AN: Na weer een tijdje - alhoewel, een maand valt eigenlijk toch wel mee - een nieuw hoofdstuk. Ter compensatie voor het wachten is het wel een stevig hoofdstuk. Bijna 6000 woorden, dat is ongeveer driemaal zolang als gewoonlijk. Neem er dus rustig de tijd voor. Als je er dan toch rustig de tijd voor hebt genomen, neem dan ook even rustig de tijd om een review te schrijven. Ze worden uitermate gewaardeerd. Oh ja, voor ik het vergeet: het finalespel is begonnen...
Disclaimer: Dit verhaal is uiteraard gebaseerd op de Harry Potter-serie van JK Rowling. Het bevat ook verwijzingen naar en ideeën uit andere verhalen, al dan niet op deze website gepubliceerd. Dit is een gebruikelijke literaire techniek. Hij heet intertekstualiteit...
"Ik heb me altijd ingebeeld dat het paradijs een soort bibliotheek zal zijn." Jorges Louis Borges
Een man in een maatpak boste hard tegen Harry's schouder. Harry keek boos om. De man niet, hij wandelde verder alsof de wereld van hem was. Harry zuchtte. Londen in de ochtend, tijdens de spits, was de ultieme combinatie van boertigheid en beleefdheid. Het ene moment schoof je gedisciplineerd door de poortjes van de metro, het andere moment werd je bijna omvergelopen door een omhooggevallen bankier. Harry grinnikte inwendig. Waarschijnlijk was hij minstens dubbel zo rijk als die man. Zowel in de dreuzel als in de magische wereld, behoorden de Potters tot de haute-finance...
Aan metrostation Russell Square stapte Harry uit de metro. Hij hield ervan om af en toe – eigenlijk zelfs regelmatig – op de dreuzelwijze naar zijn werk te gaan. Vanaf Grimmauldplein 12 was het een goed half uur tot aan het Ministerie. Het gaf hem tijd om na te denken en het hield hem in contact met de dreuzelwereld. Als eerste stapte Harry uit de lift en door de poortjes. Metrostation Russell Square had enkel noodtrappen, er was niet genoeg plaats voor roltrappen...
Normaal gezien moest hij hier helemaal niet zijn, maar vandaag ging hij niet naar het Ministerie. Professor Sinistra had hem gevraagd om iets na te kijken in verband met de beschermende spreuken en schilden van Zweinstein. Er klopte iets niet helemaal... Harry vroeg zich af of het misschien te maken zou hebben met de verontrustende berichten die hij had ontvangen. Maar er was nog geen reden tot paniek, er was voldoende ervaren staf aanwezig op Zweinstein om de veiligheid van de leerlingen te waarborgen.
Ridiculus!
Professor Romantiae fronste. Waarom? Waarom wou ze hem absoluut spreken in deze afgelegen gang? Wat moest er zo geheim blijven? Hij liep voorbij een oud, nogal afgetakeld wandkleed. Het beeldde het verhaal uit van Epimetheus uit. Professor Romantiae besteedde er geen aandacht aan. Nors liep hij door: ze had benadrukt dat het dringend was. Hij maakte een mentale nota dat hij Harry op de hoogte moest brengen. Deze situatie was verontrustend. Onwillekeurig klemde hij zijn hand rond zijn staf.
Achter hem was er geluid. Iets klein, zoals twee lagen kleding die over elkaar streken. Met een soepelheid die niet te verwachten was van iemand met zijn omvang, draaide hij zich om. Hij hield zijn staf klaar om onmiddellijk te reageren indien nodig. Maar hij was al te laat...
"Imperio!" zei een koele, vrouwelijke stem.
Even vertroebelden professor Romantiae's ogen, waarna ze weer helder werden. Zijn zware stem galmde door de verlaten gang.
"Wat wilt u?"
Ridiculus!
Harry verliet het metrostation en begon in de richting van Russell Square zelf te stappen. Daar aangekomen stak hij het plein diagonaal over, door het park. Het was nog vrij rustig in het park: ochtendlijke lopers, enkele mensen onderweg en in een hoekje wat mensen die vreemde bewegingen stonden te maken. Tai-chi noemden ze het, geloofde Harry. Een vreemde dreuzelgewoonte...
Aan de overkant van het park aangekomen sloeg hij de Montague Street in, een opvallend rustige straat, aan beide kanten geflankeerd door typische Londense huizen. Harry wist dat de percelen aan de rechterkant grensden aan het terrein van het British Museum. Hij was er nu bijna... Hij was op weg naar dc Tempel, een geheime magische bibliotheek, waar gevoelige (gevaarlijke) informatie over allerhande magie werd opgeslagen. Een lenerskaart krijgen was waanzinnig moeilijk: je moest óf een beroep hebben waarvoor lidmaatschap van pas kwam (er waren opvallend veel schouwers, vloekbrekers en professoren lid) óf aanbevolen worden door minstens twee leden. En bovendien moest je lidmaatschap steeds worden goedgekeurd door het bevoegde comité van het Ministerie, met leden van zowel het Departement van Magische Wetshandhaving, als van het Departement van Mystificatie. Kortom: het was een ontzettend geheimzinnige bedoening.
