Hoi, hoi.
Ik heb geen reviews gehad. Helaas.
Maar dat maakt verder ook niet uit.
Ik heb nog een vraagje: wie hopen jullie dat Rachel kiest?
Ik heb zelf namelijk een idee maar ik ben wel nieuwsgierig naar wie jullie willen dat ze kiest. En ik laat het niet helemaal lopen zoals de boeken/de films dus wie ze gaat kiezen blijft nog even spannend. Maar wat is jullie favoriete keuze?
In ieder geval, een nieuw hoofdstuk. Ik hoop dat hij bevalt.
Laat me alsjeblieft weten wat jullie ervan vinden en wie jullie graag willen dat ze kiest.
Review dus, alsjeblieft.
XxX Emmetje
Live Goes On
Chapter 12
Werewolves
Ze liep het huis uit. Het was donker buiten en redelijk fris. Ze rilde ietsje en trok haar jas dichter om zich heen en wreef zichzelf over haar armen. Toen begon ze te lopen.
Ze probeerde weg te komen van iets. Ze probeerde ergens aan te ontsnappen maar ze wist niet precies wat.
Bij het rand van het bos bleef ze staan en keek ze om, terug naar het huis. Het was aarde donker binnen. Haar ouders sliepen waarschijnlijk.
Ze wreef zich weer over haar armen en keek weer naar voren en begon weer te lopen, het bos in en weg bij de bewoonde wereld.
Het hielp niets. Dat gevoel, dat iets waar ze van weg probeerde te komen, het bleef daar en het bleef haar irriteren.
Ze kreunde zachtjes en wreef over haar slapen. 'Ga weg. Alsjeblieft. Ga weg.'
Het hielp niets. Dat iets dat bleef daar. Het bleef haar martelen. En dus bleef ze lopen, dieper en dieper het bos in en dieper en dieper de nacht in.
Ze had geen idee hoelang ze had gelopen toen ze iets hoorde bewegen. Ze stopte direct en bleef staan en luisteren. Maar ze hoorde niets.
Toen was het er weer. Dat geluid alsof er iemand bewoog. Het geritsel van bladeren en struiken, het knappen van takjes.
'Wie is daar?'
Er kwam geen antwoord en dit keer bleef het ook stil dus liep ze langzaam door. Een uil die van veraf roekoede liet haar schrikken en ze maakte een klein sprongetje.
Toen ademde ze diep uit en sloot haar ogen. 'Verman je, Rachel. Je ziet spoken.'
Ze liep weer door. Het gevoel dat ze nu aan iets probeerde te ontkomen werd langzaam minder tot het eindelijk verdween en met een zucht van opluchting bleef ze weer staan.
Toen hoorde ze weer iemand bewegen en ze keek wild om zich heen. Maar er was weer niemand te zien. Toen klonk het alsof iemand langs haar heen rende, heel snel. Ze voelde zelfs haar haren bewegen door de snelheid van dat geren.
Ze slaakte een geschrokken kreet en draaide zich weer met een ruk om. Maar er was weer niemand te zien.
'Wie is daar?' riep ze. Er kwam geen antwoord. 'Wie is daar?' riep ze weer. Maar er kwam weer geen antwoord.
Toen, uit het niets, sprong er iets op haar af en duwde haar tegen de grond aan. Een stevige, koude hand sloot zich om haar keel en boven haar gezicht hing een ander gezicht. Parelwitte tanden werden ontbloot in dat gezicht en dat gezicht hield ook twee bloedrode ogen, die diep in haar bruine ogen keken. Dat gezicht werd omlijst door wild, rood, krullen haar en dat gezicht was erg bleek.
'Victoria,' bracht ze uit.
De grip van de hand om haar keel werd strakker en de persoon boven haar begon haar keel dicht te knijpen. Ze hapte naar adem, adem die ze helaas niet langer meer kon krijgen. De greep werd nog sterker en ze had het gevoel alsof haar keel gewoon zou breken.
'Iemand, help me,' dacht ze terwijl ze zich licht in haar hoofd begon te voelen.
Maar er was niemand om haar te helpen. Ze was alleen en ze moest zichzelf dus ook maar redden.
Het lukte haar met moeite om een hand los te krijgen uit de ijzeren greep op haar lichaam en ze duwde die in het bleke gezicht van de persoon die haar probeerde te laten stikken. Het was een poging om Victoria van haar af te krijgen. Een poging die faalde.
