Serieus, het is hier echt veel te druk, denk ik, staand in het relatief kleine afgezette gedeelte voor veertienjarigen. Ginger staat naast me, klagend dat warm en druk zó niet samengaan. Ik weet dat ze alleen maar klaagt omdat ze niet wil denken aan waarom we hier staan.
Ik volg de nieuwe begeleidster van ons district; Effie, met mijn ogen als ze het houten podium op loopt. Waarom de vorige begeleidster ontslagen is? Echt geen idee.
Effie en Haymitch, die zo te zien een kater heeft, zitten naast elkaar aan de achterkant van het podium. Vooraan bij de microfoon staat de burgemeester al het Verdrag van het Verraad voor te lezen.
Nu hij klaar is klinkt er een halfhartig applaus van de toeschouwers, Effie komt naar voren en neemt zijn plek over. Met een damesachtig kuchje duidt ze aan dat ze wil beginnen. "Hallo District twaalf, zoals jullie natuurlijk allemaal weten ben ik vanaf dit jaar jullie nieuwe begeleidster en tevens plaatsvervangend mentor voor jullie tributen!" Ugh, veel te vrolijk voor mijn doen, en nog een zeurderig ondertoontje ook.
Zonder verder nog veel woorden te besteden aan zichzelf begint ze na nog een korte speech over hoe mooi, en vooral púúr ons district is (gewoon een manier om iets zogenaamd aardigs te zeggen terwijl er eigenlijk weinig is om complimenten over te maken) trippelt ze op haar vijftien centimeter hoge hakken naar de Boetebol waar 'MEISJES' op gestempeld staat. "En wie zal dit jaar als trotse tribuut naar de Hongerspelen gaan?" Zegt ze, al grabbelend in de bol. Ze haalt er een klein kaartje uit… "Thèsa Alexia Miller!" Daar gaat mijn leven, mijn toekomst, alles. Ik zie het bijna letterlijk allemaal voor mijn neus in elkaar storten.
Ik voel dat ik lijkbleek wordt. "Thèsa Miller, ergens?" Hoor ik Effie ergens in de verte roepen. Als een zombie loop ik naar voren, waar de mensen tussen mij en het podium ruimschoots voor me uitwijken. Eenmaal naast Effie aangekomen trekt ze mijn rechter hand de lucht in, "Hartelijk gefeliciteerd! Een groot applaus alstublieft mensen! En dan nu snel naar de jongenstribuut!"
Ik raak weer lichtelijk in paniek, wat als ik hem ken? Dat zou alles alleen maar ingewikkelder maken, wetend welke mensen er dan niet alleen om hem, maar ook om mij zouden rouwen.
Effie steekt haar hand in de bol, rommelt even, en haalt dan het verdoemde kleine papiertje uit. "Rian Flemming!"
Uit het vijftienjarigen gedeelte komt een doodsbang lijkende jongen naar ons toe, met ingevallen wangen, ook zie ik zijn ribben zelfs door zijn shirt heen uitsteken. Ik herken hem vaag, volgens mij komt hij uit het weeshuis, wat verklaard waarom hij eruitziet alsof hij al in geen dagen iets gegeten heeft.
Terwijl Rian naar ons toe loopt, bekijk ik de gezichten van mijn vrienden en familie; Ginger en mijn moeder huilen, zoals verwacht. Mijn vader houdt mijn moeder stevig vast. Mijn beide broers kijken grimmig, en Chet ziet er eigenlijk alleen maar lichtelijk geschokt uit.
Rian komt naast me staan, vuisten gebald. Huilt hij nou?
"Oké tributen, geef elkaar een hand!"
Ik bijt hard op mijn lip, mijn hand doet nog pijn van de overwinning van gisteren, en Rian heeft nog best een sterke grip voor iemand die bijna zelden te eten krijgt.
Hij laat mijn hand los. Dan klinkt het volkslied. Rian blijft doodsbang voor zich uit staren.
"Fijne Hongerspelen gewenst iedereen!" Roept Effie nog even uit voordat we door vier Vredebewaarders naar het Gerechtsgebouw worden gebracht.
.
.
.
Mijn ouders en broers komen als eerste binnen, ik ben gaan zitten op de comfortabelste bank waar ik ooit op heb gezeten.
Mam barst weer in huilen uit, ze is nooit echt een sterk persoon geweest, niet dat ik het haar kwalijk neem, je enige dochter die naar een zekere dood wordt gestuurd is niet iets wat je elke dag meemaakt en zeker niet wil meemaken. Ik loop naar haar toe en sla mijn armen om haar heen, wrijf haar over haar rug. Ik voel haar tranen op mijn schouder. "Rustig maar, rustig, ik ben er nog, je moet je geen zorgen maken." Mompel ik tegen haar.
"Ze moet zich wel zorgen maken Tess!" Schreeuwt Devon plotseling, "En jij ook! Zij zou jou moeten kalmeren, dit slaat helemaal nergens op!"