Op de hoek met de Great Russell Street sloeg Harry plotseling rechtsaf. In de plaats van aan de voorkant van het British Museum verder te lopen, liep hij echter op het hek van het museum af. Alsof het rook was, gleed hij er doorheen. De ingang was briljant geplaatst: zowel mensen die observeerden vanuit de Great Russell Street als vanuit de Montague Street zouden denken dat hij de hoek was omgeslagen. En moesten mensen – zelfs tovenaars – aan het hekwerk voelen, zouden ze merken dat het volledig ondoordringbaar was. De hekken openden zich enkel voor leden...
Ridiculus!
Professor Sinistra werd wakker van een aanhoudend geklop op haar deur. De wekker gaf zes uur aan. Was dat nu een uur om mensen wakker te maken?
"Aurora, we hebben een probleem. Zou je zo snel mogelijk willen opstaan?" bromde de zware stem van professor Romantiae van achter de deur. Aurora kwam met een zucht overeind.
"Drie minuten. Geef me drie minuten."
Nog half slapend kwam Aurora overeind en ging ze voor de spiegel in haar kleerkast staan. Haar haar stond alle kanten op. Met een zwiep van haar toverstaf gleed haar nachtgewaad op de grond. Ze stapte er uit en met een volgende zwiep plooide het gewaad zich op en legde het zich onder haar kussen. Uit haar kast koos ze een gemakkelijk zittend gewaad. Om zes uur 's morgens deed ze geen moeite om er goed uit te zien. Haar haar werd gebundeld tot een staart achteraan op haar hoofd. Nu zag het er toch al niet meer uit alsof ze te dicht bij een Wemels boembox had gestaan...
Met een tik van haar toverstaf schoof de grendel op haar deur – eenmaal Foppe om vier uur 's nachts in je slaapkamer was genoeg – open. Het was nog donker in de gang. Twee meter links van de deur stond het enorme silhouet van professor Romantiae afgetekend tegen de duisternis. Ze wandelde naar hem toe.
"Wat is er aan de hand?" zei ze geërgerd. Het antwoord kwam uit onverwachte hoek.
"Imperio," zei een koele, vrouwelijke stem achter haar.
Ridiculus!
Harry liep door de lange, ondergrondse gang totdat hij aan de balie van de beveiliging kwam. De Tempel was één van de weinige instellingen in Groot-Brittanië die onder de permanente bewaking van een schouwer stonden, al was dat eerder een formaliteit. De grootste verdediging van de Tempel, was zijn geheimhouding...
"Goedemorgen William."
"Goedemorgen meneer Potter. Zou ik uw stok en lidkaart even mogen?"
Achter de schouwer stond een grote, goed afgestelde hypocrietspriet om wisseldranken en dergelijke op te sporen. De schouwer legde Harry's staf in een goudkleurige weegschaal, gelijkaardig aan degene die op de beveiligingsbalie van het Ministerie stond. Het stukje perkament dat die produceerde, prikte hij op een nagel aan de zijkant.
"Zijn er al veel mensen hier?"
"Nog geen bezoekers, meneer Potter. Veel van de onderzoekers natuurlijk al wel. Waarschijnlijk zijn er zelfs weer blijven slapen."
De onderzoekers van de Tempel waren berucht onder iedereen die van hun bestaan af wist. In vergelijking met hen, had Hermelien Wemel een niet meer dan gezonde, milde leergierigheid. Zij waren de mensen die, vaak theoretische, handboeken schreven voor het magische onderwijs. Het waren meestal absolute (theoretische) experts op hun vakgebied. Het waren de mensen waar professor Banning naar schreef als hij niet wijs geraakte uit een bezwering.
William streek nog eens met een deugendetector langs Harry's lichaam en liet hem vervolgens binnen.
"Nog een prettige dag verder, meneer Potter."
Harry maakte een mentale nota dat hij de man moest complimenteren met het strikt opvolgen van de veiligheidsprocedures, zelfs ten opzichte van een hiërarchisch meerdere. Hij kwam de bibliotheek binnen door een dubbele, zware eiken deur. Hij wist dat de eiken deur, eenmaal van binnenuit vergrendeld, zo goed als alles zou buiten houden. De bibliothecaris had zich zo gedurende de twee laatste tovenaarsoorlogen opgesloten, met enkel zijn boeken als gezelschap...
Achter de eiken deuren kwam hij in een gigantisch vertrek. Voor hem strekte zich een grote leeszaal uit, waar aan lange tafels onderzoekers zaten te studeren. Verschillende onderzoekers hadden de grote tafels voor en naast hen gevuld met boeken: opengeslagen op bepaalde pagina's, exotisch gestapeld, rechtopstaand... Langs de muren stonden rekken met standaardwerken. Hier, op de gelijkvloers vond je boeken terug die je ook in de gewone bibliotheek van Zweinstein terugvond.
