AN: Hopelijk verlost dit jullie een beetje van de spanning waarin ik jullie heb achtergelaten sinds de vorige update. Ik doe mijn best om spoedig te updaten, maar ik kan - met een blik op mijn agenda - niets beloven. Veel leesplezier!
"This isn't flying, this is falling with style!" Buzz van Toy Story
Met een knal verschijnselde Harry voor de poort van het Potter landhuis. Na de oorlog was Harry tot de ontdekking gekomen dat het geld in zijn kluis in Goudgrijp maar een voorschot was op zijn erfenis. De Potters waren een behoorlijk rijke tovenaarsfamilie geweest, lang niet zo rijk als de Malfidussen, maar de Zwartsen toch zeker wel benaderend. In het testament van zijn ouders, James was een vooruitziend man geweest, stond geschreven dat de kobolden van Goudgrijp de erfenis – op dat zakgeld in kluis 687 na – moesten beheren tot Harry meerderjarig werd. En gezien de kobolden hem niet konden vinden op het moment dat hij meerderjarig werd, wachtten ze tot de oorlog voorbij was...
De groengeverfde tuinpoort zwaaide uit zichzelf open toen hij naderde. De poort wist wie hij mocht binnenlaten... Harry haastte zich over het tuinpad naar het landhuis toe. Binnen in het landhuis schoot hij onmiddellijk naar rechts, de kelder in. Achteraan in de wijnkelder stond een metalen hek. Harry tikte erop met de punt van zijn staf. De bezwering was afgesteld op zijn staf en zijn magie, niemand anders kon het hek open krijgen. Hij liep verder de kelder in en sloeg op het einde van de gang linksaf.
In de kamer waar hij uitkwam, stond er slechts één voorwerp: een kast. Een grote, zwarte kast. De kast was een fortuin waard, maar Harry had hem als schouwer in beslag genomen bij Odius en Oorlof, nadat Marcel had ontdekt dat de Kamer van Hoge Nood zich op mysterieuze wijze had hersteld van de brand en dat er zelfs een groot deel van de voorwerpen gered waren. Harry gooide de kast open en stapte erin. Bijna onmiddellijk bereikte hij de andere kant: een leeg, stenen vertrek. Vroeger was dit de slaapkamer geweest van professor Anderling, nu was het enkel nog de ruimte die grensde aan Harry's kantoor op Zweinstein – vroeger Anderlings kantoor. Harry had geen slaapkamer op Zweinstein.
Harry opende de geheime deur naar zijn kantoor.
"Homenum Revelio"
Er was niemand in het kantoor. Niemand meer..., maar er was wel iemand geweest. Harry liet steeds als hij zijn kantoor verliet enkele spreukjes achter. Letterlijk: spreukjes. Hele fijne, nauwelijks detecteerbare magie. Het minste was voldoende om ze te verstoren. De aanwezigheid van een persoon bijvoorbeeld. En de spreukjes waren verstoord...
Op zijn hoede voor eventuele valstrikken – er was een probleem, niemand wist wat, dus Harry verkeerde zowat in opperste staat van paraatheid – wandelde hij naar de deur van zijn kantoor. Op tien centimeter van de klink hield hij zijn hand stil. Hij taste in de lucht rond de klink. Sommige magische vaardigheden kon je niet op school leren. Vaardigheden zoals het voelen van magie. Magie liet altijd sporen achter. Een geoefend persoon kon zelfs de ene persoon van de andere onderscheiden, aan de hand van hun persoonlijke, magische vingerafdruk. Harry was een geoefend persoon.
Er was iets mis met de klink. Harry kon er niet de vinger opleggen wat. Er hing te weinig magie rond om te zijn vervloekt, maar teveel om normaal te zijn. Zoekend keek hij rond in de kamer. Aha! Zijn wintermantel hing nog aan de kapstok. Hij wikkelde hem zorgvuldig rond zijn hand en nam de klink vast. Er klonk een luid gesis. Harry trok onmiddellijk zijn hand terug. Een fractie van een seconde en een banvloek later lag de mantel in de tegenovergestelde hoek van het lokaal. Er kringelde langzaam een rookpluimpje uit omhoog. Zonder de klink dan maar.
