AN: Het heeft even geduurd voor ik dit hoofdstuk had geschreven. Ik ben er nog steeds niet helemaal tevreden mee. Laat me dus gerust weten wat je er van vindt in een review... Opmerkingen, hints en suggesties zijn steeds welkom.
Disclaimer: Alle eer aan de auteur. Het grootste deel van de personages is eigendom van J.K. Rowling.
"Truth is like the sun. You can shut it out for a time, but it ain't goin' away." (Elvis Presley)
"Ben je van plan elk jaar zo een grootse entree te maken of enkel je eerste jaar?"
Elisabeth draaide zich met een schok om. Ze had niet gezien dat er nog iemand anders in de coupé zat. Ze staarde hem aan. De jongen, het was duidelijk al een ouderejaars, zat nonchalant op de bank. Hij had een smal, spits gezicht, met grijze ogen en halflang, steil achterovergekamd, blond haar. Heel blond, bijna wit. Rond zijn lippen speelde er een plagerige glimlach.
"Ga gerust zitten."
Elisabeth liet zich met een plof op de bank neervallen. Ze bleef de jongen aanstaren, zonder een woord te zeggen.
"Aangezien jij zo een spraakwaterval bent, zal ik mezelf even voorstellen. Ik ben Scorpius Malfidus en ik zit in het derde jaar, in Zwadderich. Als je nu wilt vertrekken, ben je vrij om te gaan. Ik zal je niet vervloeken."
Elisabeth keek op.
"Waarom zou ik willen vertrekken?"
"Laat me raden: dreuzelgeboren?"
"Ja."
"Dan zijn er enkele dingen die je moet weten. Je zal er op Zweinstein ook nog wel over horen, maar iets meer dan twintig jaar geleden is er een grote tovenaarsoorlog geweest."
"Ja, dat weet ik."
Scorpius keek haar verbaast aan.
"Iemand heeft me er iets over verteld op de Wegisweg," verklaarde Elisabeth.
"Wel, mijn familie stond aan de verkeerde kant. Veel tovenaars hebben het hen nog altijd niet vergeven." Even kroop er een waas van weemoed voor Scorpius' ogen, die echter snel weer verdween.
"Daarom vind ik het leuk om met dreuzelgeborenen om te gaan. Zij zijn niet zo bevooroordeeld. Mensen uit de magische wereld meestal wel. Ze denken dat ik wel zo zal zijn zoals mijn vader en mijn grootvader."
Elisabeth zag dat het onderwerp nogal gevoelig lag en besloot het gesprek een andere richting uit te laten gaan.
"Hoe zijn de lessen op Zweinstein eigenlijk?"
Scorpius greep de kans om het onderwerp te verlaten met beide handen aan. Al snel kwam er een geanimeerd gesprek op gang over de lessen, de professoren en het kasteel. Alle drie hadden ze hun eigenaardigheden. Scorpius ging net vertellen over de lezingen op zaterdagavond, toen ze werden gestoord. Er klonk een hoop gekletter op de gang en een oudere, opgewekte, mollige vrouw schoof de deur open en zei:
"Wilt er hier iemand iets van mijn karretje?"
Elisabeth en Scorpius kochten beide wat ketelkoeken en enkele chocokikkers. Elisabeth vroeg zich af welke plaatjes er nu bij zouden zitten. Het bleken Falco Aesalon, Babayaga en Dzou Yen te zijn.
"Spaar je chocokikkerplaatjes?" vroeg Scorpius verbaasd.
"Ik weet bijna niets over bekende tovenaars, dus ik vind ze wel interessant. Mijn nonkel heeft me er al wat gegeven toen we naar de Wegisweg zijn geweest."
"Hier heb je de mijne, deze heb ik toch al."
Scorpius gaf haar de kaartjes. Het eerste was Merlijn – die kende ze! - en het tweede – haar adem stokte even – Harry Potter...
Harry Potter is de eerste en enige gekende tovenaar die de vloek des doods heeft overleefd, waarmee hij de titel 'De jongen die bleef leven' heeft verdiend. Jongste zwerkbalspeler van de laatste eeuw na het veroveren van zijn plaats als zoeker in het Griffoendor Zwerkbal Team in zijn eerste jaar op Zweinstein in 1991. Ook gekend als ontdekker van Zalazar Zwadderichs Geheime Kamer en door het verslaan van het monster erin, een basilisk, in zijn tweede jaar op Zweinstein. Gekend als Sisseltong. Jongste deelnemer aan het Toverschool Toernooi en winnaar van dit toernooi op de leeftijd van 14 jaar. De laatste Meester van de Dood, door waar bezit te hebben gekregen van alle drie de Relieken van de Dood. Allerbekendst om het verslaan van de gevaarlijkste tovenaar aller tijden, Heer Voldemort in 1998 en zijn werk bij en de omvorming van het Ministerie van Toverkunst. Harry Potter is het huidige hoofd van het Schouwershoofdkwartier en voorzitter van de Potter investeringsgroep, o.a. bekend voor zijn aandeel in de Tovertweelings Topfopshop. Harry Potter heeft het langste chocokikkerplaatjestekstje.