Vaag hoorde ze nog iemand rennen, heel snel rennen, en toen stoppen. Het volgende moment werd Victoria van haar afgetrokken en had ze weer de kans om te ademen en dat deed ze dan ook dankbaar. Ze begon te hoesten en daarna benauwd en snel in en uit te ademen.
Ze wist niet wie Victoria van haar had afgetrokken of wat er precies was gebeurd maar ze was wel heel blij dat ze weer kon ademhalen en dat Victoria weg was.
Langzaam krabbelde ze weer overeind. Heel langzaam en met een hand tegen haar keel gedrukt want die deed heel erg zeer. Ze voelde hoe de afdrukken van Victorias vingers zich langzaam tot blauwe plekken vormden.
Ze stond nog maar net en had nog maar net een paar stappen gedaan toen iemand weer tegen haar aanbotste en haar tegen een boom aanduwde. Een uitstekende tak boorde zich door haar zij heen en ze gilde het uit van de pijn.
Ze duwde zichzelf van de boom af en viel met een klap op de grond. Snikkend van de pijn drukte ze haar handen tegen haar zij. De wond bloedde en behoorlijk ook. Ze verloor bloed en snel ook.
Iemand rende weg, in hoge snelheid. Iemand anders maakte zijn/haar weg naar haar toe. Ze probeerde weg te kruipen maar ze voelde zich zwak en haar ogen begonnen langzaam dicht te zakken.
Tik.
Iemand pakte haar op en hield haar voorzichtig vast. Het voelde als mannenarmen. Hele erge sterke gespierde mannenarmen.
Tik. Tik.
'Rachel.'
Tik.
'Rachel. Kijk me aan.'
Tik. Tik. Tik.
Haar hoofd werd voorzichtig door een hand gedraaid en haar bruine ogen vonden twee…
Tik. Tik. Tik.
Rachel schrok wakker van haar droom en bleef voor een moment roerloos op haar bed liggen terwijl ze de droom liet inzakken.
Het was dezelfde droom die ze nu al een aantal weken had. Het was iedere keer dezelfde. En ze werd iedere keer wakker op het moment dat ze in de ogen van de persoon zou kijken die haar had gered.
Tik.
Ze keek wat slaperig op toen ze het tikkende geluid weer hoorde. Het waren steentjes die tegen haar ruit aangegooid werden.
Tik.
Langzaam kwam ze overeind van haar bed en ze liep naar het raam toe en tuurde er door naar buiten. Haar wenkbrauwen gingen omhoog toen ze zag wie het was.
Ze opende haar raam. 'Jacob? Wat doe jij hier?' Ze ging met een hand door haar bruine haren heen. 'Doe dat alsjeblieft niet meer. Je liet me schrikken.'
'Ga bij het raam vandaan.'
'Waarom?'
'Ik kom naar boven.'
'Je komt –' Haar mond viel open toen ze Jacob een aanloop zag nemen en omhoog zag klimmen. '– naar boven?' Ze deed een paar stappen naar achteren en secondes later sprong Jacob door haar raam naar binnen. 'Wow. Indrukwekkend,' zei ze koeltjes en ze sloeg haar armen over elkaar. 'Wat moet je?'
'Laat ik beginnen met: hi.' Rachel gaf hem een kille blik en zijn gezicht viel en kwam droevig te staan. 'Luister, het spijt me.'
Hij deed een paar stappen op hem af maar Rachel drukte een hand tegen zijn borst en stopte hem. Jacob snapte de hint en nam een paar stappen terug.
'Waar heb je spijt van?'
'Ik wou dat ik het kon uitleggen maar het is me letterlijk opgedragen…'
'Opgedragen?'
'Ik kan het je niet vertellen.'
Hij liep langs haar heen en verder haar kamer in. Hij stopte toen hij zag dat de dromenvanger die hij haar had gegeven boven haar bed hing. 'Helpt het?'
'Niet echt. Maar het is toch een leuk gebaar.'
Jacob draaide zich naar haar om. 'Heb je ooit een geheim gehad dat je met niemand kon delen? Eentje die niet het jouwe was om te delen?'
Rachel snoof wat. 'Oh, je hebt geen idee.'
Jacob ging op het einde van haar bed zitten en keek naar haar op. 'Dat is hoe het voor mij is. Alleen erger.' Rachel keek hem wat verward aan en ondanks dat ze nog steeds boos op hem was, luisterde ze toch. 'Je hebt geen idee hoe strak ik vast zit.' Hij keek even naar beneden en ademde een keer diep in voordat hij haar weer aankeek. 'Ik wou bellen. Dat wou ik echt. Ik wou niets liever. Maar het mocht niet.'