"Homenum Revelio," zei Harry nogmaals, nu om de gang te controleren. Er volgde al snel een tweede spreuk: "Bombarda!"
Met een luide knal vloog Harry's deur tegen de muur aan de overkant van de gang. Harry overliep de situatie. Eén: Marcel had hem een signaal gestuurd. Twee: er was een bijzonder gevaarlijke bezwering geactiveerd waardoor er geen hulp kon komen. Drie: iemand was in zijn kantoor geweest en had geknoeid met zijn klink. Kortom: het gevaar was behoorlijk ernstig. Iedereen kon een gevaar zijn. Hij moest op zijn hoede blijven. Wees waakzaam! Harry stapte de gang op.
Het duurde even voordat Harry doorhad wat er niet klopte. Het kasteel was onnatuurlijk stil. Normaal gezien moest er op dit uur van de dag meer lawaai zijn. Professor Romantiae's zware stem terwijl hij lesgaf. Leerlingen op de gang. Foppe die een harnas demonteerde. Mensen die kwamen kijken wat die explosie te betekenen had. Er was echter geen enkel geluid. Op zijn hoede sloop Harry door de verlaten gangen. Waar was iedereen?
Daar! Harry had iemand gezien. Wie wist hij niet. De persoon ging net de hoek om. Hij versnelde zijn pas. Weer zag hij een schim wegglippen om de hoek. Nog steeds op zijn hoede, bleef hij volgen. Harry hoorde de persoon de trap op klimmen. Hij was dus onderweg naar de uilenvleugel. Geruisloos als een kat ging Harry hem achterna.
o~0/O\0~o
Elisabeth, Abraham, Scorpius en Hanne zaten ineengedoken achteraan in een nis in de uilenvleugel. De uilenvleugel was de ideale verstopplaats: het lag er vol rommel, overal waren er rondvliegende uilen die het zicht verstoorden en de muren zaten vol met grote en kleine nissen waarin ze konden nestelen. De nis waarin Elisabeth en co gekropen waren was uitzonderlijk groot. Ze bevond zich meer dan twee meter hoog en bood een goed overzicht over de uilenvleugel. Hanne beweerde dat mensen nooit omhoog keken, dus de kans was klein dat ze gevonden werden. De kans was sowieso al klein dat er iemand naar hier kwam. Er was iets erg verontrustends aan de hand in het kasteel. Ze wisten niet goed wat het was, maar het was zeer verontrustend.
De deur ging krakend open en er kwam iemand binnen. Elisabeth maakte een vreemde beweging: een combinatie van achteruitdeinzen van de schrik en vooruitleunen om te zien wie er binnenkwam. Ze voelde hoe Hanne haar dichter tegen zich aantrok. Ze herinnerde zich dat Hanne had gezegd dat ze zich niet mocht bewegen. Beweging trekt de aandacht. De man op de grond draaide zich om. Het was professor Lubbermans... Hij keek zoekend rond. Hanne begon te bewegen, maar verstijfde weer onmiddellijk. De deur ging nogmaals open. Ditmaal zag Elisabeth direct wie er binnenkwam. Nonkel Harry! Professor Lubbermans draaide zich verrast om, met zijn toverstaf in de aanslag.
"Marcel," begon Harry: "ik ben Harry Potter. Je hebt me daarnet geseind met de magische munt. Wat is er aan de hand?"
