde ze kwaad. Jake stopte met lopen. 'Waarom heb je me niet terug gebeld?' Ze stopte kwaad voor hem. 'Ik begon bezorgd te worden dat je iets levensgevaarlijk had opgelopen en ergens dood lag te gaan. Maar nee, je loopt hier gewoon vrolijk rond alsof er niets aan de hand is!' Jacob zei niets en Rachel sloeg haar armen over elkaar. 'En wat is met de nieuwe look? Je hebt je haar afgeknipt en een tatoeage laten zetten?'

'Rachel…'

'Je vader zei dat je te ziek was om naar buiten te mogen!' onderbrak Rachel hem kwaad. 'En dat je te ziek was om ook maar even de telefoon op te pakken als ik belde!'

'Ga weg.'

'Pardon?' vroeg Rachel wat geschokt.

'Ga weg.'

'Ga weg?' vroeg Rachel. 'Je vraagt me om weg te gaan? Wat is er in hemelsnaam met je gebeurd?' Haar stem begon weer meer volume te krijgen. 'Is dit vanwege wat ik zei in de bioscoop?' Jacob draaide zich om en wou weg lopen. 'Hey!' Rachel greep kwaad zijn arm vast. 'Waarom doe je zo onbeleefd? Ben je zelfs wel ziek geweest of was dat allemaal maar een excuus om niet met mij te hoeven praten?'

'Nee…'

'Waarom dan?' beet Rachel hem boos toe. Jacob zei niets. 'Is het Sam eindelijk gelukt om je bij zijn kleine bende te krijgen? Is dat wat er aan de hand is? En is hij te stoer en te goed om de leden van de bende met meiden te laten omgaan?'

'Sam probeert me alleen maar te helpen,' zei Jacob. 'Hij is niet degene die je de schuld moet geven. Maar als je echt iemand de schuld wilt geven, geef de schuld dan aan die vieze bloedzuigers van wie je zoveel houd: de Cullens.'

Rachel gaf hem een rare blik. 'Werkelijk? Je gaat de Cullens nu de schuld geven? Die zijn niet eens meer hier en ze komen ook niet terug.' Ze gaf hem een kwade blik. 'Weet je, als ik iemand de schuld ga geven dan ben jij het wel. Jij bent degene die me opeens begint te ontlopen en die niet terug belt en die opeens grof en raar begint te doen. Als je een probleem met me hebt, alsjeblieft zeg het me dan nu gewoon.' Maar Jacob zei niets en dat maakte Rachel alleen nog maar kwader. 'Best. Vergeet het anders maar ook gewoon.' Ze draaide zich om en liep weg. Maar stopte halverwege en kwam terug gelopen. 'Weet je, ik kwam hier om te kijken en te vragen hoe het met je ging. Maar nu wens ik dat ik nooit was gekomen. Dat ik nooit vrienden met je was geworden want wat blijk je een zak te zijn achteraf gezien.'

Ze draaide zich weer om en liep terug naar haar auto. Ze stapte weer in, startte de auto en reed kwaad weg zonder Jacob nog maar een blik te geven.

Hij had gezegd dat hij haar nooit pijn zou doen, dat hij nooit hetzelfde zou kunnen doen als was Edward had gedaan. Maar dat deed nu toch. Wat waren dat mooie praatjes geweest en ze was gek dat ze ze ooit had geloofd.

Na een tijdje gereden te hebben reed ze de berm in en trapte daar hard op de rem. De auto kwam stil met een schok en ze staarde diep in en uit ademend door de ruit naar voren. Ze had nog nooit zoveel woede door haar aderen voelen stromen. De regen was het enige geluid dat er gemaakt werd. Er reden zelfs geen andere auto's.

Toen kwam ze weer in beweging. Ze opende de deur weer en stapte uit waarna ze de deur weer hard dichtgooide. Vervolgens liep ze, zonder jas en in de stromende regen, het bos in en ze bleef doorlopen. Tot ze uiteindelijk ver van de weg en haar auto was verwijderd. Toen brak ze los.

Ze gaf een woedende gil en de takken van een boom die vlakbij stond sprongen in allemaal splinters uit elkaar en schoten alle kanten op.