In de vier hoeken van de zaal had je wenteltrappen, die leidden naar de balkons die uitkeken op de leeszaal beneden. De eerste verdieping kwam overeen met wat men in Zweinstein in de Verboden Afdeling zou zetten: gevaarlijke of vergevorderde, moeilijke magie.
Op de tweede verdieping stonden de zeer gevaarlijke boeken. Er waren er zo maar enkele aanwezig op Zweinstein. Ze stonden in een speciale, afgesloten kast in het kantoor van de bibliothecaresse en konden enkel worden ingekeken onder toezicht van een leerkracht en mits toestemming van het schoolhoofd. Werken over gruzielementen, zonder uit te leggen hoe ze werden gemaakt, werden daar geplaatst.
De derde verdieping tenslotte, was de gesloten verdieping. De verdieping was opgedeeld in verschillende onderwerpen die apart stonden in kluizen, met elk een toegewezen beheerder. Je had de toestemming van het ministerie nodig om in één van de kluizen binnen te mogen. Vervolgens moest je daar de beheerder overtuigen van je nood, om een boek vast te krijgen. Op de derde verdieping stonden boeken met uiterst gevaarlijke magie. Magie waar het van levensbelang was om de kennis erover in beperkte kring te houden...
Harry ging onmiddellijk links de trap op en begon te klimmen naar de derde verdieping. Het was oorverdovend stil in het gebouw. Er was geen enkel geluid, buiten het ritselen van perkament en de gedempte voetstappen op het tapijt. Eens hij de derde verdieping had bereikt, begon hij de lange kant van de rechthoekige zaal af te wandelen. Ongeveer ter hoogte van de gigantische luster, die in het midden vanaf het zware, eiken plafond naar beneden hing, stopte hij bij een deur. Op de deur hing een eenvoudig gouden plaatje, met in zwarte letters: Schilden en mantels. Harry klopte aan.
"Binnen!" riep een vrouwelijke stem.
Harry opende de deur van de kluis. De kluis van 'Schilden en mantels' was een van de grotere kluizen van de derde verdieping. Hij mat ongeveer vijf op zeven meter. Harry wist dat er kluizen waren die met moeite anderhalve meter breed waren. In het midden van de ruimte stond een grote tafel, met daarnaast een groot bureau. Harry wist wie er aan het bureau zat. Hij had al eerder met haar gewerkt.
Professor Bouclier – Madame Bouclier – was een oud, klein dametje. Niettegenstaande haar eerste lieflijke indruk, verborg haar geest grote geheimen. Madame Bouclier was de wereldautoriteit in magische schilden, mantels en andere permanente, locatiegebonden verdedigingsspreuken. Ze was een soort van ingenieur voor magische beveiligingswerken. Als hoofd van het Schouwerhoofdkwartier had Harry al regelmatig met haar samengewerkt.
"Madame Bouclier! Hoe gaat het met u?"
"Goed, goed, goed! En 'oe gaat het met u?"
Desondanks de vele jaren die Madame Bouclier al in London verbleef, was haar Franse accent nog zeer hoorbaar. Ze kwam aan aangeschuifeld van achter een groot rek.
"Waar kan ik jou vandaag mee van dienst zijn, mijn jongen."
Ridiculus!
Professor Banning had vaste routines. 's morgens stond hij op om zes uur, kleedde hij zich om en ging hij naar de leraarskamer. Daar pakte hij de fluitketel, vulde die met water en zette hem op het vuur. Om klokslag half zeven begon de ketel te fluiten. Professor Banning pakte dan de theepot goot er een beetje kokend water in, spoelde even om en vulde dan de rest van de pot. Bovenin ging er nog een theebuiltje met zwarte thee. Die liet hij dan enkele minuten trekken, waarna hij er een kopje van uitschonk. Dat kopje, en vaak nog enkele kopjes meer, degusteerde hij dan terwijl hij in zijn favoriete zetel tegenover het vuur mediteerde over de diepere mysteries van het leven.
Om kwart voor zeven opende de deur van de leraarskamer zich en professor Banning fronste gestoord. Hij hield van de ochtendlijke rust in de leraarskamer. Hij had het zelfs nodig: even rust voor hij de drukte in de grote zaal aanging... Met enige moeite kwam hij recht in de grote stoel en keek hij over de rand. De arme man had nauwelijks tijd om te beseffen wat hem overkwam. En helaas lag zijn toverstaf op de salontafel voor hem, naast de pot thee.
"Imperio," zei de koele, vrouwelijke stem voor de derde maal.
Ridiculus!
