AN: En nu... loopt het grondig mis... Een oude bekende (long time no see) keert terug...

AN2: Geüpdate op 3 juni 2012. Enkele taalfouten en een aardige kemel werden aangepast. Met dank aan SoulOfsunlight!

Disclaimer: Alle eer aan de oorspronkelijke auteur! Viva J.K. Rowling!


"Cave Canem"

Lily vloekte. Vilder maakte een vreemd geluid. Iets tussen lachen en snuiven in.

"Zo een taal wordt hier niet getolereerd, jongedame. Ik zou je eigenlijk moeten sanctioneren, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat je tong wel gewassen zal worden. Ja, ja, ik denk niet dat ik het weer al ooit zo slecht geweten heb..."

Vilder was in zijn nopjes. Het gebeurde niet vaak dat er acht leerlingen tegelijk 's nachts het Verboden Bos in werden gestuurd om Hagrid te helpen. Wat volgens Vilder, na ophangen aan de enkels in de kerkers, de beste straf was om leerlingen terug op het juiste spoor te krijgen. Gedaan met 's nachts rondhangen op de gangen! Bovendien, Vilder zag het als een teken van boven, was het weer waar je nog geen hond zou doorjagen. De wind raasde tussen de torens van het kasteel en de bomen van het bos. De regen kletterde in dikke vlagen neer, waardoor je nauwelijks verder dan enkele meters voor je kon zien. En dat was met het licht van het kasteel in je rug... Straks, in het bos, zou het nog heel wat minder zijn. Bovendien was het koud, abnormaal koud voor begin november...

De meisjes waren behoorlijk dom geweest. Enkele jongens hadden hen zitten sarren dat ze 's nachts de gang niet op durfden. Om hun ongelijk te bewijzen, hadden ze een deal afgesloten. De meisjes moesten elk hun handtekening gaan zetten op een blad in een lokaal ver van de Griffoendortoren. Niet alle meisjes wilden mee, maar onder groepsdruk... doen slimme mensen domme dingen. Zenuwachtig als ze waren, begingen de meisjes een grote fout: als je iets stiekem wilt doen, doe het dan in kleine groepjes.

Wonder boven wonder waren ze er in geslaagd om geen leerkrachten tegen het lijf te lopen en allemaal hun handtekening op het blad te zetten. Op de terugweg liep het echter mis. Wat er misliep is eenvoudig samen te vatten: Foppe. Het eindigde ermee dat de acht meisjes elk probeerden door de vloer te zinken in het kantoor van het schoolhoofd-at interim, terwijl datzelfde schoolhoofd, Professor Anderling, voor hen schreeuwde dat ze in al haar jaren op Zweinstein nog NOOIT zoiets had meegemaakt. Acht leerlingen op de gang op één nacht! Elisabeth merkte op dat ze nog nooit iemand in een geruite ochtendjas met een haarnetje, zo boos had zien worden...

En nu liepen ze hier. Vilder in zijn nopjes voorop, de rest treurig achter hem aansjokkend. Ze waren doorweekt nog voor ze aan Hagrids huisje waren. Hagrid stond hen op te wachten. Naast hem stond er een reusachtige, pikzwarte hond met blikkerende tanden, Blacky. Als Lily haar vaders verhalen mocht geloven, moest Blacky wel één van de minder verscheurende monsters zijn die Hagrid ooit in huis had gehad. In zijn handen had Hagrid een kruisboog. Door de regen plakte het haar tegen zijn gezicht, maar het leek erop dat zelfs deze waterval niet door zijn warme, mollenvellen, te grote jas heen geraakte. Vilder liet hen snel achter (zijn stofjas was wel al doorweekt) en Hagrid begon uit te leggen wat ze gingen doen. Professor Su's voorraad was bijna op en dus moesten zij er gaan plukken. Dat kon enkel omstreeks middernacht. Omdat er niet zoveel groeide en hetgeen er groeide wijdverspreid was, werden ze opgesplitst in groepjes van twee. Hagrid liet hen allemaal even oefenen op het schieten van een vonkenregen met hun toverstok en weg waren ze.

Uiteraard liepen Elisabeth en Lily samen. Zoals Hagrid gezegd had liepen ze eerst een stukje langs de bosrand, om dan een paadje te volgen dat het bos inleidde. Al snel vonden ze hun eerste bosje Middernachtdauwbloem, waar ze dan voorzichtig de meeldraden met een pincet moesten uitplukken en in een flacon doen. Wat niet gemakkelijk was als je handen bibberden van de kou. De regen kletterde op het dichte bladerdak boven hen, maar op de grond was het nog relatief droog. Op af en toe een grote dikke druppel na, die als je pech had net in je kraag belandde en zich dan tergend traag een weg naar beneden zocht, terwijl de rillingen over je rug liepen...

