Hoofdstuk 9 – De ontsnapping.
Rex, Caramel, Sapphire, Floxy, en Morfo werden door Lucas en de bewakers door de donkere gangen naar beneden geleid en in een grote cel gegooid. Niet veel later werden ook Martino en Cherie naar de cel gebracht. Terwijl de bewakers de cel op slot draaiden stond Lucas gemeen grijnzend toe te kijken voor de tralies. ''Dit is jullie verdiende loon. Het was dom om het op te nemen tegen mijn oom. Jullie maken geen schijn van kans tegen ons''. ''Verrader!'' brulde Morfo naar hem, waarop Lucas alleen maar harder begon te lachen. ''Jullie komen hier nooit meer uit''. Met die woorden draaide hij zich om en verliet de cel.
Rex leunde geïrriteerd tegen de stenen muur van de celwand aan. ''En bedankt, Floxy'' snauwde hij. ''Dankzij jou zitten we hier nu''. ''Wat?! Waarom heb ik het nou weer gedaan? Ik was er niet eens bij!'' merkte die, nu ook geïrriteerd, op. ''Het is ALTIJD jouw schuld'' snauwde Rex terug. Floxy was even stomverbaasd geslagen en wist niet wat hij terug moest zeggen op de opmerking van Rex. Al snel herstelde hij zich. ''Dat pik ik niet! Ik hoef niet altijd overal de schuld van te krijgen'' reageerde hij boos. ''Volgens mij was je het gewoon zelf, maar durf je dat niet toe te geven'' deed hij er nog een schepje bovenop. Rex opende alweer zijn mond om iets gemeens terug te zeggen, maar Morfo was tussen de twee elven in gaan staan. ''Jongens, ik wil niet veel zeggen hoor…'' begon hij met zijn wijsvinger omhoog als teken dat hij iets wilde zeggen, maar ver kwam hij niet. ''Kop dicht, Morfo'' snauwden de twee elven in koor. Floxy had inmiddels gefrustreerd zijn armen over elkaar geslagen. ''Jij kunt gewoon nooit wat goeds doen'' zei Rex maar, om het laatste woord te hebben. ''Jij kunt gewoon nooit wat goeds doen'' herhaalde Floxy hem met een pesterig stemmetje. Dat zorgde ervoor dat Rex alleen maar kwader werd. ''WAT zei je—'' Hij hief zijn vuist al in de lucht en liep op Floxy af. Floxy ging meteen in de verdediging. Sapphire rolde met haar ogen en wisselde een blik met Caramel. ''Jongens'' zuchtte ze. Caramel knikte, al maakte ze zich toch wel een beetje zorgen. Morfo stond nog steeds met zijn wijsvinger in de lucht tussen de twee jongens in. ''Maar..'' stamelde hij. Rex en Floxy draaiden zich op exact hetzelfde moment naar Morfo toe. ''NIET NU, MORFO!'' snauwden ze opnieuw in koor. Morfo haalde zijn schouders op. ''Dan niet''. Rex en Floxy stonden op het punt om met elkaar op de vuist te gaan tot ze onderbroken werden door een luid 'Ahum', gevolgd door gekuch, uit een hoekje achterin de kerker. Beiden keken op, gevolgd door de rest van de groep. Iedereen richtte hun blik op Cherie, die het meest achterin stond. ''Waarom deed je dat?'' vroeg Martino. ''Nou ja, het zorgde er wel voor dat hun ophielden''. ''Ik deed helemaal niets!'' riep Cherie uit. ''Maar dat betekent…'' begon Martino. ''Dat we niet alleen zijn'' maakte Caramel zijn zin af met een bezorgde uitdrukking op haar gezicht. ''Ja, dat probeer ik nu al de hele tijd te zeggen!'' bracht Morfo ertegenin. ''Maar niemand wilde naar me luisteren''. Vanuit de hoek van de cel strompelde een schaduw langzaam naar voren.