Harry stond over een immens boek gebogen. Ze hadden het met twee uit het rek moeten tillen: zo immens was het. Het boek bevatte een gedetailleerde kaart die de webben van magie rond Zweinstein illustreerde. Enkele kleinere boeken ernaast gaven er duiding bij. In zichzelf mompelend en af en toe iets op een perkament krabbelend, volgde Harry kris-kras lijnen over de bladzijdes, regelmatig verspringend van bladzijde. Het web rond Zweinstein was te complex om het in een mensenleven volledig te begrijpen. Men bestudeerde delen en gebruikte het als naslagwerk, maar het geheel begrijpen was een onbegonnen werk.
Hij keek om zich heen. Rondom het grote boek lagen er verschillende kleinere, doch nog steeds lijvige, boeken verspreid over de tafel. Hij bekeek één voor één hun titels. Hij keek onder de tafel en onder zijn stoel. Tenslotte tilde hij het immense boek – met een kleine krachtinspanning – op. Ook daaronder lag het niet.
"Excuseer mij, Madame Bouclier. U zei dat dit alle verklarende boeken bij de atlas zijn?"
"Ja, ontbreekt er iets?" sprak Madame Bouclier met de verontrustte stem van een bibliothecaresse die geconfronteerd wordt met een ontbrekend boek.
"Wel, hier in de atlas," Harry tikte op het immense boek: "wordt verwezen naar 'Izolaĵo'. Weet u wat ze daar mee bedoelen?"
Madame Bouclier dacht diep na. Ze begon zacht van niet te schudden, toen er plotseling een glimlach op haar gezicht kwam. De glimlach van een bibliothecaresse die een boek terugvindt.
"We hebben dat boek wel! Ja, ik zal het even gaan halen."
Enkele minuten later kwam Madame Bouclier terug van achter een groot boekenrek. Ze hield een klein, dun, rood boekje vast met in schilferende letters op de voorkant: 'Izolaĵo'.
"Het lag ergens in een doos achteraan. Eén van mijn voorgangers heeft het hier mee naar toe gebracht, maar ik noch mijn voorganger kon het lezen, dus bleef het daar staan, want we konden het niet classificeren..."
Harry was teleurgesteld. Hij had niet echt een talenknobbel, dus de kans was klein dat hij het wel kon lezen.
"Is er hier iemand die het wel zou kunnen lezen? Ik denk dat de oorzaak van de afwijkingen die ik heb vastgesteld ergens in dat gedeelte ligt, maar uit de kaart alleen geraak ik niet echt wijs."
Madame Bouclier scheen te twijfelen: "Er is iemand die het misschien zou kunnen, maar hij is nogal vreemd. Weet je zeker dat je dat gedeelte nodig hebt?"
Ridiculus!
"De beste kwaliteit hout oogst je 's morgens, als het hout net door het eerste ochtendlicht aangeraakt is," doceerde Abraham aan Elisabeth. De eerste stralen van de ochtendzon schenen door de mistbanken die het terrein als een deken toedekten. Elisabeth en Abraham waren die ochtend voor dag en dauw opgestaan om hout te gaan halen voor hun werkplaats, waar Abraham toverstokken herstelde en Elisabeth bezems. Ze droomden er beiden van om zelf te creëren, in de plaats van te repareren, maar eerst moesten ze oefenen door te herstellen. En ze waren beide al behoorlijk goed...
Voor dag en dauw opstaan was een grijze zone in de regels van Zweinstein, want wanneer hield het op met nacht te zijn en mochten de leerlingen terug op de gangen? Erg duidelijk was het allemaal niet. Elisabeth en Abraham hadden dan maar wijselijk besloten om zich sowieso te verstoppen als ze gezien werden op hun ochtendlijke missie, hoe laat het ook was. Achteraf gezien: een wijze beslissing.
Ze doken dan ook onmiddellijk weg toen ze het viertal zagen opdoemen uit de mist: professor Romantiae, professor Sinistra, professor Banning en professor Morfosis, de leerkracht gedaanteverwisselingen. Ze beenden alle vier af op het huisje van Hagrid. Professor Romantiae bonkte met zijn grote vuist op de deur.
"Hagrid, er is een probleem." hoorden Elisabeth en Abraham hem roepen.
Even later zagen ze de deur in Hagrids huisje opengaan. Wat er toen gebeurdde konden Abraham en Elisabeth bijna niet geloven. Lichtflitsen in allerlei kleuren vlogen op Hagrid en zijn huisje af. Hagrid leek al de magie die hij absorbeerde wonderwel aan te kunnen, maar helaas was de zware, eikenhouten balk boven zijn hoofd een andere zaak. Hij knapte als een twijgje onder al dat magisch geweld. Ook Hagrid bezweek onder het gecombineerde magische en fysieke geweld. De klap van de balk op zijn hoofd bracht hem op zijn knieën. Romantiaes verlammingsstraal knipte het licht uit. Hagrid zeeg bewusteloos in elkaar.
Elisabeth en Abraham zaten geschokt toe te kijken. Ze waren totaal verbijsterd. Wat gebeurde er in hemelsnaam? Elisabeth was de eerste die haar gezond verstand terugvond.
