AN: Mijn oprechte excuses voor de late update. Ik moet tegenwoordig nogal veel tijd doorbrengen in de aula en bovendien zorgde MGO voor behoorlijk wat afleiding met haar verhaal 'To live a life'. ( s/5837357/1/To_live_a_life ) Het zou kunnen dat ik in mijn volgende hoofdstukken enkele ideeën van haar verwerk. Geniet van het volgende hoofdstuk!

AN2: Dit is een gecorrigeerde versie van 18/04. De inhoud is hetzelfde gebleven, maar er werd een dt-fout verwijderd.

Disclaimer: Ik heb enkel recht op de verhaallijnen en personages die van mijn hand zijn. De meeste personages komen (gelukkig) van de meer vaardige hand van J.K. Rowling. Ik maak soms ook dankbaar gebruik van de ideeën van andere auteurs op deze website. Waarvoor dank.


"Those who cannot remember the past are condemned to repeat it." (George Santayana)

Elisabeth zag langs alle kanten kamers voorbij flitsen, maar ze gingen te snel om echt te zien wat er zich binnen afspeelde. Ze hield nonkel Harry's arm stevig vast. Hun vaart minderde. Nonkel Harry greep haar vast en ze sprongen uit het vuur. Ze kon maar net op haar benen blijven staan. Hij pakte zijn toverstaf en begon de assen van zijn, en daarna ook haar, kleren te zuigen. Elisabeth keek om zich heen. Ze stonden in een kroeg. Het was er relatief druk. Aan de tafeltjes zaten allerlei soorten mensen. Vreemde en minder vreemde. Van sommige vroeg Elisabeth zich af of het wel mensen waren...

Nonkel Harry mompelde iets. Een groot zilveren beest – een hert? - verscheen even en verdween terug. Hij stak zijn toverstok terug weg. Elisabeth wou vragen wat hij had gedaan, maar voor ze daar aan toekwam, begon er al iemand anders tegen Harry te praten.

"Harry! Kan ik je iets te drinken aanbieden? Van het huis, uiteraard."

Een mollige man met grote voortanden en een streep aarde op zijn voorhoofd kwam aangelopen van achter de toog. Elisabeth vond hem direct sympathiek.

"Sorry, Marcel, maar we moeten eerst naar Goudgrijp. Misschien straks nog wel. Elisabeth, dit is professor Lubbermans, hij zal jou kruidenkunde geven dit jaar. Hij is een goede vriend van mij. Marcel, Elisabeth, mijn nichtje. Ze komt dit jaar naar Zweinstein."

Marcel knikte enthousiast: "Schitterend. Ik hoop dat je op mijn afdeling terechtkomt."

Hij werd geroepen door een blonde vrouw achter de toog, verontschuldigde zich: "De plicht roept!" en wandelde terug naar de toog.

Harry en Elisabeth gingen naar een koertje achteraan, waar hij zijn toverstok nam en een patroon op de muur tikte. Tot Elisabeths verbazing begon deze te vervormen. Uiteindelijk vormde zich een grote poort. Wat daarachter kwam, verbaasde Elisabeth nog meer. De Wegisweg!

Elisabeth kon haar ogen niet geloven. Bezemstelen! Ketels! Vreemde instrumenten waarvan ze de functie niet wist, maar die overduidelijk magisch waren! Harry keek glimlachend toe op haar verbazing. Hij dacht terug aan de dag, lang geleden, dat hij hier zelf voor de eerste keer had gestaan. Het was fantastisch geweest. Hij stapte niet te snel zodat Elisabeth haar ogen goed de kost zou kunnen geven. Ze kwamen aan bij Goudgrijp...

De winkels mochten dan wel fascinerend zijn, dacht Elisabeth, Goudgrijp was overweldigend. Ze liet haar ogen omhoog glijden langs de torenhoge, witte marmeren muren. Er kwam een man met lang ros haar naar hen toegelopen. Zijn gezicht werd ontsierd door een groot litteken. Hij leek wel wat op tante Ginny.

"Bill is Ginny's broer," fluisterde Harry haar toe: "Hij is lang geleden aangevallen door een weerwolf."

Elisabeth schrok bij die mededeling: "Weerwolf?"

Harry had de tijd niet om te antwoorden. Bill had hen bereikt.

"Dag Harry, wie is de jongedame?"

"Mijn nichtje, Elisabeth, we moeten haar geld omwisselen, ze gaat dit jaar voor het eerst naar Zweinstein. En ik moet in mijn kluis zijn."

"Dan ga ik je toverstaf moeten vragen."

Harry zuchtte en gaf zijn toverstaf af. Bill schudde meewarig zijn hoofd.

"Ik zou er niet op rekenen dat je ooit hun vertrouwen terug zal winnen. Het zit hen veel te diep."

