Disclaimer: Ik ben niet JK Rowling en ik heb dus ook geen enkel recht op haar personages of verhaallijnen.
AN: In dit hoofdstuk heb ik het vergeten stuk verhaal (Dirk's bezoek aan Harry) geïntegreerd. Ik heb hiervoor gebruik gemaakt van een idee dat ik heb overgenomen van Avana65, waarvoor dank. Uiteraard geldt ook voor dit hoofdstuk dat ik personages, plaatsen en ideeën heb overgenomen van JK Rowling, waarvoor dank. Alle eer aan de auteur!
Aangezien ik in Vlaanderen woon is het mogelijk dat er af en toe woorden in mijn verhalen zitten die niet echt duidelijk zijn voor mijn allersympathiekste noorderburen, de Nederlanders. Als dit voorvalt/is voorgevallen mogen jullie mij daar altijd van op de hoogte stellen. Woorden die in dit hoofdstuk voor problemen zouden kunnen zorgen zijn: koertje (binnenplaatsje) en nonkel (oom).
Veel leesplezier!
AN2: Dit is een gecorrigeerde versie van 18/04. De inhoud is hetzelfde gebleven, maar er werd een enkele taalfout uitgehaald.
"I wish there could have been an invention that bottled up a memory, like perfume, and it never faded, never got stale. Then whenever I wanted to, I could uncork that bottle and live the memory all over again." (Daphne du Maurier, Rebecca)
Elisabeth lag in haar bed naar de klok te kijken. Nog vijf minuten. Nog drie minuten. Nog één minuut. Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, één, acht uur. Ze sprong uit haar bed. Als het aan haar had gelegen was ze er al veel langer uit geweest. Haar papa had er niet echt mee kunnen lachen dat ze deze morgen al om zes uur in de zetel had gezeten... Sinds gisterenavond was ze al klaar: haar schoenen stonden mooi gepoetst klaar en ze had haar rugzak gepakt: regenjas, koekje, drankje. Ze voelde zich als een kind dat voor het eerst in haar leven naar de zoo zou gaan. Papa ging haar om negen uur naar nonkel Harry's huis brengen. Van daaruit zou ze naar de Wegisweg gaan. De Wegisweg, de naam alleen al klonk al magisch.
Tegen kwart voor negen had Elisabeths ongeduld enorme proporties aangenomen. Uiteindelijk had haar papa gedreigd dat hij alles alsnog zou afbellen als ze hem niet rustig liet ontbijten. Elisabeth hoorde hem iets brommen over zijn 'rustige' zaterdagochtend. Om vijf voor negen zat ze in de auto. Haar papa moest nog naar het toilet gaan, maar ging direct komen. Uiteindelijk vertrokken ze, het was tien over negen.
Grimboudplein 12, het had Harry veel moeite gekost om het huis terug bewoonbaar én aangenaam te krijgen. Hij en Ginny waren er gaan wonen na hun huwelijk. De renovatie had wel wat voeten in de aarde gehad. Allereerst had Harry een magisch sloopbedrijf laten komen om alles wat met een permanente plakspreuk vastzat te laten losmaken. Knijster had er op zolder een klein museum mee mogen inrichten. Het moeilijkste was echter het verwijderen van de beschermende spreuken geweest. Uiteindelijk had Harry de hulp van Bill Wemel en enkele collega-vloekbrekers van hem moeten inroepen, maar na veel vloeken en zoeken, en een overnachting op St. Hostilo door een van Bill's collegas hadden ze de strijd tegen het huis gewonnen.
Hij en Ginny woonden er nu samen met hun drie kinderen: James, Albus Severus en Lily. Met hun dreuzelburen leefden ze, tot grote vreugde van opa Wemel, vlot samen. Ginny sloeg wel eens een babbeltje met de buurvrouwen als de kinderen buiten op het pleintje speelden en Harry was bekend om zijn goocheltrucs op het jaarlijkse buurtfeest. Alle bewoners van het Grimboudplein waren er over eens dat ze in de gezelligste buurt van London woonden en dat de Potters de vreemdste familie op het plein waren. Maar aangezien ze niemand kwaad deden en altijd klaarstonden om te helpen, vond niemand dat erg.