'' Nymphea?!'' Cherie was de eerste die het riep toen duidelijk werd wie de schaduw was. Ze had zich snel achter Martino verscholen toen de schaduw haar kant uit kwam, maar was niet meer zo bang nu ze wist wie het was. Voor de groep stond Nymphea. Ze zag er slecht en vermagerd uit, alsof ze al langere tijd zat opgesloten. ''Wat doen jullie hier allemaal? Zijn jullie gekomen om mij te redden?'' vroeg Nymphea zwak, al leek ze wel enigszins blij om de groep te zien, op uitzondering van het gevecht van Rex en Floxy na dan. ''Nee, we kwamen eigenlijk voor…'' begon Cherie, maar Martino schoof zijn hand voor haar mond. Het leek hem beter als Nymphea geloofde dat ze voor haar gekomen waren, dan voor die verraderlijke Lucas. Nymphea zuchtte. ''Aardig van jullie dat jullie gekomen zijn, maar het heeft niet veel nut om jezelf ook te laten opsluiten''. ''Alsof dat onze bedoeling was…'' mompelde Floxy zuur terwijl hij ondertussen nog steeds vuile blikken aan het uitwisselen was met Rex, maar Nymphea hoorde hem niet. ''Vertel ons liever hoe we hieruit komen'' klonk het van Morfo af. ''Niet'' antwoordde Nymphea. ''Lucas heeft de enige sleutel, en bovendien kan er niemand van ons magie gebruiken. We zitten hier vast tot iemand ons komt redden of ons eruit zal laten''. ''Nou, als jij denkt dat ik hier maar gewoon gevangen blijf zitten dan heb je het mis''. Rex deed een stap naar voren en gaf een harde trap tegen de tralies aan. Het hielp alleen niets. ''Au!'' riep hij uit terwijl hij zijn armen om zijn been heen klemde vanwege de pijn. Sapphire rolde met haar ogen. ''En daar schieten we dus ook niks mee op''. Rex negeerde haar opmerking. ''Er moet toch iets zijn wat we kunnen doen?'' vroeg Caramel op bezorgde toon aan Nymphea. Deze hele situatie beviel haar maar niks, bovendien zat Rex' rare gedrag haar nog steeds dwars. Nymphea nam zuchtend plaats op een stenen rand in de cel. Ze schudde haar hoofd. ''Het enige wat we kunnen doen is geduldig zijn en wachten''.
Uren verstreken voorbij zonder dat er wat gebeurde. Lucas was zelfs niet langs gekomen om eten te brengen. De meesten waren gewoon in een hoekje gaan zitten en hadden zich erbij neergelegd dat er geen poging tot ontsnapping mogelijk was. Anderen, zoals Caramel, liepen heen en weer voor de tralies van de cel, in de hoop iets te bedenken wat van nut zou zijn. ''Zeg, horen jullie dat gesnik ook?'' klonk het plots van Cherie af. Iedereen keek op van waar ze mee bezig waren. Martino was de eerste die reageerde. Hij schudde zijn hoofd. ''Waar heb je het over?'' Misschien begon ze wel langzaam gek te worden, dacht hij. Meestal gebeurde dat pas als je dagen-, of wekenlang opgesloten zat in een gesloten ruimte, maar misschien werkte het bij Cherie anders. ''Maar ik hoor het echt!'' hield Cherie vol. Tegelijkertijd werd het gesnik luider, al leek nog steeds geen van de anderen het te horen. ''Het komt daar vandaan!'' Ze wees naar een donkere hoek achterin de cel. Langzaam schuifelde ze vooruit, naar het geluid toe. Voor even was ze haar angst voor onbekende, donkere plekken vergeten. Martino pakte haar bij haar arm vast. ''Ik ga wel met je mee'' zei hij dapper.