'Niet van Sam?' Jacob knikte en Rachel zuchtte en liet haar armen zakken. Ze snapte het nu beter. Ze stapte op hem af en ging met haar vingers door zijn haar. 'Ik haat dit. Ik haat wat ze met je hebben gedaan. Maar ik moet eerlijk toegeven dat het kapsel je goed staat.'
Opeens pakte Jacob haar rechterarm vast en liet die zakken. Ze zag dat hij het het sikkelvormige litteken op haar onderarm, degene die door James was achtergelaten, bestudeerde.
Ze zuchtte en bedekte hem met haar andere hand. 'Ik zei toch dat ik wist hoe het voelt om een geheim te moeten houden dat niet het jouwe is.'
Jacob ging staan en keek haar diep in haar ogen aan. 'Rachel, herinner je je nog dat we samen op het strand van La Push liepen? Toen je er was met je klasgenoten? Het…'
Hij stopte maar Rachel gaf hem een glimlach en knikte. 'Ja, het verhaal. Het verhaal over de koudelingen en over dat de Quileute stam afstammelingen waren van de wolf.'
Hij glimlachte een beetje. 'Je herinnert het je dus nog.'
Rachel knikte. 'Jake, er moet toch wel iets zijn dat je kunt doen…'
'Nee,' onderbrak hij haar. 'Ik zit er voor de rest van mijn leven vast aan.'
'Misschien moeten we een tijdje weg gaan,' opperde Rachel. 'Gewoon de stad verlaten. Gewoon jij en ik met z'n tweetjes.'
'Zou je dat doen?' vroeg Jacob die verbaasd keek.
Rachel knikte en deed haar armen weer over elkaar. 'Forks, het zit vol slechte herinneringen. Herinneringen die ik het liefste wil vergeten. En het is hier zo benauwd. Haast verstikkend. En jij die problemen hebt met Sam. We zouden makkelijk gewoon weg kunnen gaan. Onze spullen pakken en in de auto springen. Mijn grootouders leven ook hier in Amerika. Zij zouden ons vast wel onderdak willen geven. Maar we zouden hier gewoon even weg zijn.' Ze haalde haar schouders op. 'We zouden gewoon weer even normaal kunnen ademhalen.'
Jacob zuchtte en keek droevig naar de schilderijen op haar muur. 'Het is niet iets waar ik gewoon van weg kan rennen, Rachel. Maar ik zou met jou wegrennen, als ik dat kon.' Ze bleef hem aanstaren. 'Ik moet gaan. Ze zullen zich gaan afvragen waar ik ben.' Rachel knikte en stopte haar handen in de achterzakken van haar pyjamabroek. 'Kom hier.'
Jacob stapte op haar af en trok haar in een stevige omhelzing. Dat verbaasde Rachel eerst maar toen omhelsde ze hem terug terwijl ze opmerkte hoe ongelooflijk warm hij was.
'Alsjeblieft,' fluisterde Jacob. 'Los de puzzel op. Het zou dan zoveel makkelijker zijn als je het zou weten.'
'Ik zal het proberen,' beloofde Rachel terwijl ze elkaar loslieten. 'Ik zal het echt proberen.' Jacob liep naar het raam toe. 'Jake…' Hij klom uit het raam. 'Jake, wat ben je…' Hij sprong en ze liep haastig naar het raam toe en zag dat hij gewoon en ongewond op zijn voeten landde. 'Wat de…' En toen rende hij gewoon weg en verdween in het bos. Ze zuchtte en leunde met haar armen op de vensterbank. 'Jake, wat is er toch met je aan de hand?'
Hij gedroeg zich echt raar. Hij had haar verteld dat hij vast zat, dat hij haar had willen bellen maar dat dat niet van Sam mocht, hij wou dat ze zich herinnerde wat hij haar had verteld over de Quileute legende, over dat de Quileutes afstammelingen waren van de wolf…
Rachel schoot overeind en stootte haar hoofd hard aan het opende raam. 'Au! Verdomme nog aan toe!' Vloekend sloot ze het raam en liep ze terug naar haar bed.
Waarom had ze daar niet eerder aan gedacht? Het had gewoon zo voor de hang gelegen!