Ze gaf nogmaals een woedende gil. Ene kleine boom die achter haar had gestaan begon te kraken en viel naar beneden.

Ze gilde nogmaals, dit keer sprongen er een drietal stenen uit elkaar en stukken steen sprongen alle kanten op.

Drie keer deed ze hetzelfde en alle drie de keren gebeurde er iets: bomen vielen om, sprongen uit elkaar, stenen explodeerde alsof er dynamiet op hen was geplaatst.

Toen zakte ze in elkaar op de grond en daar begon ze te huilen terwijl de regen op haar neer bleef dalen en haar tot haar boten doorweekte. Ze was weer helemaal alleen.


Rachel liep zwijgend en lijkbleek het huis in. Zodra ze de deur achter zich sloot kwamen Charles en Janet haar tegemoet. Het was al bijna half zes.

'Waar was je?' vroeg Janet bezorgd. Toen zag ze dat ze helemaal doorweekt was. 'En hoe kom je zo doorweekt?'

Rachel trok haar schoenen uit. 'Ik ben naar La Push geweest om te kijken hoe het met Jacob was.'

'Hoe ging het met hem?' vroeg Janet met een glimlach.

'Blijkt dat hij ook al zo'n zak is,' antwoordde Rachel op dezelfde toon. 'Hij is nooit ziek geweest en vond blijkbaar dat de beste manier om me te laten weten dat hij geen vrienden meer wou zijn, was door niet meer te bellen en me te negeren.'

'Wat?' vroeg Charles verward. 'Nee, zo is Jake niet.'

'Geloof me,' zei Rachel die hem koeltjes aankeek. 'Ik heb hem zelf gesproken en hij was gewoon buiten.' Ze hing haar jas op. 'Daarna heb ik rondgereden en toen werd ik kwaad dus ben ik het bos in gegaan, zonder jas. Daarom ben ik zo doorweekt. Ik ga douchen.' Ze liep langs hen heen naar de trap toe. Maar ze was nog maar een paar treden hoog toen ze stopte en naar Charles en Janet omkeek. 'Trouwens, als jullie nieuws krijgen over een half verwoeste plek in het bos, dat was mijn schuld. Ik was nogal kwaad.' Toen draaide ze zich weer om en liep verder de trap op.


De dagen die volgden verliepen niet veel beter. Ze had last van woede aanvallen waardoor er regelmatig dingen zomaar opeens uit elkaar sprongen. Ze had er geen controle over en na de woede aanvallen was ze altijd erg van slag.

Janet en Charles hielden haar zo goed mogelijk in de gaten en hielden haar thuis, bang voor wat er op school zou gebeuren als ze zo woede aanval kreeg en iemand merkte op het was haar werk dat er dingen kapot gingen.

Toen Charles plannen had gemaakt om contact te zoeken met Aro om hem om hulp te vragen, had Rachel zijn plan in zijn gedachtes gehoord en ze was zo boos geworden dat de telefoon in honderden stukjes uit elkaar was gesprongen en voor een gehele middag hadden ze zonder stroom gezeten.

Ze lieten haar ook niet langer buiten en dat maakte alles er niet beter op want ze voelde zich opgesloten en ze hield er niet van om zich opgesloten te voelen. En het was op een Woensdag dat de laatste druppel bij haar viel.

Zij en Janet waren in de keuken en het was laat op de middag geweest. Janet was bezig met koekjes bakken en Rachel had aan de keukentafel gezeten en was bezig geweest met haar huiswerk.

'Mag ik zo even naar buiten toe?' vroeg Rachel na de hele lange stilte waar ze al in hadden gezeten sinds ze plaats hadden genomen in de keuken.

Janet stopte meteen met wat ze aan het doen was toen ze dat vroeg. Langzaam draaide ze zich naar haar toe. Rachel zag nu dat ze wat bleek was en zelfs een beetje ongerust.

'Rachel, je weet dat je niet naar buiten kunt.'

Rachels woede kwam langzaam naar boven. 'Waarom niet?'

'Je hebt je krachten niet in de hand. Wat als iemand ziet dat je ze gebruikt? Het zou je leven in gevaar brengen.'