Na een tijdje kwamen Lily en Elisabeth aan op een open plek. Of toch, ze dachten dat het een open plek was. De regen was gaan liggen en een dichte mist was opgetrokken. De meisjes zagen niet verder dan de grond vlak voor hun voeten. En het was koud, vreselijk koud... Plotseling draaiden de beide meisjes zich om. Er was niets te zien. Het enige wat de meisjes konden zien was het gras aan hun voeten, dat ongeveer twee meter verder opging in een dichte, allesverhullende, grijze waas.

Zwarte schaduwen vlogen rond de twee meisjes. Eén van hen kwam dichterbij... Met een afschuwelijk, reutelend geluid ademde het. Elisabeth zou het achteraf vergelijken met de vreemde geluiden die soms uit het putje van het bad komen nadat het leeggelopen is. Het werd heel, heel erg koud. Elisabeth herinnerde zich vreselijke dingen. Het was alsof al haar ergste nachtmerries zich duizend maal erger voor haar ogen zich afspeelden. Ze kon zich niet voorstellen dat ze ooit nog gelukkig zou zijn... Ze slaakte een zwakke gil en zakte in elkaar.

Zoals elke donderdagnacht zat Scorpius samen met de andere astronomiestudenten over zijn sterrenkaarten gebogen op de Astronomietoren.

"Was dat een gil?" Scorpius was rechtgesprongen en keek over de balustrade.

"Meneer Malfidus, als u te laat binnenkomt, zwerkbaltraining of geen zwerkbaltraining, moet u de les zeker niet verder storen." beet professor Sinistra hem toe. "En Reutel, hetzelfde geld voor jou. Zit!"

Professor Sinistra boog zich over de sterrenkaart van Hanne Hooch. Normaal gezien volgde zij geen astronomie, maar voor een werk over weerwolven dat ze aan het schrijven was voor Verweer tegen de Zwarte Kunsten had ze enkele inlichtingen nodig waarbij enkel professor Sinistra haar kon helpen.

Een tweede veel duidelijkere gil weerklonk door de nacht. Scorpius keek weer over de balustrade en zag een regen van rode vonken neerdalen uit het Verboden Bos. Hij greep zijn bezem en sprong over de balustrade. Al snel hoorde hij een tweede bezem achter zich aan zoeven.

"Jij langs links, ik langs rechts, Reutel?"

"Goed, maar het is wel niet Reutel." Hanne schoot hem langs links voorbij. Terwijl iedereen anders nog als bevroren was blijven staan, had zij Reutels bezem geapporteerd en was ze Scorpius achterna gegaan.

Achter hen hoorden ze professor Sinistra schreeuwen.

"Reutel, licht professor Potter in. Abbedil, professor Romantiae!"

Luttele seconden later bereikte Scorpius de plaats van het onheil. Op een open plek midden in het bos zag hij twee gedaanten op de grond liggen. Hij landde bij één van de meisjes. Nog maar half bewust keek ze hem angstig aan. Het was Elisabeth!

"Elisabeth, wat is er gebeurd?"

Elisabeth kon niet direct antwoorden. "Zo koud..." Ze rilde, huiverde.

Achter Scorpius klonk er een reutelend, zuigend geluid. Hij draaide zich om. Een grote, gemantelde gedaante stond voor hem. Het kwam zwevend zijn richting uit.

In een flash ging de les Verweer tegen de Zwarte Kunsten door zijn hoofd. Professor Romantiae stond voor het bord waarop een afbeelding hing van een dementor. Hij dicteerde de leerstof, met zijn typische oostblokaccent.

"Dementors zijn een van de meest Duistere wezens die hier op aarde rondlopen. Eigenlijk zijn ze nog geen leerstof voor dit jaar, maar ik raak ze toch even aan. Je kan dementors op verschillende manieren bestrijden, maar eigenlijk is er maar één fatsoenlijke manier, waarmee je ze écht kan verjagen. De spreuk Expecto Patronum (er schoot een zilveren wolf uit zijn staf, die na een rondje door het lokaal te draven, oploste in het niets) ziet er misschien eenvoudig uit, maar is PUIST-bonus niveau. De meeste mensen zullen er enkel in slagen om een soort mist te creëren, die misschien de Dementors zal tegenhouden, maar waarschijnlijk enkel vertragen. Om jullie een idee te geven hoe moeilijk deze spreuk is: enkel ik, professor Potter, professor Banning, professor Anderling en professor Lubbermans zijn momenteel in staat om een stoffelijke Patronus te creëren. Al heeft professor Potter mij verteld dat hij met een paar van onze beste PUIST-studenten bijzonder goed op weg is... De manier waarop je een Patronus oproept is het naar boven halen van een uiterst positieve herinnering, hoe positiever hoe beter en dan..."

De les was ondertussen enkele weken geleden. Zou het hem lukken? Een positieve herinnering...

Hij vloog op zijn bezem voor zijn drie ringen. Tientallen meters onder hem zongen de leerlingen van Zwadderich hen naar de overwinning. De slurk kwam op hem af en met de toppen van zijn vingers weet hij de bal net uit de ring te houden. Onder hem ontploft de tribune haast van het gejoel.