Ze volgden Bill naar binnen door glanzende bronzen deuren. Naast de deur stond een klein mannetje met lange vingers en voeten. Terwijl hij boog, bleef hij argwanend naar Harry kijken. Harry fluisterde haar toe dat het mannetje een kobold was. Ze kwamen bij een tweede dubbele deur, een zilveren. Er stond een tekst in gegraveerd, maar de kobolden hadden de deur al geopend voor Elisabeth die helemaal kon lezen. Ze dacht dat het een waarschuwing was voor bankrovers.

"Worden toverbanken ook soms overvallen?" Elisabeth dacht aan de waarschuwing. Bij haar zou het idee niet snel opkomen om deze bank te overvallen, maar andere banken eigenlijk ook niet.

Harry keek wat ongemakkelijk. Bill antwoordde: "De magische wereld in Engeland heeft maar één bank, Goudgrijp. Hij wordt beheerd door kobolden en de kluizen zijn beveiligd met zeer strikte veiligheidsmechanismen. Het is dus hoogst zelden dat er wordt ingebroken. Naar mijn weten is het nog maar twee keer in de geschiedenis van Goudgrijp gebeurt."

Hij wisselde een blik uit met Harry.

"De laatste is al meer dan twintig jaar geleden."

Ondertussen waren ze aangekomen in een gigantische marmeren hal. Elisabeth keek haar ogen uit. Langs een lange balie zaten er kobolden op hoge stoelen. Ze waren allemaal druk bezig: ze krabbelden in grootboeken, wogen munten af of bestudeerden enorme edelstenen. En ze keken allemaal argwanend op als Elisabeth voorbijkwam. Ze werd er heel zenuwachtig van. Was er iets dat ze verkeerd deed? Nonkel Harry merkte haar ongemak.

"Maak je geen zorgen. Het is naar mij dat ze kijken. Ze vertrouwen me niet."

Elisabeth besloot om maar niet te vragen waarom. Aan een vrije kobold wisselden ze Elisabeths geld om. De kobold bekeek het dreuzelgeld alsof het iets vies was, maar gaf er een buideltje met een hele hoop gouden, zilveren en bronzen munten voor in de plaats. Harry toonde hem een klein sleuteltje, dat hij zeer nauwgezet bestudeerde. Nadat Bill had bevestigd dat hij Harry's toverstaf had, riep de kobold er een andere kobold bij. Met de andere kobold gingen ze door een kleinere deur. Het was alsof ze zich ineens in een mijngang bevonden, verlicht door brandende toortsen. Over de spoorrails kwam een klein karretje aangereden...

Een half uurtje later stonden Harry en Elisabeth terug voor Goudgrijp. Ze stonden allebei niet erg stabiel op hun benen en zagen een beetje groen. Een ritje in de karretjes van Goudgrijp leek een beetje op een achtbaan, alleen onder de grond en niet om spannend te zijn, maar om misselijk van te worden. Ze ploften neer op een bankje. Elisabeth dacht terug aan wat ze beneden in de kluis had gezien. Nonkel Harry's kluis zat afgeladen vol goud, zilver en brons. Als Elisabeth vergeleek hoeveel dreuzelgeld zij had omgewisseld en hoeveel geld er in nonkel Harry's kluis zat, wist ze dat nonkel Harry stinkend rijk was. Het vreemde was dat hij, in tegenstelling tot haar vader, zich daarvoor leek te schamen. Als je rijk was, was dat toch het teken dat je of hard had gewerkt, of je geld slim had geïnvesteerd? Niets om je voor te schamen, toch? Misschien zat de toverwereld anders in elkaar...

"Hier, een chocokikker, daar knap je van op."

Nonkel Harry duwde haar een doosje in de handen. Zelf deed hij er ook een open. Zag ze nu die kikker bewegen?

"Leven ze?"

Nonkel Harry lachte.

"Neen hoor. Ze zijn alleen zo betoverd dat ze bewegen en proberen te ontsnappen, maar als dat lukt smelten ze toch maar in de zon. Er zitten trouwens leuke kaartjes bij van beroemde heksen en tovenaars. Veel heksen en tovenaars van jouw leeftijd sparen ze. Hier heb je mijn kaartje: Agrippa"

Elisabeth opende haar eigen chocokikker. Ze propte hem in haar mond – toch wat vreemd, tegenspartelend snoepgoed – en bekeek haar eigen chocokikkerkaartje. Er stond een man op met lang grijs haar, een kromme neus en een halvemaanvormig brilletje. Albus Perkamentus, ex-schoolhoofd van Zweinstein, werd door velen als een van de grootste tovenaars van de moderne tijd beschouwd. Hij is vooral beroemd door het verslaan van de duistere magiër Grindelwald in 1945, door zijn ontdekking van de twaalf verschillende toepassingen van drakenbloed, door zijn onderzoek op het gebied van de alchemie met zijn partner, Nicolaas Flamel en door zijn strijd tegen Voldemort in de eerste en tweede tovenaarsoorlog. Professor Perkamentus kwam om het leven in het gevecht bij de astronomietoren in 1997. Zijn graf staat op het domein van zijn geliefde Zweinstein.

