Sorry voor de fouten in het vorige hoofdstuk, ik wilde het snel uploaden maar ben ik vergeten het te checken op fouten en slechtlopende zinnen.

Playlist: The Wanted - Warzone

Lana Del Rey – Born To Die

Wanneer Effie de volgende morgen mijn kamer binnenkomt om me te wekken verras ik haar door volledig gereed op mijn zij op een van de babyblauwe divans te liggen.

"Oh, je bent al wakker." Het is vast een Capitoolding, maar op een of andere manier gaat bij elke zin haar stem omhoog alsof ze een vraag stelt. Ik erger me er dood aan. Dan gaat ze verder, "Dat is heel mooi, dan kan je je beter voorbereiden op deze eerste grote, grote dag!"

"En waarom is het dan wel zo'n grote dag Effie?" Vraag ik de rozeharige escorte terwijl ik gaap. Ze negeert mijn vraag, en begint deze keer mat een klagerige stem, "Praat niet terwijl je gaapt en houdt je hand voor je mond. Denk nou eens aan je manieren!" Ik rol afwezig met mijn ogen en loop voor haar uit de gang in.

Ik voel me wat slapjes, wat of komt doordat ik nog niet ontbeten heb, of omdat mijn voorspelling van gisteravond laat uitgekomen is, wat op zijn beurt dus weer betekent dat ik geen oog dicht heb gedaan. Ik ben er een paar jaar geleden achter gekomen dat ik niet goed slaap als ik gespannen ben. Zoals toen Brody voor het eerst voorstelde om me mee te nemen naar een van zijn gevechten, of toen hij voorstelde dat ik misschien maar eens moest gaan trainen om zijn plek in de Club in te kunnen nemen wanneer hij in de mijnen zou moeten gaan werken. Alhoewel dat een hele andere soort spanning is, leuke spanning. Dit soort spanning heb ik wel eerder gehad, maar nog nooit zo sterk. Het is een je-broers-en-moeder-zijn-ziek-en-jij-en-pap-moeten-toch-eten-op-tafel-zetten soort van spanning. Je mag raden welke ik liever heb.

Ik loop de restauratiewagon binnen met Effie op mijn hielen. We zijn de eersten. Effie en ik eten in een licht ongemakkelijke stilte, tot ik besluit die te doorbreken met een vraag die al tijden in mijn hoofd rondspookt, "Effie, wat vind jij nou eigenlijk zo leuk aan vierentwintig kinderen die elkaar vermoorden? Dat is niet erg menslievend hè?" Ze negeert het laatste gedeelte van mijn vraag (ik heb gemerkt dat ze heel goed is in het uitsluiten van dingen die ze liever niet wil horen) maar beantwoord de rest wel, "Ik vind het anders erg amusant, en de beste feestjes zijn in het Hongerspelenseizoen. Je had het feest na de openingsavond van de Spelen van vorig jaar eens moeten zien, gewéldig! En natuurlijk is het een gepaste straf voor de rebellie die jullie veroorzaakt hebben." Voegt ze er zelfverzekerd aan toe. Ik zou het haar eigenlijk niet zo moeten aanrekenen, de ideeën van het Capitool zijn haar immers met de paplepel ingegoten. Toch raakt het me een beetje dat iemand het zo normaal vindt om kinderen te laten moorden.

Een paar minuten later komt Haymitch binnen die aan zijn chagrijnige grimas te zien een kater heeft. Hij mompelt een norse groet voor hij naast me op een stoel ploft en wat eten op zijn bord te doet.Dan loopt Rian binnen, aan zijn lopen kan ik zien dat hij zich duidelijk beter voelt dan gisteren, en vast ook een stuk beter geslapen heeft dan ik. Ik weet niet precies waarom maar ik mag die jongen nu al niet zo, de ene dag is het een regelrechte huilbaby, de volgende dag is hij weer helemaal happy, dat is toch niet normaal? Hij neemt plaats op de enige nog lege stoel naast Effie en pakt een van de vele soorten broodjes uit een mandje terwijl hij zijn blik op Haymitch richt, "Wat is het programma voor vandaag? We komen later vandaag toch aan in het Capitool?"

Haymitch knikt en richt zich dan met een beetje moeite op, "Vandaag worden jullie klaargemaakt voor de ritten met de strijdwagens, en bereid je maar voor, dat gaat pijn doen. De stylist kiest dan wel je kostuum en je look uit, maar zijn of haar assistenten helpen hem eerst met de basis, jammer genoeg voor jullie is dat meestal het pijnlijkste gedeelte. En dan moeten we met zijn allen maar hopen dat het geen volslagen idioten zijn die jullie voor het oog van de gehele natie voor schut zetten, dan kunnen jullie je sponsoren wel vergeten."

Mij maakt het op zich niet zoveel uit wat ze me aan gaan trekken, zo lang we maar niet net als de tributen van vorig jaar praktisch naakt naar buiten worden gestuurd.