'Dat zou heus niet de eerste keer zijn,' antwoordde Rachel bitter.

'En wat als je iemand zeer doet? Je wilt dat toch niet.'

'Wat ik wil is me niet opgesloten voelen.'

'Rachel…'

'Nee,' onderbrak Rachel haar boos. 'Jullie sluiten me hier op!'

'Om je te beschermen. Het is voor je eigen bestwil…'

'Nee, dat is het niet!' zei Rachel kwaad terwijl ze overeind ging staan. Haar handen waren aan het trillen en ze wist dat ze moest kalmeren maar dat lukte haar niet. Het was alsof iemand anders woede het van haar over had genomen en ze kon het niet stoppen. 'Hoe is me opsluiten alsof ik een dierentuin dier ben voor mijn eigen bestwil? Hoe is het mogelijk dat geen frisse lucht krijgen goed voor me kan zijn? Alsjeblieft, leg me uit hoe dat goed voor me kan zijn!'

'Rachel…' fluisterde Janet. Ze klonk nu bang en geschrokken. 'Je ogen…'

Dat kalmeerde Rachel iets en het verwarde haar ook waardoor ze naar de gang liep en in de spiegel keek, net op tijd om haar irissen van een goudachtige gloed terug te keren naar de bruine kleur die ze normaal hadden.

Janet liep ook de gang in en Rachel keerde zich tot haar, met een verward, bang en geschrokken gezicht. 'Wat gebeurt er met me?'

'Ik weet het niet, lieverd.'

Rachel ademde diep in en uit en probeerde de tranen terug te dringen. 'Lucht,' fluisterde ze terwijl ze koers zette naar de voordeur. 'Ik heb frisse lucht nodig.'

'Rachel…' begon Janet.

Rachel draaide zich naar haar om. 'Alsjeblieft.'

Janet was even stil en knikte toen. Dat was alle toestemming die ze nodig had. Ze draaide zich weer om en liep de deur uit en weg van het huis. Zodra ze in het bos was en ver weg van het huis, begon ze te rennen. En ze bleef rennen, dieper en dieper het bos in. Ze moest weg. Ze moest gewoon even van alles weg.

Ze rende zo ver dat ze uiteindelijk een open veld op rende en daar bleef ze staan en boog zich voorover. Met haar handen op haar knieën probeerde ze op adem te komen en al haar gedachtes weer op een rij te krijgen.

Er was iets raars met haar aan de hand. Woede aanvallen, dingen die ze liet exploderen, haar ogen die van kleur veranderde. Er was iets goed mis met haar.

Ze ging weer gewoon overeind staan, nog steeds druk bezig om op adem te komen. En terwijl ze dat deed liet ze haar ogen rond dwalen.

Haar hart stopte even toen ze merkte waar ze onbewust naartoe was gerend. Het open veld in het bos waar Edward haar vaak mee naartoe had genomen. De bloemen bloeiden niet en het zag er wat dor en kaal uit maar ze wist vrij zeker dat hetzelfde plek was.

Ze gaf een kleine gefrustreerde gil en duwde haar handen tegen haar ogen. 'Waarom hier? Verdorie, waarom?'

Haar hart stopte nogmaals toen ze de aanwezigheid van nog een persoon voelde. Ze liet haastig haar handen zakken en haar ogen werden wat groter toen ze een bekend iemand aan de andere kant van de open plek zag.

'Laurent?'

'Rachel,' antwoordde de Vampier die ooit bij James' coven had gehoord. Hij droeg een paars pak en had een donkerhuid, rode ogen en donkere dreadlocks. In een oogblink stond hij nog maar enkele meters van haar af. 'Ik had niet verwacht om je hier te vinden.'

'Hoezo niet?'

'Wel, ik ging Cullens bezoeken maar ik vond hun huis leeg. Ze zijn weg.' Hij begon langzaam stappen te zetten en het voelde haast alsof hij om haar heen aan het cirkelen was. 'Ik ben verrast dat ze jou achter hebben gelaten. Ben je niet een soort van huisdier voor hen?'