"Het beste hoofd dat Zweinstein ooit gehad heeft." zei Harry: "Kijk. De rest is er. We kunnen beginnen winkelen!"

Wat volgde was een adembenemend parcours langs de meest diverse winkels. Ze gingen naar de apothekerij voor toverdrankingrediënten en boeken kopen in de meest betoverende boekenwinkel die zo ooit al had gezien. Terwijl Ginny met James en Lily naar de Betoverende Beestenbazaar ging, ging Harry met Elisabeth naar Ollivander's, de beste toverstafmaker van Groot-Britannië. Tegenwoordig was het meestal Mr. Ollivanders zoon die in de winkel stond. Harry vond het een vooruitgang. Mr. Ollivander senior was op zijn zachtst uitgedrukt vreemd. Hij herinnerde het zich nog als was het gisteren dat hij zelf zijn toverstaf was gaan kopen bij Ollivander's. Hij had de kriebels gekregen van Mr. Ollivander en zijn fascinatie voor krachtige magie.

Nadat Elisabeth was gekozen door een stok – het had minder lang geduurd dan bij Harry – was het tijd voor de afsluiter, die het hoogtepunt van de dag moest worden. James, Albus en Lily hadden Elisabeths hoofd al helemaal gek gemaakt met de verhalen over de Tovertweelings Topfopshop. Als Elisabeth het goed had werd de winkel uitgebaat door twee broers van Ginny, nonkels van James, Albus en Lily. Het was veruit de coolste winkel op de Wegisweg. Dat werd bevestigd toen ze ervoor stonden. Het leek alsof heel het gebouw flitste en bewoog. Overal hingen er fel gekleurde affiches, die de gekste dingen aanprezen. Binnen was het een lawaai van jewelste. In de rekken vochten allerlei dingen al springend en fluitend om de aandacht. Tussen de rekken door, kon je over de koppen lopen. Een man in een paars gewaad wurmde zich tussen de mensen door naar hen toe. Hij had maar één oor.

"Harry! Wat goed om je hier te zien! Komt mijn favoriete investeerder onze boekhouding controleren?"

Harry moest lachen: "Stuur hem maar op per uil." Hij keek rond zich. "Al lijkt het mij dat de zaken wel goed gaan."

"Zoals gewoonlijk, het nieuwe schooljaar komt eraan. Jaarlijks een topperiode."

"Is Ron er?"

"Jazeker, hij zit vanachter. Hij werkt aan die grote bestelling voor het ministerie."

Harry knikte. Hij had natuurlijk van de bestelling gehoord. Zijn schouwers zouden geen schildhoeden nodig hebben, maar helaas waren de andere werknemers van het ministerie niet steeds zo begaafd in Verweer tegen de Zwarte Kunsten. En dus deden ze regelmatig een bestelling bij de Tovertweelings Topfopshop, die een goed draaiende lijn verdedigingsartikelen had.

"Wij gaan even tot daar," zei hij tegen de kinderen: "Kijken jullie maar even rond. Als je hard genoeg zeurt, krijg je misschien wel iets."

Harry en Ginny verdwenen naar het achterste gedeelte van de winkel. James, Albus en Roos schoten elk een andere kant uit. Voordat Elisabeth het goed en wel besefte dat ze mochten rondkijken, waren ze verdwenen in de massa. In een wanhopige poging tot achtervolging begon ze zich door de massa te duwen. Daar, bij de kooi met vreemde, ronde harige wezens, een rode flits van Lily's haar. Tegen de tijd dat Elisabeth de kooi had bereikt, was Lily als sneeuw voor de zon verdwenen. En zo ging het wel nog even voort. Elisabeth zag steeds een glimp van iemand, liep er naartoe, om vervolgens niemand aan te treffen.

Langzaamaan kwam ze steeds verder achteraan in de winkel. Her en der waren er al stukken waar minder mensen stonden, zoals bij het standje met de dreuzelmagie. Ze kwam voorbij een halfopen deur naar een lege ruimte. Waarom was die ruimte leeg, terwijl de rest van de winkel afgeladen vol was? Ze duwde de deur verder open en stapte de ruimte binnen. Eindelijk rust. De kamer was maagdelijk wit geverfd. Achter haar viel de deur in het slot, waardoor het rumoer van de winkel wegstierf. De kamer had geen ramen, maar toch was het er erg licht. Het leek alsof de muren, de vloer en het plafond allemaal hetzelfde zachte licht uitstraalden. Er waren twee voorwerpen in de kamer: een gouden kader en een bank. Ze zag dat er in de eenvoudige, gouden kader een foto, uiteraard bewegend, zat van de winkeleigenaar, toen hij nog een stuk jonger was en nog twee oren had. Waarom zou er iemand in godsnaam een foto van zichzelf in een lege kamer hangen?