''Ik zie iets!'' riep Cherie uit toen ze dichterbij kwamen. ''Het is… het is een meisje..!'' Martino keek om zich heen, naar de richting waar Cherie op wees, maar zag helemaal niets. ''Waar dan? Er is daar helemaal niemand''. ''Maar ze is er echt! Ze staat daar!'' Cherie stak haar hand uit naar het kleine meisje dat voor haar stond, niet begrijpende dat Martino haar niet kon zien, maar deinsde van schrik achteruit toen haar hand dwars door de schouder van het meisje heen ging. ''Ze is… ze is een geest…'' stamelde Cherie. Dat verklaarde in ieder geval waarom de anderen het meisje voor haar niet konden zien, op een iemand na dan. Het was Morfo die haar gedachten hardop uitsprak. ''Maar als ze een geest is, waarom kan Sapph haar dan niet zien?'' Iedereen richtte zich op Sapphire. ''Ik ben mijn ketting kwijt. Zonder mijn ketting kan ik mijn krachten niet gebruiken'' legde Sapphire uit op een toon alsof het vanzelfsprekend was. ''O, ja''. Plots leek Rex zich iets te herinneren. Hij tastte in de zak van zijn broek en haalde er de ketting uit die hij in Vikus' slaapkamer had gevonden. ''Deze vond ik bij Vikus''. Hij hield de ketting uit naar Sapphire. Op Sapphire's gezicht verscheen een frons. ''Hoe komt die daar nou weer?'' ''Waarschijnlijk heeft Lucas hem gestolen'' opperde Caramel terwijl ze zich mengde in het gesprek. Sapphire haalde haar schouders op en deed de ketting om haar nek. Ze konden er alleen maar naar gissen.
Meteen nadat ze de ketting aanraakte voelde ze haar krachten terugkomen. ''Ik zie haar!'' riep ze uit toen het meisje ook voor haar verscheen. ''Dan is ze dus echt een geest'' bevestigde Morfo. De toon van zijn stem verraadde zijn angst. ''Kun je met haar praten?'' vroeg Floxy. Hij had Sapphire's krachten al eerder aan het werk gezien, en wist dus dat ze met geesten kon communiceren. Sapphire knikte. Langzaam, aangezien ze het meisje niet af wilde schrikken, stapte ze op het meisje af. Ze sloot haar ogen en raakte haar ketting even kort aan. Er verscheen een lichtblauwe, magische gloed rondom Sapphire. ''Wie ben je?'' vroeg ze aan het meisje. ''Cool…'' fluisterde Morfo, diep onder de indruk. ''Denk je dat ze dat ook met mijn dode hond kan doen?'' ging hij verder tegen Floxy, al was het net iets te hard. Sapphire keek abrupt op naar Morfo en wierp hem een boze blik toe omdat hij haar concentratie had verbroken. ''Oeps, sorry…'' mompelde Morfo. Sapphire slaakte een diepe zucht en probeerde het opnieuw. ''Wie ben je?'' herhaalde ze haar vraag. Toen het meisje geen antwoord gaf en haar alleen maar droevig aan keek, besloot ze het op een andere manier aan te pakken. ''Kan je ons vertellen hoe je heet?'' vroeg Sapphire nu. Het meisje schudde haar hoofd. ''Kan je niet praten?'' Ditmaal knikte het meisje. ''O…'' Sapphire wist even niet meer hoe ze nu verder moest. Het meisje stak haar arm uit en wees naar het vest dat Sapphire aan had. ''Wat?'' Sapphire begreep niet wat ze bedoelde. Toen het meisje bleef wijzen voelde ze maar in de zakken van haar vest. Haar hand stuitte op een voorwerp. Uit haar vest haalde ze het boekje tevoorschijn dat ze samen met Floxy en Morfo had gevonden. ''Bedoel je dit?'' vroeg ze. Opnieuw gaf het meisje een knikje. ''Ha!'' brulde Morfo terwijl hij het boekje uit haar handen griste en het de lucht inhield. ''Ik wist wel dat het belangrijk was! Maar goed dat ik zei dat we het mee moesten nemen!'' Floxy fronste. ''Jij zat alleen maar met het speelgoed te spelen'' merkte hij op. ''Stil jij!'' brulde Morfo. ''Ik probeer te lezen!'' Hij wilde het boekje openslaan, maar toen hij in zijn handen keek was het boekje weg. ''Het is een magisch dagboek, die tonen met magie wat de schrijver ervan heeft meegemaakt''. Hij draaide zich om bij het horen van de stem van Caramel achter hem. Ze had het boekje uit zijn handen gegrist en opengeslagen. ''Hé! Dat wilde ik—'' begon Morfo, maar hij werd direct de mond gesnoerd door de strenge blik die Caramel hem toewierp. Uit wijs besluit hield hij zijn mond maar dicht. Caramel bladerde het boekje door tot ze bij een pagina kwam die haar interesse wekte. ''Luister…'' begon ze. Terwijl de anderen om haar heen kwamen staan begon de omgeving te veranderen.
