Hoi, hoi! Het allerlaatste hoofdstuk van Live Goes On.

Ja, helaas. Dit verhaal heeft zijn einde bereikt. Maar niet getreurd, de sequel staat al te popelen om geplaatst te worden.

Florreke, heel erg bedankt voor al je reviews. Je was één van de trouwste lezers en reviewers. Ik hoop dat de sequel op zal dan naar je verwachtingen.

Om dan antwoord te geven op je reviews: Rachel oefent niet met haar krachten omdat ze, als ze ze gebruikt, het altijd gigantisch verkeerd gaat en ze geen mensen pijn wil doen. En zoals beloofd zullen de Volturi een grotere rol gaan spelen in de sequel maar het zal wel een tijdje duren voordat ze echt zelf verschijnen. Maar ze zullen komen. Ik ben trouwens heel benieuwd naar wat je vind van Edwards poging in dit hoofdstuk om haar terug te krijgen.

Voor alle andere lezers, ik hoop dat jullie er van genoten hebben en dat jullie weer van de partij zullen zijn bij de sequel: When The Past Catches Up.

Op mijn profiel staan trouwens een paar links onder het kopje Live Goes On. Eentje leidt naar een banner voor dit verhaal, de andere naar de outfit die Rachel in dit hoofdstuk draagt. Als jullie benieuwd zijn, check ze dan even.

Ik ga het nu officieel afsluiten.

Allemaal heel erg bedankt en review dit laatste hoofdstuk. Het duurde lang voordat ik hem afgemaakt heb maar hier is het einde dan eindelijk.

Veel leesplezier, een hele fijne zomervakantie en tot snel bij de sequel.

XxX Emmetje


Live Goes On

Chapter 16

Life Really Just Goes On


Ze liep het huis uit. Het was donker buiten en redelijk fris. Ze rilde ietsje en trok haar jas dichter om zich heen en wreef zichzelf over haar armen. Toen begon ze te lopen.

Ze probeerde weg te komen van iets. Ze probeerde ergens aan te ontsnappen maar ze wist niet precies wat.

Bij het rand van het bos bleef ze staan en keek ze om, terug naar het huis. Het was aarde donker binnen. Haar ouders sliepen waarschijnlijk.

Ze wreef zich weer over haar armen en keek weer naar voren en begon weer te lopen, het bos in en weg bij de bewoonde wereld.

Het hielp niets. Dat gevoel, dat iets waar ze van weg probeerde te komen, het bleef daar en het bleef haar irriteren.

Ze kreunde zachtjes en wreef over haar slapen. 'Ga weg. Alsjeblieft. Ga weg.'

Het hielp niets. Dat iets dat bleef daar. Het bleef haar martelen. En dus bleef ze lopen, dieper en dieper het bos in en dieper en dieper de nacht in.

Ze had geen idee hoelang ze had gelopen toen ze iets hoorde bewegen. Ze stopte direct en bleef staan en luisteren. Maar ze hoorde niets.

Toen was het er weer. Dat geluid alsof er iemand bewoog. Het geritsel van bladeren en struiken, het knappen van takjes.

'Wie is daar?'

Er kwam geen antwoord en dit keer bleef het ook stil dus liep ze langzaam door. Een uil die van veraf roekoede liet haar schrikken en ze maakte een klein sprongetje.

Toen ademde ze diep uit en sloot haar ogen. 'Verman je, Rachel. Je ziet spoken.'

Ze liep weer door. Het gevoel dat ze nu aan iets probeerde te ontkomen werd langzaam minder tot het eindelijk verdween en met een zucht van opluchting bleef ze weer staan.

Toen hoorde ze weer iemand bewegen en ze keek wild om zich heen. Maar er was weer niemand te zien. Toen klonk het alsof iemand langs haar heen rende, heel snel. Ze voelde zelfs haar haren bewegen door de snelheid van dat geren.

Ze slaakte een geschrokken kreet en draaide zich weer met een ruk om. Maar er was weer niemand te zien.

'Wie is daar?' riep ze. Er kwam geen antwoord. 'Wie is daar?' riep ze weer. Maar er kwam weer geen antwoord.