"Expecto Patronum!"

Een zwak wolkje zilveren mist spuit uit zijn toverstok. Niet wat het moet zijn. De dementor steekt een slijmerige hand uit en wuift het weg. Nog een poging.

"Expecto Patronum!"

Weer een wolkje mist, al lijkt de dementor er deze keer iets meer moeite mee te hebben. Waar blijft Hanne toch? Zou zij een fatsoenlijke patronus kunnen oproepen? Ze zit alleszins in haar PUIST-jaar Verweer... De koude van de dementor begint al langzaam tot Scorpius door te dringen. Mijn hoofd af als het nu nog lukt. Met de moed der wanhoop probeert Scorpius nog een laatste keer. Ook de spreuk komt er al wat zwakker uit dan gewoonlijk.

"Expecto Patronum."

Een sterk zilverachtig licht verlicht plots de open plek. Vanuit de hoogte schoot er aan een angstaanjagende snelheid een zilveren flits naar beneden. De zilveren slechtvalk stootte tegen de borst van de dementor, die haast wankelend achteruitvliegt. Op vliegt de slechtvalk en snel vliegt hij naar de andere schaduw, die zich ondertussen over Lily buigt. Even later zijn alle drie de dementors weg. De slechtvalk vliegt terug naar de rand van de open plek en nestelt zich op Hanne's schouder. Lily en Elisabeth kruipen langzaam overeind. Scorpius staat met een open mond van verbazing toe te kijken.

"Je kan een stoffelijke patronus oproepen!"

Hanne met de slechtvalk nog steeds op haar schouder, knikt trots. De slechtvalk bijt eens in haar vinger en valt dan uiteen in het niets.

"Gelukkig zou ik zo zeggen. Jij hebt het ook goed gedaan. Was dat de eerste keer dat je een Patronus probeerde op te roepen?"

"Ja. Waar bleef je zolang?"

"Je vriends bezem reageerde minder vlot dan ik gewend ben. Ik zat vast in een boom. Zijn bezem trouwens nog steeds, maar daarvoor ga ik wachten tot het licht is. De mist trekt trouwens op. Hij werd waarschijnlijk veroorzaakt door de dementors."

Lily en Elisabeth waren terug op de been. Ze voelden zich nog erg bibberig.

"Kom het bos uit. Dementors zijn niet het enige wat je hier kan tegenkomen."

Hanne's woorden waren nog niet koud of er weerklonk een gegrom uit het struikgewas. Als van een hond, maar dan wel een reusachtige. Even later rende het beest – wat was het precies? – de open plek op. Het was een reusachtige hond. Met drie koppen. Zes paar bruine ogen keken hen woest aan. Hanne kwam als eerste tot haar positieven. Helaas mislukte haar poging om hem te verdoven. Helaas werd het beest daar nog woester door. Er bleef maar één mogelijkheid over.

"Ren!"

Ze draaiden zich alle vier om en spurten de andere kant op. Weg van de hond. Weg van het veilige schoolgebouw. Helaas recht door dicht struikgewas, maar als er een driekoppige hond achter je aanzit, maakt dat niet zo. Hanne en Scorpius probeerden zoveel mogelijk de struiken uit de weg te vloeken, maar echt vlot ging dat niet. Ze bleven allemaal wel eens haken in een struik of struikelden over een wortel en kwamen nogal onzacht op hun buik terecht, maar wonder boven wonder, bleven ze de hond voor.

Hun geluk kon niet blijven duren... Plotseling konden ze geen kant meer op. Voor en naast hen waren er hoge rotsen. Achter hen zat het monster. Zo goed en zo kwaad als het kon, verstopten ze zich tussen de rotsen. Daar was het monster. Woest blaffend en krabbend met zijn voorpoten probeerde hij de rotsen te verschuiven. Langzaam begon de rots waarachter Lily en Elisabeth verstopt zaten te verschuiven...

En toen gebeurde het meest onwaarschijnlijke denkbare. Het begon zacht, maar langzaamaan werd het luider...

"En Odo de held, die droeg men naar huis.

Daar werd hij ter aarde besteld,

Als tragische slotnoot stond op zijn steen,

Zijn naam achterstevoren gespeld."

Hagrid, Harry en professor Romantiae stonden boven op de rots te zingen! En het ondenkbare gebeurde: de hond kalmeerde en legde zich neer met zijn hoofden op de grond. Langzaam vielen zijn ogen dicht.

Hagrid sprong van de rots – voor hem was die niet onoverkomelijk hoog – en begon zware lederen muilkorven te bevestigen. Harry en professor Romantiae zongen verder. Het laatste wat Elisabeth hoorde voordat ze definitief het bewustzijn verloor, was Hagrid.

"Wat is ie toch lief als ie slaapt..."


Bedankt aan greendiamond123! By the way: ik laat nu ook anonieme reviews toe, dus dat is geen geldig excuus meer om het niet te lezen. Als de reviewknop niet zichtbaar is, moet je even je adblocker uitzetten...