De donkere ruimte van de cel veranderde in een zonnige omgeving van de grote tuin van een villa. Terwijl Caramel om haar heen keek en de scene in haar opnam, kwam er een jongere versie van Vikus de tuin in lopen. Hij riep wat onverstaanbaars richting het huis achter hem, en niet veel later kwam er een klein meisje aanrennen. Het meisje sprong op de schommel die in de tuin stond en beval Vikus haar te duwen. De twee hadden het naar hun zin en leken erg gelukkig samen.
Het beeld vervaagde en maakte plaats voor een reeks bedden en een sombere omgeving. Caramel herkende meteen de omgeving: het was een ziekenhuis. Om haar heen liepen verschillende doctors haastig rond. Haar blik bleef rusten op het bed naast haar. Er lag een meisje in. Niet zomaar een meisje, het was het meisje dat ze zojuist in de tuin met Vikus had gezien. Ze ademde zwaar en leek niet bij bewustzijn. Caramel boog voorover om het naamkaartje te kunnen lezen. 'Lillian' stond erop. Was ze Vikus zijn dochter? Waarom hadden ze haar dan nog niet gezien? Ze schrok op uit haar gedachten toen ze de stem van Vikus op de gang hoorde. ''Weet u wat er mis is met mijn Lillian?'' hoorde ze de stem van Vikus zeggen terwijl ze haar hoofd om de hoek stak. De dokter waar Vikus mee stond te praten sprak op zachte toon. ''Lillian heeft een onverklaarbare en ongeneesbare ziekte. Helaas, er is niets wat we voor haar kunnen doen. Ze valt niet meer te redden''. Met die woorden liet de dokter Vikus achter, en het visioen eindigde.
Het volgende moment vond ze zichzelf bij het huis van Nymphea, bij de boom des levens. Voor haar zag ze Nymphea, met Vikus voor haar geknield. ''Astublieft, ik smeek u'' klonk het op smekende toon van Vikus af, maar het leek Nymphea niets te doen. ''Ik kan je niet helpen''. Ze schudde haar hoofd met een droevige blik. ''Er moet toch iets zijn wat u kunt doen?'' ging Vikus door. ''Met een beetje magie…''. Nymphea's blik verstarde bij het horen van het woord magie. ''Geen denken aan'' zei ze bars. ''De magie van de boom des levens kan en mag alleen gebruikt worden door pixies, en zelfs wij pixies hebben limieten aan onze magie''. ''Maar-'' ''Ik kan geen uitzondering maken'' hield Nymphea vol. Verslagen vertrok Vikus van de boom des levens.