Toen, uit het niets, sprong er iets op haar af en duwde haar tegen de grond aan. Een stevige, koude hand sloot zich om haar keel en boven haar gezicht hing een ander gezicht. Parelwitte tanden werden ontbloot in dat gezicht en dat gezicht hield ook twee bloedrode ogen, die diep in haar bruine ogen keken. Dat gezicht werd omlijst door wild, rood, krullen haar en dat gezicht was erg bleek.

'Victoria,' bracht ze uit.

De grip van de hand om haar keel werd strakker en de persoon boven haar begon haar keel dicht te knijpen. Ze hapte naar adem, adem die ze helaas niet langer meer kon krijgen. De greep werd nog sterker en ze had het gevoel alsof haar keel gewoon zou breken.

'Iemand, help me,' dacht ze terwijl ze zich licht in haar hoofd begon te voelen.

Maar er was niemand om haar te helpen. Ze was alleen en ze moest zichzelf dus ook maar redden.

Het lukte haar met moeite om een hand los te krijgen uit de ijzeren greep op haar lichaam en ze duwde die in het bleke gezicht van de persoon die haar probeerde te laten stikken. Het was een poging om Victoria van haar af te krijgen. Een poging die faalde.

Vaag hoorde ze nog iemand rennen, heel snel rennen, en toen stoppen. Het volgende moment werd Victoria van haar afgetrokken en had ze weer de kans om te ademen en dat deed ze dan ook dankbaar. Ze begon te hoesten en daarna benauwd en snel in en uit te ademen.

Ze wist niet wie Victoria van haar had afgetrokken of wat er precies was gebeurd maar ze was wel heel blij dat ze weer kon ademhalen en dat Victoria weg was.

Langzaam krabbelde ze weer overeind. Heel langzaam en met een hand tegen haar keel gedrukt want die deed heel erg zeer. Ze voelde hoe de afdrukken van Victorias vingers zich langzaam tot blauwe plekken vormden.

Ze stond nog maar net en had nog maar net een paar stappen gedaan toen iemand weer tegen haar aanbotste en haar tegen een boom aanduwde. Een uitstekende tak boorde zich door haar zij heen en ze gilde het uit van de pijn.

Ze duwde zichzelf van de boom af en viel met een klap op de grond. Snikkend van de pijn drukte ze haar handen tegen haar zij. De wond bloedde en behoorlijk ook. Ze verloor bloed en snel ook.

Iemand rende weg, in hoge snelheid. Iemand anders maakte zijn/haar weg naar haar toe. Ze probeerde weg te kruipen maar ze voelde zich zwak en haar ogen begonnen langzaam dicht te zakken. Diezelfde persoon pakte haar op en hield haar voorzichtig vast.

De armen die haar vasthielden voelden bekend. Alsof ze haar al een keer eerder hadden vastgehouden. En het waren duidelijk mannenarmen.

Ze kreunde zachtjes toen haar zij prikte. 'Sst. Het is goed. Ik heb je,' zei een bekende stem die ze niet zo één twee kon plaatsen. Haar ogen vielen even dicht en ze probeerde hen weer open te krijgen. 'Rachel.' Ze kreeg een kleine klap in haar gezicht. 'Rachel, kijk me aan.' Ze kreunde zachtjes en haar ogen zakten wat dicht. 'Hey, kijk me.' Haar hoofd werd voorzichtig door een hand gedraaid een richting opgedraaid. 'Waar doet het zeer?'

'Zij… Mijn zij…'

'Nog ergens anders? Voelt er iets gebroken aan?' Ze kreunde weer en haar ogen zakten weer dicht. 'Je begint bewustzijn te verliezen. Kijk me aan.' Een duim en wijsvinger sloten zich om haar kin en wendde haar gezicht weer naar de persoon toe die haar vasthield. 'Rachel, kijk me aan. Focus. Kijk me aan.' Eindelijk vonden haar ogen de ogen van degene die haar vasthield. 'Sst. Het is okay. Je bent helemaal okay.'

'Ik hoor stemmen…' fluisterde ze met een zwakke blik in haar ogen.

'Wat?'


'Rachel.' Iemand schudde haar zachtjes heen en weer. 'Rachel, lieverd. Wakker worden. Je moet eruit komen anders kom je te laat op school.' Rachel kreunde en opende langzaam haar ogen. Janet stond met een glimlach naast haar bed. 'Je hebt je wekker weer in slaap uitgezet. Vast prik op Maandag, is het niet?'