'Huisdier?' vroeg Rachel verontwaardigd. 'Absoluut niet.'

'Komen Cullens vaak op bezoek?'

Rachels gezicht kwam wat verward te staan toen ze weer een spookachtige versie van Edward zag. Hij stond tussen haar en Laurent in. 'Lieg.'

'Nee. Ze zijn weg gegaan en komen ook niet meer terug. En eerlijk gezegd wil ik ook niet dat ze terug komen.'

'Rachel, lieg en lieg goed.'

'Maar als ik ze ooit nog zie dan zal ik zeker zeggen dat je langs bent geweest en op zoek naar hen bent. Dat is als ik niet te druk bezig ben om hun de volgende wereld in te schelden.'

Laurent glimlachte een beetje. 'Wel, wel. Ben jij niet spiritvol geworden?'

'Altijd al geweest,' antwoordde Rachel. 'Maar ik zou weer moeten gaan. Mijn ouders, ze weten niet dat ik zo ver het bos in gegaan en mijn moeder is altijd heel erg snel bezorgd.'

'Edward was ook altijd bezorgd om je. Of in ieder geval van wat ik heb gezien.'

Rachel haalde haar schouders op en probeerde rustig te blijven. 'Dat zal wel, als jij het zegt.'

'Maar hij is hier niet. Hij is ver weg.'

Rachel begreep niet waar hij heen ging en deed haar armen over elkaar en gaf hem een achterdochtige blik. 'Waarom ben jij hier? Zou jij niet naar Alaska vertrekken?'

'Ik kwam terug als…'

'Als wat?'

'Als een gunst voor Victoria.'

Er begon iets bij Rachel te dagen. 'Victoria. Natuurlijk.'

'Ze vroeg me of ik wou kijken of je nog steeds onder de bescherming van Cullens stond. Victoria vindt dat het alleen maar eerlijk is'

om mij te vermoorden aangezien Edward James heeft vermoord,' onderbrak Rachel hem. 'Ja, dat was me ondertussen duidelijk geworden.'

'Een mate voor een mate,' zei Laurent. 'Of zoals het gezegde: een oog voor een oog.'

'Bedreig hem,' zei Edwards schim van naast haar.

'Laat haar maar komen. Ik ben niet bang voor haar,' zei Rachel. 'En zo makkelijk ben ik niet te vermoorden.'

'Oh, ik geloof dat je je daar in vergist,' zei Laurent. Hij zuchtte en schudde zijn hoofd, alsof hij tegen iets op keek. 'Victoria zal niet blij zijn met mij die jou vermoord. Maar ik kan mezelf niet helpen. Je ruikt gewoon zo goed.'

'Laurent,' zei Rachel met op elkaar geklemde kaken. 'Ik ben de laatste tijd in een hele slechte bui dus je wilt me liever niet kwaad maken en op dit moment ben je goed op weg om dat toch te doen.'

'Sst.' Laurent was voor haar in een oogblink en had zijn handen aan beide kanten van haar gezicht. 'Je hoeft je niet sterk te houden om je angst te verbergen. Ik doe dit uit goedheid.

'Me vermoorden is iets wat jij goedheid noemt?' vroeg Rachel walgend.

'Victoria is van plan om je langzaam te vermoorden. Je zoveel pijn laten voelen dat je haar zult smeken om je te vermoorden, gewoon omdat je wilt dat het ophoud. Maar ik zal het snel laten verlopen. Je zult niets voelen,' fluisterde Laurent in haar oor. 'Dat beloof ik.'

'Wat dacht je van helemaal niet?' Rachel opende haar ogen en keek hem woedend aan. 'Ik had je gewaarschuwd.' Ze duwde haar hand naar voren en Laurent werd door een onzichtbare kracht achteruit gegooid en hij landde tegen een boom aan. 'Ik had je gewaarschuwd en ik had je verteld dat ik niet makkelijk te vermoorden ben en dat ik de laatste tijd erg snel kwaad ben. Meestal blaas ik dan ongewild dingen op. Wil je DAT risico nemen, Laurent?'