Het andere voorwerp was een eenvoudige, witte bank, die voor de kader stond, zodat de personen die op de bank zaten naar de kader konden kijken. Elisabeth ging zitten op de bank. Nu ze dichter bij de kader kwam kon ze zien dat er een eenvoudig bordje onder hing:

Ter nagedachtenis aan Fred Wemel, mede-stichter van deze winkel, die heldhaftig sneuvelde bij het Gevecht om Zweinstein. Fred Wemel, het moest de winkeleigenaar zijn broer zijn, dacht Elisabeth geschrokken.

"Er komen niet zo vaak mensen in deze kamer."

Elisabeth schrok. Hoewel ze niets fout had gedaan, voelde ze zich toch betrapt. Het voelde te privé aan. Het was alsof ze in een museum naar iemands hoogst persoonlijke verdriet had staan kijken. De winkeleigenaar kwam naast haar op de bank zitten.

"Meer dan twintig jaar geleden is het ondertussen al. Te veel mensen lijken het al te zijn vergeten. De mensen die familie hebben verloren, die hebben geleden, gelukkig niet. Zij zijn onherstelbaar beschadigd. Met hun familie en vrienden is ook een deel van hen gestorven. Ze leven allemaal met pijn, bij de ene al feller dan bij de andere. – Elisabeth zag dat bij hem de pijn nooit echt zachter was geworden. – Mensen vergeten snel, Elisabeth. Je ziet het overal bij de gedenkplaatsen. Ze worden vooral bezocht door mensen die getroost moeten worden, die pijn lijden. Te weinig jonge tovenaars beseffen waar de oorlog om ging, Elisabeth. Als ze al aan de oorlog denken, denken ze aan de veldslagen, het duelleren, de overwinning! Ze denken niet aan het verlies, de pijn en de slachtoffers. Ze staan niet stil bij de vrijheden waarvoor wij gevochten hebben en waarvoor onze helden gesneuveld zijn. Ze staan niet stil bij de idealen waaraan we de overwinning te danken hebben. Liefde, gelijkheid, samenwerking, alles schijnen ze te vergeten. Nog steeds onderdrukken we huiselfen. Nog vinden sommigen volbloed tovenaars meer waard. Nog worden centauren niet als 'volle' mensen aangezien... Geschiedenis herhaalt zichzelf, Elisabeth. Dat is wat er gebeurd als de mensen vergeten."

De laatste woorden van de winkeleigenaar waren verbitterd geweest. Logisch, dacht Elisabeth. Hij had duidelijk zelf gevochten in 'de oorlog' en blijkbaar zag hij nu dat de mensen de oorlog vergeten waren; en terug hervielen in de gedragingen die ertoe hadden geleid. Achter haar schraapte iemand zijn keel. Elisabeth keek om. Nonkel Harry wenkte haar. Bij haar laatste blik op de winkeleigenaar zag ze dat er een enkele traan zich over zijn gezicht een weg zocht naar de grond.

De winkel was ondertussen gesloten. Ze zwegen totdat ze buiten waren. Nonkel Harry opende het gesprek.

"Ginny en de kinderen wachten ons op in de lekke ketel. We gaan daar nog iets eten voor we weer huiswaarts gaan. Ik hoop dat George niet teveel indruk op je heeft gemaakt."

"Hij vertelde iets over een oorlog."

Nonkel Harry knikte: "Meer dan twintig jaar geleden, het eigenlijke begin was nog vele jaren vroeger, hebben er twee tovenaarsoorlogen gewoed. Voldemort, een zeer machtig tovenaar probeerde, en hij is er ook in geslaagd, om de macht te grijpen. Hij had het idee dat bloedzuivere tovenaars beter waren dan de anderen. En dat tovenaars over alle andere wezens, ook de dreuzels, moesten heersen. Hij is uiteindelijk verslagen. George is naast zijn oor, ook zijn tweelingbroer Fred kwijtgeraakt. Ze waren twee handen op een buik. Of beter, één geest in twee lichamen. Ze hebben samen de winkel opgericht. George is Freds dood nooit echt te boven gekomen."

Elisabeth had ondertussen een klein sommetje gemaakt. Ze wist dat nonkel Harry ongeveer even oud was als haar vader.

"Heb jij meegevochten in de oorlog?"

"Jazeker, ik heb mijn steentje bijgedragen."