Harry zat te denken op de werkkamer. Het was een uiterst merkwaardige kamer, volledig ongeschikt voor bezoek door dreuzels. Aan een van de wanden hing een collectie racebezemstelen, allen netjes gepoetst en op standaarden gelegd. Harry, en Ginny in mindere mate, verzamelde ze. De collectie besloeg een volledige lange zijde van de rechthoekige kamer. De twee korte zijden werden ingenomen door grote vensters. Hetgene aan de voorkant, Ginny's kant, keek uit over het plein. Hetgene aan de achterkant, Harry's kant keek uit over de achterbouw van de aanliggende huizen en over hun groezelige koertje. In het midden stonden er verschuifbare panelen, voor als er extra concentratie of discretie nodig was. Zowel Harry als Ginny hadden een boekenkast met respectievelijk vooral boeken over de (bestrijding van de) Zwarte Kunsten en over Zwerkbal. Ginny had ook nog een enorm schoolbord, waarop ze de informatie voor haar reportages kon schematiseren. Harry had een rek met Duisterdetectors en nog een extra kast. In die kast zat een voorwerp dat hij na Sneeps dood van professor Anderling had gekregen: de Hersenpan. Een erg nuttig instrument, dat was zeker. Harry boog voorover in zijn eigen herinnering. Het was nu ongeveer een week geleden...
Op een warme dag in juli stopte er een chique wagen voor de deur van de Potters. Er stapte een dikke, zwetende man uit. Hij keek wat schichtig om zich heen, alsof hij iets zocht, maar dat niet goed durfde te laten zien. Uiteindelijk nam hij een beslissing. Hij ging het trapje op naar de voordeur van de nummer 12 en trok aan de bel. Diep in het huis hoorde hij iets klingelen.
Harry keek op uit zijn krant. Hij had de ochtendprofeet zitten lezen aan de keukentafel toen hij plotseling de bel hoorde. Hij stond op, wierp een blik op Knijster die zat te slapen in zijn stoel - hij begon behoorlijk oud te worden - en liep naar de deur. Voor hij de deur opende, keek hij eerst even door het spionnetje. Hij schrok, draaide zich om en leunde regen de deur. Dit was wel de laatste persoon die hij ooit hier had verwacht. Zijn neef, Dirk Duffeling, stond voor de deur. Wat bezielde hem in godsnaam om hem te komen opzoeken? Nu, de kerstkaartjes had hij ook altijd al merkwaardig gevonden.
Onbewust ging zijn hand naar de bel naast de deur, de dreuzelbel, die werd geluid als er een dreuzel in huis kwam, zodat niemand een teken van toverkunst zou geven. Halverwege de bel besefte Harry dat Dirk weet had van toverkunst en dat ze dus niets hoefden te verbergen. Hij opende de deur.
"Dag Dirk."
"Harry... Je moet mij helpen."
Dirk was duidelijk niet in zijn normale doen. Harry vroeg zich af waarom Dirk specifiek zijn hulp nodig had. Op een korte ontmoeting in de supermarkt na hadden ze elkaar al meer dan 20 jaar niet gezien. Hun communicatie beperkte zich tot een jaarlijks kerstkaartje. Hij nodigde Dirk binnen uit en liep samen met hem naar de keuken en gebaarde hem te gaan zitten. Dirk staarde met angstige ogen naar de afwas die zichzelf aan het doen was in de gootsteen.
"Kan ik je iets te drinken aanbieden Dirk? Koffie, thee, pompoensap?"
Dirk knikte: "euhm, thee."
Harry haalde met een vloeiende beweging zijn toverstok boven en wees ermee op de fluitketel. Deze begon dadelijk te stomen. Hij zag dat Dirk nog bleker was geworden. Hij was vergeten hoe panisch zijn neef was voor toverkunst. Misschien moest hij hem maar eens geruststellen.
"Dirk," zei hij: "ik ben niet van plan om je te betoveren of schade te berokkenen. Ik weet dat onze relatie niet altijd even gemakkelijk was, maar wat voorbij is, is voorbij. Daarboven zou het ook op mijn werk niet goed overkomen moest ik een dreuzel hebben aangevallen. Strikt gezien zou ik dan mezelf moeten arresteren."
Dirk leek enigszins te ontspannen.
"Magie", zei Harry: "kan het leven vergemakkelijken. Het is niet bedoeld om dreuzels mee lastig te vallen. Dat is zelfs, zoals ik al zei, verboden."
Dirk was nog niet honderd procent ontspannen. Harry besloot hem wat kleine demonstraties te geven om zijn stelling te bewijzen. Hij nam voorzichtig zijn toverstok, zwaaide ermee en er kwamen twee kopjes aanvliegen vanuit de kast. Nog een zwiep en de theepot kwam aangevlogen en schonk twee kopjes in. Met een laatste zwiep schoof Dirks kopje over de tafel naar hem toe. Dirk pakte met bevende handen het kopje.
"Nu, ik veronderstel dat dit geen gewoon familiebezoek is. Wat is het probleem?"
Dirk haalde met trillende handen een perkamenten enveloppe uit zijn zak. Het duurde even voor Harry besefte dat dreuzels normaal geen perkament gebruikten. Dirk legde de enveloppe op tafel. Ze was geadresseerd aan Elisabeth Duffeling.
"Je dochter?" vroeg Harry.