Rachel kreunde weer en trok haar dekens meer omhoog en draaide haar rug naar Janet toe. 'Ik wil er niet uitkomen. Ik ben moe.'

'Je zou van mij in bed mogen blijven liggen als je de afgelopen weken al niet zo vaak school hebt gemist,' zei Janet terwijl ze naar de gordijnen liep. Ze gooide die open en Rachel kreunde nog meer en trok de dekens over haar hoofd heen. 'Eruit. Het ontbijt is al klaar en staat al te wachten.'

'Mam, toe.'

'Nee.' Janet klapte in haar handen. 'Hup, hup. Uit bed en je aankleden. Ik verwacht je in tien minuten beneden.'

Ze liep weer de kamer uit en Rachel kreunde voor de derde keer. Ze had echt helemaal geen zin om uit bed te komen en naar school te gaan en Alice, Jasper en Edward weer onder ogen te moeten komen. Nee, daar keek ze echt helemaal niet naar uit.

Toch had Janet ook een punt gehad. Ze was de afgelopen weken thuis geweest omdat ze ziek was geweest en omdat ze woedeaanvallen had gehad. En ondanks dat ze toch veel thuis aan school had gedaan liep ze achter en moest ze nog heel wat afkrijgen voor de examens begonnen. Ze kon dus niet nogmaals een dag van school missen.

Met een zucht gooide ze de dekens van zich af en kroop ze uit bed. Daarna trok ze een legergroen jurkje aan die tot net boven haar knieën kwam en tot net onder haar middel open geknoopt kon worden en die om haar middel een dunne riem had lopen. Daaronder trok ze zwarte enkellaarsjes aan die een open hiel en open tenen hadden. Daarna krulde ze haar haar en greep één van de nieuwe leren jasjes die ze laatste had gekocht met Janet uit de kast en haar schouderschooltas van de grond en maakte ze haar weg naar beneden.

'Morgen,' groette ze toen ze Charles zag.

'Morgen, Rachel,' groette Charles terug.

'Dat was langer dan tien minuten,' glimlachte Janet.

'Ik ben er toch?'

Rachel nam plaats aan de ontbijttafel waar Janet en Charles al aan zaten. Janet, die haar verhaal even had onderbroken omdat Rachel naar beneden was gekomen, babbelde weer vrolijk door maar Charles' gezicht stond op onweer en Rachel wist precies waarom. Het nieuws had hem bereikt dat de Cullens terug in Forks waren en echt blij was hij er niet om.

'Ze zijn zo blij dat Carlisle terug is en dat Esme zo'n grote stad helemaal niets vond. En ik begrijp dat ook helemaal. Het is extraordinair om zo'n goede dokter als Carlisle in een kleine stad als Forks te hebben.' Janet keek glimlachend naar Rachel. 'Heb jij ze al gezien?'

Rachel knikte en slikte een hap toast door. 'Alice heb ik Vrijdag al gezien, de rest zag ik Zaterdag. Maar het was maar heel even.'

'Ik wou dat ze weg waren gebleven,' mopperde Charles. 'Nu gaat iedereen weer gewoon door met z'n leven alsof er nooit iets gebeurd is. Alsof ze nooit zomaar zijn weggegaan en alsof ze nooit zoveel pijn hebben veroorzaakt.'

Janet gaf Charles een waarschuwende blik. Rachel merkte dat op en rolde met haar ogen. 'Edward wou dat ik hem terug nam,' vertelde ze waardoor er twee paar ogen haar kant op schoten. 'Maar ik heb gezegd wat ik dacht en dat hij me echt heel dom had geschat als ik, na alles wat hij me heeft aangedaan, hem gewoon terug zou nemen. Dat verbaasde hem nogal.'

Charles gaf een opgeluchte zucht. 'Mooi, jullie zien niet terug bij elkaar.'

'Hij wil dat ik hem een tweede kans geef maar ik vind dat hij doe moet verdienen.'

'Maar je was zo gelukkig met hem,' zei Janet wat beduusd. 'Ik had verwacht dat jullie het nu wel weer goed hadden gemaakt.'