Ik ben klaar met eten en loop naar het raam om het uitzicht te bekijken, maar opeens gaan we een tunnel in en wordt buiten alles zwart, ik vermoed dat we de Rocky Mountains doorgaan, het gebergte dat de oostelijke districten van het Capitool scheidt. Door het donker komt een vervelende herinnering bovendrijven:

We lopen met de hele klas netjes in de rij naar de hoofdingang van de grootste kolenmijn in het district, Mijn nummer 4. Mijn net twaalfjarige figuurtje loopt met Ginger aan de arm in het midden van de rij schoolkinderen die het jaarlijkse bezoek aan onze toekomstige werkplaats brengen. Het is elk jaar dezelfde rondleiding maar toch vinden veel van ons het spannend om zo diep onder de grond te gaan, en ook omdat we mogelijk een glimp van onze werkende familieleden op kunnen vangen. We gaan in groepjes van zes met de gammele, roestende lift de vele honderden meters naar beneden, eenmaal in de lift moet ik even diep ademhalen om mijn zenuwen tot bedaren te brengen; ik heb het tripje naar de mijnen altijd een van de vervelendste schooldagen van het hele jaar gevonden. Beneden krijgen we allemaal een kleine olielamp aangereikt en wordt ons op het hart gedrukt niet van de groep weg te dwalen. De mijnwerker die onze groep rondleid heeft een klein kooitje met daarin een klein, geel zangvogeltje erin, op school hebben we geleerd dat in elke ruimte minstens één zo'n vogeltje aanwezig moet zijn. Het kleine beestje wordt gebruikt om je te beschermen tegen ontploffingen; als het vogeltje gewoon fluit en geluid maakt is er niets aan de hand, je kan gewoon blijven werken. Als hij stil wordt betekent het dat er een beetje gas in de ruimte is, dan moet je zo snel mogelijk wegwezen. Het allerergste is wanneer het vogeltje dood neervalt, want dat betekent dat er zoveel gas is dat zijn kleine lichaampje het niet meer aankan. Nog een minuut of twee, en dan ga jij er achteraan, dan is er waarschijnlijk niet genoeg zuurstof meer.

Na een paar gangen en slaapverwekkende lessen over efficiënt delven en nutteloze productiecijfers slenter ik een beetje achteraan de groep voort. Ik merk pas dat onze klas stilstaat wanneer ik tegen mijn vriendin Shelly aanbots. De al vrij oude juf Isobel kijkt ons met grote, geschokte ogen aan, "Iedereen naar de lift, opschieten!" Roept ze.

Pas dan zie ik wat er voor in de rij gebeurt is; de kanarie is dood.

Ik stoot een soort piepgeluidje uit, de andere kinderen strompelen paniekerig de richting van de liften uit, ik ben nog steeds helemaal achteraan met één andere jongen.

Dan is er een oorverdovende explosie waarbij wij beiden een smallere gang in worden geslingerd, door de landing op mijn rug wordt alle lucht uit mijn longen geslagen en kan ik een paar seconden niet ademhalen. Ik denk dat ik toen even bewusteloos ben geraakt. Wanneer ik weer opsta zie ik dat we aan twee kanten zijn ingesloten door grote rotsblokken. Pas later begrijp ik dat de grote concentratie gas dat is vrijgekomen in aanraking gekomen moet zijn met een vorm van vuur, een van de gaslampen, of een olielamp bijvoorbeeld, dat is wat de explosie veroorzaakt heeft.

De volgende uren zijn de enige dingen die we doen schreeuwen om hulp en op de muren kloppen, dat is iets wat de mijnwerkers doen om aan te geven waar je zit, verder wisselen we een paar woorden uit, ik kom er achter dat de jongen waarmee ik vast zit Chet heet, maar veel meer wordt er niet gezegd, we zijn te bang dat we de weinige zuurstof opmaken die we hebben om deze te verspillen aan zinloos geklets. Ik weet nog dat ik een paar keer ben gaan hyperventileren, maar dat Chet zo veel mogelijk heeft geprobeerd me rustig te houden. Pas na 14 uur lukte het de mijnwerkers om ons eruit te krijgen. Sindsdien zijn er twee dingen veranderd; ten eerste zijn Chet en ik vanaf dat moment naar elkaar toe gegroeid, vooral omdat we er ook achter kwamen dat we allebei bij de vechtclub zaten. Ook ben ik vanaf dat moment heel claustrofobisch.

Ik doe mijn ogen weer open en haal een paar keer diep adem om mijn zenuwen te kalmeren. Gelukkig zijn we dan aan de andere kant van het gebergte, die Capitoolmensen zijn dan wel gestoord, maar snelle treinen bouwen kunnen ze wel.

.

.

.

We komen aan op het overvolle perron in het Capitool en worden met enige moeite door de menigte geloodst, ik volg Haymitch's raad op en glimlach lief naar de paparazzi, ook al duwen ze zo ongeveer hun camera's in mijn neus. We gaan snel een werkelijk gigantisch gebouw binnen, ik neem aan dat dit het Trainingscentrum is. Ik wordt door twee felgekleurde, enthousiast kletsende vrouwen naar een praktisch lege kamer geleid. In de kamer staan één ziekenhuisachtig bed en een kolossale kast uitpuilend met schoonheidsproducten.

De kleinste van de twee visagisten stelt zich voor als Rimet, ze heeft paars haar met een klein hoedje erop geplakt, verder zie ik dat ze ook grote blauwe sterren op haar armen heeft laten tatoeëren. De langere van de twee heet Taless, zij doet niet onder voor haar felgekleurde collega, met haar paarsrode haar, oranje wimpers, gele jurk en groenblauwe stiletto's lijkt het nog het meest alsof ze is uitgekotst door een regenboogje ofzo.

Al kwekkend over van alles en nog wat harsen ze al het haar van mijn benen en nog meer van dat soort folteringen. Ik hou me sterk, maar bijt daarbij wel de binnenkant van mijn wang kapot.

"Je moet je wel heel opgewonden voelen, dat je zo voor het eerst in je leven écht gestyled wordt door een professionele stylist!" Wend Taless zich tot mij.

"Eerder opgelaten dan opgewonden." Mompel ik binnensmonds terwijl Rimet met een pincet aan mijn wenkbrauwen begint te plukken.

"Nog ongeveer vijf minuutjes, dan is het tijd om je stylist te ontmoeten!" Zegt Taless knipperend met haar vier centimeter lange, oranje wimpers.

Hope you liked it!