Dirk knikte. Harry's gedachten begonnen te ratelen. Werd Dirk bedreigd door een tovenaar? Zou het een vervloekte brief zijn? Met de nodige bedachtzaamheid pakte Harry de brief op. Hij draaide hem om en moest glimlachen. De brief was verzegeld geweest met een in was gedrukte Z. Blijkbaar was de kleine Elisabeth een heks.
Harry keek lachend naar zijn neef. Deze keek hem vragend aan.
"Is ze echt... zoals jij?"
Harry kon niet anders dan lachen.
"Honderd procent zeker."
"En je kan haar niet onttoveren... of zo iets?"
"Neen, ik denk dat het het beste zal zijn om haar gewoon naar Zweinstein te laten gaan. Vroeg of laat komt het er toch uit. Had je nog niets gemerkt?"
Dirk twijfelde.
"Achteraf gezien vallen sommige dingen nu wel beter te verklaren," moest hij toegeven.
Plotseling snurkte Knijster luid in zijn slaap. Dirk, die Knijster nog niet had zien liggen, krijste het uit. Geschrokken door het gegil kwam Ginny met getrokken toverstok binnenlopen. Ze had boven zitten schrijven aan een artikel voor de ochtendprofeet. Door Ginny's plotse verschijnen raakte Dirk nog meer in paniek...
Het duurde een halfuur voor Harry Dirk gekalmeerd had. Hij riep Ginny terug de keuken binnen. Knijster was geëvacueerd naar zijn museum.
"Dirk," zei hij, "Dit is Ginny. Mijn echtgenote."
"Aangenaam kennis te maken," zei Dirk met een bevende stem. Ginny keek Harry vragend aan.
"Ginny," zei Harry, "Dit is mijn neef Dirk. Hij heeft het niet zo met toverkunst."
Hij keek met een veelbetekenende blik naar de brief die nog steeds op tafel lag.
"Zijn dochter mag in september beginnen aan Zweinstein."
Ginny moest glimlachen. Nu dat ze wist wie Dirk was, wist ze waarom hij zoveel schrik had van toverkunst. Daar hadden onder andere haar broers voor gezorgd. Vol medelijden ging ze naast Dirk zitten.
"Dan zit ze bij onze dochter Lily in het jaar. Misschien komen ze zelfs op dezelfde afdeling."
"Ik denk niet dat Dirk weet waarover je het hebt, Ginny. Hij weet niets van onze wereld. Nietwaar, Dirk?"
Dirk knikte.
"Nu, ik-k-k-k weet wel iets... maar niet genoeg... en ik durf er nauwelijks over te praten."
Dat laatste glipte eruit, alsof hij het nooit had willen zeggen. Harry was verbaasd: Dirk was veel veranderd. Vroeger zou hij nooit, maar dan ook nooit hebben toegegeven dat hij iets niet durfde. Dirk scheen al zijn moed bij elkaar te rapen.
"Harry, wil jij het haar komen uitleggen?"
Harry lachte. Dat was het wat Dirk kwam vragen.
"Natuurlijk. Hoe reageerde ze tot nu toe?"
Dirk worstelde met zijn antwoord.
"Ik -euhm- nou ja, ik."
"Je hebt het haar nog niet verteld," viel Ginny hem zachtjes in rede. Dirk knikte stil.
"Wanneer zal ik komen, Dirk? Vanavond?"
Dirk scheen te schrikken bij het idee.
"Als dat niet past, kan ik ook wel een andere dag hoor. Stel maar voor."
"V-vanavond is goed. Hoe sneller, hoe beter."
Harry ontwaakte terug uit de herinnering. Hoorde hij daar de bel gaan? Hij hoorde stemmen in de gang. Dat zal Dirk wel zijn met Elisabeth, dacht hij. Hij ging er niet vanuit dat Io zou zijn meegekomen. Daar had ze vorige week iets te slecht voor gereageerd. Hij ruimde rustig zijn spullen op en liep naar beneden. Elisabeth stond hem samen met Ginny op te wachten in de gang. Dirk had het aanbod om binnen te komen vriendelijk geweigerd. Ze gingen naar de keuken.
"Misschien moet jij alvast met Elisabeth voorop gaan. Ze moet haar geld nog ruilen in de bank. Het duurt waarschijnlijk nog een eeuwigheid voor ik onze kinderen klaar krijg om te vertrekken," zei Ginny. Harry knikte. Vooral de jongens hadden er een handje van vol om te treuzelen. Zeker nu ze uit hun uniform gegroeid waren en dus een nieuw moesten laten aanmeten.
"Goed, ik kan dan ook direct wat geld uit de kluis gaan halen."
Elisabeth deed haar mond open: "Hoe gaan we naar daar?"
"Met brandstof. Dat is een manier van reizen via het haardvuur. Ik leg het je dadelijk wel uit. Eerst ga ik mijn jas halen, wacht jij hier?"