Even later stond Vikus in het stadsgedeelte van de elven. Eigenlijk waren gnomen daar net zo min welkom als pixies dat waren, maar de toestand van Lillian liet hem geen keuze: hij moest het riskeren. Vikus ging op weg naar een groot huis te midden van de stad, en klopte vastbesloten op de deur. Een paar seconden later werd de deur geopend door een jonge elf van ongeveer Caramels leeftijd. De elf liet zijn afkeurende blik over Vikus glijden. ''Wat moet je?'' snauwde de elf. ''Gnomen als jij hebben hier niets te zoeken''. De elf wilde de deur alweer dichtsmijten, maar Vikus zette snel zijn voet ertussen. ''Wacht!'' zei Vikus haastig. ''Ik kom voor jullie leider… Hij is toch de machtigste elf van de stad? Laat me asjeblieft met Rumor spreken'' smeekte Vikus de elf, die zijn schouders ophaalde. De elf wierp een blik achter hem en overlegde even. Na een korte pauze knikte hij toch. ''Goed, je mag naar binnen'' zei hij terwijl hij de deur openhield voor Vikus. Vikus vervolgde zijn weg naar binnen, waar een elf met donkerpaars haar hem opwachtte. ''En wie mag jij dan wel zijn?'' vroeg de elf op botte toon aan Vikus. Vikus slikte. ''Mijn naam is Vikus. Ik ben hier gekomen omdat ik je hulp nodig heb. Mijn dochter is ernstig ziek en het enigste wat haar nog kan redden is magie. Ik heb gehoord dat jij de machtigste elf bent in de stad… als er iemand haar kan redden ben jij het wel''. Hij knielde voor Rumor, als teken van respect. Er vormde een grijns in de mondhoeken van Rumor. ''En waarom denk je dat ik dat zou doen?'' merkte hij op. ''Wij zijn elven, geen pixies. Wij doen niet aan liefdadigheid. Dat zou je toch moeten weten''. ''Omdat ik je geld kan bieden''. Rumors ogen lichtten op bij het horen van het woord 'geld'. Dat had zijn interesse gewekt. ''Dat klinkt al beter, maar het zal je veel geld kosten''. ''Dat maakt niet uit. Geld speelt geen rol, zolang mijn dochter maar beter wordt'' antwoordde Vikus, waarop Rumors grijns alleen maar breder werd. Hij schudde Vikus de hand. ''Goed. Je hebt een deal''.
Een paar dagen later stond Vikus met een grote zak geld op de stoep van het huis van Rumor. Ditmaal deed Rumor zelf open toen hij aanklopte. Aan zijn arm hing een knappe, vrouwelijke elf. ''Ah, mooi. Je hebt het geld meegenomen'' zei Rumor toen hij de zak geld zag. Vikus knikte. ''Hier is je geld''. Hij stak de zak geld uit naar Rumor, die hem gretig vastpakte. ''Ik heb me aan mijn deel van deal gehouden, nu is het jouw beurt. Je moet mijn dochter beter maken''. Rumor had intussen wat goudstukken uit de zak gehaald en liet die door zijn vingers heen glijden. ''Goh, ik weet niet of ik daar wel zo'n zin in heb'' zei de elf ongeïnteresseerd terwijl hij met het geld tussen zijn vingers speelde. ''Bij nader inzien: Nee. Je kan gaan''. Hij draaide zich om. Vikus' mond viel open. ''Wat?!'' Zijn verbazing vervormde al snel tot woede. ''Dat kan je niet maken! We hadden een deal!'' riep hij uit. Rumor wierp nog een laatste blik over zijn schouder heen om Vikus aan te kijken. ''Laat dit een les voor je zijn: vertrouw nooit een elf. Zeker niet een elf die Gant heet''. Met een gemene lach gooide Rumor de deur dicht, Vikus alleen achterlatend, kokend van woede. Hij vormde zijn handen tot vuisten. ''Wacht maar…'' siste hij bijna onhoorbaar in zichzelf. ''Ik kom terug, en ik zal wraak nemen… Op Nymphea, Rumor Gant, en iedereen die mij tegenwerkte!''