Het antwoord kwam volledig onverwacht. Anders had hij het wel kunnen afweren. Professor Lubbermans gebruikte een non-verbale spreuk. Harry bood geen verzet. De spreuk botste met een gigantische klap tegen hem aan. Met een ongelooflijke klap werd Harry achteruit geworpen. Hij ging dwars door de zitstokken van de uilen heen. De uilen vlogen klapwiekend en krijsend weg, maar Harry kwam nog niet tot stilstand. Hij ging door. Door het glasvrije raam. Het laatste wat Elisabeth van hem zag was de verbijstering op zijn gezicht, die nog groter werd toen hun blikken elkaar kruisten. En toen was hij weg.
Elisabeth voelde Hanne naast zich bewegen. Met een grote sprong kwam ze op de vloer van de uilenvleugel terecht. Haar gezicht was vertrokken van boosheid. Ze krijste: "Paralitis!"
Ditmaal was het professor Lubbermans' tijd om verbaasd te zijn. De rode lamstraal ging recht in zijn borst. Hij zakte bewusteloos in elkaar...
"Kom," zei Hanne tegen de anderen: "Het is hier niet meer veilig."
Elisabeth was te verbouwereerd om iets te zeggen. Scorpius nam haar bij de hand en trok haar mee. Nonkel Harry?
o~0/O\0~o
Met een zachte plof kwam Harry neer op de bosgrond van het Verboden Bos. Hij gaf zichzelf een mentale uitbrander: hij had beter moeten weten. Het had wisseldrank kunnen zijn of – te oordelen naar de wazige blik in Marcels ogen – imperiusvloek. Gelukkig was hij snel genoeg terug bij zijn positieven geweest om zijn val onder controle te krijgen. Wat enkele zweef en luchtkussenspreuken al niet met een mens konden doen...
Er waren twee lichtpuntjes in de duisternis. Eén: Marcel was uitgeschakeld. Dat had hij nog zien gebeuren in de verte. Een rode flits en hij zonk ineen. Hanne was vermoedelijk tot actie overgegaan. Dat meisje zat vol verrassingen... Twee: hij wist nu waar de rest van Zweinsteins leerlingen waren. In zijn vlucht had hij gezien dat er enorme activiteit was in een Noordelijker gelegen deel van het Verboden Bos. Vanuit de lucht had het geleken alsof er een hoop krioelende mieren aan het werk waren geweest. De leerlingen dus...
De rest van de voormiddag sloop Harry onder zijn onzichtbaarheidsmantel rond op het schoolterrein. Wat was er in Merlijnsnaam aan de hand? Zo goed als alle leerlingen waren in het Verboden Bos aan het werk. De grond werd systematisch doorzocht en omgespit. Zonder magie, vreemd genoeg... De leerkrachten hielden toezicht, allemaal met een vreemde, wazige blik in hun ogen, die magie deed vermoeden.
Zoals elke dag ging 's middags de bel en trok iedereen naar de grote zaal om te eten. De sfeer was echter niet alledaags. Er hing nu een zware, bedompte sfeer. In de plaats van het normale, drukke gebabbel, hing er nu een loden stilte. Harry kreeg er rillingen van. Onder zijn onzichtbaarheidsmantel, in een hoekje van de zaal, nam hij afwezigheden op. Het waren er niet veel: Hagrid, professor Sinistra, professor Morfosis en professor Romantiae. En natuurlijk Marcel en de kinderen die in de uilenvleugel zaten. Hanne, Scorpius, Abraham en Elisabeth.
Met een luide klap vlogen de dubbele deuren van de grote zaal open. Professor Romantiae kwam binnengewandeld. Zijn zware stem baste door de zaal: "Alle leerlingen, leerkrachten en personeel van Zweinstein worden verzocht mij te volgen. Het schoolhoofd zal een mededeling doen bij het Verboden Bos."