"We moeten nonkel Harry... Professor Potter verwittigen," fluisterde ze. Abraham scheen wat te ontwaken uit zijn verdoving.
"Euh, ja. Als we zo gaan", hij wees naar links, "geraken we bij de uilenvleugel zonder dat ze ons zien."
Terwijl ze uit hun verstopplaats wegslopen hoorden ze nog een laatste maal professor Morfosis' stem. Haar koele, vrouwelijke stem echode over het terrein: "Sinistra, liefje. Activeer je de kvarantenobezwering?" Haar kille lach bezorgde hen rillingen...
Ridiculus!
De trap was ongeveer 75cm breed en liep steil omhoog. Harry kon zonder veel moeite de treden ter hoogte van zijn gezicht aanraken. Het was er zo stoffig dat Harry zich afvroeg of er eigenlijk ooit iemand passeerde. Bovenaan werd de trap afgesloten door een luik. Harry duwde het open en stak zijn hoofd erdoor. De zolder van de Tempel...
De zolder van de tempel was, net zoals de trap er naar toe, stoffig. De zolder had dezelfde oppervlakte als de zaal eronder. De balken die daar het plafond vormden, waren hier de vloer. De ruimte was enigszins spookachtig door de manier waardoor er licht naar binnen kwam: door de spleten tussen de vloerbalken. In heel de ruimte waren er streepjes licht waarin het stof dwarrelde...
De zolder was grotendeels leeg. Er waren twee rechte muren, de andere muren – van de lange kant – werden gevormd door de onderkant van het dak. Tegen de ene muur stond een grote kleerkast, of dat was toch hoe de kast er uit zag, die prachtig was bewerkt met houtsnijwerk. Ze deed Harry denken aan zijn verdwijnkast... Ergens in het midden van de zolder, schijnbaar willekeurig neergezet, stond een hoopje dozen. Op een ervan stond vermeld dat ze Diricawlveren bevatte. Iemand wou blijkbaar een verdwijnkast bouwen... Ze schenen er stof te staan vergaren. Tenslotte was er ook nog – in de verste uithoek van de zolder – een klein hokje. Harry wandelde er naar toe.
Hij vroeg zich af wie er in Merlijnsnaam hier zijn kantoor zou willen hebben. Op de deur hing een gelijkaardig eenvoudig, gouden plaatje als op de deuren beneden 'Aankoop en verwerving'. Het plaatje paste niet op de zolder. Het was namelijk onberispelijk proper. Harry besloot dat het koboldgesmeed moest zijn. Niet zo eenvoudig als het er uit zag. Hij klopte aan.
"Ja?" vroeg een argwanende stem.
"Meneer Jones?" vroeg Harry.
"Dat ben ik."
"Ik heb uw expertise nodig."
"Kom binnen."
Harry opende de deur. Hij kwam terecht in het kleinste kantoortje dat hij ooit had gezien. Op minder dan een meter van hem zat een man met zijn rug naar de deur over een eenvoudige tafel gebogen. Onmiddellijk rechts van de deur was er een groot rek, dat uitpuilde van de boeken. De boeken stonden kriskras door elkaar, zonder enige systematiek, maar wel uiterst efficiënt. Er kon geen boek meer bij. Alsof dat niet genoeg was, waren er bovenop de kast nog boeken gestapeld.
De muur tegenover het rek, waar de tafel tegenstond, werd gevormd door het dak. De ruimte tussen de tafel en het dak werd opgevuld door dozen. Aan de muur hingen kaarten, plattegronden en diagrammen. De tafel zelf was gevuld met papieren en enkele stapels boeken. Harry vroeg zich af hoe iemand in dit boekendoolhof ooit nog iets terugvond.
De man draaide zich om op zijn stoel.
"Waarvoor heeft u mij nodig?"
De man was – voor een tovenaar – atypisch gekleed. Hij droeg een spijkerbroek en een hemd, waarvan hij de mouwen had opgerold. Hij had een stoppelbaard en kortgeknipt, bruin haar. In zijn groen-bruine ogen was er naast een enorme intelligentie, ook durf en – nog het meest verrassende – een goed gevoel voor humor. Het verbaasde Harry niets dat hij niet goed mengde met de saaie boekenwurmen beneden.
"Ik ben hier naartoe gestuurd door de beheerder van de kluis 'Schilden en mantels' – de man trok één wenkbrauw omhoog – met dit boekje dat uitleg geeft bij een deel van de beschermende spreuken rond Zweinstein. Het is in een taal die we niet begrijpen en ik denk dat het de sleutel is die ik nodig heb om mijn probleem op te lossen."
"Aha. Laat eens zien."
Harry overhandigde het boekje. De man draaide het om.
"Hmm... Geen wonder dat ze dat daar beneden niet spreken. Het is zeer zeldzaam dat er boeken worden teruggevonden in het Hoog D'Haraans."
"Begrijpt u het?"
"Uiteraard."
"Kan u het vertalen?"