Harry vertrok naar boven samen met Ginny. Elisabeth zette zich op een stoel. Toen de deur terug open ging, stond ze terug recht, zodat ze direct kon vertrekken. Ze wou zo graag naar de toverwinkelstraat. Teleurgesteld zag ze dat het niet nonkel Harry was die binnenkwam. Wat was het eigenlijk? Of wie was het?
Knijster kwam al mompelend in zichzelf binnen. Hij was naar beneden gekomen om iets te doen, maar hij wist niet meer precies wat. Hij vroeg zich af waarom Meester hem nog niet onthoofd had. Hij was veel te oud geworden. Hij betekende niets meer voor het huishouden. Tegenwoordig deed Ginny alles zelf. Ze mocht blij zijn als Knijster nog een halve gang schoonmaakte, maar Meester vond dat allemaal niet erg. Hij was veel te goed. Hij had te veel klasse om zich boos te maken op zo iets onbenulligs als een huiself. Misschien, dacht Knijster, had Meester Potter zelfs meer klasse dan de leden van de oude, roemrijke en helaas uitgestorven familie Zwarts, aan wie hij vroeger had toebehoord. Plotseling voelde het alsof er een licht aanging in zijn hoofd. Een licht dat de weg aangaf door de grijze nevelen die daar tegenwoordig rondwaarden. Natuurlijk, Knijster had geen opvolger. Daarom kon Meester Harry hem niet onthoofden. Een man met zijn klasse kon natuurlijk niet zonder huiself. Hij kon er beter een stokoude hebben, dan helemaal geen. Daar moest Knijster iets aan doen, voordat de nevelen in zijn hoofd te dik werden...
Elisabeth had eindelijk haar tong teruggevonden. Ze sprak zacht. Het wezen zag er oud en breekbaar uit.
"Hallo, ik ben Elisabeth, wie ben jij?
Knijster keek geschrokken op. Door zijn gedachten had hij niet gemerkt dat er nog iemand in de keuken was. Elisabeth, Elisabeth, zijn geest ploegde door de nevelen op zoek naar wat hij over haar wist. Hij had haar naam nog gehoord, vrij recent, maar wanneer?
"Ik ben Knijster, de huiself van Meester Potter."
"Wat is een huiself?"
Wat voor een domme vraag is dat, dacht Knijster. Waarschijnlijk was ze ook een modderbloedje. Stoute Knijster, je mag mensen geen Modderbloedje noemen. Nu zou hij zichzelf moeten straffen. Ah nee, dat mocht ook niet. Vreemd eigenlijk. Grootse mensen waren vaak wat vreemd. Meester Regulus was ook vreemd geweest, vooral op het einde.
"Ah, ik zie dat je Knijster hebt ontmoet." Harry was terug binnen gekomen. "Zoek je iets Knijster?"
Knijster reageerde niet. Hij leek in gedachten verzonken te zijn. Harry vroeg zich af hoelang Knijster nog zelfstandig door het huis zou kunnen dwalen. Soms was hij helder, maar meestal leek het alsof zijn gedachten in diepe nevelen gehuld waren. Knijster was naar zijn vaste stoel aan de open haard gestrompeld. Hij ging blijkbaar een dutje doen.
"Knijster is een huiself. Hij deed hier vroeger het huishouden, maar hij begint nogal oud te worden. Ik vrees dat hij aan het dementeren is."
Knijster bewoog met een schok. Het leek alsof hij zich plotseling iets had herinnerd. Met hernieuwde energie begon hij zich in de richting van de kast te begeven. Harry liet hem maar doen. Hij deed niemand kwaad. Het grootste risico was dat hij verloren liep in het huis.
"Kom we gaan vertrekken." Harry stapte in de richting van de open haard. "De meeste haarden van toverfamilies zijn aangesloten op het haardnetwerk, waardoor men met de behulp van brandstof er door kan reizen. Het is recent heraangelegd, waardoor men nu per twee kan reizen, je moet dus helemaal niets doen." Harry dacht terug aan de eerste keer dat hij met brandstof had gereisd. Dat was maar net goedgekomen. Elisabeth knikte. Bij de gedachte dat ze direct via een magisch haardvuur zou gaan reizen werd haar mond toch een beetje droog.
"Goed, zo dadelijk ga ik een beetje poeder uit dat potje – hij wees naar een potje op de schoorsteenmantel – in het vuur werpen. Jij houdt mijn arm goed vast, we stappen samen in het vuur en op mijn teken stappen we er samen terug uit. Houd je mond goed dicht! Oké?"
"Oké"
Goed dan. Harry pakte wat poeder en gooide het in de open haard. De vlammen kleurden smaragdgroen. Ze stapten in de open haard en inderdaad, de vlammen waren niet meer heet, maar gewoon aangenaam warm. Elisabeth hoorde Harry 'De Wegisweg' roepen en weg waren ze...