Dat leek het einde van het dagboek te zijn. Het volgende moment stond Caramel weer in de cel met het dagboek open in haar handen. ''Hebben… Hebben jullie dat ook gezien?'' stamelde Sapphire terwijl ze de kring rondkeek. De anderen knikten. ''Wat zielig… Hij wilde alleen maar zijn dochtertje redden'' zei Cherie bedroefd. Martino raakte troostend met zijn hand even de hare aan. ''En toen bedroog die gemene elf hem ook nog eens…'' ging ze verder. Alsof op een commando gingen alle blikken ineens spontaan naar Rex. Rex schudde lachend zijn hoofd. ''Die gekke, ouwe pa'' zei hij alleen maar. ''Wat een held''. ''Euh, je weet dat als jouw pa hem niet had opgelicht, we hier nu niet hadden gezeten, hè?'' merkte Floxy droog op, maar Rex haalde gewoon zijn schouders op. ''Hé, hij had gelijk. Vertrouw nooit een Gant''. ''…Ongelofelijk''. Caramel staarde hem vol afschuw aan. ''Ik heb me echt in jou vergist'' zei ze uiteindelijk na een korte pauze. ''Dat is dan wederzijds'' antwoordde Rex ijzig. ''Wat bedoel je daar nou weer mee?'' reageerde Caramel, maar voordat Rex een antwoord kon geven onderbrak Cherie hun geruzie. ''Lillian…'' zei ze, tegen de geest. ''Dat is je naam, toch?'' De geest knikte. Tenslotte sprak ze, met een zachte stem, al konden alleen Sapphire en Cherie haar horen. ''Help asjeblieft mijn papa'' was alles wat ze zei. ''Natuurlijk helpen we je!'' antwoordde Cherie direct, tot onbegrip van Sapphire. ''Hoezo, natuurlijk? Ben je soms voor het gemak even vergeten dat hij slecht is en ons hier heeft opgesloten?'' siste Sapphire naar haar. ''Hij is niet slecht!'' riep Lillian uit, waardoor beide Sapphire en Cherie schrokken. ''Hij doet dit alles alleen maar voor mij'' ging ze droevig, nu zachter, verder. ''Met de magie van de boom des levens wilt hij mij proberen opnieuw tot leven te wekken''. ''Maar dat is zwarte magie! Dat is verboden, en heel gevaarlijk!'' reageerde Cherie geschokt. Lillian knikte. ''Daarom moeten jullie hem stoppen! Jullie zijn de enigen die het kunnen''. ''Maar hoe dan? We kunnen hier niet weg'' klonk het nu van Sapphire af. ''Volg mij maar. Ik weet een uitweg''. Lillian gebaarde dat ze haar moesten volgen naar achteren. Lillian stopte voor een muur en wees naar een loszittende steen. ''Leg je hand daarop. Dan zal de geheime gang openen''. Cherie deed wat haar gevraagd werd zonder vragen te stellen. Niet veel later verscheen er inderdaad een opening in de muur. ''Jongens, ik heb de uitgang gevonden!'' riep ze naar de anderen toe. ''We kunnen naar buiten!''
Een voor een gingen ze de gang in. Martino en Floxy ondersteunen Nymphea en gingen als eerste. Daarna volgden Morfo, Sapphire, Cherie, en Rex en Caramel gingen als laatsten. Cherie wierp nog een laatste blik op Lillian voor ze ging. ''Ik beloof je dat ik zal helpen'' zei ze. Er verscheen een glimlach op Lillians gezicht. ''Dankje'' zei ze. ''Ga nu. Voordat iemand merkt dat jullie weg zijn''. Cherie verdween in de gang na het horen van Lillians woorden. Caramel en Rex bleven samen achter. ''Ga maar'' zei Rex kort toen ze elkaar afwachtend aankeken. Zonder iets terug te zeggen klom Caramel de gang in. De gang was krap, maar ze konden er nog net in staan. Het leidde ondergronds onder de villa van Vikus door, naar buiten in een grot aan de rand van de stad. ''Morfo, hou op met duwen!'' snauwde Sapphire geïrriteerd toen ze bijna voorover viel. ''Ik doe niets!'' klonk het terug van Morfo, overduidelijk gelogen. ''MORFO! IK ZEI—'' ''Maar ik—'' ''KAPPEN!'' brulde Cherie om een einde te maken aan het geruzie. Dat had ze beter niet kunnen doen. De hele grot begon te trillen. ''Oeps…'' Ze sloeg haar hand voor haar mond. ''Kijk uit!'' gilde ze daarna. Ze kon nog net opzij springen toen een hoop rotsen van de rotswand naar beneden kwamen glijden. Toen ze weer opkeek was de gang achter haar potdicht. ''Cherie!'' Martino had Nymphea losgelaten en had zich omgedraaid om te zien wat er gebeurd was. ''Ben je ongedeerd?'' vroeg hij bezorgd. Cherie knikte. Ze had alleen een paar schrammetjes opgelopen. ''Ik wel…'' zei ze terwijl ze onzeker achterom keek naar de ravage achter haar. ''…Maar Caramel en Rex zijn achtergebleven''.