Waarom had ze Jacob ook alweer gevraagd of ze vaker in La Push mocht komen? Omdat Victoria achter haar aan zat en de legende was dat de Quileute stam Weerwolven waren en Vampiers en Weerwolven waren elkaars vijanden.
En het paste allemaal. Toen de Cullens er nog waren geweest hadden zij niet op het gebied van de Quileute mogen komen. Edward had een hekel gehad aan Billy en Jacob. Al pas na hun vertrek waren er meldingen gekomen over mensen die gigantische beren in het bos hadden gezien.
Ze had een groep van vijf enorme wolven gezien in het bos toen Laurent haar had geprobeerd te vermoorden. Sams bende bestond met hem uit vijf leden.
'Oh, ik ben zo dom!'
De volgende morgen reed Rachel al vroeg het terrein op van de Black familie. Onmiddellijk liep ze naar de deur toe en begon ze te kloppen. Billy deed open.
'Rachel,' zei hij.
'Ik moet hem zien,' was haar antwoord.
'Hij is niet thuis.'
Rachel keek hem aan en haar gezicht kwam nijdig te staan. 'Je liegt.'
'Niet…'
'Je kunt niet tegen me liegen, Billy,' onderbrak Rachel hem. Ze liep langs hem heen het huis in. 'Ik moet hem echt zien.'
'Rachel,' probeerde Billy haar te stoppen maar ze liep gewoon door.
Toen ze de deur van Jacobs slaapkamer had bereikt opende ze die en wat ze zag liet haar meteen stoppen. Hij lag te slapen. Diep te slapen. En hij zag er zo vredig uit dat ze het niet over haar hart kon verkrijgen om hem wakker te maken.
Ze sloot de deur weer en keek naar Billy. 'Ik wacht wel tot hij wakker is.'
Billy knikte. 'Dank je.'
Toen ze weer terug naar de deur liep kwam ze langs een raam en zag ze vanuit het bos vier bekende figuren aanlopen: Sam en zijn bende.
'Ik ben zo terug,' zei ze die kwaad begon te worden.
'Rachel, doe het niet,' smeekte Billy maar ze was al weer de deur uitgelopen.
Ze sprong over de reling van het erf en liep de vier tegemoet. 'Werkelijk? Moest je nou echt zo hard proberen om hem bij me uit de buurt te houden?' Sam en zijn bende stopte en Rachel keek Sam boos aan. 'Ik snap dat je de Cullens haat. Aartsvijanden, het zit in je DNA, je moet hen wel haten. Best, ik begrijp het.'
'Rustig,' zei Sam tegen één van de andere jongens die achterdochtig keek.
'Ik ben niet één van hen, Sam! Waarom moest je zo hard proberen om hem bij me vandaan te houden?'
'Wat hebben wij gedaan?' vroeg de achterdochtige jongen. 'Wat heeft hij gedaan? Wat heeft hij je verteld?'
'Niets,' snauwde ze. 'Hij heeft me niets verteld omdat hij dat van jou –' Ze keek naar Sam. '– niet mocht.'
'Paul,' zei Sam tegen de achterdochtige jongen. 'Kalmeer.' Het hielp niets.
'Waarom moesten jullie hem nou tot dingen dwingen die hij niet wou?'
Paul snoof wat schamper. 'Je begrijpt er niets van.'
Dat was het. Rachels hand balde zich tot een vuist en voor ze er ook maar over na had gedacht was die in contact gekomen met de zijkant van zijn wang. Een scherpende pijn schoot vervolgens door haar hand heen.
'Au! Verdomme!' vloekte ze terwijl ze een stap achteruit deed. 'Vervloekte weerwolven!'
'Paul!' zei Sam waarschuwend. Rachel keek op en zag de jongen die ze een dreun had verkocht diep in en uit ademen. 'Rachel, ga terug!' Rachel deed een paar stappen achteruit. Paul begon nu te schuimbekken en te hijgen. 'Paul, kalmeer. Nu.'
Maar het was te laat. In een oogblink was Paul van mens veranderd in een enorme, donkergrijze wolf. Eén van de wolven die ze ook in het bos had gezien. En hij keek woedend naar haar.
'Huh,' zei Rachel die nog een stap achteruit deed. 'Dus dat is hoe het werkt.' Paul de wolf gromde en deed een stap naar haar toe. 'Hey, af, jongen. Ik ben teveel vrouw voor jou.' Paul gromde weer.
'Rachel!' schreeuwde Jacob.