"Neen."
Harry was verbijsterd.
"Excuseer mij?"
"Ik zal het niet vertalen. Dat duurt te lang, maar als u mij zegt welke informatie u nodig hebt, haal ik ze er uit."
Harry legde hem zijn probleem uit. De man knikte en begon te lezen. Harry stond erbij en keek ernaar. Hij voelde zich ietwat ongemakkelijk. Wat werd hij verondersteld te doen? De man scheen het te merken.
"Zet je op de stoel." zei hij zonder op te kijken van het boek. Hij wees naar een stoel die ingeklemd stond tussen het rek en een stapel dozen. "Leg de boeken maar op de dozen. Ik denk dat het nog eens tijd is voor een gesprek met een intelligent persoon."
"Stoort dat niet bij het lezen?" vroeg Harry verbaasd.
De man schudde, nog steeds zonder zijn ogen van het boek af te wenden van niet: "In tegenstelling tot de meeste van mijn collega's ben ik hier vaker niet dan wel. Ik ben namelijk verantwoordelijk voor de verwerving van nieuwe boeken. Daarom heb ik veel reizen gemaakt naar verre en gevaarlijke streken. Op één van die reizen ben ik in een net te nauw contact gekomen met een waanzinnig gevaarlijke vloek: sectumspiriti. Ik ontsnapte ter nauwer nood, maar sindsdien is mijn geest gespleten."
Harry ademde diep in. Gespleten geest, dat klonk verdacht veel als...
"Ik weet waar u aan denkt, meneer Potter, maar gruzielementen worden gemaakt door middel van een gespleten ziel en niet door middel van een gespleten geest. Mijn gespleten geest stelt mij in staat om me op twee dingen tegelijk te concentreren, maar voor de rest heeft het enkel nadelen."
Harry knikte: "Natuurlijk. Ik was even in de war. Het is niet echt materie waar ik dagelijks mee geconfronteerd wordt. Is het zo een gevaarlijke job, boeken kopen voor de Tempel?"
De man wees met een arm rond zich heen: "Je weet toch wat er hier rond is: het British Museum. Een verzamelplaats voor alle schatten die het Britse Rijk gestolen heeft uit andere landen. Het is op dezelfde manier dat veel van de boeken die hier liggen hier terecht komen. Onze collectie hier is al een eeuwigheid geleden gestart toen we de collectie van de bibliotheek van Alexandrië naar hier hebben gehaald."
Harry kon zich niet inhouden: "Wat?"
"Die ligt onder beschermende spreuken in onze kelder. Alle informatie die er instaat kan je raadplegen via andere boeken in deze bibliotheek. Door de jaren heen hebben we onze collectie uitgebreid tot haar huidige omvang. Grotendeels op dezelfde manier als de manier waarop we dit museum hebben gevuld. Tegenwoordig is dat mijn taak."
"Dus dat is wat u hier doet: stelen." Harry klonk enigszins verontwaardigd. Een instelling betaald door het Ministerie ging overal ter wereld stelen. Als ze dat te weten kwamen op het Departement van Internationale Samenwerking...
De man klonk wat teleurgesteld: "Helaas niet nee, dat komt tegenwoordig niet goed meer over. We doen het nog wel, maar het is een zeldzaamheid. En als ze er om vragen en ze tonen aan er mee om te kunnen springen, geven we ze tegenwoordig zelfs terug." Harry kon horen dat hij het daar duidelijk niet mee eens was.
"Tegenwoordig verwerven we de meeste van onze boeken door erfenis of door aankoop van privé-collecties." Hij sprak het laatste woord met duidelijke walging uit.
"U heeft iets tegen privé-collecties?"
"Niet op zich nee, maar er zijn twee enorme nadelen aan verbonden. Niemand weet welke boeken er exact in welke privé-collecties staan. Daardoor kunnen waardevolle onderzoeken soms niet doorgaan, doordat de boeken niet te vinden zijn. Maar ik heb nog een veel sterker argument: het is waanzinnig gevaarlijk. Neem dit boek bijvoorbeeld – hij tikte op het boek – een exemplaar van dit boek in de verkeerde handen zou tot rampen kunnen leiden."
Harry fronste zijn wenkbrauwen.
"Wat staat er dan in?"
"Zoals u al zei is het een handleiding bij een bepaald, oeroud stuk van de bezweringen die als beveiliging rond Zweinstein liggen. Het is zelfs een deel van de absolute kern van de bezweringen, aangebracht door de vier stichters. Vanaf deze kern hebben zij, en later anderen, dan verder gebouwd. Volgens dit boekje, en ik ben geneigd om het te geloven, is de bezwering slechts eenmaal in de geschiedenis gebruikt geweest. Dat was zo een ramp, dat ze het sindsdien nooit meer hebben gebruikt. Eigenlijk wilden ze het verwijderen uit de spreuken, maar doordat deze spreuken zo in de basis van het net lagen, konden ze er niet aan zonder de rest van de spreuken te ontwrichten..."