In een flits was hij weer overeind. 'Jij…' Hij stopte in zijn zin toen er takjes knapten. Zowel hij als Rachel keken om, de kant op waar het geluid vandaan kwamen. 'Ik geloof het niet.'

Een luide grom weer klonk van tussen de struiken en Rachels mond viel open toen ze een enorme, zwarte wolf tussen de struiken vandaag zag komen en het open veld op stappen.

'Ben ik de enige die een gigantische wolf ziet?' vroeg ze aan niemand in het bijzonder. Haar ogen werden nog groter toen ze nog vier andere wolven tevoorschijn zag komen: een grijze met zwarte vlekken op zijn rug, een donker grijze, een donkerbruine en voskleurige. 'Schrap dat, ben ik de enige die vijf gigantische wolven ziet?'

Laurents antwoord was dat hij wegrende en de wolven renden achter hem aan. Maar de voskleurige stopte voor haar en keek haar aan met twee bekende bruine ogen.

Rachels gezicht trok zich in een frons. 'Jake…?'

De wolf legde zijn oren even in zijn nek maar rende toen achter de rest van de wolven aan. Laurent stopte halverwege en rende terug en verkocht de zwarte wolf, die voorop rende, een harde dreun waardoor hij door de lucht vloog en op de grond terecht kwam. Hij herstelde zich echter meteen weer en rende weer vooruit.

Rachel had genoeg gezien en draaide zich om en rende weg, zo hard als ze kon. Ze had wel weer genoeg frisse lucht voor één dag gehad.

Eenmaal weer thuis rende ze meteen door naar de keuken en waar ze Charles, Janet en Harry vond. 'Pap, ik heb ze gezien!'

'Rachel,' verzuchtte Janet opgelucht en ze omhelsde Rachel.

Maar die duwde haar weg en wendde zich weer tot haar vader. 'Ik heb ze gezien, in het bos. Het zijn geen beren.'

'Wat bedoel je in het bos?' vroeg Charles. 'Rachel, wat deed jij in het bos?' Hij keek naar Janet. 'Heb jij haar naar buiten gelaten?'

'Pap!' gilde Rachel zowat. 'Het zijn geen beren, het zijn wolven! Gigantische wolven!'

'Weet je dat echt zeker, Rachel?' vroeg Harry.

'Ja!' riep Rachel uit. 'Ik heb ze net gezien! Ze zaten achter…' Ze stopte in haar zin toen ze besefte dat ze hen niet kon vertellen dat ze achter Laurent aan hadden gezeten. '… iets aan.'

Harry kuchte wat en Charles keek haar wat sceptisch aan. 'Wolven?'

Rachel knikte. 'Het was een hele groep. Ik heb er vijf gezien. Misschien zijn er nog wel meer.'

'En je weet zeker…'

'Ja!'

Charles knikte. 'Okay. Okay, ik geloof je.' Hij keek naar Harry. 'Heb je zin om te gaan jagen? Om een paar van je jongens op te trommelen?'

'Tuurlijk. Ja, tuurlijk. Ik zal… Ik zal ze even een belletje geven,' zei Harry die niet erg enthousiast klonk en daarna de keuken uitliep.

'En jij,' zei Charles die toen opstond. 'Wat dacht je wel niet? Het bos in gaan? Naar buiten gaan?'

'Charles…' begon Janet.

'Het gaat vaker gebeuren,' zei Rachel die haar onderbrak. 'Of je het nou leuk vindt of niet. Ik ben geen beest dat je kunt opsluiten. Ik heb frisse lucht nodig. Ik vind het best dat ik thuis blijf en thuis aan school werk tot ik die driftbuien en mijn krachten weer onder controle heb maar alsjeblieft, laat me af en toe naar buiten gaan.'

Charles keek naar Janet die knikte. Toen keek hij weer naar Rachel. 'Okay. Maar niet meer het bos in, begrepen?' Rachel knikte. 'Mooi. Ik moet naar het bureau.' Hij gaf Janet een kus op haar wang. 'Het zal wel laat worden.'

Janet knikte. 'Wees voorzichtig.'

'Heel voorzichtig,' vulde Rachel aan.

Hij gaf hen beide een stevige omhelzing. 'Altijd.'