"The universe is full of magical things, patiently waiting for our wits to grow sharper." (Eden Phillpotts)

Iets voor zes 's avonds reed Dirks auto terug de oprit op. Hij was gekalmeerd door de rit. Io stond te koken in de keuken. Elisabeth maakte een tekening aan de keukentafel. Dirk liet zich met een plof op een stoel vallen.

"Zware dag gehad op het werk, Dirk?"

Dirk dacht terug aan zijn dag.

"Dat kan je wel zeggen."

Dirk besloot om voor de korte pijn te gaan. Io zou niet blij zijn moest Harry hier plotseling onaangekondigd op de stoep staan.

"Io, weet je nog dat ik een neef Harry heb?"

"De neef waarover gezwegen moet worden? Van de gesloten kamer? Ja, ik weet wie je bedoeld."

"Wel, Harry komt vanavond op bezoek."

Io draaide zich met een snok om.

"Dirk Duffeling, hoe moet ik in godsnaam tegen vanavond het huis aan de kant krijgen? Je weet toch wat een opruimwerk ik heb telkens als je familie op bezoek komt! Hoe laat komt hij?"

"Acht uur," stamelde Dirk bedremmeld: "maar hij is anders... dan de rest van mijn familie. Minder gesteld op orde, onder andere."

"Dat hoop ik voor jou, Dirk! Na het eten rijd jij onmiddellijk naar de winkel. Ik heb niet eens iets in huis."

Met meer kracht dan nodig zette ze het eten op tafel. Met een veel zachtere stem ging ze verder:

"Elisabeth, lieveling, ruim jij je tekeningen op?"

Het schemerde al toen Dirk na zijn uitstap naar de winkel de Ligusterlaan binnenreed. Het was tien voor acht. Hij hoopte dat Harry niet te vroeg was gekomen. Moesten er op dat moment enkele straten verder mensen buiten zijn geweest, hadden ze een luide knal kunnen horen. Enkele tellen later verscheen Harry uit het niets in de brandgang tussen de Magnoliastraat en de Salviastraat. Hij stak zijn onzichtbaarheidsmantel weg in zijn rugzak. Verschijnselen, dacht Harry bij zichzelf, bleef een vreselijke, maar wel de meest praktische vorm van transport. Hij keek op het geblutste horloge aan zijn pols. Hij ging net op tijd zijn.

Op zijn dooie gemak wandelde Harry de paar straten die hem nog resten. Af en toe zag hij gordijnen bewegen. Hij kon zich de commentaren van de buurtbewoners levendig voorstellen.

"Hoe is die nou gekleed." en "Waarschijnlijk een journalist, of een schrijver, of zo. Sommige mensen worden nooit volwassen." En ze zouden hun hoofd schudden en verder gaan met hun saaie leventje.

Acht uur stipt. Dirk stond zenuwachtig voor de spiegel en hoorde de bel gaan. In de gang liep Elisabeth naar de deur. Dirk hoorde Io zeggen dat Elisabeth de deur mocht opendoen. Hij hoorde Harry's stem.

"Goedenavond, mevrouw. Dirk had gezegd dat ik mocht langskomen."

"Inderdaad, kom binnen."

"Ik hoop dat ik niet ongelegen kom. De afspraak was nogal last-minute."

"Natuurlijk niet. Zullen we in de woonkamer gaan zitten? Elisabeth, leg jij meneer zijn spullen eens weg en roep je papa?"

"U mag Harry zeggen. En die rugzak houd ik liever bij me."

Dirk hoorde Elisabeth de trap op rennen.

"Papa, nonkel Harry is er." hijgde ze vrolijk.

Tegen de tijd dat Dirk de moed had gevonden om naar beneden te gaan, was het gesprek daar al goed op gang gekomen. Harry en Io waren in bedekte termen hun aversie voor meneer en mevrouw Duffeling aan het verluchten terwijl Elisabeth een groot glas limonade dronk.

"Goedenavond Harry," mompelde Dirk en hij ging snel naast zijn vrouw zitten.

"Nu we volledig zijn, kan ik ter zake komen." zei Harry.

Hij richtte zich tot Elisabeth.

"Elisabeth, nu jij een grote meid begint te worden, moet jij volgend jaar ook naar een grote school."

Io zette zich wat rechter. Ze vroeg zich af waar dit gesprek naartoe ging. Harry ging gewoon verder.

"Er zijn zeer veel verschillende scholen voor verschillende soorten kinderen. Als jij wilt kan je naar een school gaan voor kinderen met een speciaal talent. Ikzelf ben er ook geweest en mijn moeder en vader ook."

Io viel hem in rede.