"En wat doet deze bezwering dan wel?"
"Hij plaatst Zweinstein in isolatie."
"Waarom is dat een probleem?"
"In een geval van nood geraakt er niemand meer in, maar ook niet meer uit. De mensen zitten er opgesloten. Als een aanvaller ooit binnendringt en de bezwering activeert, hebben we een zeer ernstig probleem. De spreuk blokkeert zowat elke methode van magisch transport: verdwijnselen is sowieso niet mogelijk, bezems niet, haard niet, viavia's niet en gewoon de grens oversteken zou ook niet gaan. Ik denk zelfs niet dat je de grens zou vinden... De enige optie die ik ken is gebruik maken van een afgerichte feniks, maar die waarschijnlijkheid benaderd nul. Of een Diricawl natuurlijk, die gaan ook via andere dimensies."
Harry knikte ernstig. Hij zag in dat er een groot probleem zou zijn moest die bezwering geactiveerd geraken. Er viel even een stilte. De man las aan een verbazingwekkend hoog tempo door. Het was de beste benadering van 'een boek verslinden' die Harry ooit had gezien.
Plotseling vloekte de man hardop. Harry schoot recht.
"Wat heeft u gevonden?"
"We hebben een probleem. De observaties die u heeft gedaan wijzen er op dat de kvarantenobezwering op scherp is gesteld. Er zitten twee beveiligingen op de bezwering: ze moet op scherp worden gesteld en ze kan enkel worden geactiveerd door het huidige schoolhoofd. Eenmaal geactiveerd duurt het een half uur voordat ze volledig functioneel is. Als het schoolhoofd het startschot geeft, is Zweinstein binnen een half uur buiten het bereik van alle eventuele hulp."
Op dat moment gloeide de nepgaljoen in Harry's broekzak op. Op dat moment vloekte Harry hardop.
Ridiculus!
Marcel liet de nepgaljoen in zijn zak glijden. Hij hoopte maar dat er iemand op reageerde. Harry had hem eens verteld dat hij de zijne nog steeds altijd bij zich droeg. Hopelijk... Er was iets mis. Wat was niet duidelijk, maar het was extreem ernstig. Er was net een aanslag gepleegd op Hagrid, door vier van Zweinsteins eigen leerkrachten. Marcel had het allemaal zien gebeuren vanuit de kassen. Hij had willen ingrijpen, maar – in een vlaag van wijsheid – had hij ingezien dat hij zo alleen zichzelf in gevaar zou brengen. En zo de leerlingen. Ze hadden hulp nodig.
De leerlingen! Hij moest ze beschermen. Totdat de zaak weer onder controle was, moesten ze veilig zijn. Hij haastte zich zijn kantoor uit. De vier stonden hem op te wachten. In een flits trok Marcel zijn toverstok. Aurora was verstijft voor ze er erg in had. Helaas bood de rest meer weerwerk. Marcel kon onmogelijk standhouden. Banning en Romantiae waren na Harry de beste duelleerders van Zweinstein.
Professor Morfosis begon aan een spreuk: "Imperio". Terwijl Marcel de spreuk probeerde af te weren, hoorde hij de stem van professor Dolleman galmen in zijn hoofd: 'Probeer geen onvergeeflijke vloeken te blokkeren. Het is nutteloos. Ontwijk.' Op dat moment werd hij geraakt.
Plotseling was de wereld mooi en licht. Marcel begreep niet waarom hij zich daarnet nog zoveel zorgen had gemaakt. Alles was in orde nu. Alles komt goed.
Verzamel al de leerlingen in de grote zaal.
Marcel wou niets liever. Hij wist dat het zijn grootst mogelijke vreugde zou zijn om de leerlingen in de grote zaal te verzamelen...
Even later liep Marcel gefrustreerd te ijsberen in de grote zaal. Hij werd er zenuwachtig van. Er ontbraken vier leerlingen: Hanne, Scorpio, Abraham en Elisabeth. Langs de andere kant was zijn afdeling er volledig. Marcels borst zwol op van trots. Hij had zijn taak goed uitgevoerd. Het was de schuld van de andere leerkrachten. Hij had het niet gedaan. Hij kon trots zijn op zichzelf!
Ridiculus!
Harry stormde de trap van de zolder naar beneden af. Aan een duizelingwekkende vaart stoof hij over de galerij in de richting van de trap. De maximale valsnelheid benaderend rende hij van de trap. Hij schoot de leeszaal door in de richting van de dubbele eiken deuren. Vele onderzoekers keken verstoord op. Geen tijd voor verklaringen, noch voor verontschuldigingen. Hij zwiepte met zijn toverstok en de zware eiken toegangsdeuren vlogen open met een luide klap. De schouwer van wacht kwam verontrust achter zijn bureau uit en maande hem aan om te stoppen. Harry antwoordde met een lamstraal in zijn borst. "Sorry William." Hij had hier nu geen tijd voor.