Samen met al de rest volgde Harry professor Romantiae richting het Verboden Bos. Op een geïmproviseerd podium stond professor Sinistra hen op te wachten, geflankeerd door professor Morfosis en – tot Harry's grote verbazing – Marcel. Hagrid stond aan een boom vastgebonden. Hij leek enigszins suf. Harry vroeg zich af hoe ze hem hadden neergekregen, door zijn reuzenbloed absorbeerde hij eerder magie, dan er door beïnvloed te worden. Zijn hart zonk hem pas echt in zijn schoenen toen hij Hanne en co zag staan, netjes bijeengebonden en ontwapend.
Professor Sinistra begon te spreken. De enkelingen die nog hadden durven fluisteren, zwegen nu. Haar stem schalde sinister over de menigte.
"Leerlingen, zoals ik jullie deze morgen al heb verteld, heeft het Ministerie ons met een belangrijke taak opgezadeld. Duistere krachten hebben een voorwerp onze terreinen binnengesmokkeld. Een duister voorwerp dat de geest verziekt. Het zet aan tot wanhoop, tot waanzin en tot rebellie. Het is daarom dat we deze beschermende bezwering hebben moeten aanbrengen."
Professor Sinistra wees naar de groene schimmen die de hemel afschermden.
"Het is ook daarom dat jullie normale lessenroosters geschrapt zijn teneinde dit voorwerp te vinden. Het is namelijk typisch aan duistere voorwerpen dat hun fysische afmetingen totaal geen verband vertonen met de ontzagwekkende kracht ervan. Dit voorwerp, dat de geest bedwelmd en aantast louter en alleen door lang genoeg in de ruime omgeving te verblijven, is slechts een kiezeltje groot. Een simpele, zwarte, geslepen steen. Als jullie deze steen vinden: raak hem niet aan! Roep onmiddellijk een van de leerkrachten erbij, die mij zal verwittigen. De gepaste maatregelen zullen dan worden getroffen. Ik verwacht van jullie dat jullie jullie uiterste best doen om dit duister voorwerp te vinden."
Er viel een dramatische stilte.
"Helaas heeft dit duister voorwerp al enkele slachtoffers gemaakt," ging ze zacht verder. Ze rolde een perkamentrol uit.
"Ik heb hier bij mij de maatregelen die we hebben toegestuurd gekregen door het Ministerie van Mystificatie. Helaas is de behandeling voor een vloek zoals de deze bruut en pijnlijk. Een Hippogriefenmiddel in de puurste zin van het woord. Om permanente hersenschade te vermijden, staat er hier, dient er eerst een sterke pijnprikkel te worden toegediend via een spreuk zoals crucio. Dit voorkomt het verliezen van binding met de realiteit. Gezien de persoon heeft aangetoond dat hij erg vatbaar is voor de vloek, is het aangewezen hem daarna onder de imperiusvloek te plaatsen, aangezien enkel dit krachtig genoeg is om de rebellie veroorzaakt door de bezwering tegen te gaan. Het is met pijn in het hart dat ik nu deze spreuken zal moeten gebruiken, voor de gezondheid en het welzijn van deze leerlingen en professor."
Professor Sinistra wees naar de samengebonden leerlingen en Hagrid.
Harry was tijdens het gesprek steeds bleker geworden. Ze waren op zoek naar de steen van Mergel. Een reliek des Doods! En als klap op de vuurpeil had Aurora dan ook nog net bekendgemaakt dat ze van plan was om Onvergeeflijke Vloeken toe te passen, op leerlingen en op Hagrid. Het was tijd om in te grijpen...
AN: Ai, deed ik het nu weer? Sorry. Het is moeilijk om anders te eindigen als je gedwongen bent om je finale te spreiden over meerdere hoofdstukken... Ik moet het tenslotte spannend houden. Hopelijk hebben jullie ervan genoten, zoja: gelieve mij dan te motiveren om zo snel mogelijk te vervolgen, dmv een review. Indien nee: zeg mij hoe het beter kan in een review.
Tenslotte nog een woord van dank aan mijn reviewers: Greendiamond123, Florreke en Ezzie-my.
Met vriendelijke groeten,
W.