"Sorry Harry, dat ik je onderbreek, maar ik denk dat ik en Dirk zeer capabel zijn om zelf een school te selecteren."

"Ik denk Io, dat de school waarover ik spreek, die voor haar ongetwijfeld de beste school is, jouw volledig onbekend is. Al ooit van Zweinstein gehoord?"

Tot zijn grote verbazing begon Io te lachen. Ze wenkte Elisabeth en zei haar om de brief te gaan halen. Even later kwam Elisabeth binnen met een brief van Zweinstein.

Io wende zich tot Dirk: "Dus jij zat achter die grap. Ik en Elisabeth hebben ons bijna doodgelachen!"

Ze was duidelijk blij met wat ze als Dirks poging tot humor beschouwde. Dirk keek hulpeloos naar Harry. Harry zette zijn verhaal verder.

"Het feit dat jullie de brief al hebben gelezen maakt mijn verhaal een pak korter. Nu rest mij enkel nog het gedeelte van de overtuiging. Dirk, is het goed als ik enkele demonstraties geef?"

Dirk knikte gespannen.

"Voordat ik jullie iets laat zien wil ik jullie eerst iets vragen. Zijn er in het verleden nooit dingen gebeurd die je niet kon verklaren, Elisabeth? Misschien als je bang was of boos?"

Elisabeth knikte twijfelachtig. Io begon echter boos te worden. Als wetenschapster was ze een scepticus in hart en nieren. Ze was niet anti-magie, gewoon omdat ze niet geloofde dat er zoiets bestond als 'magie'.

"Nonsens. Het is niet omdat je iets niet onmiddellijk kunt verklaren dat je direct moet teruggrijpen naar tovenarij. Meneer Potter, misschien kunt u beter vertrekken."

"Ik vrees dat het noodzakelijk is om je te overtuigen, Io. Dat is namelijk wat Dirk me gevraagd heeft om te doen."

Hij haalde een houten stokje boven.

"Ik, en mijn vrouw en kinderen ook, ben ook een tovenaar, Io."

Harry richtte zich nu tot Io. Hij had de indruk dat zij moeilijker te overtuigen was dan Elisabeth. Io was ondertussen echt boos geworden.

"Ik kan het bewijzen."

Hij gaf een zwiepje met zijn toverstok. Io merkte schamper op dat er niets gebeurd was.

"Goede toverkunst kenmerkt zich niet door harde knallen en stank."

Harry pauzeerde even.

"Je kopje kan aardig tapdansen, Io."

De drie Duffelingen keken naar het kopje. Dirk trok bleek weg. Elisabeth keek gefascineerd toe. En Io... smeet het dichtstbijzijnde object (een massief zilveren beeldje) naar Harry's hoofd. Harry riep 'Protego' en het beeldje ketste af op zijn haastig opgetrokken schild. Met een donderend geraas vloog het door de spiegel.

"Dirk, ik stel voor dat je haar wat kalmeert. Ik zal mij even terugtrekken." zei Harry snel.

Hij draaide rond zijn as en verdween. Io viel flauw. Dirk en Elisabeth hoorden boven een knal.

"Euhm Liz," zei Dirk: "ik denk dat Harry op zijn kamer zit, misschien kun jij even naar daar gaan terwijl ik je mama terug op de been breng."

Hij sjorde Io half overeind. Elisabeth keek met een geschokte blik toe.

"Vooruit, de gesloten slaapkamer."

Elisabeth draaide zich traag om en liep weg. Boven klopte ze op de deur. Ze wist niet goed wat ze moest denken van nonkel Harry. Ze vond hem wel interessant. Hij was een tovenaar, daar was ze zeker van. Langs de andere kant had hij haar moeder erg van streek gebracht en dat mocht hij niet doen.

"Alohomora." zei een stem in de slaapkamer. De deur klikte open.

"Kom binnen," zei de stem. Nonkel Harry zat op het bed naast het open raam.

Hij schrok toen hij Elisabeths gezicht zag. Ze was duidelijk onder de indruk.

Ze stamelde: "Mama is flauwgevallen."

Harry knikte meelevend.

"Zet je even neer."

In een hoek in de kamer lagen een hoop vreemde spullen. Harry rommelde er wat in en haalde enkele kristallen flesjes tevoorschijn. Hij goot wat van het een in het ander, voegde er nog een snuifje uit een potje aan toe en sloot tenslotte het flesje.

"Het spijt me dat je moeder zo overstuur is geraakt. Ik heb misschien iets te direct gecommuniceerd. Dit drankje zal haar snel weer op de been helpen. Ik ben direct terug."


Zo nu hebben jullie toch al wat meer om jullie oordeel over te vellen.

Met dank aan Jade Lammourgy voor het suggereren van enkele correcties.