Voor ze in de bibliotheek goed en wel doorhadden wat er gebeurde, bereikte hij het einde van de gang. Nog voor zijn voeten de straat raakten, verdwijnselde hij reeds. De nauwe tunnel was nog nooit zo krap en lang geweest. Een eeuwigheid duurde het wel voor hij weer de verse lucht kon inademen.
De verse lucht was ijskoud en gevuld met een huiveringwekkend gereutel. Dementors! Sinds zijn bruiloft met Ginny had hij nooit meer moeite gehad om een gelukkige gedachte te vinden. Hij haalde het geestesbeeld voor zijn ogen. Ginny in haar prachtige, witte jurk, die aan de hand van haar vader het middenschip af kwam gelopen. Haar prachtige rode haren, die schenen te gloeien in de middagzon, sluierden over haar schouders, vanboven afgetopt door tante Marga's tiara. En dan – bijna een huwelijksplechtigheid later – haar prachtige volle, rode lippen, die het woord 'Ja' vormden.
Voor het eerst keek Harry om zich heen. Het waren er honderden, honderden dementors. Met de beelden van zijn bruiloft voor zijn ogen, sprak hij de woorden.
"Expecto patronum!"
Er verscheen geen hert. Het was eerder alsof er een soort patronus in hem ontplofte. En nog eens. En nog eens. De ene golf oogverblindend wit licht na de andere vertrok uit Harry en golfde naar de dementors. Kringen wit licht vertrokken vanuit Harry en werden steeds groter. De eerste golf bereikte de dementors. De eerste dementors die geraakt werden schenen gewoonweg te vergruizen onder de invloed van het licht. De dementors erna konden zich niet snel genoeg uit de voeten maken. Even later was er in de wijde omtrek geen dementor meer te bespeuren.
Op enkele tientallen meters van hem was de grens van Zweinstein. Deze was nu pijnlijk goed zichtbaar door een groene waas die vanuit de lucht naar beneden kroop. Het halfuur was zo goed als om. Harry spurtte in de richting van de grens. Misschien kon hij er nog net onderdoor. Enkele meters links van hem raakte een uitloper van de waas de grond al. Harry gebruikte al zijn kracht. Hij dook in de richting van de grens. De groene waas raakte de grond.
Harry kwam pijnlijk hard op de grond terecht. Hij keek achterom. De groene waas was nergens te bespeuren. Hij was nochtans zeker dat hij voorbij de grens was gesprongen. Hij keek voor zich. Enkele momenten wist hij niet wat hij zag. Zweinsveld?! Hij was aan compleet de andere kant van Zweinstein verschijnseld, waar het kasteel het dichtst bij de grens stond...
Hij draaide zich terug om. En nog eens. Waar ergens in Zweinsveld was hij ergens? Zijn ogen zochten oriëntatiepunten. Ja... neen. Het klopte niet. Op de plek waar hij nu stond, moest hij normaal gezien Zweinstein in de verte zien liggen. Normaal gezien. Harry pakte zijn staf en porde in zijn arm.
"Auw!"
Er verscheen onmiddellijk een blauwe plek. Goed, hij was dus wakker. Langzaam begon het in hem te dagen. Hij draaide om, en om, en om. Tenslotte zonk hij teleurgesteld neer. Hij was een fractie van een seconde te laat geweest. Zweinstein was weg. De kvarantenobezwering had Zweinstein niet enkel onbereikbaar gemaakt. Het had de ruimte zo vervormd dat Zweinstein er fysiek niet meer was. Zweinsteins buitengrenzen lagen nu tegen elkaar aan. Harry kon niets meer doen, ze waren op zichzelf. Teleurgesteld bleef hij zitten op de grond. Wat nu?
Tien minuten later schrok Harry op. Hoe kon hij zo stom zijn! Met een plop verdween hij.
AN: Het is dus nu de bedoeling dat je schrijft wat je er van vond in dat kadertje hieronder. Input wordt erg geapprecieerd. Ook van anonieme lezers. Die reviews kan ik dan uiteraard wel niet beantwoorden, wat ik steeds probeer te doen, en je kan er ook niet van op de hoogte worden gesteld als er een nieuw hoofdstuk is... Tja, jullie keuze. Als je het niet aandurft om openbaar te reviewen, of je vreest mijn gevoelens ermee te kwetsen, mag je je review altijd sturen als PM. Ik verbeter taalfouten waar ik op wordt gewezen!
Dan rest er mij niets meer dan mijn reviewers te bedanken. Bedankt suzanne, Greendiamond123, Florreke, LauraTwilightHungergamesHPfa n!
W.
P.S: Voor de mensen die aan literaire analyse doen: er zaten verwijzingen in naar 'De wetten van de magie' van Terry Goodkind, en waarschijnlijk, al weet ik niet of het specifiek in dit hoofdstuk het geval is, ideeën uit de verhalen van MGO (To live a life!) en Avana65 (Wentelende wereld!)