'Hoe dom denk je dat ik ben?' herhaalde Rachel de woorden die ze ook aan Edward had gevraagd. 'Als hij weer een kans bij mij wil maken dan moet hij daar gewoon voor werken.'

'Dat is een last van mijn schouders,' zei Charles. 'Maar ik wil hem niet in het huis hebben, zelfs niet als een gewone vriend van je. En stapt hij wel over de deurdrempel heen dan zal ik niet twijfelen om mijn geweer te pakken.'

Rachel gaf hem een glimlach en boog zich naar hem toe en gaf hem een kus op zijn wang. 'Dank je, pap. Dat is lief.'

Er werd getoeterd van buiten en Rachel dronk snel de sinaasappelsap op die voor haar stond. 'Dat is mijn lift. Ik moet gaan.' Ze trok snel haar leren jas aan en trok haar tas over haar schouder. 'Tot vanmiddag.'

'Dag, lieverd. Veel plezier.'

Rachel wuifde en haastte zich toen naar buiten. Jessica en Angela stonden voor Huize Grey geparkeerd en zwaaiden toen ze haar zagen. Ze snelde over het terrein heen en klom achterin. 'Hey.'

'Hey, Rachel,' glimlachte Angela. 'Goed weekend gehad?'

'Ja, ging wel. Jullie?'

'Heb je het gehoord?' was Jessica's antwoord en Angela rolde haar ogen. 'De Cullens zijn terug.'

'Ja,' antwoordde Rachel. 'Ik heb het gehoord en ik heb ze gezien. Helaas.'

'En?' vroeg Jessica nieuwsgierig.

'Wel, het was waarschijnlijk zoals je ook wel had verwacht. Het was fout van hen geweest om weg te gaan, of ik hen alsjeblieft wou vergeven. Al dat bla di bla di bla.'

'En Edward?' vroeg Angela die zich in haar stoel omdraaide en naar Rachel keek.

'Hij verwachtte dat ik gewoon terug in zijn armen zou rennen en dat we gewoon weer onze relatie zouden oppakken waar we hem hadden achtergelaten.'

'Dat meen je niet?' riepen de twee geschrokken uit.

'Oh ja, dat meen ik wel. En hij leek nogal geschokt toen ik tegen hem tekeer ging dat hij echt heel dom was als hij dacht dat ik hem zomaar zou terug nemen nadat hij mijn hart had gebroken. Maar natuurlijk wil hij een tweede kans dus ik bereid jullie maar alvast voor, hij gaat de gentleman uithangen omdat hij een tweede kans van me wil krijgen.'

'Hij is misschien echt heel knap maar jeetje, wat is hij dom op het gebied van relaties,' zei Jessica. 'Tjeez, de jongen moet een hint krijgen.'

'Vertel mij wat,' zei Rachel die achteruit leunde. 'Dus ik smeek jullie, red me alsjeblieft af en toe van hem.'

'Je kunt op ons rekenen,' verzekerde Angela haar.

'Ja, absoluut,' zei Jessica. 'Anders dan verdomde Edward Cullen.'


School was een hel en Rachel stapte van de ene geïrriteerde bui in de andere en dat allemaal vanwege Edward. Ze viel nogal een paar keer tegen hem uit omdat hij zich af en toe nog steeds gedroeg als haar vriendje en omdat ze soms gewoon even tegen hem tekeer wou gaan.

Tot haar grote ongenoegen had Alice haar zover gekregen om met haar, Jasper en Edward mee terug naar huis te rijden. Vervolgens kwam ze erachter dat zij en Jasper in een andere auto naar school waren gekomen dan Edward.

Dus nu zat ze bij Edward in de auto terwijl hij haar naar huis reed en er was een nogal ongemakkelijke stilte in de auto te vinden.

'Het spijt me,' zei Edward na een hele lange stilte. 'Echt.'

'Zeg dat nog één keer en ik stap uit en ga lopen,' zei Rachel zonder naar hem te kijken.

'Maar ik meen het.'

'Dat weet ik. Maar ik meen het ook.'

De stilte viel weer maar die werd al snel verbroken omdat Edward op de rem sprong en de auto kwam met een schok tot stilstand.

'Wat de hell?' vroeg Rachel nijdig en ze keek naar hem. 'Wat is jouw probleem?'