Rustig Dev, misschien zie ik jullie nooit meer, dus niet zo gestrest alsjeblieft." Een Vredebewaarder klopt op de deur, het teken dat hun tijd bijna om is. Ik geef iedereen een laatste knuffel, eerst pap, dan mam, daarna Devon, en Brody slaat gewoon zijn armen om ons beiden heen. Nu wordt ik toch wel een beetje bang, waarschijnlijk zie ik ze nooit meer.
Mijn familie wordt de kamer uitgeleid, Ginger en Mave komen binnen. Ginger stort zich meteen in mijn armen, ze probeert zich nog groot te houden voor mij, maar dat lukt haar duidelijk niet. Zodra ze begint te huilen leidt Mave haar de kamer uit. Ook al zijn we niet zulke goede vrienden, hij snapt dat mijn hysterisch huilende vriendin de situatie zo alleen maar troostelozer maakt. Hij komt weer binnen, houdt me even kort vast, en loopt weer weg, "Veel geluk."
Ik zwijg.
Het duurt even voor de laatste bezoeker naar binnen komt. Natuurlijk is het Chet. Hij blijft eerst even in de deuropening staan, dan komt hij naar me toe en slaat zijn armen stevig om mijn middel. Ik ben serieus nog nooit zo vaak achter elkaar geknuffeld, ook heb ik me nog nooit zo slecht gevoeld. Alsof iemand een baksteen op mijn hoofd heeft gegooid. En nog een. En nog een.
Hij kijkt me strak aan met zijn doordringende blauwe ogen waar zo veel meisjes, waaronder ik, in verdrinken. "Ik denk dat je het kan. Je bent getraind, met én zonder wapens. Je bent bijna net zo goed als ik, je maakt een kans weet je?" Ik trek hem naar me toe en verberg mijn gezicht in zijn shirt en zucht. "Ik hou van je Chet."
Hij duwt me van zich af. "Wat?" Zegt hij met een blik vol onbegrip. Die blik zegt alles; Hij houdt niet van mij zoals ik van hem houd, zoals ik dacht dat ik van hem houd. Blijkbaar was hij alleen maar met me samen omdat hij me hot en 'wel leuk' vindt of zo.
"De boodschap is duidelijk Chet, ga nou maar weg." Ik draai mijn gezicht van hem weg, zodat hij de pijn in mijn ogen niet ziet.
Hij loopt snel weg, ik hoor nog vaag dat hij op de gang iets omschopt. Dan komen de tranen. Hete tranen. Ik kan niet geloven dat ik me op deze manier in hem heb vergist. Ik heb altijd geweten dat hij niet perfect is; Hij is vrij arrogant en heeft zo zijn buien. Maar toch heb ik altijd gedacht, nee zo zeg ik het niet goed, ik ben er altijd vanuit gegaan dat aangezien we aangezien we al meer dan een jaar samen waren, we net zoals zoveel andere stelletjes van onze leeftijd nog een jaar of twee bij elkaar zouden zijn en dan zouden trouwen, net als iedereen. Eerlijk gezegd heb ik er niet zoveel gedachten aan besteed.
Een vredesbewaarder komt me halen om me naar het station te begeleiden. Wanneer we naar buiten komen staan de camera's er al. Shit! Ik heb gehuild, snel veeg ik de tranen van mijn wangen, maar mijn gezicht is natuurlijk nog steeds helemaal rood. Het huilmoment van net binnen is voorbij, ik ga niet meer huilen, op dit moment voel ik me alleen maar leeg.
De Capitoolfotografen, cameraploegen en interviewers blijven onderweg naar de trein maar vragen op me afvuren; "Ben je erg van streek?"
"Hoe schat je je kansen in?"
"Wie ga je het meest missen, en wie jou?"
"Is zo'n mooi meisje bang om dood te gaan?"
Ik reageer niet, zij zijn de reden dat ik de arena in moet, dus ik ga ze geen show gunnen.
Ik wordt de trein in geduwd en de deuren worden snel achter me dichtgetrokken. Effie staat op me te wachten, "Jij bent zeker Thèsa hè?" Ehm, nee Effie, degene die net bij de Boete naast je stond was mijn identieke tweelingzus. Duh.
Ik knik naar haar, mijn god, deze trein is nog luxer dan het Gerechtsgebouw! "Volg mij." Ik loop achter haar aan tot aan een houten deur met zilveren versieringen en een bordje met 'MEISJESTRIBUUT DISTRICT 12' erin gegraveerd. "Dit is jou kamer voor deze reis, fris je maar even op voor het eten. In de kast rechts liggen gewéldige kleren, zelf uitgekozen, om die," ze laat haar blik over mijn tot op de draad versleten witte jurkje gaan, "dingen, te vervangen."
"Eh ja," mompel ik, haar belediging negerend. "Om zes uur precies dineren we, je wordt geacht aanwezig te zijn." Ze geeft me een klopje op mijn schouder en loopt weg. Ik stap de kamer binnen en probeer niet probeer niet te veel onder de indruk te zijn te zijn van alle pracht en praal in de kamer. Ik start een zoekactie naar de badkamer en daar eenmaal aangekomen probeer ik wanhopig uit te vinden welk van de achtenveertig knopjes de douche aan gaat.