Ze draaide zich om en zag dat hij naar buiten gerend kwam en over de reling sprong, net als zij, en hun kant op gerend kwam. Een grom liet haar weer naar Paul kijken en ze dook net op tijd weg toen hij een aanval op haar deed en strompelde haastig achteruit.
Haar mond viel even open toen Jake over haar heen sprong en terwijl hij dat deed veranderde ook hij in een wolf. Ook één van de wolven die ze had gezien. Degene met de voskleurige vacht.
Hij landde voor haar op de grond en gromde kwaad naar Paul. En toen viel hij hem aan en begonnen ze te vechten.
'Holy shit,' zei Rachel terwijl ze toekeek hoe de twee aan het vechten waren.
De twee wolven belandden al vechtend in het bos en het was toen dat Sam weer het woord nam. 'Hey.' De overige twee die bij hem waren, wendden zich tot hem maar hij had zijn ogen op haar gericht. 'Breng Rachel terug naar Emily's huis.'
'Ik gok dat de wolf uit de zak is,' zei de jongen die ze nog niet kende.
Hij en Embry hielpen haar overeind. 'Dus, vertel eens eerlijk,' zei Embry nieuwsgierig. 'Hoe ben je erachter gekomen?'
'Oh, ik heb altijd al geweten dat de Quileute stam weerwolven waren. Dat heb ik uitgevogeld toen ik uitvogelde dat de Cullens Vampiers waren. Ik had alleen niet door dat Jake er eentje was tot het moment dat ik jullie in het bos zag. Jullie zijn hard te herkennen als wolf.' Embry en de andere jongen grinnikten. 'Maar jullie houden dezelfde ogen. Dat en ik ben goed in het lezen van mensen.'
'Tuurlijk,' grinnikte Embry.
Rachel keek hem wat schuin aan. 'Wow, dus dat springen, rennen en veranderen is knap, hè? En Jake moet dat kunnen omdat hij afstamt van het stamhoofd.'
'Wat de…' Embry maakte een sprongetje van schrik en Rachel gaf hem een onschuldige glimlach. 'Je bent echt goed in het lezen van mensen. Hoe wist je dat?'
'Wilde gok. Jullie keken nogal onder de indruk toen Jake veranderde.'
'Wow, jij bent echt goed,' zei de andere jongen.
'Dank je. Dat is lief,' zei Rachel. 'Dus waar is Emily's huis en hoe komen we er?'
'Auto,' antwoordde de twee tegelijkertijd.
'Oh, dat gaat krap worden in mijn Mini.'
'Maak je geen zorgen,' zei Embry. 'We bijten niet.'
'Spreek voor jezelf,' zei de andere jongen.
Rachel rolde haar ogen. 'Ik zal maar gewoon eerlijk tegen je zijn. Ik ben single en ik ben er gek op. Dus je kunt proberen wat je wilt en flirten met wat je wilt en zoveel ongeschikte gedachtes over me denken wat je wilt –' Hij grinnikte bij dat laatste. '– maar het gaat niet werken.'
'Helaas.'
'Heb je trouwens nog een naam?'
'Jared. Jared Cameron.'
'Fijn om ook een naam bij het gezicht te hebben.' De drie liepen naar haar Mini toe. 'Dus hoelang ben jij al een Weerwolf, Jared? Jij en Paul, was het niet?'
'Klopt.'
'Jullie waren er ook bij toen Sam me terug bracht. Vlak nadat de Cullens vertrokken.'
'Klopt. Ik was de eerste na Sam die veranderde. Toen kwam Paul en toen Embry.'
'En toen Jake.'
'We hadden hem eerder verwacht,' zei Embry eerlijk.
'Omdat hij de zoon van een stamhoofd is?'
'Precies.'
'Jij bent snel,' merkte Jared op. 'Ik rij.'
'Mooi niet,' protesteerde Embry. 'Ik word altijd ziek als jij rijdt.'
'Ik rij,' kwam Rachel ertussen. 'Jullie geven gewoon de directies maar niemand rijd in mijn auto behalve ik.'
'De lady heeft gesproken,' grinnikte Embry.
'Ik neem de passagiersstoel.'
'Das niet eerlijk!'
Embry rende achter Jared aan die duidelijk als eerste bij de auto wou komen om de passagiersstoel te krijgen.
Rachel schudde haar hoofd en keek nog een keer, terug naar het bos waar Sam, Jake en Paul in waren verdwenen. Een bezorgde blik kwam in haar ogen.
Als Jacob maar okay was.