Elisabeth bleef verbijsterd zitten. Nonkel Harry was een beroemdheid. Een icoon in de magische wereld. Iemand die iedereen kende. Zoals Einstein of Nelson Mandela bij de dreuzels was. Waarom had hij haar nooit iets gezegd?
"Is er iets?" Scorpius keek haar ongerust aan. "Je ziet eruit alsof je een basilisk hebt gezien."
Elisabeth begon stamelend te praten.
"Harry Potter is de neef van mijn vader. Hij heeft mij verteld dat ik een heks was, is met mij naar de Wegisweg geweest en heeft me hier afgezet, maar hij heeft nooit iets gezegd over wat hij allemaal gedaan heeft."
"Oh." Scorpius wist niet goed wat te zeggen. Ze was familie van Harry Potter, tijdens de oorlog de vijand van zijn familie. Nu werd het al helemaal twijfelachtig of ze wel met hem bevriend zou willen en kunnen blijven.
Elisabeth begon terug te praten.
"Ik vraag me vooral af waarom hij me niets gezegd heeft."
Het was een lange en vermoeiende dag geweest, dus Elisabeth snakte naar haar bed. Als ze dat tenminste nog haalde. Vermoeid sjokte ze de trap op. Hoeveel trappen konden er zijn tussen de grote zaal en haar bed? Jammer dat ze niet bij Zwadderich was ingedeeld, ze had hen de trap af zien gaan...
In haar gedachten overliep ze nog even de dag. Het auto-ongeluk. Nonkel Harry die er plotseling was, hij scheen een neus te hebben voor problemen. De helse, maar ergens ook wel spannende, motorrit. De treinrit. Haar ontmoeting met Scorpius. Het chocokikkerplaatje. De boottocht, met het kasteel dat opdoemde uit de duisternis. De sorteerceremonie – Griffoendor! - en tenslotte nonkel Harry die binnenwandelde tijdens het feestmaal.
Na enkele succesvolle lezingen de vorige jaren, had Professor Anderling besloten om hem deeltijds aan te werven als professor Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Hij ging zich voornamelijk bezig houden met de PUIST-studenten. Elisabeth was er, tot haar teleurstelling niet in geslaagd om hem te spreken. Tijdens de desserts had hij een uil gekregen, waarna hij langs een zijdeur de zaal had verlaten...
Eindelijk, de laatste trap. Ondanks haar vermoeidheid, bleef Elisabeth even staan in de deuropening van haar slaapzaal. Op de deur, hingen vijf plaatjes met de namen van haar kamergenoten. Tot haar vreugde zag ze ook die van Lily erop staan. De kamer zelf was schitterend. De vijf bedden – hemelbedden! - stonden met het hoofdeinde tegen de binnenmuur. In het verlengde van de bedden, stonden er tegen de buitenmuur vijf tafeltjes, met een stoel. Boven elk tafeltje was er een lang, smal raam. Rechts van elke tafel, stond er een, relatief smalle, kast. Aan het voeteneinde van elk bed stond er een koffer. Ook de hare, nonkel Harry had zijn belofte gehouden.
Met een zucht liet Elisabeth zich vallen op haar bed. Ze vloekte inwendig. Pyjama... Zacht kreunend kwam ze overeind en opende ze haar hutkoffer. Ze trok een vreemd gezicht. Dat lag er deze morgen nog niet in. Bovenop haar spullen was er iemand in geslaagd om er nog een klein pakketje bij te wringen. Een boek. De coverillustratie was een foto van een boerderijachtige woning, die duidelijk met magie overeind werd gehouden, waar de bliksem op insloeg. Boven de illustratie stond in grote, bliksemende letters: De Families Potter en Wemel. Onder de illustratie stonden er nog twee kleinere zinnen: 'Wie, wat, hoe in de magische wereld? Deel 1' en 'Goedgekeurd en ingeleid door Harry Potter'
Elisabeth voelde zich plotseling niet meer zo vermoeid. Eén hoofdstukje?
Een bedankje voor: Florreke!