'Het is niet mijn probleem,' zei Edward die door de vooruit keek. 'Het is zijn probleem.'

Rachel keek ook door de vooruit en zag dat Jacob midden op de weg stond. Toen hij zag dat hij allebei hun attentie had gekregen liep hij van de weg af en het bos in.

'Hij wil met me praten.'

'Mooi,' zei Rachel die haar gordel afdeed. 'Daar wil ik bij zijn.' Edward was al uitgestapt en hield de deur voor haar open voordat haar hand nog maar zelfs de deurgrendel had bereikt. Geïrriteerd stapte ze uit. 'Ik ben prima in staat om zelf uit te stappen. En het is de 21e eeuw. Leef met je tijd mee.' Ze liep langs hem heen het bos in waar ze Jake al snel vond. 'Hey daar, 108°F,' groette ze hem met een brede glimlach en ze gaf hem een omhelzing. 'Heeft Sam je druk gehouden?'

Jacob knikte maar glimlachte niet zoals zij deed. 'We hebben de Clearwater's geholpen en dat was meer werk dan we hadden verwacht.'

'Hoe gaat het met hen?' vroeg Rachel die een paar stappen terug deed.

'Het gaat,' antwoordde Jacob. Zijn blik schakelde naar Edward die nu een meter achter haar stond. 'Dus jij bent terug. Voor nu.'

'Ik ga niet meer weg,' zei Edward.

'We zullen zien.'

'Ik weet dat je wilt dat ik weer vertrek.'

'Blijf uit mijn hoofd,' zei Jacob die kwaad begon te worden.

'Ik weet dat je iets tegen me te zeggen hebt,' zei Edward die langs Rachel heen liep en die dichter op hem af liep. 'Maar ik wil eerst graag iets tegen jou zeggen, als je dat niet erg vind. Dank je.' Er viel even een onaangename stilte. 'Dank je dat je Rachel in leven hebt gehouden toen ik er niet was om dat te doen.'

'Nee, je was er niet om dat te doen. En ik deed het niet voor jou, geloof me.'

'Toch ben ik je dankbaar. Maar ik ben er nu en ik ga haar zijde niet verlaten tot ze me dat opdraagt.'

'We zullen zien.' Edward draaide zich om en wou weer terug naar de auto lopen maar Jacob sprong van de omgevallen boom af waar hij eerst op had gestaan. 'Hey. Het is mijn beurt om te praten.' Edward draaide zich weer naar hem om. 'Ik ben hier om je te herinneren aan één van de dingen die we hebben afgesproken in de code.'

'Ik ben het niet vergeten,' zei Edward.

Rachel keek van Jacob naar Edward. 'Wat voor afspraak?'

'Als één van hen een mens bijten dan is de code over en zal er oorlog zijn.'

'Ah,' zei Rachel die daar over nadacht. Toen won haar nieuwsgierigheid haar over. 'Maar wat als het een keuze? Dan hebben jullie er niets mee te maken.'

'Nee,' schoot Jacob uit en hij deed een stap naar haar toe. 'Dat zal ik niet toestaan. Je zult niet één van hen zijn.'

'Het was gewoon een vraag,' beet Rachel hem toe. 'Kalmeer. Niet alles wat ik vraag staat meteen in aanleiding met wat ik wil. En zelfs als ik het zou willen dan is het niet jouw keuze om te maken.'

'Je weet wat we je dan zullen aandoen. Ik zal geen keuze hebben,' protesteerde Jacob.

'Rachel, kom,' zei Edward die haar mee naar de auto probeerde te krijgen.

'Jij spreekt niet voor haar,' zei Jacob kwaad die kwaad Edwards arm vastgreep.

Edward gaf hem een duw waardoor Jacob door de lucht vloog en veranderde in een wolf. Grommend keek hij naar Edward die Rachel naar achteren duwde. 'Rachel, ga terug naar de auto.'

'Nee!' Rachel trok haar arm uit zijn greep en stapte tussen Jacob en Edward in. 'Nee! Ik maak mijn eigen keuzes! En jullie gaan niet met elkaar vechten om mij!' Ze keek hen omstebeurt aan. 'Ik heb het gehad met dat jullie constant mijn keuzes voor me maken. Dat jullie me constant vertellen wat ik wel en niet kan doen. En dat jullie je gedragen alsof ik van jullie ben.' Ze keek kwaad naar Edward. 'Jij bent niet langer mijn vriendje. Je bent mijn ex.' Toen keek ze naar Jacob. 'En jij bent een vriend. Mijn beste vriend maar een vriend en niets meer. Geen van dat geeft jullie beide het privilege om om mij te vechten! Dus jullie stoppen nu of jullie zijn me beide voorgoed kwijt.'

Jacob in zijn wolfvorm staarde naar haar voordat hij zijn oren in zijn nek legde en wegrende. Rachel liet hem maar gaan en zuchtte diep toen hij uit haar gezichtsveld verdwenen was. Toen draaide ze zich om en keek naar Edward.

'Breng me naar huis. En waag het niet om een woord te zeggen.'

Hij respecteerde haar wens en reed haar in stilte naar huis. Maar toen hij haar daar afzette sprak hij echter wel.

'Rachel.' Ze had de voordeur al bijna bereikt toen hij haar naam zei. Ze draaide zich naar hem om en zag dat hij ook uit de auto was gestapt. 'Ik snap dat je zelf je keuzes wilt maken maar ik wil alleen maar het beste voor je. Maar als ik je daardoor kwijtraak…' Hij stopte in zijn zin. 'Ik zou niet weten hoe ik zonder jou zou moeten leven. Jij bent mijn alles. Ik zou niet kunnen leven in een wereld zonder jou.' Rachel zei niets maar bleef hem aanstaren zonder ook maar enige uitdrukking op haar gezicht. 'Het enige wat ik wil is je gelukkig zien. En als het je gelukkig maakt om zoals mij te worden en een eeuwigheid aan mijn zijde door te brengen, wie ben ik dan om daar tussen te staan?' Rachel zei nog steeds niets. 'Ik zou je veranderen, Rachel. Als dat nog steeds is wat je wilt. Alleen op één voorwaarde.' Nu keek ze achterdochtig. 'Trouw met me.'

Rachels wenkbrauwen schoten omhoog en ze staarde hem geschokt aan. 'Wat?'

'Trouw met me.'

Ze knipperde een paar keer met haar ogen terwijl haar mond een beetje open hing. Toen sloot ze die en schudde zacht haar hoofd en liep zonder nog iets te zeggen het huis in.

Trouwen. Hij had haar gevraagd om met hem te trouwen terwijl ze niets eens meer samen waren. Wou hij haar echt zo graag terug? Had hij zich echt gerealiseerd dat hij niet zonder haar kon leven? Of had hij gehoopt dat die vraag haar woede zou laten verdwijnen en haar oude gevoelens weer boven zou brengen? Hield hij nog steeds vast aan de woorden die ze zoveel weken geleden tegen hem had gezegd, over dat ze altijd van hem zou houden?

Rachel dumpte haar schooltas onder kapstop net als haar schoenen en liep toen gewoon naar boven, naar haar kamer. Daar trok ze haar jas uit en gooide die op haar hangstoel.

Dit was compleet onverwacht gekomen. Dit was wel het laatste wat ze had verwacht. En eerlijk gezegd wist ze niet eens wat ze wou. Ja, ze was nog steeds kwaad op hem. Ja, haar hart was nog steeds gebroken. Maar dat hij zo'n serieuze stap als trouwen met haar wou zetten…

Rachel liep naar haar raam toe en keek eruit. De auto was weg. Hij was weg. Hij was vertrokken en gelukkig ook maar.

Ze liep naar haar bed toe en plofte erop neer. Dit was op zijn zachtst gezegd verwarrend. Heel erg verwarrend.

Ze sloot haar ogen en probeerde alles gewoon even weg te bannen. Ze wou gewoon even helemaal nergens meer aan denken. Niet aan Jacob die ze had gekwetst, niet aan Edward die haar had gekwetst en had verward. Ze wou aan helemaal niets denken. En net toen dat een beetje begon te lukken…

'Rachel…'

'Rachel…'

'Het is tijd…'

'Rachel…'

'Jij bent de laatste tot zover…'

'Er staat iets te gebeuren…'

'Rachel…'

De stemmen waren terug.